Verslag van een schriftelijk overleg : Verslag van een schriftelijk overleg over de Overeenkomst Duitse staat deelverkoop TenneT Duitsland (Kamerstuk 28165-470)
28 165 Deelnemingenbeleid Rijksoverheid
Nr. 475
VERSLAG VAN EEN SCHRIFTELIJK OVERLEG
Vastgesteld 4 juni 2026
De vaste commissie voor Financiën heeft een aantal vragen en opmerkingen voorgelegd
aan de Minister van Financiën over de brief van 3 februari 2026 over de Overeenkomst
Duitse staat deelverkoop TenneT Duitsland (Kamerstuk 28 165, nr. 470).
De vragen en opmerkingen zijn op 13 maart 2026 aan de Minister van Financiën voorgelegd.
Bij brief van 4 juni 2026 zijn de vragen beantwoord.
De voorzitter van de commissie, Jansen
Adjunct-griffier van de commissie, Van der Steur
Vragen en opmerkingen vanuit de fracties en reactie van de bewindspersoon
D66-fractie
Vraag 1
Kan de Minister nader toelichten wat «grotendeels» en «beperkt» in dit verband precies
betekenen? Welke concrete synergiën zijn juridisch geborgd, voor welke termijn, en
wat zijn de beëindigingsgronden?
Antwoord 1
Met «grotendeels» wordt bedoeld dat de bestaande samenwerking tussen TenneT Nederland
en TenneT Duitsland in stand blijft voor zover deze contractueel is vastgelegd. De
lopende samenwerkingsovereenkomsten worden door de transactie niet geraakt en blijven
onverminderd van kracht.
Het woord «beperkt» ziet op de beëindigingsmogelijkheden van die contracten: partijen
kunnen deze niet eenzijdig en naar eigen goeddunken opzeggen. De beëindigingsgronden
zijn contractueel ingeperkt, waardoor de geborgde samenwerking een duurzaam karakter
heeft.
Wat na de transactie verandert, is de juridische grondslag van de samenwerking. Waar
TenneT Nederland en TenneT Duitsland voorheen als onderdelen van één concern konden
samenwerken, opereren zij na de transactie als twee zelfstandige netbeheerders. Nieuwe
samenwerkingsafspraken worden dan ook gesloten op basis van gelijkwaardig partnerschap
tussen twee onafhankelijke partijen, zoals gebruikelijk is tussen Europese netbeheerders
onderling.
Vraag 2
Wat gebeurt er met de governance-positie van TenneT indien de kapitaalbehoefte hoger
uitvalt dan voorzien en TenneT verwatert tot onder de 25 procent? Welke afspraken
zijn gemaakt om te voorkomen dat de Nederlandse staat haar vetorechten en daarmee
haar sturingsmogelijkheden verliest?
Antwoord 2
TenneT Holding behoudt na toetreding van de private investeerders en KfW naar verwachting
het grootste aandelenbelang in TenneT Duitsland. Het door private investeerders en
de Duitse staat toegezegde kapitaal van € 11,8 miljard ligt circa € 3,3 miljard boven
wat in het basisscenario benodigd is. Zolang de geraamde kapitaalbehoefte van € 8,5
miljard niet stijgt tot boven de € 11,8 miljard, blijft het aandeel van TenneT Holding
minimaal 28,9%.
Pas als de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland verder zou oplopen en het toegezegde
kapitaal ontoereikend zou blijken, dan zal aanvullende financiering moeten worden
aangetrokken door TenneT Duitsland. Indien TenneT Holding er in dat geval voor kiest
om niet mee bij te storten, terwijl de andere aandeelhouders dat wel doen, zal het
aandelenbelang van TenneT Holding verder verwateren en mogelijk onder de grens van
25% zakken. Daarmee zouden de aan dat belang verbonden vetorechten verloren gaan.
Om dit te voorkomen is contractueel vastgelegd dat alle aandeelhouders, waaronder
TenneT Holding, bij een substantieel hogere kapitaalbehoefte de mogelijkheid hebben
om naar rato bij te storten en hun huidige belang te handhaven. Mocht een dergelijke
situatie zich voordoen, dan zullen TenneT Holding en de Nederlandse staat op dat moment
moeten beslissen of het gewenst is nieuw kapitaal in TenneT Duitsland te storten om
het aandelenbelang te behouden en zal de Kamer hierover tijdig worden geïnformeerd.
Vraag 3
Kan de Minister schetsen welk scenario zich voordoet als alle aandeelhouders weigeren
bij te storten?
Antwoord 3
Zoals in het antwoord op vraag 2 beschreven, is het onwaarschijnlijk dat een nieuwe
ronde aan kapitaalstorting nodig zal zijn aangezien TenneT Duitsland dankzij de toetreding
van de private investeerders en de Duitse staat een kapitaalbuffer heeft van € 3,3
miljard.
Indien een dergelijk scenario zich toch voordoet en alle aandeelhouders weigeren bij
te storten, dan zal TenneT Duitsland aanvullende financiering elders moeten aantrekken
om aan haar wettelijke verplichtingen te voldoen. Dit zou het aandelenbelang van bestaande
aandeelhouders verwateren en hun governance-positie verzwakken. Om deze reden acht
ik de kans dat zo’n scenario zich voordoet zeer klein.
Vraag 4
Kan de Minister bevestigen dat het structureel negatief saldo-effect van circa 20
miljoen euro per jaar en de verwerking in de Voorjaarsnota 2026 tijdig met de Kamer
worden gedeeld?
Antwoord 4
Ja.
Vraag 5
In hoeverre kan de gewijzigde aandeelhoudersstructuur van TenneT Duitsland gevolgen
hebben voor de prioritering en snelheid van netinvesteringen en hoe wordt geborgd
dat de samenwerking tussen TenneT en TenneT Duitsland blijft bijdragen aan efficiënte
netontwikkeling, systeemintegratie en leveringszekerheid in Noordwest-Europa.
Antwoord 5
De gewijzigde aandeelhoudersstructuur heeft geen directe gevolgen voor de prioritering
en snelheid van netinvesteringen. De investeringsagenda van TenneT Duitsland vloeit
voort uit het wettelijk vastgestelde investeringsplan, waarvan de uitvoering wettelijk
verplicht is.
De operationele samenwerking tussen TenneT Nederland en TenneT Duitsland blijft contractueel
geborgd via de bestaande samenwerkingsovereenkomsten. Deze blijven onverminderd van
kracht.
Voor de bredere leveringszekerheid en systeemintegratie in Noordwest-Europa geldt
bovendien dat alle transmissiesysteembeheerders nauw samenwerken rondom de aansluiting
van windparken op de Noordzee op het Europese hoogspanningsnet op basis van Europese
regelgeving en multilaterale afspraken. Deze samenwerking staat los van de aandeelhoudersstructuur
van de afzonderlijke netbeheerders.
VVD-fractie
Vraag 6
Welke andere opschortende voorwaarden zijn er naast de genoemde bevestiging door de
Duitse energietoezichthouder en is ook bij deze voorwaarden de stellige verwachting
dat hieraan zal worden voldaan?
Antwoord 6
Naast de bevestiging door de Duitse energietoezichthouder zijn er nog drie opschortende
voorwaarden waaraan de transactie moest voldoen voordat deze definitief kan worden
afgerond.
• De mededingingsrechtelijke goedkeuring: dit is een verplichte toets waarbij de mededingingsautoriteit
beoordeelt of een overname of investering de concurrentie op de markt niet onwenselijk
beperkt.
• Goedkeuring op grond van de Europese Foreign Subsidies Regulation (FSR). Deze Europese
verordening is in het leven geroepen om te voorkomen dat bedrijven die buitenlandse
overheidssubsidies ontvangen daarmee een oneerlijk concurrentievoordeel behalen op
de Europese markt. De Europese Commissie toetst of van een dergelijke verstoring sprake
is en verleent al dan niet toestemming.
• Goedkeuring in het kader van de Duitse Foreign Direct Investment (FDI)-screening.
Dit is een nationaal toezichtmechanisme waarmee overheden buitenlandse investeringen
in strategisch of gevoelige sectoren zoals energie-infrastructuur kunnen screenen
op mogelijke risico's voor de nationale veiligheid of publieke orde.
Al deze goedkeuringen zijn inmiddels verkregen. Daarmee ontbreekt slechts de goedkeuring
van de Duitse energietoezichthouder nog, maar het is mijn verwachting dat deze tijdig
zal worden verkregen.
Vraag 7
Wat zijn de consequenties voor de transactie indien de implementatie onverhoopt toch
vertraging oploopt?
Antwoord 7
TenneT Nederland financiert TenneT Duitsland tot aan afronding van de transactie.
Daarna gaat TenneT Duitsland zelfstandig naar de kapitaalmarkt om o.a. obligaties
uit te geven om haar investeringsprogramma te financieren. Indien afronding van de
transactie niet plaatsvindt in de eerste helft van 2026 dan moet TenneT Nederland
de Duitse activiteiten langer financieren. Het is de verwachting van TenneT dat een
vertraging in 2026 gefinancierd kan worden vanuit de bestaande aandeelhouderslening
van de Nederlandse staat en dat een vertraging in 2026 geen aanpassing van de aandeelhouderslening
behoeft.
Vraag 8
Welke effecten heeft de toename van de inbreng van EUR 1,5 miljard tot maximaal 2,34
miljard van de Duitse staat (via KfW) of het uitblijven daarvan heeft op de aandelenbelangen
of financiële verhoudingen?
Antwoord 8
De private investeerders hebben € 9,5 miljard aan kapitaalstortingen in TenneT Duitsland
toegezegd en de Duitse staat maximaal € 2,34 miljard. De Duitse staat legt van de
totale kapitaalbehoefte net zo veel in als nodig is om haar aandelenbelang van 25,1%
te behouden. Dit betekent dat voor ieder bedrag dat de Duitse staat uiteindelijk zal
inleggen (tot een maximum van € 2,34 miljard), het altijd een aandelenbelang van 25,1%
zal behouden. De resulterende aandelenbelangen van TenneT Holding en de private investeerders
zijn daarentegen onder andere afhankelijk van de uiteindelijke kapitaalbehoefte van
TenneT Duitsland.
Vraag 9
Deze leden vragen hoe in de governance wordt geborgd dat er, naast de borging in wet-
en regelgeving van grensoverschrijdende samenwerking, via TenneT alsnog gestuurd kan
worden op het Nederlandse publieke belang. Op welke belangrijke beslissingen behoudt
TenneT vetorechten?
Antwoord 9
Zoals in het antwoord op vraag 5 beschreven, zijn TenneT Nederland en TenneT Duitsland,
om het Nederlandse publieke belang te behouden contracten voor de voortzetting van
de samenwerking aangegaan met beperkte beëindigingsmogelijkheden. TenneT blijft bovendien
de grootste aandeelhouder van TenneT Duitsland, waardoor het tot op zekere hoogte
kan sturen op het behoud van het Nederlandse publieke belang. Zolang TenneT meer dan
25% van de aandelen bezit, blijft TenneT vetorechten behouden op belangrijke beslissingen
van het bedrijf, zoals de goedkeuring van het business plan van TenneT Duitsland en
de benoeming van bestuurders.
GroenLinks-PvdA-fractie
Vraag 10
In hoeverre blijft de Nederlandse staat, via TenneT, nog blootgesteld aan risico’s
voortvloeiend uit de investeringsopgave van TenneT?
Antwoord 10
Zoals in het antwoord op vraag 2 beschreven, is het onwaarschijnlijk dat een nieuwe
ronde aan kapitaalstorting nodig zal zijn aangezien TenneT Duitsland dankzij de toetreding
van de private investeerders en de Duitse staat een kapitaalbuffer heeft van € 3,3
miljard. Mocht tegen de verwachting in, de kapitaalbehoefte toch hoger worden dan
het kapitaal dat nu beschikbaar is vanuit de private investeerders en de Duitse staat,
dan zal TenneT Duitsland van alle aandeelhouders vragen om kapitaal bij te storten.
Geen van de aandeelhouders is hiertoe verplicht. Door deelname van de Duitse staat
is er een additionele partij toegetreden die zich verantwoordelijk zal voelen voor
de financiële stabiliteit van TenneT Duitsland. Hierdoor wordt de rol van de Nederlandse
staat als lender of last resort verkleind.
Voor TenneT Nederland is er ook een structurele oplossing gevonden met de instellingsgarantie.
Deze zorgt ervoor dat TenneT Nederland zelfstandig op de markt schuld op kan halen,
waardoor er geen kapitaalstorting meer nodig is voor het ophalen van nieuwe financiering.
TenneT betaalt voor deze instellingsgarantie een marktconforme premie aan de Nederlandse
staat. De garantie is doorlopend en kan niet voor 2030 opgezegd worden. Vanaf 1 januari
2031 kan de garantie worden opgezegd, maar met een termijn van 12 jaar, wat wil zeggen
dat de schuld van TenneT Nederland in ieder geval tot 2042 onder de garantie zal vallen.
In het toetsingskader wordt vermeld dat het de verwachting is dat de garantie minimaal
de komende 10 jaar niet wordt opgezegd, omdat de verwachting is dat de kasstromen
van TenneT Nederland de komende 10 jaar nog niet dermate hoog zullen zijn dat TenneT
Nederland zich zelfstandig zou kunnen financieren tegen acceptabele financieringskosten.
Tot slot heeft de Nederlandse staat in 2024 een aandeelhouderslening verstrekt aan
TenneT. TenneT mag tot en met 2026 in totaal tot € 36 miljard lenen, waarvan nu ca.
€ 25 miljard daadwerkelijk gebruikt is. Zodra de transactie van TenneT Duitsland wordt
afgerond, heeft TenneT de lening in principe niet meer nodig. TenneT zal de lening
terugbetalen in de periode 2030 – 2042. De lening zal in 2042 volledig zijn afgelost.
De opbrengsten van de verkoop van TenneT Duitsland worden gebruikt om de lening gedeeltelijk
af te lossen.
Vraag 11
Is die optie van volledige verkoop nog aan de orde? Hoe ziet de Minister de toekomstige
rol van de Nederlandse staat in TenneT Duitsland?
Antwoord 11
Het huidige kabinet en TenneT hebben op dit moment geen plannen om het (indirecte)
belang in TenneT Duitsland volledig te verkopen.
Vraag 12
Welke operationele en strategische voordelen zijn er in deze nieuwe constructie uit
dit aandeelhouderschap te halen?
Antwoord 12
Zoals toegelicht in de Kamerbrieven van 24 september 2025 en 3 februari 2026 biedt
de nieuwe constructie TenneT Duitsland een structurele oplossing voor de kapitaalbehoefte
zodat TenneT Duitsland haar investeringsagenda kan uitvoeren die voortvloeit uit de
energietransitie. Door de combinatie van drie institutionele private investeerders
(APG, NBIM en GIC) en de Duitse staat als aandeelhouders wordt niet alleen de volledige
kapitaalbehoefte gedekt, maar is er ook een financiële buffer beschikbaar.
Strategisch is de constructie zo vormgegeven dat Nederland weliswaar financiële risico's
overdraagt, maar het wel invloed behoudt. Via een resterend belang van circa 28,9%
en bijbehorende vetorechten blijft TenneT Holding sturen op cruciale beslissingen.
Contractuele afspraken over samenwerking, met name op het offshore windprogramma en
gedeelde bedrijfsvoering, zorgen ervoor dat de synergievoordelen tussen TenneT Nederland
en TenneT Duitsland grotendeels behouden blijven.
De toetreding van de Duitse staat voegt daar een belangrijke geopolitieke dimensie
aan toe: als mede-aandeelhouder voelt de Duitse staat zich medeverantwoordelijk voor
de financiële stabiliteit en de investeringen in de eigen energie-infrastructuur.
Vraag 13
Kan de Minister nader toelichten waarom deze opbrengsten als niet-saldorelevant worden
beschouwd. Welke begrotingsregels ertoe leiden dat deze opbrengsten als niet-saldorelevant
worden aangemerkt? In hoeverre verschilt deze behandeling van de situatie waarin de
staat saldorelevant dividend of verkoopopbrengsten uit een staatsdeelneming ontvangt?
Leidt de aflossing van de lening tot een vermindering van de financiële activa van
de staat, maar niet tot een verbetering van het EMU-saldo?
Antwoord 13
De opbrengsten zijn niet-saldorelevant omdat deze classificeren als financiële transactie.
Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en Eurostat bepalen op basis van het
Europese Systeem van Rekeningen (ESR 2010) wanneer opbrengsten of uitgaven gelden
als financiële transactie en daarmee niet-saldorelevant zijn. Hieronder vallen o.a.
marktconforme leningen, enkele kapitaalstortingen en verkoopopbrengsten van aandelen.
De begrotingsregels zelf hebben geen invloed op de EMU-saldorelevantie van een ontvangst
of uitgave, dit wordt statistisch bepaald. In lijn met de statistische regels uit
ESR 2010 heeft een toename of afname van de financiële activa van het Rijk geen invloed
op het EMU-saldo. Dividenduitkeringen van staatsdeelnemingen zijn wel saldorelevant.
Vraag 14
Klopt het dat we er hierdoor jaarlijks 20 miljoen euro op achteruitgaan. Kan de Minister
uiteenzetten wat het structurele saldo-effect hiervan is? Hoe worden deze effecten
precies verwerkt in de Voorjaarsnota 2026 en in het EMU-saldo en de EMU-schuld? Weegt
dit negatieve verschil in inkomsten op tegen de waarde van de verwachte risicomijding
als gevolg van de verkoop van de aandelen?
Antwoord 14
Door de aflossing is er een structureel negatief saldo-effect van € 20 miljoen per
jaar ten opzichte van de situatie voor de aflossing. Rente is volgens de begrotingsregels
niet-kaderrelevant, de daling van de rentebaten heeft dus geen effect op het uitgavenkader.
De daling van € 110 miljoen wordt verwerkt op de begroting van Financiën, de besparing
van € 90 miljoen wordt verwerkt op de begroting van de Nationale Schuld. Het totale
effect loopt mee in de ramingen van het EMU-saldo en de EMU-schuld die in de Voorjaarsnota
2026 gepresenteerd worden.
De gedeeltelijke aflossing van de lening verlaagt het risico dat het Rijk loopt op
de risicoregelingen. Het uitstaande budgettaire risico voor de Rijksbegroting neemt
met € 3,3 miljard af, gelijk aan de aflossing.
Vraag 15
Kan de Minister bevestigen dat de niet-saldorelevante opbrengst geen extra begrotingsruimte
creëert voor andere uitgaven, en zo ja, kan hij toelichten hoe dit zich verhoudt tot
de grote voorgenomen bezuinigingen? Hoe kijkt de Minister naar het beeld wat nu ontstaat
van een opbrengst van miljarden euro’s voor de schatkist terwijl er ook flink bezuinigd
wordt op de sociale zekerheid en zorg?
Antwoord 15
De financiële transactie als gevolg van de verkoop van TenneT Duitsland telt niet
mee voor het EMU-saldo (zie vraag 13), waardoor dit ook geen budgettaire ruimte oplevert.
De eenmalige transactie heeft een positief effect op de staatsschuld, maar draagt
niet structureel bij aan houdbare overheidsfinanciën op de lange termijn. In het coalitieakkoord
zijn afspraken gemaakt om de overheidsfinanciën op orde te houden en om geen rekeningen
door te schuiven naar de toekomst.
PVV-fractie
Vraag 16
Kan de Minister aangeven of deze verkoop het eindstation is of een tussenstation naar
volledige verkoop van het Nederlandse belang in TenneT Duitsland?
Antwoord 16
Het huidige kabinet en TenneT hebben op dit moment geen plannen om het (indirecte)
belang in TenneT Duitsland volledig te verkopen.
Vraag 17
Wat is het overzicht van de resterende risico’s? Hoe groot is, na deze deelverkoop
aan de Duitse staat, het nog steeds aanwezige financiële risico (kapitaalbehoefte,
garanties, leningen) voor Nederland met betrekking tot TenneT Duitsland? Graag een
uitsplitsing per jaar en per scenario en daarnaast een concreet tijdpad waaruit blijkt
hoe en wanneer dit risico tot nul wordt teruggebracht.
Antwoord 17
Zie het antwoord op vraag 10.
Vraag 18
Kan de Minister garanderen dat geen enkel deel van de kosten of risico’s rond TenneT
Duitsland – nu of in de toekomst – via hogere nettarieven, heffingen of belastingen
bij Nederlandse afnemers terechtkomt? Hoe wordt dit juridisch en regulatoir geborgd
richting toezichthouder ACM en richting TenneT zelf?
Antwoord 18
Voor de nettarieven geldt een regulatoire scheiding: de ACM stelt tarieven vast op
basis van uitsluitend de Nederlandse netkosten. Kosten van TenneT Duitsland kunnen
daar niet in worden meegenomen.
Wat de bredere staatsrisico's betreft verwijs ik naar het antwoord op vraag 10.
Vraag 19
Deelt de Minister de opvatting dat investeringen in het Duitse elektriciteitsnet primair
een verantwoordelijkheid zijn van de Duitse staat en de Duitse afnemers en dus niet
van Nederlandse belastingbetalers? Zo ja, op welke manier is dit beginsel concreet
verankerd in de bepalingen van de nu voorliggende overeenkomst?
Antwoord 19
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2 en 10, acht ik het op basis van de getekende
overeenkomst met de private investeerders en de Duitse staat onwaarschijnlijk dat
de Nederlandse staat nog kapitaal zal moeten storten in TenneT Duitsland. Mocht tegen
de verwachting in, de kapitaalbehoefte toch nog hoger worden dan het kapitaal dat
nu beschikbaar is vanuit de private investeerders en de Duitse staat, dan zal TenneT
Duitsland indien noodzakelijk van alle aandeelhouders vragen om kapitaal bij te storten.
Geen van de aandeelhouders is hiertoe verplicht. Door de deelname van de Duitse staat
is er een additionele partij toegetreden die zich verantwoordelijk zal voelen voor
de financiële stabiliteit van TenneT Duitsland. Hierdoor wordt de rol van de Nederlandse
staat als lender of last resort verkleind.
Vraag 20
In hoeverre blijft, na deze deelverkoop, de operationele samenhang tussen TenneT Nederland
en TenneT Duitsland bestaan? Welke waarborgen zijn er dat storingen, investeringsachterstanden
of politieke keuzes in Duitsland niet alsnog gevolgen hebben voor de leveringszekerheid
in Nederland en voor de hoogte van de Nederlandse energierekening?
Antwoord 20
Het elektriciteitsnetwerk in Europa is sterk met elkaar verbonden. Dit draagt sterk
bij aan de leveringszekerheid in heel Europa, en dus ook in Nederland. Het betekent
wel dat stroomstoringen in buurlanden van Nederland, dus ook Duitsland, invloed kan
hebben op de leveringszekerheid in Nederland. Dit is onafhankelijk van het feit dat
TenneT Nederland en TenneT Duitsland dochterbedrijven zijn en blijven van TenneT Holding.
Zoals toegelicht bij vraag 18 hebben politieke keuzes en investeringsachterstanden
in Duitsland geen effect op de energierekening in Nederland.
Vraag 21
Waarom heeft het kabinet er niet voor gekozen om de Duitse tak van TenneT volledig
aan de Duitse staat te verkopen?
Antwoord 21
De Duitse staat heeft tijdens de laatste ronde gesprekken consequent aangegeven een
belang van 25,1% na te streven. Voor de Nederlandse staat was het doel om de kapitaalbehoefte
van TenneT Duitsland in te vullen. Door de overeenkomst met de Duitse staat zijn de
doelen van beide landen bereikt.
Vraag 22
Hoe verhoudt deze deelverkoop zich tot de in het verleden aan TenneT verstrekte leningen
en kapitaalversterkingen door de Nederlandse staat? Welk deel van deze publieke middelen
vloeit met deze overeenkomst daadwerkelijk terug naar de schatkist? Wat heeft TenneT
Duitsland de Nederlandse belastingbetaler uiteindelijk gekost?
Antwoord 22
TenneT Holding heeft alle aandelen in TenneT Duitsland in 2009 voor € 885 miljoen
gekocht. In de transactie met de private investeerders en de Duitse staat is TenneT
Duitsland gewaardeerd op circa € 40 miljard per 31 december 2025. De Nederlandse staat
ontvangt vanwege de toetreding van de Duitse staat in 2026 € 3,3 miljard, een bedrag
dat verder kan oplopen tot € 4,8 miljard. Daarnaast heeft de Nederlandse staat sinds
de aankoop van TenneT Duitsland honderden miljoenen ontvangen aan dividend.
De Nederlandse staat heeft TenneT Holding in 2024 een lening verschaft waarvan Nederlandse
en Duitse investeringen zijn gefinancierd. TenneT betaalt een marktconforme rente
over deze lening. TenneT zal deze lening uiterlijk in 2042 afbetalen. De bovengenoemde
opbrengsten van de verkoop van TenneT Duitsland worden gebruikt om de lening gedeeltelijk
af te lossen. De Nederlandse belastingbetaler heeft daarmee niet betaald aan TenneT
Duitsland.
Vraag 23
Waarom wordt er twee keer zoveel wordt geïnvesteerd in het Duitse net dan in het Nederlandse?
Waarom wordt er überhaupt nog geïnvesteerd in Duitsland gezien de huidige problemen?
Kan de Minister garanderen dat er in de toekomst geen dubbeltje meer wordt geïnvesteerd
in het Duitse hoogspanningsnet van TenneT?
Antwoord 23
De hogere investeringen in Duitsland weerspiegelen de omvang van het Duitse net: TenneT
beheert in Duitsland een aanzienlijk groter hoogspanningsnet dan in Nederland. Die
verhouding volgt rechtstreeks uit de schaal van de infrastructuur en de wettelijke
investeringsverplichtingen.
Met de instap van private investeerders is de financieringsstructuur van TenneT Duitsland
structureel herzien. De kapitaalbehoefte is daarmee ingevuld zonder stortingen vanuit
de Nederlandse schatkist. Voor de vraag over de kans dat er in de toekomst vanuit
de Nederlandse staat nog kapitaalstortingen nodig zijn in TenneT Duitsland verwijs
ik graag naar het antwoord op vraag 3.
Vraag 24
Kan de Minister zeggen welke andere opties (bijvoorbeeld volledige verkoop aan de
Duitse staat, een andere structuur met investeerders, of eerdere en snellere afsplitsing)
zijn onderzocht? Welke voor- en nadelen zijn daarbij gewogen en waarom is uiteindelijk
gekozen voor deze constructie, mede in het licht van de mislukte verkooppoging in
2024?
Antwoord 24
Na de mislukte verkoop aan de Duitse staat in 2024 heb ik besloten om de kapitaalbehoefte
van TenneT Duitsland via de private markt in te vullen. Daarin zijn gelijktijdig een
beursgang en een onderhandse verkoop van aandelen verkend. Ik heb uiteindelijk samen
met TenneT Holding besloten tot de onderhandse verkoop aan de hand van vier criteria
zoals ik heb toegelicht in de Kamerbrieven over de verkoop van TenneT Duitsland.1
Vraag 25
Wat betekent deze overeenkomst concreet voor de ontwikkeling van de Nederlandse nettarieven
en de energierekening in de komende jaren? Is de Minister bereid vast te leggen dat
deze deelverkoop niet mag worden aangegrepen om Nederlandse tarieven verder te verhogen
in de toekomst?
Antwoord 25
De deelverkoop van TenneT Duitsland heeft geen directe invloed op de Nederlandse nettarieven.
Die worden jaarlijks door de ACM vastgesteld op basis van uitsluitend de kosten van
het Nederlandse net. Dat is wettelijk geborgd en onafhankelijk van eigendomsverhoudingen
in Duitsland.
De ACM is een onafhankelijke toezichthouder die tarieven vaststelt op basis van werkelijke
kosten die TenneT maakt voor het beheer en de uitbreiding van het elektriciteitsnet.
Vraag 26
Kunt u de synergiën en contracten die zijn aangegaan voor het voortzetten van de samenwerking
met beperkte beëindigingsmogelijkheden nader toelichten? Welke Nederlandse belangen
zijn met deze samenwerking gemoeid? Welke samenwerkingscontracten zijn aangegaan en
waarom zijn de mogelijkheden om deze te beëindigen beperkt?
Antwoord 26
TenneT Nederland en Duitsland blijven bijvoorbeeld nauw samenwerken bij de ontwikkeling
van het net op zee, op het gebied van innovatie en bij de gezamenlijke inkoop van
technische onderdelen. Ook zijn er overeenkomsten aangegaan om dienstverlening voor
bepaalde tijd door te zetten volgend op de splitsing van de operationele onderdelen,
welke splitsing in 2025 is ingezet. Dat zorgt ervoor dat kennis behouden blijft en
middelen efficiënt worden ingezet.
Vraag 27
Hoe is het aandelenbelang verdeeld tussen de verschillende investeerders (Norges Bank,
APG en GIC)?
Antwoord 27
Gezamenlijk verkrijgen de private investeerders maximaal 46% van het aandelenbelang
in TenneT Duitsland.
Het betreft een gefaseerde investering: de private investeerders storten in totaal
maximaal € 9,5 miljard aan eigen vermogen in TenneT Duitsland tot 2029. Een deel wordt
ingebracht bij de afronding van de transactie, het overige deel in de daaropvolgende
jaren, in lijn met de kapitaalbehoefte van TenneT Duitsland. Het aandelenbelang van
de individuele private investeerders is geen publieke informatie.
CDA-fractie
Vraag 28
Wat zijn de onderliggende criteria van deze beëindigingsmogelijkheden. In hoeverre
acht de Minister het aannemelijk dat er een situatie ontstaat waarbij deze beëindigingsclausule
geactiveerd kan worden? Wat zou de impact zijn voor Nederland wanneer deze contracten
opgezegd worden? In hoeverre kan het vetorecht van TenneT dit voorkomen?
Antwoord 28
In zijn algemeenheid hebben TenneT Nederland en TenneT Duitsland allebei baat bij
de betreffende overeenkomsten en daarmee geen reden om deze zomaar te beëindigen.
TenneT Nederland en TenneT Duitsland hebben bijvoorbeeld concrete afspraken gemaakt
over diensten over en weer na de splitsing van het bedrijf in 2025. Deze kunnen niet
zonder reden eenzijdig worden beëindigd. Evenwel komt de bedrijfsvoering in Nederland
niet in gevaar als een van deze diensten niet geleverd wordt. Een vetorecht kan dit
niet voorkomen, aangezien dit een contractuele samenwerking betreft tussen TenneT
Nederland en TenneT Duitsland die niet onderworpen is aan goedkeuring van de aandeelhouders.
Vraag 29
Welke activiteiten, naast het offshore 2GW-programma, vallen onder de reikwijdte van
deze contracten. Kan de Minister hiervan een overzicht geven?
Antwoord 29
Deze voordelen zijn er o.a. bij de bouw van de 2GW-platformen op zee, gezamenlijk
verzekeren van projecten en assets en samenwerking ter bevordering van een sterke
positie richting leveranciers. De synergiën zullen naar verwachting ook waarde hebben
voor de Duitse staat en de private investeerders dus het behoud hiervan is een gedeeld
belang van alle aandeelhouders.
Vraag 30
Blijft de 3,3 miljard euro dus niet bij TenneT op de balans blijft staan? Klopt het
dat deze 3,3 miljard euro beschikbaar blijft voor staatsdeelnemingen en onder andere
wordt gebruikt voor het kernkapitaal van de Nationale Investeringsinstelling conform
het Coalitieakkoord? Wanneer verwacht de Minister hierover uitsluitsel te geven?
Antwoord 30
TenneT gebruikt de opbrengst van de verkoop voor de gedeeltelijke aflossing van de
aandeelhouderslening. In de Voorjaarsnota 2026 heeft het kabinet de € 3,3 miljard
van de verkoopopbrengst van TenneT Duitsland beschikbaar gemaakt voor het startkapitaal
van een Nationale Investeringsinstelling.
Vraag 31
Waarom moet de toetsing van de Duitse energietoezichthouder nog plaatsvinden. Zijn
er mogelijkheden om dit te versnellen? Is er reeds contact met de toezichthouder bijv.
door een a priori toetsmoment?
Antwoord 31
De toetsing van de Duitse energietoezichthouder Bundesnetzagentur moet plaatsvinden
op de getekende transactieovereenkomsten. Zoals beschreven in de Europese Richtlijn
2019/943, moet de Duitse toezichthouder na het vaststellen van een conceptbesluit
ook de opinie vragen van de Europese Commissie alvorens een definitief besluit te
nemen. Dit proces vergt daarom in totaal een aantal maanden. Mijn verwachting is nog
steeds dat – als er geen vertragingen optreden – de overeenkomst binnen de eerste
helft van 2026 afgerond kan worden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
C.A. (Chris) Jansen, voorzitter van de vaste commissie voor Financiën -
Mede ondertekenaar
R.A. van der Steur, adjunct-griffier