Brief regering : Gezondheidsraadadvies 'Screening op HPA-1a- antistoffen tijdens de zwangerschap'
29 323 Prenatale screening
Nr. 190
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 juni 2026
Hierbij biedt het kabinet de Kamer het vandaag verschenen advies «Screening op HPA-1a-antistoffen tijdens de zwangerschap» van de Gezondheidsraad aan.
De prenatale screening infectieziekten en erytrocytenimmunisatie (PSIE) is een landelijk
bevolkingsonderzoek waarbij zwangeren tijdens het eerste verloskundig consult (bij
voorkeur vóór week 13) bloedonderzoek aangeboden krijgen. Er wordt zowel gescreend
op infectieziekten, als op bloedgroepantistoffen. Recent wetenschappelijk onderzoek
heeft gekeken naar de mogelijkheden van screening op bloedgroepantistoffen tegen bloedplaatjes,
namelijk HPA-1a-antistoffen. Wanneer de zwangere HPA-1a-negatief is en het kind HPA-1a-positief,
kan de zwangere antistoffen aanmaken die de bloedplaatjes van het kind afbreken. Als
dit gebeurt, is er sprake van FNAIT (foetale en neonatale alloimmuuntrombocytopenie),
een zeldzame aandoening die een verhoogde kans geeft op ernstige bloedingen bij het
(ongeboren) kind. Als zo’n bloeding in de hersenen plaatsvindt, kan dat leiden tot
ernstige hersenschade en daarmee tot overlijden van of ernstige ontwikkelingsproblemen
bij het kind. Met vroege opsporing en tijdige behandeling tijdens de zwangerschap
kan gezondheidswinst geboekt worden. Daarom heeft de toenmalige Minister voor Medische
Zorg de Gezondheidsraad gevraagd om te adviseren over het toevoegen van deze screening
aan de PSIE.1 Het advies van de Gezondheidsraad is bijgevoegd.
De Gezondheidsraad adviseert om vooralsnog geen screening op HPA-1a-antistoffen toe
te voegen aan de PSIE. Er zijn op dit moment nog te veel onzekerheden om te beoordelen
of de voordelen opwegen tegen de nadelen. De commissie kan zich scenario’s voorstellen
waarin de nut-risico verhouding gunstig uitvalt. Om dit aannemelijk te maken, is echter
aanvullende informatie nodig. Het gaat daarbij bijvoorbeeld om gegevens over de omvang
van de te verwachten gezondheidswinst en over mogelijkheden om overbehandeling te
beperken. Het kabinet dankt de Gezondheidsraad voor dit advies. Het kabinet zal de
Kamer in het najaar informeren over de beleidsreactie op dit advies.
In de adviesaanvraag van 18 maart 2024 is de Gezondheidsraad ook om advies gevraagd
over of de tweede screening op irregulaire erytrocytenantistoffen bij Rhesus c-negatieve
zwangeren in huidige vorm moet blijven bestaan, of om deze te beperken tot zwangeren
die al eerder een kind hebben gehad. De Gezondheidsraad heeft deze vragen separaat
behandeld. Het advies over Rhesus-c is vorig jaar opgeleverd. Daarin concludeert de
Gezondheidsraad dat het herhaalonderzoek verantwoord beperkt zou kunnen worden tot
Rhesus c-negatieve zwangeren die eerder zwanger zijn geweest. Het RIVM brengt momenteel
de uitvoeringsconsequenties hiervan in kaart.2
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport