Brief regering : Reactie op verzoek commissie over het artikel ‘Froukje ging met een crisis de jeugdzorg in, en kwam er met een nieuw trauma weer uit’
31 839 Jeugdzorg
Nr. 1151
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANGDURIGE ZORG, JEUGD EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 9 juni 2026
Op 22 april jl. heeft uw Kamer mij naar aanleiding van een artikel van Follow the
Money1 verzocht een reactie te geven op de kwaliteit van bemiddelingsbureaus en op het advies
van toenmalig Staatssecretaris Karremans aan slachtoffers om aangifte te doen. Hierbij
geef ik opvolging aan dit verzoek.
Allereerst wil ik benadrukken dat het verhaal van Froukje mij aangrijpt. Jongeren
die afhankelijk zijn van jeugdhulp moeten erop kunnen vertrouwen dat zij veilig zijn,
met respect worden behandeld en passende zorg ontvangen. Daarbij mogen vrijheidsbeperkende
maatregelen nooit als straf worden ingezet en mogen zij uitsluitend binnen de wettelijke
kaders en als uiterste middel worden toegepast. Wanneer een jongere in een kwetsbare
situatie door de ingezette jeugdhulp juist extra beschadigd raakt, is dat zeer ernstig.
Ik onderschrijf dan ook de oproep van voormalig Staatssecretaris Jeugd, Preventie
en Sport dat jongeren aangifte doen bij de politie als zij slachtoffer zijn (geweest)
van geweld in de jeugdzorg.
Uw Kamer vroeg mij verder te reflecteren op de kwaliteit van bemiddelingsbureaus.
Het is aan de werkgever om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel
wordt ingezet en voor een zodanige verantwoordelijkheidstoedeling te zorgen dat dit
leidt tot verantwoorde hulp. Bovendien is het van belang dat werkgevers inzetten op
een goede balans tussen personeel in vaste loondienst en flexwerkers. Personeel in
vaste loondienst zorgt voor vertrouwde gezichten voor cliënten, wat bijdraagt aan
een goede vertrouwensrelatie tussen de hulpverlener en de jongere en de kwaliteit
van zorg ten goede kan komen. Zorginstellingen hebben zelf de verantwoordelijkheid
om «piek en ziek» op te kunnen vangen via een flexibele schil. Dit kan met interne
flexibel inzetbare medewerkers, maar indien nodig ook met zzp’ers al dan niet met
inzet van een bemiddelingsbureau. Er zijn verschillende type bemiddelingsbureaus en
het is aan de zorginstelling zelf om zich te vergewissen van de kwaliteit van in te
huren bemiddelingsbureaus. Hierbij kunnen veldinitiatieven zoals een keurmerk, die
de kwaliteit van de (aangesloten) bureaus inzichtelijk maakt, behulpzaam zijn.
De Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport, W.R.C. Sterk
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport