Brief regering : Beroep op artikel 2.27, lid twee van de Comptabiliteitswet inzake de suppletoire begroting van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII)
36 800 XII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (XII) voor het jaar 2026
Nr. 38
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
De Tweede Kamer heeft op 2 april jl. het wetsvoorstel ontvangen inzake de Wijziging
van de begrotingsstaten van het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat voor het
jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota) (Kamerstuk 36 915 XII).
Aan de Kamer is op 2 april ook een vertrouwelijke brief aangeboden met een toelichting
op een begrotingsmutatie die in dit wetsvoorstel opgenomen is (Kamerstuk 36 800 XII, nr. 32)
Hoewel parlementaire goedkeuring van deze eerste suppletoire begroting van IenW vóór
1 juli 2026 in de Tweede Kamer is voorzien, is gehele afronding van het wetgevingsproces
niet voor 1 juli voorzien, aangezien de Eerste Kamer het wetsvoorstel nog in behandeling
moet nemen.
Hierdoor ben ik genoodzaakt een beroep te doen op artikel 2.27, lid twee van de Comptabiliteitswet.
De Kamer wordt met een vertrouwelijke brief nader geïnformeerd over de reden1.
De informatie in deze brief dient vertrouwelijk te blijven in verband met lopende
contractonderhandelingen. Openbaarmaking schaadt de financiële belangen van de Staat.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Ondertekenaars
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat