Brief regering : Reactie op verzoek commissie over financiële situaties van pleegzorg
31 839 Jeugdzorg
Nr. 1176
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
De vaste Kamercommissie voor Volksgezondheid, Welzijn en Sport heeft gevraagd te reageren
op de brief «de financiële situaties van pleegzorg» van Landelijk Overleg PleegOuderRaden
(LOPOR). Met deze brief reageer ik op het verzoek.
De LOPOR uit in de brief zorgen over de tegemoetkoming voor de kosten die pleegouders
maken voor kinderopvang voor hun pleegkinderen, specifiek de onbekendheid van de verdeling
van de middelen voor gemeenten, pleegzorgaanbieders en pleegouders. Ik herken deze
zorgen en heb op 5 juni jl. schriftelijke Kamervragen van vergelijkbare strekking
beantwoord.1
Voor de periode 2025 t/m 2027 is € 10,7 miljoen per jaar beschikbaar gesteld als tegemoetkoming
voor de kosten die pleegouders maken voor kinderopvang van hun pleegkinderen. De uitkering
van deze middelen verloopt via gemeenten. Het bedrag is toegevoegd aan het gemeentefonds
via de algemene uitkering. Het bleek onuitvoerbaar om deze middelen direct vanuit
het Rijk over te maken naar de betreffende pleegouders, of naar de pleegzorgaanbieders.
De enige haalbare optie bleek om aan te sluiten bij de bestaande geldstromen binnen
de pleegzorg, zoals de pleegvergoeding: van Rijk naar gemeenten, van gemeenten naar
aanbieders en van aanbieders naar pleegouders. Vanwege de systematiek van het gemeentefonds
kunnen er geen sluitende afspraken gemaakt worden die garanderen dat elke euro bij
pleegouders terechtkomt.
Binnen deze context span ik mij in om ervoor te zorgen dat het geld zoveel mogelijk
terechtkomt bij pleegouders. Dat doe ik samen met de Vereniging van Nederlandse Gemeenten
(VNG), de pleegzorgaanbieders verenigd in Jeugdzorg Nederland (JZNL) en de vertegenwoordiging
van pleegouders in de Nederlandse Vereniging voor Pleeggezinnen (NVP). Zo heeft VNG
dringend geadviseerd aan haar leden deze middelen volledig te bestemmen voor de tegemoetkoming
aan pleegouders. JZNL en VNG werken in afstemming met elkaar aan communicatie richting
hun achterban om de uitvoering van deze tegemoetkoming aan pleegouders zoveel mogelijk
te uniformeren. In aanvulling op eerdere communicatie vanuit pleegzorgaanbieders richting
pleegouders verwachten JZNL en VNG voor de zomer extra te communiceren over op welke
wijze pleegouders aanspraak kunnen maken op de tegemoetkoming.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport