Brief regering : Nationale handelingskostenvergoeding
31 934 Douane
Nr. 113
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Sinds de opkomst van online platformen is het aantal e-commercezendingen naar de Europese
Unie explosief toegenomen. Nederland is een lidstaat waar veel e-commercezendingen
de Unie binnenkomen. De massale stroom aan e-commercezendingen brengt grote uitdagingen
met zich mee op het gebied van douaneafhandeling, naleving van productveiligheidseisen
en fiscale handhaving.
Nederland heeft zich altijd voorstander getoond van de invoering van een Europese
handelingskostenvergoeding ter dekking van de additionele kosten voor toezicht op
de stroom e-commercegoederen. Tegelijkertijd zijn vorig jaar voorbereidingen gestart
voor een mogelijke invoering van een nationale handelingskostenvergoeding mochten
Frankrijk, België en Luxemburg – vooruitlopend op de Europese variant – een nationale
handelingskostenvergoeding invoeren. De motie Grinwis heeft het kabinet ook daartoe
opgeroepen.1 Door in Nederland een nationale handelingskostenvergoeding in te voeren, en dus de
genoemde landen te volgen, zouden waterbedeffecten richting Nederland moeten worden
voorkomen.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over het besluit om de nationale handelingskostenvergoeding
voor e-commercezendingen niet in te voeren. Dit besluit is ingegeven door een aantal
verschillende ontwikkelingen die ik hieronder kort zal toelichten.
Omringende landen
Zoals uw Kamer weet, is van de omringende landen alleen Frankrijk daadwerkelijk overgegaan
tot invoering van een nationale handelingskostenvergoeding, per 1 maart 2026.2 De impact van deze Franse maatregel op pakketstromen richting Nederland wordt door
de Douane nauwlettend gevolgd. Sinds de invoering van de Franse handelingskostenvergoeding
is er een duidelijke stijging waargenomen in de e-commercestroom die binnenkomt via
Nederland. Deze stijging heeft het kabinet niet voldoende aanleiding gegeven om een
nationale handelingskostenvergoeding in Nederland te overwegen.3
Europese maatregelen
In mijn brief van 21 april jongstleden,4 is aangegeven dat het kabinet verheugd is over het recent bereikte politieke akkoord
over het nieuwe Douane Wetboek van de Unie (nDWU). In het nDWU wordt ingezet op een
modern kader voor e-commerce, onder andere door de invoering van een Europese handelingskostenvergoeding
(de zogeheten Union Handling Fee) per 1 november 2026. Daarnaast is in december 2025
besloten de Europese vrijstelling van invoerrechten voor goederen tot en met € 150
(de zogenoemde de-minimisregeling) versneld af te schaffen en een tijdelijk vast tarief
van € 3 per productgroep in te voeren per 1 juli 2026. Naar verwachting zullen de
verschillende maatregelen uit het nDWU en de afschaffing van de de-minimisregeling
ertoe leiden dat de e-commercestroom voor de Douane beter beheersbaar wordt en de
bijbehorende kosten worden gedekt.
De motie Grinwis was erop gericht om de grote stroom aan e-commercegoederen beter
controleerbaar te maken voor de Douane, en de daarmee samenhangende kosten te dekken.
De genoemde Europese ontwikkelingen leiden tot nieuw uit te voeren fiscale taken voor
de Douane. Voor de implementatie en uitvoering hiervan, en voor de gewenste intensivering
in het markttoezicht, is bij Voorjaarsnota 2026 structureel € 100 miljoen per jaar
beschikbaar gesteld. Daarmee kan het toezicht op de e-commercestroom door de Douane
en de marktoezichthouders worden versterkt. Ik beschouw de motie met de invoering
van een Europese handelingskostenvergoeding daarom ook als afgedaan.
Advies Raad van State (RvS)
Op 18 december 2025 is het advies over de wijziging van het Algemeen douanebesluit
in verband met de invoering van een nationale handelingskostenvergoeding voor e-commercezendingen
van de RvS ontvangen. De RvS erkende de urgentie om in te grijpen op de stroom aan
e-commerce, maar had ook een aantal bezwaren bij de invoering van een nationale oplossing.
Om die reden adviseerde de RvS pas op de plaats te maken en Europese oplossingen af
te wachten. Het nader rapport is bijgevoegd bij deze Kamerbrief.
Ik ben mij ervan bewust dat de mogelijke invoering van een nationale handelingskostenvergoeding
heeft geleid tot onzekerheden, ook voor het bedrijfsleven. Daarom heb ik de afgelopen
periode het bedrijfsleven zo goed mogelijk betrokken en geïnformeerd over de voortgang
van de besluitvorming. Ook in de komende periode, waarin de Europese maatregelen verder
worden uitgewerkt en in werken zullen treden, blijf ik streven naar heldere communicatie
en het nauw betrekken van alle betrokken partijen.
Tot slot, ik blijf de ontwikkelingen van de e-commercestroom op Europees en nationaal
niveau nauwgezet volgen en zal uw Kamer informeren indien nieuwe inzichten daartoe
aanleiding geven.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën