Brief regering : Advies van het Adviescollege ICT-toetsing Programma Implementatie Generieke Functies
27 529 Informatie- en Communicatietechnologie (ICT) in de Zorg
32 761
Verwerking en bescherming persoonsgegevens
Nr. 362
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Op 28 mei 2026 ontving ik van het Adviescollege ICT-toetsing een adviesrapport over
het programma Implementatie Generieke Functies (IGF). Met waardering heb ik kennis
genomen van de analyse, conclusies en aanbevelingen van het Adviescollege. Het advies
toont hoe complex de opgave is om gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in de
zorg te verbeteren. Daarbij biedt het rapport adviezen waarop mijn ministerie verder
kan bouwen.
Met deze brief bied ik u dit advies aan, samen met mijn reactie op de conclusies en
adviezen van het Adviescollege. Ik beschrijf eerst de bredere context van de generieke
functies binnen het Gezondheidsinformatiestelsel en een korte samenvatting en duiding
van de conclusies. Vervolgens ga ik in op de afzonderlijke conclusies en adviezen
voorzien van mijn appreciatie en opvolging.
Het belang van generieke functies1 in het Gezondheidsinformatiestelsel
Gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid houden de zorg toegankelijk, goed en betaalbaar
voor iedereen. Om de juiste gezondheidsgegevens op het juiste moment op de juiste
plek te krijgen, zijn afspraken, standaarden en voorzieningen nodig voor onder andere
generieke functies. De generieke functies zijn bedoeld om ervoor te zorgen dat gezondheidsgegevens
veilig vindbaar, toegankelijk en uitwisselbaar zijn. Om gegevens namelijk opvraagbaar
en uitwisselbaar te maken, moet bijvoorbeeld duidelijk zijn: wie logt er in? Wie mag
de gegevens inzien? En is de patiënt/cliënt ermee akkoord dat de gegevens worden ingezien
of gedeeld? Het programma werkt daarom samen met het zorg- en ICT-veld aan zes generieke
functies. Daarmee zijn de generieke functies essentieel om de juiste gezondheidsgegevens
op het juiste moment op de juiste plek te krijgen.
Het Adviescollege heeft in haar advies oog voor de complexiteit van de opgave die
mijn ministerie samen met het zorgveld heeft om gegevensuitwisseling op weg naar databeschikbaarheid
in de zorg te verbeteren. Het realiseren van de generieke functies is een onderdeel
van de bredere doelstelling van de realisatie van het landelijk dekkend netwerk (LDN)
binnen het Gezondheidsinformatiestelsel (GIS) voor gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid
in de zorg2. Het GIS is het landelijke kader voor gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid
in de zorg.
Het doel is dat patiënten en zorgverleners altijd en overal veilig toegang hebben
tot de juiste medische gegevens, wat de kwaliteit en efficiëntie van de zorg sterk
verbetert. Onder regie van het ministerie wordt samen met het veld het GIS gerealiseerd
op basis van de Nationale visie en strategie (NVS)3 en de ambities zoals verwoord in de European Health Data Space (EHDS). Over de voortgang
heb ik uw Kamer eerder geïnformeerd in de brief van 18 mei 20264.
Samenvatting en duiding van de conclusies van het Adviescollege
De analyse van het Adviescollege richt zich op diverse elementen rond de totstandkoming
van generieke functies. Het Adviescollege plaatst kritische kanttekeningen bij de
gekozen aanpak om de generieke functies via een samenhangend programma en vanuit een
generieke benadering te ontwikkelen. Het Adviescollege geeft aan dat de gekozen aanpak
om zes generieke functies gelijktijdig en sectorbreed te realiseren de voortgang belemmert.
Daarbij worden kritische kanttekeningen geplaatst bij de pragmatische inrichting van
de governance van het programma, die in de tijd is meegegroeid met de regierol van
VWS en de beperkte inzet van sturingselementen zoals formele doorzettingsmacht en
wettelijke verplichtingen naar het zorgveld.
Voorafgaand aan mijn appreciatie op de afzonderlijke conclusies en adviezen is het
belangrijk de context te schetsen van het programma.
In de Kamerbrief van 15 december 20225 is het belang van de generieke functies geduid alsmede de noodzaak voor een overheidsinterventie
om oplossingen tot stand te laten komen. Doordat oplossingen voor generieke functies
vooral lokaal en regionaal ontwikkeld en in gebruik zijn, bleken deze functies niet
of nauwelijks landelijk opschaalbaar. Daarbij hebben partijen die gebruik maken van
lokale of regionale oplossingen tegengestelde belangen: zij willen mede door gedane
investeringen gebruik blijven maken van hun eigen oplossingen en voorkomen dat nieuwe
investeringen nodig zijn. Om deze patstelling te doorbreken heeft het ministerie regie
gepakt en is dit programma gestart. Het Adviescollege erkent dat deze diepgewortelde
en vaak aanzienlijke belangen de noodzakelijke digitale transformatie van de zorg
kunnen hypothekeren. Deze strijd is moeilijk te doorbreken zonder wettelijke verplichting.
Ik hecht er aan om op te merken dat het Adviescollege in de periode september 2025
t/m februari 2026 onderzoek deed naar het programma generieke functies. De realisatie
van generieke functies was toen in volle gang. Sindsdien is een aantal acties, die
invulling geven aan de conclusies en adviezen van het Adviescollege, al in gang gezet.
Denk aan de governance van en rond het programma IGF en het concreet realiseren van
de generieke functies. Dat de generieke functies inmiddels werken is onlangs bijvoorbeeld
aangetoond door middel van technische beproevingen en het houden van hackatons6.
Dit laat overigens onverlet dat ik de observaties uit het adviesrapport zeer serieus
neem. Ik heb de intentie om de aanbevelingen nadrukkelijk mee te nemen in de uitwerking
van het beleid en de wettelijke kaders die moeten gaan gelden voor gegevensuitwisseling
in de zorg. Ook zal ik de komende maanden de regierol van VWS verder versterken. Een
aantal veldpartijen heeft dit onlangs overigens ook gevraagd. Vooruitlopend daarop
zijn er verschillende verbeteringen aangebracht in de governance, normering, architectuur
en uitvoering.
In het vervolg ga ik verder in op de afzonderlijke conclusies en adviezen van het
adviescollege.
Afzonderlijke conclusies van het adviescollege en mijn appreciatie
Conclusie A. Te ambitieus gestelde IZA-doelen werken contraproductief voor de voortgang
Ik deel de observatie van het Adviescollege dat de oorspronkelijke tijdslijnen voor
de realisatie van de generieke functies te ambitieus zijn gebleken. Sinds de vorming
van IZA doelstellingen is gebleken dat de ontwikkeling en implementatie van landelijke
voorzieningen meer tijd vraagt dan destijds werd voorzien. Daarbij hebben onder meer
afhankelijkheden van wetgeving, besluitvorming en implementatie in het zorgveld een
rol gespeeld.
Ik deel echter niet de conclusie dat de IZA-doelstellingen als zodanig contraproductief
zijn geweest. Deze hebben juist richting gegeven aan een gezamenlijke ambitie om te
komen tot betere gegevensuitwisseling. Zonder deze afspraken zou de noodzakelijke
ontwikkeling waarschijnlijk minder voortvarend van de grond zijn gekomen. Wel heeft
de uitvoering laten zien dat de oorspronkelijke planning en fasering realistischer
hadden moeten worden ingericht.
Conclusie B. Beleidsdirecties die voor de Wegiz-programma’s verantwoordelijk zijn,
geven IGF te weinig sturing
Ik herken dat de afstemming tussen de beleidsdirecties en het programma IGF complex
is geweest. De ontwikkeling van generieke functies raakt meerdere gegevensuitwisselingen,
die zich in verschillende fasen van ontwikkeling bevonden en waarvoor uiteenlopende
behoeften bestaan. Tegelijkertijd zie ik dat de afgelopen periode belangrijke stappen
zijn gezet om de samenhang tussen de Wegiz-programma's en de ontwikkeling van generieke
functies te versterken. Daarbij wordt steeds meer gewerkt vanuit concrete knelpunten
en worden prioriteiten gezamenlijk bepaald.
De inzichten uit technische beproevingen, pilots en implementatietrajecten leveren
daarbij belangrijke informatie op over de functionele behoeften van de verschillende
uitwisselingen. Deze inzichten worden benut bij de verdere ontwikkeling en implementatie
van oplossingen voor onder meer eOverdracht, Medicatieoverdracht en de Basisgegevensset
Zorg.
C. Gebrekkige aansturing binnen DI/CIO en IGF belemmert het boeken van resultaten
Na het wegstemmen van het wetsvoorstel Wijziging van de Wet gebruik burgerservicenummer
in de zorg in verband met de elektronische informatieuitwisseling in de zorg in de
Eerste Kamer in 2011, werd feitelijk de regierol van het Ministerie van VWS op het
gebied van gegevensuitwisseling en ICT in in de zorg beperkt. Vanaf de aanloop naar
parlementaire goedkeuring van de Wegiz stapsgewijs en op verzoek van uw Kamer én het
zorgveld de regierol door mijn ministerie verder opgepakt en ingevuld. Deze rolwijziging
vertaalt zich onder meer in een verdere opbouw van relevante kennis binnen mijn ministerie.
Het programma Implementatie generieke functies (IGF) was één van de eerste programma's
waarin deze regierol op grote schaal vorm kreeg, opgedane ervaringen hebben zichtbaar
gemaakt waar verdere professionalisering nodig is. De bevindingen van dit rapport
biedt hiervoor goede aanknopingspunten.
D. VWS slaagt er onvoldoende in regie te pakken op gegevensuitwisseling in het zorgveld.
Ik herken dat het voeren van regie in een complex veld zoals de zorg met vele zorgaanbieders,
zorg-ICT-leveranciers actief zijn een complexe opgave is. De afgelopen jaren is gebleken
dat vrijwillige samenwerking en overeenstemmingen alléén niet altijd voldoende is
om de noodzakelijke voortgang te realiseren.
Mijn voorganger heeft daarom in het Commissiedebat van 10 april 2025, waarin de commissie
aandrong op meer regie en versnelling vanuit VWS, aangegeven voorbereidingen te treffen
voor nationale verplichtingen die randvoorwaardelijk zijn voor de implementatie van
de EHDS-verordening. Deze verordening vergt belangrijke keuzes over de wijze waarop
nationale wet- en regelgeving met de verordening in overeenstemming wordt gebracht.
Gelet op de beperkte tijd om tot uitvoeringswetgeving te komen voordat de eerste bepalingen
van de verordening van toepassing zullen zijn en het feit dat de verordening zelf
ook in fasen van toepassing wordt, heb ik ervoor gekozen om de nationale wetgeving
in tranches te wijzigen via meerdere wetsvoorstellen. Tezamen zullen deze wetsvoorstellen
deze Stelselwet gegevensverwerking in de zorg gaan vormen.
Daarnaast zullen deze verplichtingen, zoals ik in de Kamerbrief van 20 mei jl.7 heb verwoord voor zorgaanbieders en zorg-ICT-leveranciers essentieel zijn om (i)
de ambities van de NVS op het gebied van databeschikbaarheid te realiseren en (ii)
te kunnen voldoen aan de verplichtingen voortvloeiend uit de EHDS. Daarbij blijft
het uitgangspunt dat publieke regie, duidelijke verantwoordelijkheden en werkbare
afspraken voor zorgaanbieders en ICT-leveranciers hand in hand moeten gaan. De Stelselwet,
waarvan de eerste tranche in consultatie is gegaan, biedt mogelijkheden om landelijke
afspraken beter te verankeren. Daarnaast werk ik aan aanvullende instrumenten en verplichtingen
die de naleving van afspraken ondersteunen en bijdragen aan een meer samenhangende
inrichting van gegevensuitwisseling in de zorg.
In lijn met de vorige conclusie onderken ik de veranderende regierol van VWS gedurende
de afgelopen jaren. In de eerdergenoemde Kamerbrief ben ik dieper ingegaan op verplichtingen
onder het GIS en wat dat vraagt van zorgaanbieders en hun ICT-leveranciers. Voor het
waarborgen van de zorgkwaliteit en de aansluiting op de EHDS is een goed functionerend
GIS als basisvoorziening noodzakelijk.
De EHDS gaat namelijk uit van een functionerend nationaal GIS, iets dat in Nederland
nog niet aan de orde is. De generieke functies vullen een deel van die lacune in.
Opvolging van de afzonderlijke adviezen
Het Ac-ICT geeft aan dat gerichte verbetering van de gegevensuitwisseling in de zorg
urgent blijft. Om de IZA-doelen alsnog te halen voor de onder de Wegiz geprioriteerde
gegevensuitwisselingen, adviseert het Adviescollege een drastisch andere aanpak die
rekening houdt met een breed scala aan factoren.
1. Beëindig alle IGF-activiteiten, met uitzondering van de onderdelen Dezi en Mitz
Zoals eerder aangegeven, beweegt het programma vanwege de fase waarin het verkeert,
van realisatie naar implementatie. Niet alle doelen van het programma zijn behaald,
maar tegelijkertijd zijn de resultaten nu wel voldoende om de volgende implementatiefase
te starten. De recentelijk succesvol afgeronde technische beproevingen en hackatons
hebben dat andermaal aangetoond.
Het huidige programma IGF wordt per 1 juli dit jaar dan ook beëindigd, omdat we per
1 juli 2026 de overstap maken naar beproevingen in en met het veld. Deze beproevingen
zullen de waarde van de generieke functies aantonen alsmede de wijze waarop implementatie
vormgegeven moet worden. Ten tijde van het onderzoek, zon concludeert het Adviescollege
terecht, dat dit bewijs nog ontbrak. Dit advies neem ik dan ook mee in het vervolg
voor toekomstige projecten en programma’s.
Met betrekking tot Dezi merk ik op dat ik uitkijk naar de parlementaire behandeling
van de Wet DIAZ, waarvan de plenaire behandeling gepland staat in week 36. Ondertussen
worden al vervolgstappen gezet met aanvullende beproevingen in en met het veld. De
Dezi-pilot die eind 2025 met Ambulancediensten Witte Kruis is uitgevoerd, toont aan
dat veilig inloggen in de acute zorgpraktijk technisch goed werkt. De pilot heeft
ook positieve resultaten opgeleverd ten aanzien van de technische haalbaarheid en
gebruikerservaring.
Specifiek voor Mitz geldt dat de implementatie al wordt uitgevoerd door de Vereniging
van Zorgaanbieders voor zorgcommunicatie (VzVz), samen met zorgaanbieders en zorg-ICT-leveranciers.
Vanuit mijn ministerie monitor ik de voortgang van de implementatie en stel ik vanuit
mijn regierol (aanvullende) eisen aan de kwaliteit op het gebied van security, privacybescherming,
beschikbaarheid en bruikbaarheid.
2. Verbeter gegevensuitwisseling door stapsgewijs concrete belemmeringen weg te nemen
in plaats van generieke oplossingen te ontwikkelen.
Deze aanbeveling sluit aan bij een ontwikkeling die de afgelopen periode reeds is
ingezet. De afgelopen maanden werkte het programma IGF met de afronding van succesvolle
beproevingen en met focus op de Wegiz-uitwisselingen. Als ministerie werken we met
zogenoemde «tranches»8, waarin we samen met de Wegiz-gegevensuitwisselingen en de andere aanpalende dossiers
binnen het landelijk dekkend netwerk kijken wat er nodig is om direct meerwaarde te
bieden voor deze uitwisselingen in de dagelijkse zorgpraktijk. Dit levert kort-cyclisch
concrete resultaten op voor die uitwisselingen, zonder het risico te lopen op puntoplossingen.
De gedachte achter de introductie van generieke functies is immers standaardisatie
voor zorgbreed gebruik. Met de adviezen uit dit rapport voel ik mij gesterkt om deze
aanpak verder te intensiveren.
3. Maak Wegiz-programma’s verantwoordelijk om samen met veldpartijen sturing te geven
aan het wegnemen van de concrete belemmeringen
In de eerdergenoemde tranche-aanpak kiezen we, geheel in lijn met de aanbeveling van
het Adviescollege, voor een aanpak gericht op het vinden van deeloplossingen. Voor
die Wegiz-gegevensuitwisseling waar het opdrachtgeverschap nog onvoldoende opgepakt
is wordt binnen VWS de opdrachtgever per Wegiz-uitwisseling bepaald. Ik ben met het
adviescollege eens dat het beleggen van opdrachtgeverschap en daarmee de sturing beter
georganiseerd moet worden. Tegelijkertijd onderzoeken we hoe andere bestaande overleg-
en besluitvormingsstructuren doelmatiger kunnen worden ingericht. Hiermee bevorderen
we een effectieve samenwerking
4. Verbeter de uitvoering en coördinatie van projecten binnen DI/CIO
Ik omarm dit advies. We zetten stappen naar het verder professionaliseren van het
project-, programma- en portfoliomanagement. Onderdeel hiervan is de ontwikkeling
van een periodiek strategisch portfolio-overleg waar de betrokken directies de prioritering,
coördinatie en uitvoering van VWS-programma’s voor de totstandkoming van het GIS gaan
bespreken. Het hebben van één GIS-stelselarchitectuur is belangrijk om te kunnen komen
tot een eenduidige prioritering en uitvoering. In september verwacht ik een eerste
versie van de GIS-architectuur in openbare consultatie te laten gaan.
5. Ga door met het ontwikkelen van juridische instrumenten om regie te voeren
Zoals in een eerdere brief aan uw Kamer gemeld, zet ik met de stelselwet GIS9 die onlangs in consultatie is gegaan een grote stap om zowel regie te voeren, als
om afspraken wettelijk te verankeren. In de aanloop naar deze wetgeving bouw ik, gesteund
vanuit de bestuurlijke ambities10, door aan het GIS. Dit betekent dat ik keuzes zal maken vanuit consent in plaats
van consensus. Hierdoor ontstaat meer standaardisatie in plaats van kostbare, niet-interoperabele
maatwerkoplossingen. Hiermee wordt tevens bijgedragen aan het voldoen aan de Wegiz-
en EHDS-tijdlijnen, meer patiëntveiligheid, het vergroten van werkplezier in de zorg
onder andere door het verminderen van administratieve lasten. Bij de complexe en omvangrijke
transformatie die de zorg op dit terrein doormaakt hoort ook het afscheid nemen van
bestaande ICT-oplossingen. In sommige gevallen zal verdere standaardisatie ertoe leiden
dat bestaande oplossingen moeten worden aangepast of uitgefaseerd. Met de totstandkoming
van het GIS maak ik de kanteling van een louter marktgedreven model naar een stelsel
onder publieke regie, met verplichte naleving van uniforme aansluitvoorwaarden en
landelijke afspraken.
Dit jaar worden de resultaten zichtbaar van de eerste doelstellingen uit de NVS. Dit
is een goed moment om terug te kijken op de afgelopen jaren waarin de regierol van
VWS zich heeft ontwikkeld, welke wensen er ten aanzien van deze regierol bestaan en
hoe de samenwerking met het veld het best kan worden ingericht. Het advies van Ac-ICT
geeft mij heldere handreikingen voor deze reflectie op de rol en aanpak van VWS en
de andere (veld)partijen. Ik wil daarom na het zomerreces vanuit mijn ministerie het
gesprek aangaan met het veld om de ervaringen vanuit de afgelopen periode op te halen
en de aanpak te evalueren. Dit advies van Ac-ICT zal daarmee bijdragen aan het doel
waar we voor staan; VWS samen met de betrokken veldpartijen.
Tot slot
Ter afsluiting spreek ik nogmaals mijn waardering uit voor het onderzoek van het Adviescollege.
Ik bedank de onderzoekers voor hun inzet en samenwerking. Ik heb er alle vertrouwen
in dat de waardevolle adviezen van het Adviescollege en de manier waarin deze door
VWS worden opgevolgd, leiden tot realisatie van een het landelijk dekkend netwerk
voor gegevensuitwisseling en databeschikbaarheid in de zorg waarbinnen specifiek de
generieke functies bijdragen aan een veilige beschikbaarheid van data.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Indieners
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport