Brief regering : Voortgangsbrief kansspelen met contouren maatregelen
24 557 Kansspelen
Nr. 282
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 12 juni 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de contouren van de voorziene wetswijziging
voor kansspelen op afstand (online gokken). Hiermee geef ik ook aan hoe ik de in het
coalitieakkoord aangekondigde maatregelen rond kansspelen op afstand uitvoer. Daarnaast
deel ik de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade. Ook beschrijf ik de voortgang op de maatregelen
om illegaal aanbod en de deelname daaraan tegen te gaan. Bij deze uitwerking heb ik
de resultaten van diverse onderzoeken die het afgelopen jaar zijn uitgevoerd en de
aangenomen moties van uw Kamer op het gebied van (online) kansspelen betrokken.
De volgende documenten zijn als bijlage bij deze brief gevoegd:
1. Meerjarenagenda bescherming tegen gokschade;
2. Voortgangsrapportage van de Kansspelautoriteit (Ksa) over de Alliantie tegengaan illegaal
aanbod;
Aanleiding
Sinds de invoering van de Wet kansspelen op afstand (Wet koa) in 2021 is de bescherming
van mensen tegen de risico’s van online gokken in het geding gekomen. In het bijzonder
de bescherming van minderjarigen en jongvolwassenen. Meer mensen zijn online gaan
gokken en ook het aantal mensen met risicovol gokgedrag stijgt. De meest recente cijfers
uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem (LADIS) laten zien dat het aantal
mensen in behandeling voor een gokverslaving in 2025 weer gestegen is.1 Dit moet echt anders. Het kabinet wil mensen, zowel spelers als niet-spelers, beter
beschermen tegen de risico’s van gokken, in het bijzonder online gokken. Daarbij is
specifiek aandacht voor minderjarigen en jongvolwassenen. Zij zijn zeer vatbaar voor
de risico’s van gokken en hebben daarom meer bescherming nodig. In lijn met het coalitieakkoord
wil ik de zorgplicht van online gokaanbieders verstevigen, illegaal online gokaanbod
aanpakken en een reclameverbod invoeren voor online gokken. Daarnaast onderzoek ik
of met het beperken van het aantal vergunningen voor online aanbieders extra bescherming
kan worden geboden.
Met het voorgaande werkt het kabinet ook verder aan de koers die is uitgezet in de
Kamerbrief van 14 februari 2025.2 In deze brief is uw Kamer geïnformeerd over de nieuwe visie op kansspelen en zijn
maatregelen aangekondigd rond online kansspelen die vragen om wijziging van wet- en
regelgeving. Centraal in de nieuwe visie staat de bescherming van mensen tegen gokschade,
zoals verslavings- en schuldenproblematiek.3 In de nieuwe visie is veilig en verantwoord vergund gokaanbod met een hoog beschermingsniveau
van groot belang. Welk beschermingsniveau nodig is, is afhankelijk van het risico
van het betreffende spel en de kwetsbaarheid van een persoon. Daarnaast is voor betere
bescherming nodig dat deelname aan illegale kansspelen zoveel mogelijk wordt verhinderd
en illegaal aanbod gericht op Nederland wordt bestreden. Ook kansspelgerelateerde
criminaliteit, zoals witwassen via (online) kansspelen, moet worden tegengegaan. In
deze brief beschrijf ik de richtinggevende keuzes die ik heb gemaakt in maatregelen
zoals aangekondigd in het coalitieakkoord en brief van 14 februari 2025.
Uitsluitend aanpassing van wet- en regelgeving is echter niet voldoende om mensen
te beschermen. Het voorkomen van gokschade vraagt om een brede aanpak waarbij langdurig
wordt ingezet op meer preventieve maatregelen. Daarom heb ik de meerjarenagenda bescherming
tegen gokschade opgesteld. Hierin staan strategische doelen hoe te komen tot een daling
van gokschade in Nederland en welke inzet hiervoor de komende jaren nodig is. Daarnaast
is een stevige aanpak van het illegaal aanbod en deelname daaraan noodzakelijk, omdat
bij illegaal gokken geen sprake is van bescherming en de kans op gokschade daarmee
veel groter is. Deze aanpak bestaat niet alleen uit aanvullende wettelijke instrumenten,
maar ook uit optimale inzet van de instrumenten die reeds bestaan.
De principes en doelen van nieuwe visie op kansspelen evenals de meerjarenagenda bescherming
betreffen het hele kansspelbeleid. Zij gelden dus ook ten aanzien van landgebonden
kansspelen. Het recent met uw Kamer gedeelde onderzoek naar de risico’s op gokschade
bij kansspelen laat zien dat ook een aantal landgebonden kansspelen hoge risico’s
kennen.4 Bij online kansspelen is het verbeteren van de bescherming tegen gokschade en het
tegengaan van (deelname aan) illegaal aanbod echter het meest urgent. Ten eerste omdat
dit de meest risicovolle kansspelen zijn en ten tweede omdat voornoemd onderzoek laat
zien dat relatief veel mensen met problematisch gokgedrag online gokken. Daarom ligt
mijn focus in de eerste plaats op het gebied van wetgeving ter verbetering van de
bescherming bij online kansspelen, in het bijzonder voor kwetsbare groepen zoals jongvolwassenen.
In deze brief ga ik in op de stappen die hierin zijn en worden gezet.
1. Contouren wijziging wet- en regelgeving kansspelen op afstand
Uit de monitoringsrapportage van april 2026 van de Ksa blijkt dat de reeds doorgevoerde
aanpassingen van lagere regelgeving voor kansspelen op afstand een blijvend positief
effect hebben op de bescherming van spelers binnen het gereguleerde aanbod.5 Spelers geven gemiddeld significant minder geld uit aan online gokken. Ook is reclame
sinds de invoering van het verbod op ongerichte reclame voor online gokken verdwenen
uit de publieke ruimte en maken vergunde aanbieders sinds 2025 veel minder reclame
op internet. De rapportage laat zien dat jongvolwassenen relatief veel accounts hebben.
Tevens blijkt dat ze in verhouding tot andere spelers korter spelen en dat hun gemiddelde
verliezen aanzienlijk lager liggen. Verder laat de rapportage zien dat het aantal
spelersaccounts is toegenomen, terwijl het aantal spelers niet toeneemt. Zoals ik
in mijn brief van 17 april 2026 heb aangegeven wijst dit er mogelijk op dat een deel
van de spelers probeert de speellimieten per account te omzeilen door meer accounts
te gebruiken.6
Met de reeds doorgevoerde maatregelen zijn binnen de huidige wettelijke context belangrijke
stappen gezet om betere bescherming tegen gokschade te bieden. Voor fundamentele(re)
wijzigingen en om toekomstgericht een stevige basis te kunnen bieden is wijziging
van de wet nodig. Het afgelopen jaar zijn in het kader van de aangekondigde wijzigingen
van wet- en regelgeving rond online kansspelen diverse onderzoeken uitgevoerd en analyses
gedaan en is gewerkt aan de uitwerking van beleidskompassen. Op basis daarvan heb
ik richtinggevende keuzes gemaakt voor de aanpassing van wet- en regelgeving. Hierna
beschrijf ik de door mij gemaakte keuzes en contouren voor de aangekondigde wijzigingen.
Aan het eind van deze paragraaf schets ik het verdere proces rond het wetgevingstraject.
a. Wijziging basisuitgangspunten Wet op de kansspelen
Als fundament voor alle wijzigingen wil ik in de eerste plaats de uitgangspunten en
doelstellingen van de Wet op de kansspelen (Wok) aanpassen conform de nieuwe visie
op kansspelen. Dit betekent dat hierin de bescherming van mensen voorop komt te staan
en de bescherming wordt verbreed naar bescherming tegen gokschade. Dit brengt mee
dat de vrijheid van spelers om alle keuzes zelf te maken en de vrijheid van aanbieders
om keuzes te maken in de bescherming en preventie worden beperkt.
Verschillende typen kansspelen kennen verschillende risico’s. Dit vraagt om risico-gebaseerde
bescherming, een uitgangspunt dat ik beter wil verankeren in wet- en regelgeving.
In dit kader is recent het onderzoek «Risico’s op gokschade: Een rangorde van gokproducten»
naar uw Kamer gestuurd.7 De risicoclassificatie zoals in het onderzoek wordt gepresenteerd, geeft inzicht
in de mate van risico op gokschade van verschillende typen kansspelen. Die classificatie
neem ik als uitgangspunt voor mijn risico-gebaseerde beleid. In dit kader bezie ik
tevens waar risicovolle elementen verboden zouden kunnen worden. Ik neem de bevindingen
uit het onderzoek daarin mee.
Bij de uitwerking van de aangekondigde beschermende maatregelen ligt mijn prioriteit
zoals gezegd bij online kansspelen in verband met de urgentie door de zorgelijke ontwikkelingen
bij kansspelen op afstand. Tegelijkertijd zie ik vanuit het uitgangspunt van risico-gebaseerde
bescherming vraagstukken met betrekking tot het landgebonden kansspelaanbod. Een voorbeeld
daarvan is de hoge risicoscore van speelautomaten in de horeca, waarvoor momenteel
minder beschermende maatregelen gelden dan voor vergelijkbare kansspelen. Nadat het
wetgevingstraject rond kansspelen op afstand is afgerond, buig ik mij over de eventuele
resterende vraagstukken met betrekking tot het landgebonden aanbod.
b. Nu geen verhoging minimumleeftijd voor de meest risicovolle kansspelen
In de brief van 14 februari 2025 heeft de Staatssecretaris Rechtsbescherming het voornemen
geuit de leeftijdsgrens voor deelname aan de meest risicovolle kansspelen te verhogen
naar 21 jaar. Ik steun de gedachte achter dit idee, maar ik zie ook significante risico’s.
Vanuit de doelstelling om mensen zo goed mogelijk te beschermen tegen gokschade kies
ik ervoor de aangekondigde verhoging van de minimumleeftijd nu niet door te zetten
en eerst volop in te zetten op verbetering van de bescherming bij het legale aanbod
en de aanpak van illegaal aanbod.
Een verhoging van de leeftijdsgrens is een ingrijpende interventie, waarvan het beschermend
effect onder de huidige omstandigheden onzeker is. Relatief veel jongvolwassenen gokken
online en er is een reëel risico dat een vergaande maatregel als leeftijdsverhoging
jongvolwassenen naar illegaal aanbod duwt.8 Dit is zorgelijk omdat bij illegaal gokken geen sprake is van bescherming, bewustwording
en doorgeleiding naar hulp en zorg. Gokschade bij illegaal aanbod is naar verwachting
groter dan bij legaal aanbod.9 Ik heb bij de afweging onder meer het onderzoeksrapport «Perspectief van Nederlanders
op kansspelen: meting 2025» betrokken.10 In het licht van de motie van de leden Dral en Wijen-Nass is in dit onderzoek de
vraag voorgelegd of verhoging van de leeftijdsgrens zal leiden tot uitwijk naar illegaal
aanbod.11 Uit het onderzoeksrapport blijkt in beginsel een groot draagvlak voor verhoging van
de leeftijdsgrens: 85% van de Nederlanders is voor deze verhoging. Ook onder jongeren
onder de 21 jaar is een meerderheid (78%) hiervoor. Desondanks blijkt ook uit dit
onderzoek dat er een reëel risico bestaat op schade door de kans op uitwijk naar illegaal
aanbod. In het onderzoek geeft 15% van de 21-minners die online spelen namelijk aan
bij een leeftijdsverhoging te gaan zoeken naar manieren om te blijven gokken en een
flink deel (19%) van de onlinespelers geeft aan dit niet te weten. Dit kan betekenen
dat meer dan een derde van de huidige jongvolwassen spelers straks illegaal gokt.
Ik vind dit een te groot risico.
In veel andere landen geldt overigens ook een minimumleeftijd van 18 jaar voor deelname
aan kansspelen. Een verhoging van de minimumleeftijd alleen in Nederland zou de samenwerking
met andere landen ten behoeve van betere bescherming en handhaving op illegaal aanbod
bemoeilijken. Tegelijkertijd laten bestaande maatregelen binnen het gereguleerde stelsel
nu al zichtbare verbeteringen zien en kunnen meer proportionele alternatieven ook
concrete en beter te borgen bescherming bieden. Mijn inzet is erop gericht om de bescherming
voor jongvolwassenen verder te verstevigen, in het bijzonder met een lage overkoepelende
stortingslimiet en activiteiten gericht op het tegengaan van normalisering van deelname
aan risicovolle kansspelen.
Op het moment dat de aanpak van illegaal aanbod succesvol is en daarmee de kans op
uitwijkgedrag gering, zal een leeftijdsverhoging opnieuw overwogen worden. Dan wordt
de effectiviteit en proportionaliteit van een leeftijdsverhoging opnieuw getoetst.
In de tussentijd blijf ik de deelname aan online kansspelen door 18- tot en met 20-jarigen
en het effect van de maatregelen nauwgezet monitoren. Ik zal uw Kamer hierover periodiek
informeren.
c. Overkoepelende stortingslimiet met draagkrachttoets
In de bijlage bij de brief van 14 februari 2025 waren reeds de contouren geschetst
van een overkoepelende stortingslimiet met draagkrachttoets voor online kansspelen.12 Alleen spelers die op basis van een financiële check voldoende draagkracht hebben,
zullen hun limiet kunnen verhogen boven de overkoepelende limiet. Het systeem zal
uitgaan van een centraal register, ontwikkeld en beheerd door de Ksa, waarin de overkoepelende
stortingslimiet van spelers wordt geregistreerd. Voor mij is daarbij uitgangspunt
dat een overkoepelende limiet moet voorkomen dat spelers binnen het legale aanbod
in korte tijd excessieve verliezen lijden die zij zich niet kunnen veroorloven. Bij
de nadere uitwerking van de overkoepelende limiet betrek ik de uitkomsten van verschillende
relevante onderzoeken.13 Daarbij merk ik op dat een overkoepelende limiet niet alle schade kan voorkomen en
dat het risico dat spelers uitwijken naar het illegale aanbod groter wordt wanneer
een grotere groep spelers een draagkrachttoets moet doorlopen. Deze overwegingen betrek
ik bij het bepalen van de hoogte van de limiet in lagere regelgeving.
De invulling van de draagkrachttoets zal ik uitwerken langs drie lijnen. Dit gaat
in eerste instantie om een controle of de speler onder curatele of bewind is gesteld.
Een tweede stap is het controleren of de speler een geregistreerde betalingsachterstand
heeft. Voor de betalingsachterstand denk ik in eerste instantie aan een controle bij
het Bureau Krediet Registratie (BKR) en onderzoek ik aanvullende mogelijkheden. Hiermee
geef ik ook invulling aan de motie van het lid Van Nispen c.s. om een BKR-toets uit
te voeren.14 Wanneer sprake is van één van deze registraties, wordt het verzoek tot verhoging
van de stortingslimiet afgewezen. In een derde stap wordt gekeken naar het maandelijks
inkomen van een speler en de noodzakelijke uitgaven. Ook het liquide vermogen van
een speler kan in bepaalde mate worden betrokken. Dit voorstel is in lijn met de aanbevelingen
uit het rapport van SIRA Consulting naar opties voor de invulling van de draagkrachttoets.15 Ik werk nu nader uit aan welke eisen een draagkrachttoets moet voldoen, wie deze
dient uit te voeren en welke kosten hieraan verbonden zijn. Ik hanteer hierbij als
uitgangspunten dat de toets bescherming biedt voor de speler, de inbreuk op de privacy
en persoonlijke levenssfeer zoveel mogelijk beperkt is en de toets onafhankelijk wordt
uitgevoerd van partijen met een belang in de uitkomst van de toets, zoals vergunninghouders.
d. Verbeteren Centraal register uitsluiting kansspelen (Cruks)
Inmiddels hebben meer dan 100.000 mensen in Nederland een Gokstop genomen door een
inschrijving in het Centraal register uitsluiting kansspelen (Cruks).16 Het register heeft daarmee een belangrijke rol in de bescherming tegen gokschade,
zowel voor mensen die zelf voor een Gokstop kiezen, als mensen die onvrijwillig in
het register geplaatst worden. Ik wil op zes punten de effectiviteit van Cruks verbeteren.
Ik ben gekomen tot deze maatregelen op basis van onderzoeken en gesprekken met belanghebbenden,
waaronder experts op het gebied van verslaving en gokschade, ervaringsdeskundigen,
online kansspelaanbieders, bewindvoerders, mentoren, schuldhulpverleners en de Ksa.
Op dit punt zet ik verdergaande stappen dan eerder aangekondigd in de brief van 14 februari
2025.
Allereerst wil ik bij de vrijwillige inschrijving de huidige keuze voor een termijn
tussen de 6 maanden en 99 jaar met automatische uitschrijving vervangen door een inschrijving
voor onbepaalde tijd zonder automatische uitschrijving. Dit stimuleert mensen een
langere Gokstop te nemen. Ook voorkomt dit dat een inschrijving in Cruks automatisch
beëindigd wordt, zoals nu het geval is. Daarnaast wil ik de huidige minimale termijn
van zes maanden voor het beëindigen van de vrijwillige Gokstop oprekken naar twaalf
maanden om meer ruimte te bieden aan structurele gedragsverandering. Door daarnaast
de mogelijkheid aan te bieden om de minimale uitschrijftermijn van dan twaalf maanden
tussentijds te verlengen, kunnen spelers zich langduriger beschermen tegen het risico
van terugval.
Ten tweede wil ik de drempels voor beëindiging van de vrijwillige Gokstop verhogen
door een wettelijke bedenktijd in te voeren bij uitschrijving en door spelers bij
inschrijving de optie aan te bieden om een naaste op te geven die op het moment van
verzoek tot beëindiging van de Gokstop een kennisgeving ontvangt. Hierdoor worden
spelers gestimuleerd bewustere en weloverwogen keuzes te maken ten aanzien van een
eventuele beëindiging van de Gokstop.
Als derde verbetering wil ik de inschrijftermijn van zes maanden bij de onvrijwillige
inschrijving oprekken naar twaalf maanden, omdat voor spelers met problematisch gokgedrag
meer tijd nodig is voor structurele gedragsverandering en het in gang zetten van verdere
hulp. Na afloop van deze langere inschrijftermijn wordt de Gokstop omgezet in een
vrijwillige inschrijving zonder automatische uitschrijving, met dezelfde voorwaarden
voor beëindiging van de Gokstop, om te voorkomen dat deze automatisch afloopt en een
extra drempel in te bouwen. De voorgaande maatregelen moeten ervoor zorgen dat de
inschrijving vergemakkelijkt wordt en de uitschrijving bemoeilijkt, waarbij de regie
in grote mate bij de inschrijver zelf blijft.
Als vierde wil ik de procedures voor de onvrijwillige inschrijving, door bijvoorbeeld
een naaste, effectiever en doelmatiger maken. Ik werk aan het verminderen van de belemmeringen
voor het vergaren van bewijs door de Ksa. Hiermee wil ik tegemoet komen aan de hoge
bewijslast van belanghebbenden bij een verzoek tot onvrijwillige inschrijving van
een derde. In bijzondere gevallen is urgente inschrijving door derden nodig. Ik kijk
daarvoor naar de mogelijkheden tot een verkorte inschrijvingsprocedure om in bepaalde
gevallen sneller en met minder juridische belemmeringen te kunnen ingrijpen wanneer
sprake is van signalen van zeer problematisch gokgedrag. Daarbij houd ik uiteraard
aandacht voor de rechten van de speler en de inbreuk die een Gokstop op de persoonlijke
levenssfeer maakt. Specifiek ten aanzien van bewindvoerders heeft de Ksa de afgelopen
maanden belangrijke stappen gezet in het verbeteren van de werkwijze voor aanvragen
vanuit bewindvoerders. Ik bekijk welke eventuele stappen hiernaast in wet- en regelgeving
nog nodig zijn om een versoepelde toetsing op basis van de onderbewindstelling mogelijk
te maken. Met het bovenstaande wil ik bereiken dat schade eerder en vaker wordt beperkt
en geef ik tevens invulling aan de motie-Mutluer/Tseggai om te onderzoeken hoe de
positie van bewindvoerders en mentoren bij inschrijving van hun cliënten in het Cruks
kan worden versterkt en de motie-Dral/Tseggai over het zorgen dat het aanmelden van
gokverslaafden door anderen goed mogelijk is.17
Ten vijfde wil ik de koppeling tussen hulpverlening en het nemen van een Gokstop verbeteren,
omdat gokproblematiek vaak complex en diepgeworteld is en een bredere aanpak vraagt
dan enkel het stoppen van de deelname aan kansspelen. Het nemen van een Gokstop is
voor veel spelers een goed moment om in gesprek te gaan over laagdrempelige hulp.
Ik wil mensen daarom zowel bij in- als uitschrijving in Cruks expliciet aanbieden
om gecontacteerd te worden vanuit hulpverlening. Ik onderzoek hoe dit kan worden ingericht.
Als zesde maatregel bekijk ik hoe voorkomen kan worden dat ingeschrevenen in Cruks
geconfronteerd worden met reclame- en wervingsactiviteiten.
Bij de verdere uitwerking van deze contouren zal ik steeds aandacht hebben voor de
balans tussen bescherming van de privacy van degene die een Gokstop neemt en het belang
van bescherming van degene voor risico’s op gokschade. Dit ter bescherming van de
persoonsgegevens en om de drempel voor vrijwillige inschrijving zo laag mogelijk te
houden. Ook zal ik hierbij rekening houden met de behoeften van zo veel mogelijk mensen.
Cruks wordt namelijk door verschillende typen mensen gebruikt, van niet-spelers tot
recreatieve en laagrisicospelers tot spelers die kampen met gokverslaving. Zij hebben
immers verschillende voorkeuren ten aanzien van inschrijftermijnen, anonimiteit en
hulp.
e. Reclameverbod
Na de opening van de markt voor online kansspelen hebben vergunde aanbieders intensief
en breed verspreid reclame gemaakt. Dit was aanleiding voor stevige beperkingen in
de toegestane wervings- en reclameactiviteiten (het rolmodellenverbod en het Besluit
ongerichte reclame kansspelen op afstand (Besluit orka))18. Zoals eerder in deze brief vermeld, is het zichtbare effect hiervan dat ongerichte
reclame voor online gokken is verdwenen van televisie, radio en uit het straatbeeld.
Ook het aantal reclames op internet is sterk gedaald, zo blijkt uit de recente monitoringsrapportage
van de Ksa.19 Desondanks zien nog steeds veel mensen reclame voor online gokken, ook mensen die
hier niet naar op zoek zijn.
De huidige wettelijke beperkingen blijken onvoldoende om bestaande spelers, met name
jongvolwassenen en andere kwetsbare spelers te beschermen.20 Daarom kies ik ervoor om reclame voor online kansspelen te verbieden. Dit is in lijn
met het coalitieakkoord en de door uw Kamer aangenomen motie.21 Onder reclame versta ik ook het aanbieden van bonussen, die ik meeneem in de uitwerking
van het verbod.22 Daarmee ga ik verder dan eerder met uw Kamer is gewisseld.
Met een verbod op reclame voor vergunde online gokaanbieders is naar verwachting echter
niet alle reclame voor online gokken verdwenen. Het is tot nu toe slechts beperkt
mogelijk om reclames van illegale goksites tegen te gaan en er moet rekening mee gehouden
worden dat dit ook met een versterkt wettelijk instrumentarium beperkt effectief blijft.
De Ksa signaleert dat verreweg de meeste reclame voor online gokken waar Nederlanders
mee geconfronteerd worden afkomstig is van illegale aanbieders. Zoals eerder genoemd
is bij illegaal gokken geen sprake van bescherming, bewustwording en doorgeleiding
naar hulp, en zorg. Naar verwachting is de gokschade bij illegaal aanbod groter dan
bij legaal aanbod.23 Om te waarborgen dat mensen die reeds geïnteresseerd zijn in online kansspelen niet
alsnog bij illegaal aanbod terechtkomen, voorzie ik daarom in zeer beperkte en strikt
begrensde uitzonderingen op het reclameverbod. Op basis van de huidige inzichten voorzie
ik op dit moment als enige uitzonderingen de reclame in de vorm van de eigen website
van de aanbieder en reclame bij resultaten van expliciete zoekopdrachten voor online
goksites. Met behulp van het beleidskompas zal dit nader onderzocht worden. Ook de
rol van affiliates wordt daarin meegenomen.24
f. Toezicht en handhaving vergunde aanbieders
De Ksa heeft het toezicht en de handhaving bij vergunde aanbieders van online kansspelen
de afgelopen jaren geïntensiveerd. De Ksa zet in op snelle interventies en gedragsverandering,
onder meer gebaseerd op advies van gedragsdeskundigen.25 Zo heeft de Ksa in 2025 normoverdragende gesprekken gevoerd en waarschuwingen gegeven
voor overtredingen van onder andere reclameregels waarna de overtreding is gestaakt.
Daarnaast heeft zij diverse boetes voor overtredingen opgelegd voor het niet-naleven
van de wettelijke verplichtingen op het gebied van onder andere de zorgplicht. Uit
de evaluatie van de Wet koa blijkt desalniettemin dat het instrumentarium van de Ksa
voor toezicht en handhaving bij vergunde aanbieders verbetering behoeft.
Dit betreft ten eerste instrumenten om inzicht te krijgen in de spelomgeving voor
verschillende spelersprofielen. In dit kader vraagt de motie van het lid Van Nispen
c.s. om het gebruik van valse identiteiten door de Ksa mogelijk te maken, als extra
middel voor controle bij kansspelaanbieders.26 Ik heb verkend of het mogelijk is om valse identiteiten in te richten voor de Ksa.
Uit deze verkenning is gebleken dat dit in het kader van het traject tot aanpassing
van de Wet koa niet haalbaar is. Om anoniem bij een vergunde online aanbieder in de
spelomgeving te kunnen komen, moet een volledige nieuwe identiteit gecreëerd worden,
inclusief burgerservicenummer. Het werken met dit soort valse identiteiten is op dit
moment voorbehouden aan politie en de inlichtingen- en veiligheidsdiensten en is omkleed
met strenge waarborgen. Het wordt ingezet ter bestrijding van zware criminaliteit
en/of bij een ernstige inbreuk op de rechtsorde en mag alleen ingezet worden wanneer
minder ingrijpende middelen niet toereikend zijn. Het inzetten van deze bevoegdheid
voor de Ksa kan de toetsen van proportionaliteit en subsidiariteit niet doorstaan.
Ik kan daarom niet op de gewenste wijze invulling geven aan de hiervoor genoemde motie.
Ik onderschrijf wel de noodzaak voor de Ksa om inzicht te hebben in de spelomgeving
voor verschillende spelersprofielen. Daarom onderzoek ik samen met de Ksa op welke
andere manieren de Ksa voldoende toezicht kan houden op de naleving van wet- en regelgeving
in de spelomgeving. Er wordt bijvoorbeeld nog onderzocht of er technische oplossingen
mogelijk zijn en of voldoende toezicht mogelijk is door een combinatie van instrumenten.
Daarnaast willen de Ksa en ik op dit punt samen optrekken met andere toezichthouders
die te maken hebben met online omgevingen. We willen met hen bezien of een andere
mogelijkheid gecreëerd kan worden waarmee toezichthouders anoniem in online omgevingen
kunnen inloggen, die wel de toets van proportionaliteit en subsidiariteit doorstaat.
Ten tweede heb ik bezien hoe de huidige bevoegdheden van de Ksa bij de constatering
van een overtreding door vergunde aanbieders kunnen worden verruimd. Wanneer de Ksa
een overtreding constateert, is het doel deze overtreding te doen stoppen. De bevoegdheden
die de Ksa daar momenteel voor heeft, zoals de last onder dwangsom, bereiken dit effect
niet altijd, dan wel niet snel genoeg. De overtreding duurt dan nog voort, met risico’s
op meer gokschade. Een effectieve methode om de overtreding direct te stoppen, totdat
de aanbieder de aanwijzing(en) van de Ksa opvolgt, is het tijdelijk schorsen van (een
deel van) de vergunning. Dat kan de Ksa momenteel echter alleen doen wanneer zij ernstige
vermoedens heeft dat er grond is om de vergunning in te trekken, hangende en met het
oog op het onderzoek naar de wenselijkheid om die vergunning in te trekken. Het is
daarmee een zeer zwaar middel dat de Ksa zeer terughoudend – en tot heden nooit –
inzet. Momenteel werk ik aan een zelfstandige schorsingsbevoegdheid voor de Ksa, die
zij afhankelijk van de geconstateerde overtreding kan inzetten zonder de vergunning
vervolgens ook in te hoeven trekken.
g. Handhaving bij illegaal aanbod
Hoe strenger gereguleerd het vergunde aanbod is, des te meer ook ingezet moet worden
op het tegengaan van illegaal aanbod en deelname daaraan. Op dit moment zijn er tienduizenden
illegale online goksites en apps actief in Nederland. De websites en apps zijn voor
Nederlanders (inclusief minderjarigen) gemakkelijk te bezoeken. Omdat het illegaal
aanbod zich niet houdt aan de beschermingsmaatregelen van de overheid is de kans op
gokschade hier groter dan in het vergunde aanbod. De illegale aanbieders zetten veelal
bewust in op het verleiden van kwetsbare groepen om bij hen te komen gokken. Dat doen
ze door veel ongerichte en misleidende reclame te maken, aantrekkelijke bonussen aan
te bieden, spelen zonder limiet mogelijk te maken en het ontbreken van een Cruks-toets.
Uit de recente monitoringsrapportages van de Ksa blijkt dat er op de illegale markt
inmiddels meer geld wordt besteed dan op de legale markt, terwijl slechts ongeveer
10% van het totale aantal spelers illegaal speelt.27
De aanpak hiervan is dan ook hard nodig. Tegengaan van illegaal aanbod is tegelijkertijd
lastig. De illegale aanbieders verschuilen zich vaak achter ingewikkelde constructies
met verschillende rechtspersonen en zijn gevestigd in landen waar geen rechtshulpverdragen
mee bestaan en naleving van regels daarmee moeilijk kan worden afgedwongen. Dit betekent
dat de traditionele bestuursrechtelijke instrumenten van boeteoplegging en last onder
dwangsom nauwelijks werken. Daarom werk ik in afstemming met de Ksa aan aanvullende
instrumenten en verbetering in bestaande instrumenten om illegale aanbieders beter
aan te kunnen pakken en om de infrastructuur te frustreren die deze aanbieders gebruiken.
Daarbij geef ik invulling aan verschillende moties op het gebied van de aanpak van
illegaal aanbod.28
Allereerst bezie ik hoe het illegaal aanbod ontoegankelijk kan worden gemaakt voor
mensen in Nederland. Ik wil voorkomen dat spelers vanuit Nederland websites van onvergund
kansspelaanbod kunnen bereiken. De inzet is dat de Ksa zo veel mogelijk websites,
zo efficiënt en effectief mogelijk aan kan pakken. De analyses tot nu toe hebben aangetoond
dat de werking van het internet hierbij uitdagingen oplevert. Er is sprake van veel
verschillende, veelal buitenlandse, partijen die tezamen bijdragen aan de werking
van het internet. Daarbij is er vaak sprake van alternatieven. Zo zou een hostingpartij
kunnen stoppen met het hosten van een illegale website, maar kan een andere hostingpartij
die snel en eenvoudig overnemen. Deze kenmerken maken dat het een kat-en-muisspel
zal blijven. Desalniettemin is de verwachting dat een aanzienlijk aantal mensen dat
nu illegaal gokt, overstapt naar het legaal aanbod wanneer het lukt de toegang te
beperken. Het is van belang om dit technisch duurzaam vorm te geven en dat de Ksa
snel kan handelen.
Daarnaast wil ik dat er duidelijke wettelijke normen zijn met betrekking tot alle
partijen die illegaal aanbod mede mogelijk maken, zodat de Ksa die partijen daarop
kan aanspreken. Ik pas hier waar nodig de wet op aan. Verschillende bedrijven en instellingen
leveren diensten aan vergunde en illegale kansspelaanbieders, waarmee zij dit aanbod
faciliteren. Te denken valt aan betaaldienstverleners, marketingpartijen en internetplatforms
zoals hostingbedrijven en internetserviceproviders. Op dit moment ervaart de Ksa dat
de wet vaak onvoldoende duidelijkheid verschaft over wat precies wordt verstaan onder
het faciliteren van illegaal aanbod.
h. Informatiedeling
In de brief van 14 februari 2025 heeft de Staatssecretaris Rechtsbescherming naar
aanleiding van de evaluatie van de Wet koa aangekondigd dat op het terrein van matchfixing
zal worden bekeken in hoeverre informatiedeling kan worden verbeterd binnen het beleidsterrein
van kansspelen en dat hiervoor de samenwerking zal worden gezocht met de nodige collega’s
waar het andere beleidsterreinen betreft. Op 18 december 2025 heeft de Ksa de Leidraad
«inzet op integriteit» gepubliceerd.29 Op basis van deze leidraad wordt het gemakkelijker om vanuit de vergunde kansspelaanbieders
informatie te delen over sportweddenschappen waar een vermoeden van matchfixing ontstaat
dat niet ook een vermoeden van witwassen oplevert. Daarmee is naar verwachting een
deel van het vraagstuk met betrekking tot informatiedeling over signalen van matchfixing
opgelost, namelijk met betrekking tot de weddenschappen zelf.
i. Onderzoek beperken vergunningen
Verder heb ik conform het coalitieakkoord een onderzoek uitgezet naar het beperken
van het aantal vergunningen voor online goksites. Hierbij zal worden gekeken naar
de voor- en nadelen van verschillende vormen van marktordening. Onderdeel daarvan
is te bezien in welke mate beperking van het aantal vergunningen bijdraagt aan betere
bescherming. Ik streef ernaar dat dit onderzoek in de eerste helft 2027 kan worden
afgerond. De resultaten van dit onderzoek verwerk ik vervolgens in een beleidskompas
waarna ik uw Kamer zal informeren over vervolgstappen en in hoeverre dit nog kan worden
betrokken bij het huidige wetgevingstraject.
Verdere proces wetgevingstraject Kansspelen op afstand
Met het voorgaande heb ik voor de meeste maatregelen richtinggevende keuzes gemaakt
voor de aanpassing van wet- en regelgeving. Voor twee voorgenomen wijzigingen in de
wet geldt dat er nog een aantal stappen moeten worden gezet voordat ik hierin de koers
kan bepalen. Allereerst geldt dit voor de aangekondigde maatregel rond het aanscherpen
van de zorgplicht. Begin dit jaar is het Expertisecentrum Gokken van het Trimbos-Instituut
een expertgroep met nationale en internationale deskundigen gestart om aankomende
zomer aanbevelingen te doen over hoe de zorgplicht zou moeten worden aangescherpt.
Zoals ook genoemd in de Kamerbrief van 3 juli 2025, buigen zij zich met voorrang over
mogelijke fundamentele wijzigingen van de zorgplicht, zodat deze indien nodig mee
kunnen worden genomen in het wetgevingstraject.30 Ten tweede onderzoek ik in het kader van de aangekondigde maatregel die ziet op het
toegankelijk maken van data voor onderzoek hoe een goede grondslag voor het gebruik
van data uit de controledatabank (CDB) bij de Ksa voor onderzoeksdoeleinden kan worden
gecreëerd. Ook gaat het om het gepseudonimiseerd kunnen verkrijgen van data voor wetenschappelijk
onderzoek om op deze wijze spelers over de aanbieders heen te kunnen volgen. In opdracht
van het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) is geïnventariseerd wat
de behoefte is aan data over speelgedrag bij kansspelen op spelersniveau voor onderzoek
met maatschappelijk en/of wetenschappelijk doel. Ook wordt onderzocht of momenteel
in deze behoefte wordt voorzien en zo niet, wat daarvoor de belangrijkste knelpunten
zijn, hoe deze kunnen worden aangepakt.31 De oplossingsrichtingen die uit dit onderzoek naar voren komen en de mogelijk daaraan
verbonden kosten werk ik verder uit en neem ik mee in het wetsvoorstel.
Daarnaast wordt nog bezien in hoeverre de nieuwe bepalingen voor kansspelen ook moeten
gelden voor Caribisch Nederland. De doelstellingen voor het kansspelbeleid gelden
voor heel Nederland: Europees en Caribisch Nederland. Voordat ik keuzes maak met betrekking
tot wetgeving in Caribisch Nederland, is het belangrijk om de situatie en eventuele
problematiek in Caribisch Nederland in kaart te brengen. Ik laat dit jaar onderzoek
doen naar kansspeldeelname en kansspelaanbod in Caribisch Nederland.
Bij de uitwerking van de verschillende maatregelen wordt elke maatregel gewogen op
proportionaliteit, subsidiariteit, doelmatigheid en doeltreffendheid. Uiteindelijk
zullen de effecten van het gehele pakket aan maatregelen moeten worden gewogen. Onderdeel
daarvan is dat uitvoeringsanalyses en uitvoeringstoetsen worden gedaan, evenals privacyimpactassessments
en lastendruk- en regeldrukmetingen worden uitgevoerd. Daarnaast is van belang dat
een balans wordt gevonden in het verbeteren van de bescherming van mensen binnen het
legale aanbod en het tegengaan van toestroom naar illegaal aanbod. Daarmee wordt een
zo groot mogelijke bescherming tegen gokschade geboden en wordt criminaliteit zo veel
mogelijk tegengegaan. De implementatie van voorgenomen wijzigingen heeft mogelijk
ook financiële gevolgen. Deze zal ik in de loop van de verdere uitwerking in kaart
brengen met behulp van uitvoeringstoetsen en lastenmetingen. De financiële gevolgen
voor de Ksa worden gedekt binnen de begroting van Ksa en zo nodig door het Ministerie
van Justitie en Veiligheid.
Eerder is met uw Kamer het streven gedeeld om het wetsvoorstel tot wijziging van de
Wok eind 2026 in consultatie te geven. Gelet op de omvang van de wijzigingen en de
benodigde zorgvuldigheid van dit traject houd ik er rekening mee dat dit in 2027 gebeurt.
Het kabinet hecht groot belang aan het beter beschermen van mensen tegen gokschade
en zet zich in om zo snel mogelijk te komen tot goede wet- en regelgeving.
2. Bredere aanpak: Meerjarenagenda bescherming tegen gokschade
Uitsluitend aanpassing van wet- en regelgeving is niet voldoende om mensen te beschermen
tegen gokschade. Effectieve bescherming vraagt om een brede aanpak die ook meer preventieve
maatregelen bevat, zowel voor landgebonden als online kansspelen. In dat kader hebben
diverse partijen de afgelopen jaren binnen de werkagenda Verslavingspreventie Kansspelen
2024 belangrijke stappen gezet om (potentiële) spelers beter te beschermen tegen de
risico’s van kansspelen.32 Zo is het Expertisecentrum Gokken opgericht binnen het Trimbos-instituut en zijn
verschillende preventieve initiatieven uitgevoerd, waaronder voorlichtingsactiviteiten
en -campagnes, onderzoeken en de ontwikkeling en lancering van het platform OpenOverGokken.33 Het voorgaande wordt gefinancierd vanuit het Verslavingspreventiefonds dat onder
beheer staat van de Ksa.
Om te komen tot duurzame, effectieve bescherming van mensen tegen gokschade is een
langetermijnstrategie nodig die niet alleen ziet op het voorkomen van gokverslaving,
maar is gericht op het breder voorkomen van gokschade. Het Expertisecentrum Gokken
legt op basis van wetenschappelijke (internationale) literatuur het begrip gokschade
als volgt uit34:
Gokschade is de negatieve gevolgen van gokken voor mensen, gezinnen en de maatschappij.
Deze negatieve gevolgen kunnen optreden op verschillende gebieden, zoals financiën,
gezondheid en relaties. Soms is gokschade tijdelijk. Maar het kan ook blijvend zijn,
zelfs nadat iemand is gestopt met gokken. In sommige gevallen raakt gokschade zelfs
meerdere generaties.
Ik omarm deze definitie en zet in op het voorkomen van gokschade op deze gebieden
voor alle mensen. Daarbij heb ik steeds nadrukkelijk aandacht voor kwetsbare personen,
waaronder minderjarigen en jongvolwassenen.
In samenwerking met het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Ksa
en na gesprekken met verschillende stakeholders die betrokken zijn bij (het voorkomen
van) gokschade, heb ik strategische doelen vastgesteld om te komen tot effectieve,
duurzame bescherming tegen gokschade. In de meerjarenagenda die als bijlage bij deze
brief is gevoegd, beschrijf ik per strategisch doel de inzet voor de komende vijf
jaren (2026–2030). Met de volgende vijf strategische doelen streef ik naar een structurele
daling van de omvang van gokschade in Nederland:
1. Meer bewustzijn bij mensen die gokken (of dit overwegen) en hun omgeving over de risico’s
van gokken
Het verbeteren van de informatievoorziening over de risico’s van gokken. Gokken moet
niet worden gezien als een reguliere, onschuldige, tijdsbesteding. Normalisering van
deelname aan risicovolle kansspelen onder jongvolwassenen dient te worden tegengegaan.
2. Een veiliger gokaanbod en hoger beschermingsniveau
Het veiliger maken van de aangeboden gokproducten zelf en de omgeving waarin dit wordt
aangeboden. Het tegengaan van illegaal aanbod valt hier ook onder.
3. Tijdige signalering en effectiever ingrijpen bij (dreiging van) gokschade
Het eerder herkennen van (dreigende) gokproblemen door gokaanbieders, professionals,
spelers en hun naasten. Daarnaast ingrijpen bij risicovol gedrag, waaronder invulling
van de zorgplicht en hoe een speler zichzelf effectiever zou kunnen beschermen.
4. Betere doorgeleiding naar passende hulp en ondersteuning bij gokproblematiek
Tijdig passende hulp en ondersteuning is voor de speler en diens naasten bij gokschade.
5. Meer kennis over gokschade
Voortdurende kennisontwikkeling, kennisuitwisseling en toepassing van wetenschappelijke
kennis in de praktijk.
Bij de ontwikkeling van de meerjarenagenda en de bovengenoemde strategische doelen
heb ik gebruikgemaakt van de resultaten van verschillende recente onderzoeken rond
gokken en gokproblematiek. Uit deze onderzoeken blijkt bijvoorbeeld het belang van
het tegengaan van het stigma rond gokproblematiek, vroegsignalering, bekendheid van
hulp(organisaties) bij gokproblematiek en specifieke aandacht voor suïcidepreventie.
Deze onderwerpen zijn expliciet onderdeel van de meerjarenagenda. Relevant in het
kader van vroegsignalering is dat het afgelopen jaar een landelijk Samenwerkingsverband
Vroegsignalering Schade door Gokken is gestart dat zich de komende jaren inzet om
op lokaal niveau gokschade eerder te signaleren en verdere problemen te voorkomen.35 Daarnaast breidt de Ksa Gokstop uit met gratis blokkeersoftware voor zowel legale
als illegale goksites. Iedereen die dat wil kan hier naar verwachting vanaf de zomer
van 2026 gebruik van maken. Ook is bescherming tegen gokschade als onderwerp opgenomen
in de op 12 december 2025 aan uw Kamer toegestuurde Landelijke nota Gezondheidsbeleid
2025–2028.36 Het belang van inzet op bescherming tegen gokschade is daarmee ook op lokaal niveau
onder de aandacht gebracht.
Voor effectieve bescherming tegen gokschade is inzet nodig van alle partijen die invloed
op die bescherming kunnen uitoefenen. Van vergunninghouders tot preventiemedewerkers,
verslavings- en ervaringsdeskundigen en overheidsinstanties. Bescherming van mensen
tegen gokschade is immers een gedeelde verantwoordelijkheid van alle partijen die
invloed kunnen hebben op die bescherming.37 Vanuit de overheid zorg ik voor duidelijke regels en stimuleer ik dat alle belanghebbenden
in positie worden gebracht om verantwoordelijkheid te nemen. Het afgelopen jaar is
hierover vanuit mijn ministerie individueel gesproken met verschillende stakeholders
en ook gezamenlijk tijdens een bijeenkomst in december 2025. Onder meer om te bezien
of organisaties elkaar op bepaalde onderdelen kunnen versterken in het verbeteren
van de bescherming. Hieruit zijn een aantal thema’s naar voren gekomen waarop vanuit
het Ministerie van Justitie en Veiligheid verdiepende gesprekken zullen worden georganiseerd
met relevante stakeholders. Bijvoorbeeld hoe mensen met gokproblematiek effectiever
kunnen worden doorgeleid naar de juiste hulp en ondersteuning. Een ander voorbeeld
is hoe de samenwerking tussen professionals vanuit verschillende expertises, zoals
schuldhulpverlening, verslavingszorg en zelfmoordpreventie kan worden versterkt als
het gaat om gokproblematiek.
De bescherming van minderjarigen en jongvolwassenen is eveneens een belangrijk thema.
Veel jongeren komen al voor hun 18e in aanraking met gokken of andere risicovolle producten. Daarom trek ik op met andere
departementen om de verbinding te zoeken op het gebied van bijvoorbeeld online kinderrechten,
games en andere risicovolle producten zoals handel in cryptovaluta.
In het kader van de meerjarenagenda zal ik daarnaast regelmatig met relevante organisaties
spreken over de voortgang op de strategische doelen.
Met de genoemde doelstellingen streef ik naar een structurele daling van de omvang
van gokschade in Nederland. Er is nog geen meetinstrument beschikbaar om deze gokschade
te meten. Het Expertisecentrum Gokken ontwikkelt dit instrument momenteel en het is
naar verwachting eind 2026 gereed. Daarna stel ik tijdgebonden doelen met betrekking
tot de daling van gokschade. Na een eerste meting van gokschade bezie ik of het beleid
verder moet worden aangescherpt. Ook kijk ik naar en stuur ik op de indicatoren die
middels verschillende monitoringsrapportages worden gemeten, zoals het aantal en percentage
laag-, gemiddeld en hoogrisicospelers.
3. Aanpak illegaliteit
Voor effectieve bescherming is het tot slot noodzakelijk dat illegaal aanbod stevig
wordt aangepakt. Niet alleen met aanvullende wettelijke instrumenten, maar ook met
optimaal gebruik van de bestaande instrumenten en in samenwerking met partijen die
hierin kunnen helpen. Zo heeft de Ksa in het programma «Disconnect» uitvoerig het
gehele ecosysteem rondom een aanbieder van online kansspelen in kaart gebracht. Naast
partijen die een rol spelen in het betalingsverkeer, gaat dat bijvoorbeeld ook om
organisaties die bijdragen aan marketing en organisaties die bijdragen aan het functioneren
van de website. Daarom heeft de Ksa ten behoeve van de aanpak van het illegale aanbod
de Alliantie tegen illegale kansspelen opgericht. Dit is een samenwerkingsverband
tussen de Ksa en hiervoor genoemde partijen. Het doel van de samenwerking is om gezamenlijk
maatregelen te treffen om het illegaal aanbod en het faciliteren ervan tegen te gaan.38 In de bijlage bij deze brief ontvangt u een rapportage van de Ksa over de Alliantie.
Inmiddels hebben er drie bijeenkomsten van de Alliantie plaatsgevonden, laatstelijk
op 12 mei jl.
De rapportage laat zien dat de Alliantie in het afgelopen jaar een aantal successen
heeft geboekt. Zo melden de Ksa en alliantiepartners gezamenlijk illegale advertenties
bij Google. De Ksa ziet van augustus 2025 tot nu weinig tot geen advertenties voor
illegale kansspelen meer bij Google. Dit is een belangrijke stap om te voorkomen dat
mensen die interesse hebben in online kansspelen terechtkomen bij illegale aanbieders.
In het afgelopen half jaar is met name het aantal verwijderingsverzoeken voor illegale
content op Facebook en Instagram (Meta) flink opgeschaald. Zo heeft de Ksa tussen
1 en 15 mei al 15.000 verwijderingsverzoeken aan Meta gedaan. Ook zijn meldkanalen
ingericht bij een aantal betaaldienstverleners/creditcardmaatschappijen, waarbij zij
meldingen consequent opvolgen. Daarnaast is een succesvolle samenwerking opgestart
met Stichting Internet Domeinregistratie Nederland om illegale affiliatiewebsites
op het.nl-domein op zwart te zetten. Dit jaar zijn al ruim 200 illegale affiliatiewebsites
met een.nl-extensie onbereikbaar gemaakt. Ook hebben er verschillende werkgroepbijeenkomsten
onder de vlag van de Alliantie met zeven aanbieders van spelsoftware plaatsgevonden.
Deze aanbieders hebben spellen die ook op illegale sites stonden, daar geblokkeerd.
En hostingbedrijven worden op basis van de Digital Services Act aangeschreven om illegale
websites niet meer te hosten. Net als de Ksa zie ik de Alliantie als een waardevol
samenwerkingsverband met gebundelde en gedeelde expertise en inzichten om een vuist
te maken tegen de illegaliteit. De praktijk laat zien dat illegaal aanbod niet eenvoudig
aan te pakken is. Daarvoor is nodig dat alle beschikbare instrumenten structureel
en in samenwerking worden ingezet en deze worden versterkt met de in deze brief genoemde
nieuwe instrumenten.
Naast de intensivering die de Ksa heeft vormgegeven met Disconnect en de Alliantie,
kijk ik samen met de Ksa hoe illegale aanbod in internationaal verband effectiever
bestreden kan worden. Daarbij zet ik vooral in op betere samenwerking met landen binnen
Europa.
Slot
De eerder doorgevoerde maatregelen laten eerste verbeteringen zien in de bescherming
van mensen tegen gokschade. Deze bescherming moet echter nog vele malen beter, in
het bijzonder om te voorkomen dat kwetsbare groepen zoals minderjarigen en jongvolwassenen
door gokken in de problemen komen,
Met de voorgenomen maatregelen en wijziging van de wet- en regelgeving zet ik erop
in om gokschade binnen het vergunde aanbod zoveel mogelijk tegen te gaan en te voorkomen
dat mensen illegaal gokken zonder enige vorm van bescherming. Dit jaar werk ik de
maatregelen verder uit in de hier aangegeven richting. Ik wil in de eerste helft van
2027 de consultatieversie van het wetsvoorstel gereed hebben. Ik zal uw Kamer dan
ook informeren over de voortgang de meerjarenagenda bescherming tegen gokschade en
aanpak van illegaliteit. In de tussentijd blijf ik de ontwikkelingen rondom deelname
aan online kansspelen nauwlettend monitoren, zodat waar nodig tijdig kan worden bijgestuurd.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Ondertekenaars
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid