Brief regering : Verslag Eurogroep en informele Ecofinraad van 22 en 23 mei 2026
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2195
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 juni 2026
Hierbij ontvangt u het verslag van de Eurogroep en de informele Ecofinraad van 22
en 23 mei 2026 in Nicosia, Cyprus.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Verslag van de Eurogroep en informele Ecofinraad 22 en 23 mei 2026
Eurogroep regulier
Macro-economische ontwikkelingen in de eurozone
De Europese Commissie presenteerde de macro-economische cijfers van de lenteraming
van de Europese Commissie, gepubliceerd op 21 mei jl.1 De Commissie lichtte toe dat de economische vooruitzichten zijn verslechterd door
de energieprijsschok als gevolg van het conflict in het Midden-Oosten. Hogere olie-
en gasprijzen leiden tot lagere koopkracht, hogere productiekosten en inflatie, en
meer economische onzekerheid.
De Commissie verwacht een economische groei in de EU van 1,1% in 2026 en 1,4% in 2027.
Daarmee is verwachting voor 2026 met 0,3%-punt naar beneden bijgesteld. Voor de eurozone
verwacht de Commissie in 2026 respectievelijk 2027 groei van 0,9% en 1,2%. Wat betreft
inflatie raamt de Commissie een stijging naar 3,1% in 2026 en 2,5% in 2027.
De Commissie waarschuwde voor negatievere begrotingssaldi als gevolg van lagere groei
en hogere rente, gecombineerd met energiesteunmaatregelen. Het is van belang dat steunmaatregelen
gericht zijn op kwetsbare huishoudens en bedrijven, per saldo beperkte begrotingsruimte
innemen en verduurzamingsprikkels niet verstoren. Tot slot wees de Commissie erop
dat in slechtere scenario’s de energieprijzen verder kunnen stijgingen en economische
groei verder kan krimpen.
In de verdere discussie pleitten enkele lidstaten voor meer flexibiliteit om binnen
de regels van het Stabiliteits- en Groeipact energiesteunmaatregelen te treffen, opdat
zij maatregelen kunnen nemen om de economische gevolgen van het conflict in het Midden-Oosten
te mitigeren. Nederland gaf in reactie hierop aan dat stabiliteit en geloofwaardigheid
van het raamwerk juist nu van belang is en beargumenteerde dat uitbreiding van de
bestaande flexibiliteit niet nodig en onverstandig is.
Woningmarktbeleid
De leden van de Eurogroep wisselden ervaringen uit rond de aanpak van het woningmarktkrapte.
De Europese Commissie en de Europese Centrale Bank onderstreepten dat de krapte op
de woningmarkt waar veel Europese lidstaten zich mee geconfronteerd zien, bredere
sociaal en economische gevolgen kan hebben. De ECB waarschuwde dat de laatste financiële
crisis voortkwam uit de huizenmarkt, omdat de risico’s daar te lang onder de radar
bleven. Zodoende is, aldus beide instellingen, Europese coördinatie nodig. Woningmarktbeleid
zal een grotere rol krijgen in de landspecifieke aanbevelingen, onderdeel van het
aanstaande Europees Semester Lentepakket. Drie lidstaten (Ierland, Spanje en Kroatië)
gaven vervolgens een presentatie over hun recente beleidsinzet op dit terrein.
Na de uitwisselingen van ervaringen, concludeerde de voorzitter van de Eurogroep dat
woningmarktbeleid een prioriteit is voor veel lidstaten, maar dat de situatie vaak
net anders is. Er was brede consensus dat de nadruk moet liggen op maatregelen aan
de aanbodkant van de woningmarkt.
Digitale euro
De president van de ECB en de voorzitter van de Commissie Economische en Monetaire
Zaken (ECON) in het Europees Parlement praatten de Eurogroep bij over respectievelijk
de voortgang van het voorbereidend werk van de ECB op het terrein van de digitale
euro en de onderhandelingen daarover in het Europees Parlement. De ECON-voorzitter
lichtte toe dat het Europees Parlement naar verwachting op 23 juni in de ECON-commissie
zal stemmen over de digitale euro. Daarna kan het Europees Parlement plenair stemmen
over dit dossier.
De ECB-president benadrukte dat spoedige voortgang van dit dossier van groot belang
is. Uitstel zou onwenselijk zijn, omdat het onzekerheid geeft voor de markt. De ECB
is voornemens in 2027 een pilot te starten. Enkele lidstaten onderschreven het belang
van snelle implementatie en het belang van een passende kostenverdeling.
Informele ECOFIN Raad
Versterken van het Europees concurrentievermogen in een in toenemende mate onzekere
wereld
De Managing Director (algemeen directeur) van het Europees Stabiliteitsmechanisme,
dhr. Gramegna, en de Cypriotische hoogleraar Andreas Theophanous verzorgden ieder
een presentatie over de uitdagingen voor het Europese concurrentievermogen. De Eurogroep
wisselde daarna kort van gedachten.
Gramegna lichtte toe hoe de productiviteitsgroei en export in het eurogebied achterblijven
onder meer als gevolg van de relatief hoge energieprijzen en de wisselkoers met de
renminbi. De eurozone heeft sinds 2019 bijna 1,5 procentpunt aan aandeel in de wereldexportmarkt
verloren volgens cijfers van het ESM. De aanbeveling van het ESM luidde om private
investeringen in onderzoek en innovatie te stimuleren om de achterstand op dit punt
ten opzichte van met name de VS en China in te lopen. Verdere aanbevelingen van het
ESM zagen op het versterken van de interne markt onder andere door het vervolmaken
van de kapitaalmarktenunie, het verbeteren van het vestigingsklimaat voor bedrijven
en het investeren in de digitale en groene transities. Ook de digitale euro werd door
het ESM genoemd als sleutel in het versterken van het Europese concurrentievermogen.
Tijdens de discussie onderstreepten enkele lidstaten het belang de algemene randvoorwaarden
voor productiviteitsgroei, zoals het verbeteren van de werking van de interne markt,
waaronder het voltooien van de kapitaalmarktenunie.
Stablecoins
De Eurogroep wisselde van gedachten over stablecoins, samen met onderzoeksinstituut
Bruegel, de Europese Centrale Bank (ECB), de Europese Banken Autoriteit (EBA) en de
Europese Autoriteit voor Verzekeringen en Bedrijfspensioenen (EIOPA).
Bruegel opende de sessie met een toelichting van de kernpunten uit het artikel van
Bruegel over stablecoins2. In dit artikel wordt het risico gesignaleerd van dollarisatie (het toenemende gebruik van de Amerikaanse dollar) van de infrastructuur van het
digitale geld in geval van groeiende vraag naar in dollar uitgedrukte stablecoins
ten koste van de vraag naar in euro uitgedrukte stablecoins. Om dit te voorkomen deed
Bruegel een aantal aanbevelingen. Ten eerste is versnelling nodig van het Appia-project
van de ECB om koppeling tussen digitale platforms en ECB-betalingssystemen mogelijk
te maken. Ten tweede moet afgezien worden van de eis om een groot deel van stablecoinreserves
als bankdeposito's aan te houden. Ten derde, zijn aanpassingen nodig van de MICA-richtlijn
(Markets in Crypto-Assets) om stablecoinuitgevers in de EU toe te staan direct rente
te bieden aan houders van stablecoins, zolang die rente lager is dan de ECB-rente
en reguliere depositotarieven. Tot slot, moet toegang worden gegeven aan EU-stablecoinuitgevers
tot de balans van de ECB.
De Commissie onderschreef de risicoanalyse van dollarisatie niet vanwege te marginaal
gebruik van stablecoins in de EU. Daarnaast wezen de Commissie en de ECB erop dat
andere getokeniseerde activa ook van belang zijn om een rol voor de euro te verzekeren
in het digitale geld betalingssysteem. Bovendien gaf de ECB aan significante risico’s
te zien voor de financiële stabiliteit en monetaire transmissie bij grootschalig gebruik
van stablecoins. Het risico op stijging van de financieringskosten voor banken werd
door de ECB uitgelicht.
Er was brede consensus tussen Raad, Europese instellingen en vertegenwoordigers van
de nationale centrale banken over het belang van strategische autonomie van de Europese
digitale betalingsinfrastructuur. Dit werd ook door Nederland onderstreept. De posities
binnen de Raad liepen uiteen waar het de vraag betrof in hoeverre stabelcoins als
specifieke vorm van getokeniseerd geld gestimuleerd moet worden. Een meerderheid van
de lidstaten sloot zich aan bij de analyse van de ECB en de Commissie dat de risico’s
voor de financiële stabiliteit bij het bevorderen van stablecoins zwaarder wegen dan
het risico van dollarisatie van de infrastructuur indien dit niet bevorderd wordt,
omdat zij verwachten dat stablecoins überhaupt beperkte toepassingen hebben in het
eurogebied.
Een enkele lidstaat schaarde zich achter de stelling van Bruegel dat er actiever beleid
moet worden gevoerd om gebruik van de in euro uitgedrukte stablecoins te bevorderen.
Tot slot waarschuwde de EBA dat stablecoins momenteel vooral worden gebruikt voor
financiële criminaliteit.
Financiering Europese bestedingsbehoeften
Het IMF presenteerde de belangrijkste bevindingen uit het IMF rapport How Europe can pay for things it can’t afford3 aan de Raad. Het IMF rekende voor dat bij ongewijzigd beleid de gemiddelde schuldratio
in de eurozone in 2040 op 138% van het bbp zal liggen. Om deze trend te keren, adviseerde
het IMF een beleidsmix van hervormingen ten behoeve van groei op nationaal en Europees
niveau en maatregelen om stijgende overheidsuitgaven aan o.a. vergrijzindsgerelateerde
uitgaven en ondoeltreffende of ongerichte subsidies, zoals op fossiele brandstoffen,
om te buigen. Tot slot deed het IMF de aanbeveling om bepaalde Europese publieke voorzieningen,
zoals defensie, ook gemeenschappelijk te financieren uit de EU-begroting.
De Europese Rekenkamer constateerde dat het aandeel leningen ter financiering van
investeringen in de EU is toegenomen en waarschuwde dat vooruitgeschoven rentebetalingen
beslag zullen leggen op toekomstige begrotingsruimte. Tot slot ziet de Europese Rekenkamer
een belangrijke rol voor het Europees Semester en de Nationale en Regionale Partnerschapsplannen
(NRPPs) onder het nieuwe MFK voor het aanjagen van hervormingen.
Een meerderheid van de Ecofinraad onderkende het belang van structurele hervormingen
op zowel Europees als nationaal niveau. Wat betreft nationale hervormingen plaatste
een aantal lidstaten de kanttekening dat er een balans moet worden gevonden tussen
hervormingen, bezuinigen en het behoud van het Europese sociale welvaartsmodel.
De meerderheid van de lidstaten sprak zich uit voor het waarborgen van de implementatie
van de Europese begrotingsregels zonder uitbreiding van de flexibiliteit daarbinnen,
en prioritering van uitgaven in het nieuwe Meerjarig Financieel Kader (MFK). Onder
meer Nederland voegde daaraan toe, dat een verschuiving van schulden van het nationale
niveau naar Europees niveau geen oplossing is voor het risico van onhoudbare schulden.4 Nederland gaf aan dat de oplossing deels wel kan worden gevonden in een grotere rol
voor private investeringen.
Daartegenover gaf een aantal lidstaten aan open te staan voor een groter MFK en gemeenschappelijke
leeninstrumenten in het nieuwe MFK. Enkele lidstaten plaatsten daarbij de kanttekening
dat alleen bij uitzondering te kunnen steunen, bijvoorbeeld voor de financiering van
defensie- en energie-uitgaven.
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën