Lijst van vragen en antwoorden : Lijst van vragen en antwoorden, gesteld aan de regering, inzake het rapport Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken (Kamerstuk 36945-V-2)
36 945 V Jaarverslag en slotwet Ministerie van Buitenlandse Zaken 2025
Nr. 6
LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 9 juni 2026
De vaste commissie voor Buitenlandse Zaken heeft een aantal vragen voorgelegd aan
de Minister van Buitenlandse Zaken over het Rapport van de Algemene Rekenkamer: Resultaten verantwoordingsonderzoek 2025 bij het
Ministerie van Buitenlandse Zaken (vragen aan de Minister) (Kamerstuk 36 945 V, nr. 2).
De Minister heeft deze vragen beantwoord bij brief van 9 juni 2026. Vragen en antwoorden
zijn hierna afgedrukt.
De voorzitter van de commissie, Klaver
De griffier van de commissie, Westerhoff
Vragen en antwoorden
1
Welke specifieke maatregelen neemt u om de financiële administratie dit jaar op orde
te krijgen?
Antwoord
De Algemene Rekenkamer constateert dat er in 2025 voortgang is geboekt bij het oplossen
van de ernstige onvolkomenheid rond de inrichting van de financiële administratie.
De gewijzigde structuur in het financiële administratiesysteem is in 2025 afgerond.
De migratie van de verplichtingen naar de nieuwe inrichting is in 2025 deels afgerond.
In 2026 worden ook de verplichtingen voor de programmamiddelen gemigreerd.
2
In hoeverre is het in 2025 opgestelde verbeterplan al uitgevoerd?
Antwoord
Het meerjarige verbeterplan is in 2025 voor een aanzienlijk deel uitgevoerd. Het wordt
in 2026 afgerond.
Toezicht en monitoring zijn versterkt door het in gebruik nemen van een overkoepelende
risicoanalyse van de processen. Op basis van een kwetsbaarheidsanalyse op de formatie
en bezetting, is de financiële functie op sommige onderdelen versterkt en is gestart
met werkzaamheden om de kennisbasis van de financiële functie te verbeteren.
De gewijzigde structuur in het financiële administratiesysteem is in 2025 afgerond.
De migratie van de verplichtingen naar de nieuwe inrichting is in 2025 deels afgerond.
De onderdelen uit het verbeterplan met betrekking tot het verplichtingenbeheer zijn
nagenoeg volledig uitgevoerd. Gaandeweg 2025 bleek de problematiek rond het verplichtingenbeheer
breder dan gedacht aan het begin van 2025. Door een snelle opruimingsactie is een
substantieel deel van de foutief geregistreerde bedrijfsvoeringverplichtingen, gecorrigeerd.
Dit was voor 2025 nog niet voldoende.
3
Hoe groot is het risico dat de gelden uit het Herstel- en Veerkrachtplan niet worden
uitbetaald door de Europese Commissie en wat zijn daarvan de oorzaken?
Antwoord
Het kabinet neemt de risico's rondom de uitbetaling van HVP-middelen serieus en heeft
actief stappen ondernomen om een eventuele korting te voorkomen. Hierover is uw Kamer
op 13 mei jl. door de Minister van Financiën nader geïnformeerd (Kamerstuk 21 501-07, nr. 2187). In deze brief wordt aangegeven dat het kabinet eind mei een formeel wijzigingsverzoek
van het HVP heeft ingediend, waarmee het alsnog mogelijk blijft om alle hervormingen
tijdig door te voeren en het HVP succesvol af te ronden. Het kabinet streeft ernaar
de implementatie van het HVP tot een goed einde te brengen om zo het restant van de
gealloceerde EUR 5,4 miljard aan Europese middelen te ontvangen. Daarvoor moeten de
resterende hervormingsmijlpalen, waaronder de Wet arbeidsovereenkomst rechtsvermoeden
op basis van uurtarief, de Wet meer zekerheid flexwerkers en de Wet versterking regie
volkshuisvesting, tijdig worden afgerond en uiterlijk 31 augustus 2026 zijn gepubliceerd.
Daarbij vertrouwt het kabinet op een goede samenwerking met beide Kamers met het oog
op een spoedige behandeling van de nog te behalen hervormingen
4
Waarom is het ambitieniveau voor de maatregel woningbouwimpuls verlaagd van 100.000
naar 60.400 woningen?
Antwoord
De doelstelling van de WBI is gewijzigd. Een wijziging van het HVP is uitsluitend
mogelijk op basis van objectieve omstandigheden en onder de voorwaarde dat het ambitieniveau
van het herstelplan als geheel behouden blijft. De wijziging is door de Europese Commissie
positief beoordeeld en vervolgens goedgekeurd door de Ecofinraad. Het kabinet deelt
daarom niet de conclusie van de Algemene Rekenkamer dat sprake zou zijn van een ambitieverlaging,
aangezien de aanpassing is gecompenseerd met andere maatregelen binnen het Herstelplan,
waardoor het ambitieniveau van het plan als geheel behouden is gebleven.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.F. Klaver, voorzitter van de vaste commissie voor Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
A.W. Westerhoff, griffier