Brief regering : Toelichting op de maatregel tot het weren van extremistische vreemdelingen
29 754 Terrorismebestrijding
19 637
Vreemdelingenbeleid
Nr. 782
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 juni 2026
Aanleiding
Tijdens het debat over de bevindingen van de Taskforce Antisemitismebestrijding op
21 april jl. heeft de Minister van Justitie en Veiligheid uw Kamer toegezegd mij te
verzoeken uw Kamer een brief te sturen over de vreemdelingrechtelijke maatregel in
Nederland om extremistische vreemdelingen te weren.
Allereerst wil ik benadrukken dat het kabinet zich onverminderd inzet om de fundamentele
waarden van onze samenleving te waarborgen. Onderdeel hiervan is het weren van extremistische
vreemdelingen die een bedreiging vormen voor de openbare orde of nationale veiligheid
door hen de toegang tot Nederland te ontzeggen dan wel hun verblijfsrecht te beëindigen
waar mogelijk.
In het debat is door de Minister van Justitie en Veiligheid aangegeven dat de bevoegdheid
voor het uitvoeren van deze maatregelen bij mij ligt als Minister van Asiel en Migratie.
Daarnaast is op 12 mei jl. de motie van de leden Bikker en Ellian over de toegang
tot Nederland weigeren aan Kanye West aangenomen (Kamerstuk 30 950, nr. 524). Tijdens het Vragenuur van 2 juni jl. heeft de Staatssecretaris van Justitie en
Veiligheid toegezegd uw Kamer deze week te informeren over welke mogelijkheden er
binnen de huidige wetgeving zijn om mensen zoals Kanye West te weren (in reactie op
voornoemde motie) en na te gaan op welke gronden landen zoals Italië, Polen en Frankrijk
Kanye West wel hebben weten te weren.
Mede namens de Minister van Justitie en Veiligheid, informeer ik uw Kamer nader over
deze maatregel om in het belang van de openbare orde en nationale veiligheid extremistische
vreemdelingen uit Nederland te weren en wordt invulling gegeven aan voornoemde toezeggingen.
Tot slot geef ik uitvoering aan de motie van de leden Bikker en Ellian.
Totstandkoming en versterking vreemdelingrechtelijke maatregel
Sinds de introductie van maatregel 20f uit het Actieprogramma Integrale Aanpak Jihadisme
in 20141 wordt gebruikgemaakt van bestaande bevoegdheden binnen het vreemdelingenrecht om
extremistische vreemdelingen te weren. In de loop der jaren is de toepassing van deze
maatregel verbreed en geïntensiveerd, mede vanwege de constatering dat extremistische
beïnvloeding zich in verschillende vormen manifesteert en zich niet beperkt tot één
ideologische stroming. Uw Kamer is hierover bij brief van 26 oktober 2023 geïnformeerd.2
Inzet maatregel
In het proces van toegangsweigering is namens mij de Immigratie- en Naturalisatiedienst
(IND) belast met de besluitvorming. Waar het visumplichtige derdelanders betreft,
ligt de beslissingsbevoegdheid bij de Minister van Buitenlandse Zaken. Ten behoeve
van deze taakuitoefening is de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid
(NCTV) door de Minister van Buitenlandse Zaken en mijzelf gemachtigd om persoonsgegevens
te verwerken met als doel extremistische vreemdelingen te kunnen duiden.
De IND beschikt niet over een zelfstandige informatiepositie of duidingsexpertise,
maar is afhankelijk van informatie van partners binnen de veiligheidsketen, waaronder
veiligheidspartners, zoals de politie, het lokaal gezag en de NCTV.
Bij het opstellen van een duiding door de NCTV worden uitingen en gedragingen betrokken,
zoals het aanzetten tot haat, discriminatie of geweld, het doelbewust verspreiden
van desinformatie, het demoniseren of intimideren van bevolkingsgroepen, of het afwijzen
van de democratische rechtsorde en het gezag van overheid en rechtssysteem. De duidingen
die de NCTV op basis van hun expertise over extremistische fenomenen opstelt, gebruiken
de IND en het Ministerie van Buitenlandse Zaken, naast alle andere beschikbare informatie,
bij de beoordeling of een vreemdeling in de context van toelating een gevaar voor
de openbare orde of nationale veiligheid vormt.
De toepassing van de maatregel vindt enkel plaats binnen de kaders van het nationale
en Europese recht. Deze toepassing is beperkt tot vreemdelingen en vereist een individuele
beoordeling. Opgemerkt wordt dat het enkele gedachtegoed of de overtuigingen van een
vreemdeling geen zelfstandig criterium vormen bij de toets aan de EU-voorwaarden voor
visumverlening of grenspassage. Toepassing van vreemdelingrechtelijke maatregelen
geschiedt uitsluitend op basis van een individuele beoordeling, waarbij concrete,
actuele en verifieerbare aanwijzingen moeten bestaan dat de komst of aanwezigheid
van betrokkene een gevaar vormt voor de openbare orde of nationale veiligheid. Deze
beoordeling vindt plaats binnen de kaders van het EU-recht, waaronder artikel 6 van
de Schengengrenscode, artikel 32 van de Visumcode en artikel 24 van Verordening (EU)
2018/1861 (SIS), alsmede – voor zover van toepassing – de Vreemdelingenwet 2000, waaronder
artikel 67.
Verder is voor vreemdelingrechtelijke maatregelen vereist dat op basis van concrete
en verifieerbare informatie kan worden vastgesteld dat sprake is van een gevaar voor
de openbare orde of nationale veiligheid. Dit betekent dat er sprake is van een substantiële
drempel voor toepassing, waarbij in een individuele beoordeling, de relevante feiten
en omstandigheden in onderlinge samenhang worden gewogen. Algemene of abstracte aanwijzingen
zijn daarbij onvoldoende.
Indien van bovenstaande situatie sprake is kan het weren uit Nederland plaatsvinden
door door een visum te weigeren, de vreemdeling in het Schengen Informatiesysteem
(SIS III) te signaleren voor grensweigering en waar aan de orde een ongewenstverklaring,
en/of een besluit tot signalering dan wel een inreisverbod3 op te leggen. Per geval wordt het passende handelingsperspectief bepaald.
Motie Bikker en Ellian
Hierbij informeer ik uw Kamer over het genomen besluit inzake het al dan niet treffen
van vreemdelingrechtelijke maatregelen ten aanzien van het weren van de rapper Kanye
West (Ye) en indien weigering van toegang binnen de huidige wettelijke mogelijkheden
niet mogelijk blijkt, een dringend beroep te doen op de organisatoren om het concert
te annuleren.
Tijdens het debat over het rapport van de Taskforce Antisemitisme «Gevangen in vrijheden»
(21 april 2026) en later tijdens het vragenuur van 2 juni 2026 heeft het kabinet de
uitlatingen van Ye expliciet gekwalificeerd als verwerpelijk en totaal onacceptabel.
Deze uitlatingen, hoe verwerpelijk deze ook, vormen op zichzelf echter onvoldoende
grond voor het treffen van vreemdelingrechtelijke maatregelen. Op basis van een zorgvuldige
en integrale beoordeling van alle beschikbare feiten, omstandigheden en informatie
is geconcludeerd dat onvoldoende grond bestaat om aan te nemen dat sprake is van een
gevaar voor de openbare orde of nationale veiligheid dat het treffen van vreemdelingrechtelijke
maatregelen kan rechtvaardigen. Daarbij is ook vast komen te staan dat Kanye West
niet gesignaleerd staat in het Schengen Informatiesysteem (SIS III).
Wanneer uitlatingen als verwerpelijk worden beschouwd, kunnen vreemdelingrechtelijke
maatregelen uitsluitend worden genomen als aan de wettelijke voorwaarden is voldaan.
Dat vereist steeds een individuele beoordeling van de feiten en omstandigheden van
het geval. Het gaat daarbij enkel om een juridische beoordeling binnen het geldende
wettelijke kader.
De burgemeester van Arnhem, als bevoegd gezag voor de openbare orde rond het evenement,
heeft na overleg met onder meer de politie geconcludeerd dat geen juridische grond
bestaat om de vergunningaanvraag te weigeren. Daarnaast heeft het kabinet binnen de
eigen bevoegdheden bezien in hoeverre aanleiding bestaat om vreemdelingrechtelijke
maatregelen te treffen. Zoals hiervoor toegelicht, is geconcludeerd dat daarvoor gelet
op de geldende nationale en Europese juridische regels onvoldoende grond bestaat.
De voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam heeft op 3 juni 2026 het verzoek
van het CJO om rapper Kanye West uit te zetten afgewezen4, omdat – kort gezegd – niet is gebleken dat zijn aanwezigheid op dit moment een concreet
gevaar voor de openbare orde vormt. Tegen de achtergrond van deze beoordelingen, ziet
het kabinet geen aanleiding om aanvullend een beroep te doen op organisatoren om het
concert te annuleren.
Ten aanzien van het verzoek voorts te bezien welke aanpassingen in de regelgeving
nodig zouden zijn om mogelijk te maken dat Nederland artiesten met antisemitische
uitlatingen net als andere Europese landen wel kan weigeren, constateert het kabinet
dat verschillende aangekondigde concerten van Kanye West in Europa om uiteenlopende
redenen geen doorgang hebben gevonden. Daarbij ging het veelal om annuleringen door
de artiest zelf (Frankrijk5), organisatoren en locatiebeheerders (Zwitserland6 en Polen7) of lokale/regionale autoriteiten (Italië8) en niet om besluiten waarbij toegang tot het grondgebied werd geweigerd.
Op 7 april 2026 verschenen in de media berichten9 over het feit dat het Verenigd
Koninkrijk geen Electronic Travel Authorisation (ETA) had afgegeven aan Kanye West. Daarbij is relevant dat het Verenigd Koninkrijk
geen deel uitmaakt van de Europese Unie of het Schengengebied en een eigen toelatingsstelsel
hanteert waarbinnen zij tot dit besluit zijn gekomen.
Nederland maakt onderdeel uit van het Schengengebied. De voorwaarden voor toegang
tot het Schengengebied en de mogelijkheden om toegang te weigeren zijn, zoals hierboven
reeds uiteen gezet, Europees bepaald. Het kabinet constateert dat een eventuele verruiming
van de mogelijkheden om personen vanwege antisemitische of extremistische uitingen
de toegang te weigeren niet uitsluitend met nationale regelgeving kan worden gerealiseerd,
maar ook raakt aan de geldende Europese kaders, waaronder de Schengengrenscode. Het
kabinet ziet gelet op voorgaande geen mogelijkheden binnen de bestaande wettelijke
kaders om aanpassingen te doen zoals de motie verzocht te bezien. Tegelijkertijd blijft
het kabinet zich zowel nationaal als in Europees verband actief inzetten voor de bestrijding
van antisemitisme en brengt dit onderwerp structureel onder de aandacht in EU-samenwerkingsverbanden.
Gelet op het voorgaande en tegen die achtergrond beschouwt het kabinet de motie als
uitgevoerd.
Tot slot
Ik blijf mij inzetten voor een zorgvuldige en consistente toepassing van de maatregel
om extremistische vreemdelingen te weren, binnen de kaders van de rechtsstaat en in
nauwe samenwerking met betrokken partners.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie