Brief regering : Reacties op moties van het lid Kisteman c.s., ingediend tijdens het tweeminutendebat Raad voor Concurrentievermogen op 28 mei 2026, over het WK-voetbal (Kamerstuk 21501-30-698 en 699)
21 501-30 Raad voor Concurrentievermogen
Nr. 704
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Bij het tweeminutendebat Raad voor Concurrentievermogen op 28 mei 2026 zijn twee moties
ingediend over het WK-voetbal. De moties zijn tijdens het debat geapprecieerd door
de Minister van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Met deze brief geef ik, mede namens
de Minister van EZK, onze reactie op beide moties. Eerder zijn ook Kamervragen gesteld
over dit onderwerp.1
Vertoning wedstrijden WK-voetbal 2026 gratis maken
De motie-Kisteman c.s. verzoekt de regering om in samenwerking met de NOS het uitzenden
van een groot sportevenement als het WK-voetbal gratis te maken tot een evenement
met maximaal 5.000 bezoekers, en dit nog voor aanvang van het aankomende WK voetbal
te regelen.2 Eerder is ook verwezen naar de situatie in België waar geen licentie nodig zou zijn
voor het vertonen van wedstrijden aan groepen kleiner dan 5.000 personen. In het kader
van deze motie heb ik gesproken met mijn Vlaamse collega en is er contact geweest
met de NOS, Videma en de Vlaamse publieke omroep VRT. Daarnaast is de NOS in gesprek
met Koninklijke Horeca Nederland.
Voorop staat dat het kabinet het iedereen gunt om van het komende WK-voetbal te genieten.
Niets is leuker dan samen voetbal kijken en je favoriete team aan te moedigen. Of
dat nu in een stadion is, thuis voor de buis of samen in de kroeg. Samen voetbal kijken
zorgt voor saamhorigheid en verbinding. Actuele sportverslaggeving, waaronder internationale
evenementen, is een wettelijke taak van de NOS.3 Omdat de NOS als publieke omroep de rechten heeft verworven voor het uitzenden van
de wedstrijden van het WK-voetbal 2026 zijn er diverse wettelijke regels van toepassing,
naast de contractuele bepalingen met de FIFA. In de beantwoording van de Kamervragen
zijn die al nader toegelicht, maar het kabinet maakt van de gelegenheid gebruik om
dat nogmaals te doen.
Bij het WK-rechtenpakket van de NOS horen ook de rechten voor zogenoemde «public viewing».
De FIFA geeft in de Public Viewing Regulations (international version) duidelijke
regels mee die gelden voor de licentieverlening bij het organiseren van public viewings.4 De FIFA maakt in artikel 2 van de Regulations een onderscheid tussen commercial public viewing events, non-commercial public viewing events en special non-commercial viewing events.5 Van een commercieel public viewing event is sprake als er een directe of indirecte
toegangsprijs wordt gevraagd, als het evenement wordt gesponsord of als er op een
andere manier een commercieel voordeel kan worden behaald met het evenement. Een voorbeeld
van een evenement waar toegang wordt gevraagd, is het concert van De Toppers in de
Johan Cruyff Arena op zaterdag 20 juni 2026. Voorafgaand aan dat concert zal de wedstrijd
van het Nederlands elftal tegen Zweden worden vertoond. In dit geval dient de organisator
van dit commerciële evenement een licentie aan te vragen bij Videma tegen het zogenoemde
reguliere evenemententarief.
Een niet-commercieel public viewing event is volgens de FIFA een evenement dat wordt
georganiseerd puur vanuit niet-commerciële doeleinden. Daarbij wordt opgemerkt dat
bij horecagelegenheden waar het vertonen van sport onderdeel is van de reguliere bedrijfsvoering
dit door de FIFA als een niet-commercieel public viewing event wordt beschouwd zolang
er geen sprake is van aanvullende commerciële activiteiten zoals directe of indirecte
toegangsprijzen of sponsoractiviteiten. Dit komt overeen met de situatie in Nederland
waarbij horecagelegenheden die reeds beschikken over een zogenoemde doelgroepenlicentie
(voor het vertonen van televisiebeelden door het jaar heen) niet extra hoeven te betalen
voor het vertonen van de wedstrijden van het WK-voetbal. Dit betekent dat het WK voor
hen – en dit gaat om een groot deel van de Nederlandse horecagelegenheden – gratis
is om te vertonen, althans er zijn geen additionele kosten bovenop de doelgroepenlicentie.
Het plaatsen van een groot scherm door horeca-ondernemers op bijvoorbeeld een marktplein,
valt niet onder de reguliere horeca-bedrijfsvoering en kan daardoor niet als een niet-commercieel
public viewing event worden aangemerkt. Bovendien kunnen hiermee aanvullende commerciële
inkomsten worden verworven, bijvoorbeeld met de verkoop van eten en drinken. Zoals
ook toegelicht in de beantwoording van de Kamervragen geldt bij dergelijke events
sinds het EK van 2024 wel het verlaagde evenemententarief (als er geen toegang wordt
geheven).
Daarnaast is het dienstbaarheidsverbod uit de Mediawet 2008 van toepassing. Op grond
van het dienstbaarheidsverbod is het voor publieke omroepen verboden om bij te dragen
aan het behalen van een meer dan normale winst of een concurrentievoordeel door commerciële
partijen. Het dienstbaarheidsverbod is een uitwerking van het EU-verbod op ongeoorloofde
staatssteun. De Europese Commissie heeft in 2010 bij de afronding van de staatssteunzaak
over de financiering van de NPO aangegeven dat het dienstbaarheidsverbod belangrijk
is om te zorgen dat de financiering van de publieke omroep conform de staatssteunregels
verloopt en dat de publieke omroep zich marktconform gedraagt.6 Commerciële exploitatie van (sport)uitzendingen kan daarom niet kosteloos plaatsvinden.
Voor een licentie om buiten de huiselijke kring een wedstrijd te vertonen moet daarom
een marktconforme vergoeding gevraagd worden.
Tijdens het tweeminutendebat op 28 mei 2026 heeft de Minister van EZK deze motie namens
het kabinet ontraden. Gelet op het bovenstaande en gelet op de gesprekken met – en
tussen – de NOS, Videma en Koninklijke Horeca Nederland ziet het kabinet binnen het
huidige wettelijke kader (de Mediawet/Europese staatssteunregels) en de contractuele
context met FIFA geen juridische mogelijkheden om uitvoering te geven aan de motie
als die vraagt om het vertonen van wedstrijden van het WK-voetbal geheel gratis te
maken voor evenementen tot 5.000 bezoekers.
Situatie in Vlaanderen
Zoals hiervoor aangegeven heb ik naar aanleiding van de ingediende motie contact gezocht
met mijn collega van de Vlaamse regering en met de VRT. Anders dan bij de NOS in Nederland
bevat het rechtenpakket van de VRT niet de rechten voor public viewing. Dit betekent
dat organisatoren van public viewings in Vlaanderen zich zelf bij de FIFA dienen te
melden omtrent de geldende regels ten aanzien van public viewing en sponsoring. Wel
vraagt de VRT aan organisatoren van commerciële evenementen een licentie in verband
met de (auteursrechtelijke) openbaarmaking van het VRT-programma dat de wedstrijd
uitzendt. Een evenement wordt door de VRT als commercieel gedefinieerd als er voor
dat evenement een toegangsprijs betaald moet worden. De VRT heeft ervoor gekozen om
de overige evenementen als niet-commercieel aan te merken en aldus kosteloos toe te
staan, mede gelet op de beperkte handhavingscapaciteit van de organisatie en het ontbreken
van een vergelijkbare beheersorganisatie zoals Videma in Nederland.
Openingstijden horeca tijdens WK-voetbal 2026
Tijdens het tweeminutendebat op 28 mei 2026 is ook nog een andere motie door het lid
Kisteman c.s. ingediend.7 Deze motie verzoekt de regering om samen met gemeenten te zorgen dat ondernemers
tenminste bij wedstrijden van het Nederlands elftal langer open mogen blijven. Het
kabinet is naar aanleiding van de motie in gesprek gegaan met de VNG. Het kabinet
en de VNG juichen Oranjesucces op het WK van harte toe en onderschrijven de wens om
ondernemers en supporters samen te laten genieten van de wedstrijden.
De regulering van openingstijden is echter een lokale aangelegenheid. Gemeenteraden
hebben doorgaans in hun APV de sluitingstijden voor horecagelegenheden geregeld. Burgemeesters
kunnen daarvoor een ontheffing verlenen, voor zover gemeenteraden in hun verordeningen
in die mogelijkheid hebben voorzien. De afweging van de gemeenteraad om deze mogelijkheid
in de APV op te nemen en van de burgemeester om hiervan gebruik te maken, mede in
het kader van openbare orde en overlast, moet lokaal worden gemaakt. Daarbij is het
een aandachtspunt in hoeverre de gemeentelijke verordening beperkingen kent op het
schenken van alcoholhoudende drank.
De praktijk laat zien dat steeds meer gemeenten de openingstijden verruimen voor het
WK. Waar in maart 2026 slechts 11% van de gemeenten ruimere openingstijden dan de
reguliere sluitingstijden had ingesteld voor het WK, is dat inmiddels opgelopen naar
circa 40%. Koninklijke Horeca Nederland heeft gemeenten opgeroepen hetzelfde te doen
en biedt daarvoor een voorbeeldbrief aan voor horecaondernemers. Het kabinet heeft
naar aanleiding van de motie de oproep gedaan om, rekening houdend met al het bovenstaande,
te proberen om horeca tegemoet te komen wanneer zij plannen hebben om WK-wedstrijden
te vertonen en daarvoor ruimere openingstijden vereist zijn. Het Rijk heeft geen eigen
bevoegdheid om openingstijden landelijk te regelen of gemeenten te verplichten tijdelijk
ruimere openingstijden te hanteren.
De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
R.M. Letschert
Indieners
R.M. Letschert, minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap