Brief regering : Verslag van de informele Raad Buitenlandse Zaken Gymnich van 27 en 28 mei 2026
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3431
BRIEF VAN DE BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 3 juni 2026
Hierbij bied ik u het verslag aan van de informele Raad Buitenlandse Zaken Gymnich
van 27 en 28 mei 2026.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
VERSLAG RAAD INFORMELE RAAD BUITENLANDSE ZAKEN VAN 27 EN 28 MEI 2026
Op woensdag 27 en donderdag 28 mei vond in Limassol de informele Raad Buitenlandse
Zaken (RBZ), de zogeheten »Gymnich», plaats. Er werd gesproken over de Russische agressie
tegen Oekraïne en de situatie in het Midden-Oosten. De Minister van Buitenlandse Zaken
heeft deelgenomen aan de Gymnich. Het doel van deze Gymnich was het voeren van een
strategische discussie. Er zijn geen conclusies, Raadsbesluiten of mededelingen aangenomen.
Russische agressie tegen Oekraïne
De Raad stond stil bij de voortdurende Russische agressieoorlog tegen Oekraïne. In
het bijzonder werd gesproken over de rol die Europa en de EU zouden moeten spelen
in vredesbesprekingen. Onder EU-lidstaten bestond brede overeenstemming dat Europa
in enige vorm vertegenwoordigd moet zijn in internationale besprekingen die over de
Europese veiligheid gaan. Daarbij bestond brede consensus onder EU-lidstaten dat het
op dit moment niet wenselijk is om te speculeren over namen om Europa te vertegenwoordigen.
Ook onderstreepten lidstaten het belang van EU eenheid, de continuering van steun
aan Oekraïne en het verhogen van de druk op Rusland door middel van sancties. De Europese
inzet moet gericht zijn op vrede en veiligheid in Oekraïne en de Europese veiligheid
op de lange termijn. Nederland bracht in dat Europa bereid moet zijn de grote Europese
belangen te verdedigen in de vredesbesprekingen voor Oekraïne. Hierbij zijn timing
en Europese eenheid van belang. Ook is verdere inhoudelijke voorbereiding nodig. Rusland
is de oorlog begonnen en kan deze op ieder moment beëindigen door de agressie tegen
Oekraïne te staken. De realiteit is dat Rusland de aanvallen op Oekraïne intensiveert.
Er zijn op dit moment evenmin aanwijzingen dat Rusland bereid is betekenisvolle onderhandelingen
te voeren. Daarom blijft het volgens het kabinet zaak om koers te houden met voortgezette
steun aan Oekraïne en het verhogen van druk op Rusland om betekenisvolle onderhandelingen
over te gaan ten behoeve van een duurzame vrede voor Oekraïne.
Situatie in het Midden-Oosten
De Raad stond stil bij de situatie in het Midden-Oosten en sprak daarbij over Iran
en de situatie in de Straat van Hormuz, Libanon, Israël en de Palestijnse Gebieden.
De Ministers van Buitenlandse Zaken van India en Saudi-Arabië namen deel aan deze
discussie.
Ten aanzien van Iran en de situatie in de Straat van Hormuz werd benadrukt dat er
op korte termijn een diplomatieke oplossing moet komen, waarin geen concessies worden
gedaan op het recht op vrije doorvaart. Dit is strijdig met het internationale recht
en schept een gevaarlijk precedent. Hoge Vertegenwoordiger (HV) Kallas benadrukte
het belang van verdere verdieping van de relatie tussen de EU en de Golfstaten. Tevens
benadrukten verscheidene lidstaten dat Europa nauw betrokken moet blijven bij ontwikkelingen
op het nucleaire vlak. Lidstaten noemden ook de mondiale impact waarbij werd verwezen
naar gevolgen voor energiezekerheid en voedselzekerheid. Er moet meer kunstmest worden
getransporteerd, anders gaan voedselprijzen stijgen hetgeen op de middellange termijn
weer gevolgen kan hebben op het terrein van migratie. Nederland benadrukte het belang
van een politieke oplossing en het belang van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz.
De HV vroeg aandacht voor de verslechterende situatie in de Gazastrook, op de Westelijke
Jordaanoever, en in Libanon en benadrukte het gebrek aan voortgang op alle sporen.
Enkele lidstaten riepen op tot Europese sancties tegen de extremistische Israëlische
Ministers Ben Gvir en Smotrich. Nederland steunde deze oproep. Daarnaast heeft het
kabinet de nationale maatregelen om goederen uit de onrechtmatige Israëlische nederzettingen
te weren opgebracht en opgeroepen tot een dergelijke maatregel op EU-niveau. Dit kon
op steun rekenen van enkele lidstaten. Op 22 mei jl. heeft het kabinet besloten om
het Tijdelijk sanctiebesluit onrechtmatige nederzettingen in de door Israël bezette gebieden aanhangig te maken bij de Raad van State voor een spoedadvies.
Overig
Moties naar aanleiding van de behandeling van Flotilladeelnemers
Op 28 mei jl. pleitte Nederland, conform de motie Van Baarle1, in Europese gremia voor respectievelijk een EU-veroordeling en het in EU-verband
vragen van excuses ten aanzien van de behandeling van Flotilladeelnemers door de Israëlische
autoriteiten. Conform de motie Van Baarle2 steunt het kabinet tevens de oproep van de Canadese Minister-President van 26 mei
jl. richting de Israëlische autoriteiten tot onafhankelijk onderzoek hiernaar, en
heeft in dat kader ook andere EU-lidstaten opgeroepen zich aan te sluiten bij de Canadese
oproep.
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken