Brief regering : Voortgangsrapportage High Impact Crimes 2024 2025
28 684 Naar een veiliger samenleving
Nr. 862
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 juni 2026
Iedereen zou zich altijd en overal veilig moeten kunnen voelen. Delicten met een grote
impact op slachtoffers, hun omgeving en de maatschappij tasten het veiligheidsgevoel
in de samenleving sterk aan. De bestrijding van high impact crimes (HIC) heeft daarom
mijn onverminderde aandacht. Dit vraagt om een structurele aanpak gericht op de preventie
van HIC-delicten en het versterken van de weerbaarheid van mogelijke slachtoffers
en potentiële daders op deze thema’s, in combinatie met stevige repressie door daders
op te sporen, aan te houden en te vervolgen: de zogeheten HIC-aanpak. Binnen deze
aanpak is in 2024 en 2025 extra aandacht uitgegaan naar onder meer de bestrijding
van aanslagen met explosieven en plofkraken, het voorkomen van geweld in het publieke
en semipublieke domein en de inzet van kansrijke en effectieve interventies om (herhaald)
daderschap tegen te gaan.
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de belangrijkste ontwikkelingen in de bestrijding
van high impact crimes. Daarbij ga ik eerst in op een overzicht van de geregistreerde
high impact crimes en een duiding hiervan. Daarna informeer ik u over de voortgang
van de aanpak van diverse delicten, waaronder expressief geweld, overvallen, straatroven,
ram- en plofkraken en heling.
1. Cijfermatige ontwikkelingen high impact crimes
In onderstaande tabel is op basis van politiecijfers het aantal delicten weergegeven
in de periode 2015 tot en met 2025.1 Na een eerdere periode van daling, laten de cijfers voor high impact crimes in 2024
en 2025 een wisselend beeld zien. Hoewel de totale aantallen in 2025 nog altijd een
stuk lager liggen dan in 2015, is bij een deel van de delicten, zoals bij geweld,
sprake van een (lichte) stijging ten opzichte van 2023. Dit onderstreept dat de dalende
trend niet vanzelfsprekend doorzet en dat blijvende inzet noodzakelijk blijft.
De aanpak van aanslagen met explosieven is een onverminderd groot aandachtspunt. In
2024 was sprake van een sterke stijging naar 1.543 (pogingen tot) persoonsgerichte
aanslagen met explosieven. In 2025 bleef het aantal met 1.534 aanslagen vrijwel stabiel.
Het aantal (pogingen tot) aanslagen blijft echter hoog en de impact op de maatschappij
groot. Ook het aantal straatroven is, na een langdurige daling, licht gestegen in
2024 en 2025, al liggen de aantallen nog steeds ver onder het niveau van voor de coronaperiode.
Deze ontwikkeling lijkt zich inmiddels te stabiliseren. Dit geldt ook voor de cijfers
van overvallen.
Jaar
Overvallen
Straatroven
Woninginbraken
Geweld
(Poging tot) Aanslagen met explosieven
Plofkraken op geldautomaten
2015
1.239
4.731
64. 560
83.106
83
2016
1.138
4.167
55.470
80.332
111
2017
1.103
3.576
49.124
75.557
87
2018
1.143
3.517
42.662
72.533
61
2019
1.174
3.777
39.365
73.638
95
2020
907
3.184
30.531
70.023
42
2021
676
2.321
23.452
65.849
20
2022
670
2.481
24.275
69.995
15
2023
541
2.435
22.706
66.595
902
8
2024
531
2.813
22.305
68.338
1.543
9
2025
539
2.915
21.560
72.617
1.534
3
Procentuele ontwikkeling
2016–2025
– 53%
-30%
-61%
-10%
-97%
Procentuele ontwikkeling
2024–2025
+2%
+4%
-3%
+6%
-1%
-66%
2. Voortgang aanpak high impact crimes
Aanpak van aanslagen met explosieven
De stijging van het aantal (pogingen tot) aanslagen met explosieven in de afgelopen
jaren was in 2024 aanleiding voor de oprichting van het Offensief tegen Explosies
(verder: het Offensief) onder voorzitterschap van Carola Schouten, burgemeester van
Rotterdam. Het Offensief is een publiek-private samenwerking, die als doel heeft om
het aantal aanslagen met explosieven duurzaam te verminderen, door de lokale aanpak
hiervan te ondersteunen.2 Hoewel er in 2025 sprake was van een lichte daling van het aantal aanslagen ten opzichte
van die in 2024, is het aantal (pogingen tot) aanslagen nog steeds te hoog en de impact
op de samenleving groot.3
Nederland zet zich, in nauwe samenwerking met Frankrijk en met steun van Zweden, al
enige tijd op Europees niveau in om de illegale handel en misbruik van vuurwerk te
agenderen en tegen te gaan. Alle gezamenlijke inspanningen, waaronder de uitgebreide
inzet vanuit het Offensief tegen Explosies, hebben geleid tot een mooi resultaat;
onlangs is door de Europese Commissie aangegeven de zorgen en urgentie te delen en
is zij voornemens om, zoals Nederland, Frankrijk en Zweden bepleitten, de Pyrorichtlijn
te herzien. Nog voor de zomer wordt uw Kamer via de verzamelbrief vuurwerk hier verder
over geïnformeerd.
De huidige focus van het Offensief ligt op het terugdringen van de beschikbaarheid
van zwaar vuurwerk, het terugdringen van het aantal (jonge) uitvoerders en het opsporen
en vervolgen van opdrachtgevers en tussenpersonen zoals brokers4 en rekruteerders. Daarnaast is er aandacht voor verdere landelijke verbetering van
een stevige lokale aanpak en voor het verbeteren van nazorg voor slachtoffers en omwonenden,
onder andere door Stichting Slachtofferhulp Nederland.
Om het aantal aanslagen met explosieven terug te dringen heeft het Offensief in 2025
de zes gemeenten met de meeste aanslagen5 ondersteund bij het realiseren van een lokale aanpak.6 Een voorbeeld hiervan is het faciliteren van lokale bijeenkomsten met betrokken zorg-
en veiligheidspartners en extra aandacht voor preventie in deze gemeenten. Zo is onder
andere op scholen en tijdens apart georganiseerde bijeenkomsten binnen de gedragsinterventie
«Alleen Jij Bepaalt wie je bent» extra aandacht geschonken aan de risico’s van het
plaatsen van explosieven en het vergroten van de weerbaarheid van jongeren om gerekruteerd
te worden. Daarnaast is er een handelingskader ontwikkeld voor gemeenten met praktische
en juridische handvatten bij een aanslag met explosieven.7
In 2025 werden circa 472 verdachten door de politie aangehouden op verdenking van
(een poging tot) het plegen van een aanslag met een explosief. De politie en het OM
zetten zich nationaal en internationaal in om de illegale handel in vuurwerk zo dicht
mogelijk bij de bron tegen te gaan. Hierbij wordt samengewerkt met de Inspectie Leefomgeving
en Transport en de postsector.
Tot slot zijn campagnes, voor meerdere doelgroepen, gelanceerd en verspreid. Deze
zijn onder andere gericht op bewustwording over de risico’s van zwaar vuurwerk, het
(online) rekruteren voor het plegen van een aanslag en op het verhogen van de meldingsbereidheid
onder burgers.8
Expressief geweld in het publieke en semipublieke domein
Op 19 mei 2025 heb ik uw Kamer inzicht gegeven in de contouren van de aanpak van expressief
geweld in het publieke en semipublieke domein.9 Deze zijn gebaseerd op een uitgebreide verkenning in 2024, waarin de verschillende
verschijningsvormen van geweld werden geanalyseerd. Op basis hiervan is de aanpak
verder verdiept en versterkt, waarbij verschillende domeinen extra aandacht hebben
gekregen.
In de afgelopen tijd is veel aandacht uitgegaan naar online en hybride geweld. Het
onderzoek «Online geweld tussen burgers: Schaduwzijde van digitalisering» van het Verwey-Jonger instituut is in 2025 afgerond en aan uw Kamer gezonden.10 Op basis hiervan wordt een actieplan online geweld ontwikkeld, gericht op het tegengaan
van online bedreiging en intimidatie, met bijzondere aandacht voor het hybride karakter.
In september informeer ik uw Kamer over de aanpak van online en hybride geweld.
Daarnaast is de publiek-private samenwerking op de aanpak van geweld tegen werknemers
in de private sector met (semi)publieke en private partners versterkt binnen een werkgroep
«Geweld tegen medewerkers in het bedrijfsleven. Met deze inzet wordt voortgebouwd
op de bestaande HIC-aanpak.11
Middelengebruik, vooral alcoholgebruik, is een belangrijke risicofactor voor geweldpleging.
Sinds de introductie van de Wet middelenonderzoek bij geweldplegers kan in het strafproces
meer rekening gehouden worden met deze risicofactor.12 In februari 2025 is uw Kamer de effectevaluatie van deze wet aangeboden.13 Daarmee is de motie Van Oosten/Marcouch afgehandeld, die de regering verzocht te
monitoren of de wet de beoogde effecten sorteerde.14 Een van de bijzondere voorwaarden die ingrijpen op het middelengebruik, vormt het
alcoholverbod. Voor een sluitend toezicht op de naleving van dit verbod is eerder
in pilots de Alcoholmeter beproefd, een enkelband die continu het alcoholgebruik meet.
Na de aankondiging van de landelijke implementatie van de Alcoholmeter,15 is in juni 2024 een daartoe strekkend wetsvoorstel bij uw Kamer aanhangig gemaakt.16 In juni 2025 heeft uw Kamer de nota naar aanleiding van het verslag ontvangen.17
Overvallen
Binnen de Taskforce Overvallen (TFO), onder voorzitterschap van burgemeester Hamming
van de gemeente Zaanstad, hebben publieke en private partijen de afgelopen jaren samengewerkt
aan de aanpak van overvallen en ram- en plofkraken. In de afgelopen jaren is onder
andere gewerkt aan het versterken van de weerbaarheid van medewerkers in de branches
die kwetsbaar zijn voor overvallen, bijvoorbeeld de juweliersbranche, en waarin de
cijfers het afgelopen jaar zijn gestegen.
Er is ten behoeve van de juweliersbranche de Waarschuwingsapp ontwikkeld om lokaal
het aantal incidenten, zoals overvallen, agressie en diefstal, in deze branche te
verlagen. Daarnaast worden twee innovatieve start ups (mede) gefinancierd, waarbij
de toepassing van artificiële intelligentie wordt verkend ter preventie van overvallen.
De eerste gaat over AI-ondersteunde e-learnings die aansluiten op de leerbehoeften
van medewerkers. De tweede gaat over de inzet van camera’s met een AI-toepassing om
aan de hand van kenmerken een overval vroegtijdig te herkennen. Camerabeelden worden
daarbij lokaal geanalyseerd op kenmerkende verdachte gedragingen en objecten, zonder
persoonlijke kenmerken vast te leggen. Zo kunnen eerder maatregelen getroffen worden
om escalatie te voorkomen.
Na het verstrijken van de termijn van de TFO en het actieprogramma eind 202518 is met de betrokken partners afgesproken om de publiek-private samenwerking voort
te zetten in een regulier overleg en dat voortgebouwd zal worden op de eerder behaalde
resultaten. De gezamenlijke inzet blijft onverminderd van kracht.
Straatroven
In de afgelopen twee jaar is een lichte stijging van het aantal straatroven te zien.
Opvallend is dat deze stijging niet alleen in grote steden te zien is, maar verspreid
door het hele land. Hoewel de stijging inmiddels weer lijkt af te vlakken, vormt dit
aanleiding voor meer aandacht voor dit HIC fenomeen. Nieuw is de relatie met hybride
geweld. Naast financieel gewin als motief, wordt ook intimidatie en vernedering van
slachtoffers als motief voor de beroving geconstateerd. In overleg met gemeenten,
de politie en het OM is er, mede gezien de zeer jonge leeftijd van daders van straatroven,
in het bijzonder aandacht voor het vroegsignaleren van risicogedrag en het verminderen
van de waarde van de buit. Handelingsperspectieven voor gemeenten om overvallen tegen
te gaan, worden dit najaar gepubliceerd op de site van het Centrum voor Criminaliteitspreventie
en Veiligheid (CCV).
Ram- en plofkraken
In eerdere brieven is uw Kamer geïnformeerd over de dalende trend in het aantal plofkraken
op geldautomaten en het door TNO ontwikkelde model om risico’s voor de fysieke leefomgeving
rondom ram- en plofkraken in te schatten bij het plaatsen van een geldautomaat.19,
20 De afgelopen jaren is het aantal plofkraken sterk afgenomen. Dit is bereikt door
stevige inzet van politie en justitie en gerichte ontmoediging bijvoorbeeld door ontwaarding
van de buit. Deze effectieve Nederlandse aanpak van plofkraken op geldautomaten heeft
geleid tot een uitbreiding van het werkterrein van in Nederland woonachtige plofkrakers
naar andere landen zoals Duitsland. Daarom is de in Nederland opgedane kennis en ervaring
op het gebied van preventie van plofkraken gedeeld met de Duitse autoriteiten. Daarnaast
werken de Nederlandse en Duitse politie en OM nauw samen bij de opsporing en vervolging
van uit Nederland afkomstige daders. Deze inspanningen hebben inmiddels ook in Duitsland
geleid tot een significante afname van ram- en plofkraken door in Nederland woonachtige
verdachten.
Sinds eind maart 2026 is in Nederland sprake van een plotselinge toename van het aantal
plofkraken. De oorzaak hiervan lijkt een nieuwe modus operandi waarbij aanvallen gericht
zijn op onder andere sealbagautomaten21 en er zwaardere explosieven worden gebruikt. Deze ontwikkeling heeft de aandacht
van de politie.Om de publieke veiligheid te waarborgen is in overleg met de betrokken
partners bij de publiek-private samenwerking direct gereageerd met noodmaatregelen,
waarbij dit type automaten (deels) tijdelijk gesloten werd. Daarnaast is Geldmaat
direct gestart met ontwikkeling en invoering van nieuwe technische beveiligingsmaatregelen.
Woninginbraken
In 2024 en 2025 is het aantal woninginbraken in Nederland verder gedaald naar het
laagste aantal sinds de aantallen worden geregistreerd. Het lijkt erop dat de jarenlange
inzet op het gedrag van burgers22 in combinatie met het in (nieuwe) woningen aanbrengen van beter hang- en sluitwerk
en een repressieve inzet op daders, de gelegenheid voor inbraken hebben verkleind.
De aantallen zijn lager dan voorheen, maar gemiddeld genomen gaat het in 2025 nog
steeds om 2 tot 3 woninginbraken per uur in Nederland. De impact van een woninginbraak
is voor de slachtoffers, hun omgeving en de buurt onverminderd hoog. Samen met de
politie en het CCV worden de ontwikkelingen daarom blijvend gemonitord zodat waar
nodig actie ondernomen kan worden. Bij de inzet van maatregelen wordt gefocust op
periodes waarin traditioneel genomen meer woninginbraken plaatsvinden zoals de zomer(vakantie)periode
en de donkere dagen in de winterperiode.
Heling
Bij (gewelddadige) vermogensdelicten is de kans groot dat goederen gestolen worden
die vervolgens aan burgers of handelaren te koop worden aangeboden.23 Het frustreren van de afzetmarkt voor gestolen spullen kan daarom in belangrijke
mate bijdragen aan het voorkomen van (gewelddadige) vermogenscriminaliteit. In de
politiedatabase Stop Heling kunnen burgers en bedrijven een diefstalcheck doen op
aangeboden tweedehands goederen. Deze database bevat informatie uit de aangiftes van
meer dan twee miljoen ontvreemde goederen. In december 2025 heeft een landelijke radiocampagne
plaatsgevonden om burgers en bedrijven te wijzen op het belang van een diefstalcheck
via Stop Heling. Per april 2026 zijn er bijna 19 miljoen diefstalchecks gedaan.
Daarnaast voorziet de helingaanpak in het Digitaal Opkopers Register (DOR), dat gekoppeld
is aan de database van Stop Heling en zorgt voor geautomatiseerde opsporing van ontvreemde
goederen, het Digitaal Opkopers Loket (DOL) voor de meldplicht van handelaren, wat
het mogelijk maakt om zicht te krijgen op opkopers en handelaren en het Digitaal Opkopers
Controlesysteem (DOC), ter ondersteuning van de toezichthouders. Per 1 januari 2026
zijn 8.585 Nederlandse opkopers en handelaren in 324 gemeenten aangesloten op het
DOR. Verder maken per 1 januari 2026 6.028 opkopers en handelaren in 286 gemeenten
gebruik van het DOL. Het wetsvoorstel ter wijziging van de artikelen 437 en 437ter
van het Wetboek van Strafrecht stelt het gebruik van het DOR en DOL landelijk bij
wet verplicht en is inmiddels door uw Kamer aangenomen.
3. Overkoepelende inzet
Dadergericht
Binnen de HIC-aanpak wordt veel gebruik gemaakt van inzichten uit de wetenschap. Daaruit
blijkt dat HIC-daders vaak al op jonge leeftijd crimineel gedrag vertonen en langer
actief blijven in de criminaliteit dan andere daders. Een vroege start vergroot de
kans op een langdurige criminele carrière, vooral wanneer het eerste delict een overval,
straatroof of woninginbraak betreft. Minderjarige daders hebben in dat geval een verhoogd
risico om uit te groeien tot veelpleger.24 Er wordt daarom, in lijn met de levensloop, ingezet op vroegtijdig aanpakken van
risicofactoren en het toevoegen van beschermende factoren ter voorkoming van (herhaald)
daderschap.25
Binnen de HIC-aanpak zijn op dit moment drie preventieve dadergerichte interventies
(door)ontwikkeld: Alleen jij bepaalt wie je bent, de IPTA-mentor26 en de werkwijze Re-integratieofficier. Daarnaast worden gemeenten en partners, met
middelen en expertise, ondersteund bij de ontwikkeling van aanvullende lokale aanpakken.
Er wordt zoveel mogelijk ingezet op bewezen effectieve of kansrijke interventies,
in lijn met het Landelijk Kwaliteitskader Effectieve Jeugdinterventies (KEI). Het
KEI is in de tweede helft van 2024 ontwikkeld en daarna verspreid onder gemeenten.
In verschillende bijeenkomsten door het land, onder andere in het kader van Preventie
met Gezag, zijn gemeenten geïnformeerd over de inhoud en toepassingsmogelijkheden
van dit kader. Daarnaast wordt dit kader als richtlijn gehanteerd bij het ondersteunen
van lokale aanpakken.
Alleen jij bepaalt wie je bent
Alleen jij bepaalt wie je bent (AJB) is een erkende en effectief bewezen preventieve
gedragsinterventie, gericht op jongeren in een kwetsbare positie tussen de 12 en 18 jaar.27
28 Het doel van deze interventie is hen te begeleiden bij een positieve ontwikkeling
richting volwassenheid. Zo kan overlastgevend en delinquent gedrag verminderd of voorkomen
worden. In de periode 2024–2025 hebben ruim 4.500 jongeren in meer dan 45 gemeenten
aan AJB deelgenomen. Dit is een uitbreiding met meer dan 1.000 jongeren ten opzichte
van 2023–2024. Ook op Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten wordt AJB ingezet.
Uit wetenschappelijk onderzoek van de Universiteit van Amsterdam blijkt dat deelnemers
van AJB tot twee keer minder vaak in contact komen met de politie en tot drie keer
minder vaak veroordeeld worden dan jongeren uit de controlegroep, die deze interventie
niet hebben gekregen. De inzet van AJB krijgt ook incidenteel financiële steun vanuit
een Europees Fonds. Verder wordt AJB ingezet in Aruba, Bonaire, Curaçao en Sint Maarten.
Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid
De Integrale Persoonsgerichte Toeleiding naar Arbeid (IPTA) is een interventie ontwikkeld
voor (jong)volwassenen (16–27) in een kwetsbare positie waarbij sprake is van multiproblematiek.
Uit onderzoek blijkt dat de aanwezigheid van meerdere belemmerende factoren op verschillende
leefgebieden,29 in combinatie met het ontbreken van beschermende factoren criminogene factoren en
het ontbreken van beschermende factoren kan leiden tot delinquent gedrag.30 Deze interventie biedt jongvolwassenen met multiproblematiek perspectief en een kans
om een zelfstandig bestaan op te bouwen, hierbij is specifieke aandacht voor toeleiding
naar werk of opleiding.
Momenteel zijn 48 mentoren actief, goed voor in totaal 35,9 fte, verspreid over 23
gemeenten en één Zorg- en Veiligheidshuis. Vergeleken met 2023–2024 is het aantal
fte met 11,65 toegenomen. In 2026 zullen nog meer gemeenten, onder andere vanuit Preventie
met Gezag, van start gaan met de IPTA-mentor.
Re-integratieofficier
HIC-daders hebben een grotere kans om te recidiveren dan niet-HIC-daders31 De kans op recidive is met name in de eerste maanden na vrijlating uit detentie hoog.
Om de recidive terug te dringen en het plegen van high impact crimes te voorkomen,
wordt er tijdens en na detentie gewerkt aan een goede re-integratie naar de vrije
samenleving.
De Re-integratieofficier (RIO) voert namens de gemeente de regie op de re-integratie
van personen tussen de 18 en 35 die terugkeren uit detentie en problemen hebben op
meerdere leefgebieden. Daarbij ondersteunt de RIO bij het op orde brengen van onder
andere huisvesting, het verkrijgen van een identiteitsbewijs, werk en inkomen, aanpak
van schulden, zorg en het sociale netwerk. Een eerste (beperkte) analyse van beschikbare
gegevens toont aan dat wanneer één van de drie leefgebieden (schulden, werk of woonruimte)
op orde is, er minder recidive plaatsvindt. Wanneer twee of meer leefgebieden op orde
zijn, is de recidive nog lager. Hoe langer een persoon door een RIO begeleid wordt,
des te meer leefgebieden er op orde lijken te komen.
Op dit moment zijn er 41 RIO’s actief in het land, verdeeld over 19 gemeenten en vijf
Zorg- en Veiligheidshuizen. In totaal gaat het om 32,2 fte. Vergeleken met 2023 en
2024 is het aantal fte’s nagenoeg gelijk gebleven. Vanuit Preventie met Gezag zijn
er meerdere gemeenten voornemens om in de loop van 2026 te starten met de RIO-werkwijze.
Slachtoffergerichte aanpak
Om te voorkomen dat mensen slachtoffer worden van delicten met hoge impact, wordt
actief ingezet met op de doelgroep gerichte publieksvoorlichting op groepen die extra
kwetsbaar zijn, zoals senioren. Hierbij ligt de nadruk op het vergroten van hun weerbaarheid,
alertheid en gevoel van veiligheid.
Elk jaar wordt in april speciale aandacht besteed aan senioren en veiligheid. Voor
deze doelgroep zijn dan ook diverse communicatiemiddelen beschikbaar. In april 2024
en 2025 heeft mijn ministerie in samenwerking met publieke en private partners, verschillende
informatieve bijeenkomsten voor senioren georganiseerd, waaraan ongeveer 750 senioren
hebben deelgenomen. De eerder gelanceerde campagnematerialen zijn daarnaast opnieuw
beschikbaar gesteld aan gemeenten en organisaties voor ouderen.
Directe aansprakelijkstelling
De afgelopen twee jaar ondersteunde ik de directe aansprakelijkstelling van daders,
waarbij de indirecte schade en eventuele directe schade met name voor ondernemers
collectief worden geïnd. Deze werkwijze wordt onder meer toegepast bij geweld in het
openbaar vervoer en in de horeca en bij verzekeringsfraude, benzinediefstal, heling,
winkeldiefstal en internetoplichting. Via de stichting Directe Aansprakelijkstelling
Aan Daders (DAAD) wordt de toepassing van deze civiele vordering gestimuleerd en de
kwaliteit van de uitvoering bewaakt. Deze activiteiten worden bevorderd door ambtelijke
ondersteuning te verlenen aan DAAD. In 2024 bedroeg het totaal van de schades die
namens de gedupeerde ondernemers verhaald zijn door de DAAD-gecertificeerde uitvoeringsorganisatie
SODA 4,65 miljoen euro. In 2025 was dit gestegen naar 6,13 miljoen euro. In een publiek-privaat
samengestelde werkgroep onder leiding van mijn ministerie zijn de afgelopen twee jaar
de knelpunten, zowel aan publieke als aan private zijde, in de toepassing van de directe
aansprakelijkstelling geïnventariseerd. Het resultaat hiervan is besproken in het
overleg van het Nationaal Platform Criminaliteitsbeheersing (NPC-overleg) van 13 april
jl.
4. Overig
Inzet op de Cariben
In de grote Nederlandse steden is problematiek zichtbaar, die te relateren is aan
verdachten en daders afkomstig uit het Caribisch deel van het Koninkrijk. Zowel positieve
als negatieve ontwikkelingen aldaar hebben een weerslag in Nederland. Het is daarom
een Koninkrijks- en Nederlands belang om in te zetten op een reductie van het aantal
high impact crimes in het Caribisch deel van het Koninkrijk. De HIC-aanpak wordt vormgegeven
samen met de eilanden langs de beleidslijnen zoals neergelegd in de gezamenlijke Justitie
en Veiligheid beleidsagenda voor Caribisch Nederland. Er wordt kennis uitgewisseld
en de in Nederland succesvolle methoden worden toegepast op de eilanden, op een wijze
die aansluit bij de lokale situatie. De focus ligt op het voorkomen van daderschap,
slachtofferschap en recidive. Er wordt ingezet op bewezen effectieve en kansrijke
interventies die zich richten op het versterken van de weerbaarheid van jongeren en
het vergroten van hun kansen en perspectieven, zoals «Alleen jij bepaalt wie je bent»,
het «Leerorkest» en de Re-integratieofficier. Daarnaast wordt ondersteuning geboden
aan lokale initiatieven en bij de professionalisering van lokale organisaties en bedrijven
door middel van trainingen.
Motie van het voormalig lid Bruyning inzake ervaringsdeskundigen
Op 6 november 2024 diende het lid Bruyning een motie in waarin verzocht werd te onderzoeken
hoe ervaringsdeskundigheid effectief ingezet kan worden bij de preventie van jeugdcriminaliteit.32
Ervaringsdeskundigen kunnen voor verschillende doeleinden ingezet worden.
Op dit moment lopen nog diverse, langdurige onderzoeken naar de verschillende rollen
die ervaringsdeskundigen in de preventieve aanpak van jeugdcriminaliteit kunnen hebben.
Uitkomsten van deze onderzoeken worden nauwlettend gevolgd om zo inzicht te krijgen
hoe ervaringsdeskundigen op een effectieve wijze ingezet kunnen worden voor de preventie
van jeugdcriminaliteit of voor andere doelen.
De waardevolle inzichten en lessen die deze onderzoeken gaan opleveren, zullen breder
worden gedeeld onder gemeenten en met andere partners. Hiermee beschouw ik de motie
Bruyning c.s., om de kennis over en goede ervaring met de inzet van ervaringsdeskundigheid
breder onder gemeenten te delen en binnen de lerende aanpak samen met de wetenschap
hieraan specifieke aandacht te besteden en hierover te rapporteren, als afgedaan.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid