Brief regering : Jaarbericht Openbaar Ministerie 2025
28 844 Integriteitsbeleid openbaar bestuur en politie
Nr. 305
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 juni 2026
Ieder jaar publiceert het Openbaar Ministerie een jaarbericht over het afgelopen jaar.
Hierbij stuur ik u het jaarbericht over 2025, mede namens de Staatssecretaris van
Justitie en Veiligheid, toe. In het jaarbericht legt het Openbaar Ministerie verantwoording
af aan de Nederlandse samenleving over de inzet, prestaties en resultaten. Hieronder
licht ik enkele belangrijke ontwikkelingen toe.
Ontwikkeling soorten strafzaken
Het aantal nieuwe zaken dat het OM in 2025 registreerde betreft 171.100. Dit is een
daling van 15% ten opzichte van 2024, die in ieder geval deels kan worden verklaard
door de ICT-inbreuk waarmee het OM in 2025 werd geconfronteerd. Door deze verstoring
moest het OM zijn ICT-systemen offline halen, waardoor het OM gedurende ruim twee
maanden zijn werk op basis van noodprocessen heeft verricht en veelal handmatig1. De hierdoor ontstane achterstanden zijn inmiddels vrijwel volledig ingelopen.
Verder is – overeenkomstig het beeld in het vorige jaarbericht – nog steeds sprake
van een relatief hoog aantal rijden-onder-invloedzaken en een relatief laag aantal
interventiezaken (veelvoorkomende criminaliteit, zoals diefstal en oplichting). Bij
rijden-onder-invloedzaken gaat het in steeds meer gevallen om rijden onder invloed
van drugs (al dan niet in combinatie met alcohol). Het aantal bestuurders dat wordt
gepakt voor rijden onder invloed van drugs neemt sinds de invoering van de speekseltester
in 2017, ieder jaar toe. De speekseltester wordt, naast de psychomotorische test2, door de politie als preselectiemiddel ingezet om een indicatie van drugsgebruik
vast te stellen.
Het OM signaleert dat het aantal jeugdige verdachten zowel in absolute als relatieve
zin toeneemt. Ook constateert het OM net als in het vorige jaarbericht een stijging
van het aantal jeugdige verdachten in onderzoekszaken (zwaardere misdrijven zoals
bedreiging, overvallen en wapenbezit). In 2024 was een sprake van een toename van
14 procent ten opzichte van 2023 en in 2025 was sprake van een toename van 5 procent
ten opzichte van 2024. De Staatssecretaris van JenV volgt de ontwikkelingen in de
jeugdcriminaliteit nauwgezet door middel van de Monitor Jeugdcriminaliteit, waarin
de verdachtencijfers van de politie, justitiecijfers over jeugdige daders en zelfrapportagegegevens
met elkaar worden vergeleken.
De verdachtencijfers op basis van de politieregistraties van het CBS laten over de
afgelopen vijf jaar een stabiel niveau zien van het aantal minderjarige verdachten
van geweldscriminaliteit en een forse afname bij de jongvolwassenen. Dat het OM tegelijkertijd
een toenemende instroom registreert kan verschillende oorzaken hebben. Registratie-effecten
kunnen hierbij een rol spelen, zoals doorlooptijd tussen politieregistratie en OM-instroom.
De relatieve toename van het aantal jeugdige verdachten dat strafrechtelijk wordt
afgedaan kan ook betekenen dat gepleegde misdrijven door jeugdigen gemiddeld zwaarder
worden en om die reden minder buitenstrafrechtelijk worden afgedaan. Dit zou een zorgwekkende
ontwikkeling zijn. Of dat ook echt zo is moet blijken uit de cijfers over jeugdige
veroordelingen. Eind van dit jaar verschijnt een nieuwe Monitor Jeugdcriminaliteit
waarin onder meer cijfers over jeugdig daderschap tot en met 2025 worden gepubliceerd.
Daarin zal ook aandacht zijn voor de ontwikkeling ten aanzien van de zwaardere misdrijven.
Deze en andere ontwikkelingen kunnen aanleiding vormen tot gerichte beleidsinzet.
De Staatssecretaris zal uw Kamer eind dit jaar over de uitkomsten van de monitor informeren.
Op het gebied van de doorlooptijden voor de verschillende soorten strafzaken zijn
de resultaten wisselend en is geen duidelijke verbetering waarneembaar. Hierbij speelde
de ICT-inbreuk een rol, maar ook de schaarse capaciteit in de strafrechtketen zoals
beperkte zittingsruimte bij rechtbanken. Het OM blijft zich echter inzetten op de
verbetering van de doorlooptijden.
In het jaarbericht licht het OM toe in overleg met de politie te zijn om het zaaksaanbod
meer te laten aansluiten bij het criminaliteitsbeeld. Dit betekent bijvoorbeeld dat
het OM meer zaken van de politie wilt ontvangen op het gebied van online criminaliteit.
Op dit moment ontvangt het OM nog onvoldoende zaken op dit gebied als dit wordt afgezet
tegen de totale online criminaliteit. Het oppakken van meer zaken op het gebied van
online criminaliteit betekent dat op sommige andere terreinen minder capaciteit zal
worden ingezet. De afspraken met de politie zullen naar verwachting in 2026 leiden
tot aanpassing van de Aanwijzing voor de opsporing. In deze aanwijzing is het afwegingskader
opgenomen dat wordt gehanteerd bij het maken van de keuze om wel of niet beperkt beschikbare
opsporingscapaciteit in te zetten bij verschillende strafbare feiten.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid