Brief regering : Uitwerking van de ontwikkelroute passende acute zorg in de regio en stand van zaken invoering budgetbekostiging spoedeisende hulp
29 247 Acute zorg
Nr. 490
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 1 juni 2026
De acute zorg vormt een onmisbare pijler van ons zorgstelsel en moet voor iedereen
in Nederland tijdig, toegankelijk en van goede kwaliteit beschikbaar zijn. Juist in
situaties waarin iedere minuut telt, moet een patiënt kunnen rekenen op snelle beoordeling,
passende behandeling en goede samenwerking in de spoedzorgketen. Tegelijkertijd geeft
de Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) in de Stand van de zorg 20251 aan dat de acute zorg onder druk staat door een toenemende vraag naar spoedzorg en
een schaarste aan zorgmedewerkers. Dat vraagt om duidelijke keuzes en gezamenlijke
verantwoordelijkheid van alle betrokken partijen om de beschikbaarheid, toegankelijkheid
en kwaliteit van de acute zorg ook in de toekomst te waarborgen. Het kabinet zet zich
daarom in om passende zorg tot norm te maken en te werken aan een passend zorglandschap,
ook in de acute zorg.
Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de ontwikkelroute passende acute
zorg in de regio (voorheen het zogenoemde groeipad) en voldoet daarmee aan de gedane
toezeggingen en aangenomen moties waaronder de motie van het lid Vermeer die door
de Kamer op 19 mei jl. is aangenomen.2 De ontwikkelroute beschrijft hoe het kabinet tot een passend aanbod van acute zorg
in de regio komt en welke bijdrage de invoering van budgetbekostiging voor de spoedeisende
hulp (SEH) levert aan deze opgave. Het kabinet schetst eerst de aanleiding voor budgetbekostiging
voor de spoedeisende hulp. Vervolgens wordt de huidige stand van zaken besproken met
betrekking tot invoering van budgetbekostiging per 1 januari 2027, zoals toegezegd
in het commissiedebat Acute zorg van 25 september 2025. Aanvullend zijn in bijgevoegde
bijlage 2 de uitkomsten van het onderzoek naar administratieve lasten te vinden. Daarna
wordt toegelicht hoe de ontwikkelroute past binnen de bredere beweging naar een passend
zorglandschap. Vervolgens wordt uiteengezet welke stappen het kabinet de komende periode
zet om tot een passende acute zorg in de regio te komen en gefaseerde doorontwikkeling
van de budgetbekostiging te realiseren.
Aanleiding
In 2025 is besloten om budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp in te voeren.3 Deze keuze komt voort uit de noodzaak om acute zorg ook in de toekomst toegankelijk,
kwalitatief goed en beschikbaar te houden. De SEH heeft een duidelijk beschikbaarheidskarakter:
de functie moet permanent beschikbaar zijn, ongeacht het aantal patiënten dat zich
op enig moment meldt.
De huidige bekostiging van de SEH bevat een productieprikkel en stimuleert samenwerking
in de acute zorgketen onvoldoende. Doordat aanbieders bij de huidige bekostiging een
directer financieel belang kunnen hebben bij het behandelen van extra patiënten op
de SEH, kan het moeilijker zijn om regionale afspraken te maken over het verplaatsen
van zorg naar een passende plek in de spoedzorgketen, bijvoorbeeld van SEH naar huisartsenspoedpost.
Binnen de acute zorg worden de ambulancezorg en de huisartsenspoedposten al op basis
van een budget bekostigd. Naast dat budgetbekostiging voor de SEH de productieprikkel
kan verminderen, kan de ketensamenwerking worden bevorderd en daarmee een doelmatige
inzet van schaarse capaciteit beter ondersteunen.
Het kabinet kiest daarom voor budgetbekostiging als onderdeel van de bredere transitie
naar passende acute zorg in de regio. Door de beschikbaarheid van een SEH via een
budget te bekostigen, kan de maatregel bijdragen aan het toegankelijk houden van acute
zorg, het ondersteunen van de beschikbaarheid van SEH-zorg, betere samenwerking in
de spoedzorgketen en meer financiële zekerheid voor ziekenhuizen om in een passend
zorgaanbod te kunnen voorzien. Daarmee ontstaat meer ruimte om regionaal afspraken
te maken over de organisatie van acute zorg. Randvoorwaardelijk hierbij zijn duidelijke
kwaliteitseisen, regionale keuzes over het aanbod van acute zorg en afspraken over
samenwerking in de spoedzorgketen.
Stand van zaken invoering budgetbekostiging SEH
Per 1 januari 2027 wordt de eerste stap gezet om alle SEH’s te bekostigen met een
budget met een beperkte afbakening ter grootte van ongeveer € 4,6 miljoen per SEH.
Daarmee wordt een deel van de kosten van de SEH minder afhankelijk gemaakt van productie,
zijn ziekenhuizen verzekerd van een vast budget en ontstaat een eerste basis voor
de bekostiging waarop in latere stappen kan worden voortgebouwd.
Stand van zaken regelgeving
Het vorige kabinet heeft de NZa op 15 december 2025 een aanwijzing4 gegeven om met ingang van 1 januari 2027 budgetbekostiging in de regelgeving van
de NZa mogelijk te maken. Op basis daarvan heeft de NZa de regelgeving voor de invoering
van budgetbekostiging voor de SEH op 10 maart jl. vastgesteld. Deze regelgeving is
tot stand gekomen in zorgvuldig overleg met de branche- en beroepsorganisaties. De
NZa heeft de individuele ziekenhuizen en zorgverzekeraars ook geïnformeerd over de
publicatie van haar regelgeving en hun laten weten dat zij dit najaar hun aanvraag
voor het budget en het tarief voor 2027 bij de NZa kunnen indienen. Voor het aanvragen
van een budget dienen ziekenhuis en zorgverzekeraars een gemeenschappelijke aanvraag
in bij de NZa. Deze gemeenschappelijke aanvraag is de uitkomst van een proces waarin
ziekenhuis en zorgverzekeraars afspraken maken over de toegankelijkheid, kwaliteit
en betaalbaarheid van de SEH. Ziekenhuizen en zorgverzekeraars kunnen ook eenzijdig
een aanvraag voor een budget indienen bij de NZa wanneer zij niet tot overeenstemming
kunnen komen. Het kabinet ziet een eenzijdige aanvraag echter niet als een gewenste
oplossing voor zo’n situatie, omdat dit niet bijdraagt aan het gezamenlijk realiseren
van passende acute zorg in de regio. Bij het behandelen van de eenzijdige aanvragen
beoordeelt de NZa alle relevante documenten en omstandigheden, waaronder bijvoorbeeld
het gemeenschappelijk inkoopkader van zorgverzekeraars, om tot een besluit over de
aanvraag te komen. Wanneer bijvoorbeeld een ziekenhuis een eenzijdige aanvraag indient,
zonder dat hieraan vooraf overleg heeft plaatsgevonden met de zorgverzekeraar, dan
zal de NZa dat gegeven meewegen in haar besluit over het al dan niet toekennen van
een geheel of gedeeltelijk budget.
Uitwerking randvoorwaarden
De afgelopen maanden hebben UMCNL, de Nederlandse Vereniging van Ziekenhuizen (NVZ),
Zorgverzekeraars Nederland (ZN), de Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
(NVSHA) en de Federatie Medisch Specialisten (FMS) intensief met elkaar – en met de
NZa en het ministerie – overlegd over randvoorwaarden om deze eerste stap van invoering
van budgetbekostiging per 2027 van de SEH tot een succes te maken. Er zijn afspraken
gemaakt over onder andere het voldoen aan de eisen van het Kwaliteitskader Spoedzorgketen,
inzicht in SEH-indicatoren, het representatiemodel van zorgverzekeraars voor de zorginkoop
en het schonen van de tarieven voor diagnose-behandelcombinaties (DBC’s).
Zorgverzekeraars hebben een gemeenschappelijk inkoopkader opgesteld, in lijn met deze
afspraken. Het kabinet en de NZa zijn de zorgverzekeraars hier erkentelijk voor en
onderstrepen dat de kwaliteit van de geleverde SEH zorg ook belangrijk is. Daarnaast
gaan het kabinet en de NZa ervan uit dat elk ziekenhuis en elke zorgverzekeraar meewerkt
aan de afspraken die de brancheorganisaties met elkaar hebben gemaakt over het corrigeren
van de tarieven van DBC’s voor opbrengsten uit het SEH-budget. Dit wordt ook wel het
schonen van de tarieven genoemd. Zodat samen verantwoordelijkheid wordt genomen voor
de afgesproken budgetneutrale invoering.
Aanpassing Besluit beschikbaarheidbijdrage WMG
Het invoeren van budgetbekostiging leidt ertoe dat per 1 januari 2027 iedere aanbieder
van spoedeisende hulp in aanmerking komt voor een vast budget, dat minimaal gelijk
is aan de beschikbaarheidbijdrage die een aantal spoedeisende hulpen nu krijgt. Dit
betekent dat de beschikbaarheidbijdrage waar SEH’s die gevoelig zijn voor de 45-minutennorm
aanspraak op kunnen maken, kan komen te vervallen. Deze SEH's zijn immers verzekerd
van een vast budget op basis van de budgetbekostiging. Dit besluit is ter advisering
voorgelegd aan de Raad van State.
Deze eerste stap in budgetbekostiging vormt geen eindpunt. Uiteindelijk is de inzet
dat de budgetbekostiging rekening houdt met verschillen tussen SEH’s, zoals de schaalgrootte
van de SEH, en met de verschillende functies die acute zorgvoorzieningen in een regio
kunnen vervullen. Voor de langere termijn is daarom verdere doorontwikkeling nodig,
om ervoor te zorgen dat het budget per SEH beter passend gemaakt kan worden. Maar
ook om alle randvoorwaarden die horen bij een andere inkooprol voor de zorgverzekeraars
goed te verankeren in de nieuwe bekostiging.
Passende acute zorg, nu en in de toekomst
In de brief van 24 april jl. heeft het kabinet aangegeven passende zorg altijd en
overal de norm te willen maken.5 Voor de acute zorg betekent dit dat inwoners moeten kunnen rekenen op tijdige, toegankelijke
en kwalitatief goede acute zorg, ook wanneer de zorgvraag toeneemt en personeel schaars
is. Dat vraagt om duidelijke keuzes over de inrichting van de acute zorg in de regio.
In de spoedzorgketen zijn functies als de SEH, huisartsenspoedpost, ambulancezorg,
acute geestelijke gezondheidszorg, acute wijkverpleging, diagnostiek en vervolgzorg
nauw met elkaar verweven. Daarnaast staat een SEH of spoedafdeling nooit op zichzelf
en is het onderdeel van een ziekenhuis en daarmee een passend aanbod van ziekenhuiszorg
in de regio. Regionale ziekenhuizen vervullen daarin een belangrijke rol: zij bieden
inwoners herkenbare, toegankelijke en vertrouwde ziekenhuiszorg dichtbij huis, en
dragen daarmee bij aan continuïteit, nabijheid en samenhang in de zorg voor de regio.
Keuzes over het regionale aanbod van acute zorg kunnen daarom niet los van elkaar
worden gemaakt. Om te waarborgen dat patiënten passende acute zorg ontvangen, is daarom
gerichte sturing nodig op de inrichting van de acute zorg in de regio, met duidelijke
landelijke kaders, regionale planvorming en afspraken die niet vrijblijvend zijn.
De ontwikkelroute passende acute zorg in de regio geeft daaraan richting.
Inrichting ontwikkelroute passende acute zorg in de regio
Niet iedere regio is hetzelfde en niet iedere SEH hoeft dezelfde rol of omvang te
hebben. Verschillen in bevolkingssamenstelling, patiëntstromen, reisafstanden, beschikbaarheid
van professionals, bestaande samenwerkingsrelaties en het totale zorgaanbod moeten
kunnen meewegen. Keuzes over de inrichting van acute zorg werken daarom het beste
als ze zoveel mogelijk in de regio worden gemaakt. Regionale keuzes vergroten bovendien
eigenaarschap en uitvoerbaarheid van die keuzes. De ontwikkelroute is daarom gericht
op het ondersteunen van en het bieden van kaders voor noodzakelijke veranderingen
in de regionale inrichting van de acute zorg. Hier is het zorgen voor een passende
budgetbekostiging voor de spoedeisende hulp een onderdeel van.
Kwaliteit en differentiatie in zorgfunctie
Voor passende acute zorg is van belang dat duidelijk is welke acute zorg in welke
situatie nodig is, welke kwaliteitseisen daarvoor gelden en welke acute zorgfunctie
op welke plek verantwoord kan worden geleverd. Voor de SEH en de bredere spoedzorgketen
bestaan al kwaliteitskaders, richtlijnen en regionale samenwerkingsstructuren. Tegelijkertijd
vraagt de beweging naar een passend aanbod van acute zorg in de regio om verdere verduidelijking.
Niet iedere acute zorgvoorziening hoeft dezelfde rol, omvang, openingstijden of deskundigheid
te hebben. Wel moet voor patiënten, inwoners, professionals, zorgaanbieders, zorgverzekeraars
en toezichthouders duidelijk zijn wat een voorziening wel en niet doet, welke kwaliteitseisen
daarbij horen en hoe de voorziening is ingebed in de spoedzorgketen. Daarnaast bieden
kwaliteitsnormen een basis voor regionale planvorming, afspraken over beschikbaarheid
en een verdere doorontwikkeling van de budgetbekostiging.
Op dit moment wordt aan de Landelijke Spoedzorgtafel de laatste hand gelegd aan de
oplevering van gedifferentieerde kwaliteitseisen voor verschillend aanbod van acute
zorg in ziekenhuizen. Het kabinet wil bezien of deze bestaande en in ontwikkeling
zijnde kwaliteitseisen voor acute zorg voldoende richting geven aan de inrichting
van het regionale aanbod van acute zorg, of dat doorontwikkeling nodig is. Het kabinet
zal zich inzetten om hierover, indien noodzakelijk, bestuurlijke afspraken te maken
met betrokken partijen. Bij een doorontwikkeling kan bijvoorbeeld gekeken worden hoe
bestaande criteria, zoals criteria voor traumazorg, kunnen worden geharmoniseerd met
het Kwaliteitskader Spoedzorgketen. De uitkomsten kunnen vervolgens een inhoudelijke
basis bieden om de bekostiging op aan te passen.
Een passende inrichting van het acute zorglandschap
Het kabinet wil dat zorgaanbieders en zorgverzekeraars in iedere regio duidelijke
keuzes maken over waar welke acute zorg wordt geleverd. Daarbij hoort ook dat wordt
bezien waar zorg anders, minder of op een andere plek wordt georganiseerd, wanneer
dit beter aansluit bij kwaliteit, continuïteit en toegankelijkheid van zorg en personele
beschikbaarheid.
Het kabinet gaat de beweging naar passende zorg normeren door uit te werken hoe zorgaanbieders,
in samenspraak met zorginkopers, verplicht kunnen worden om constructief en gedegen
deel te nemen aan het opstellen en uitvoeren van regionale plannen voor een passend
zorglandschap. Het kabinet werkt daarbij procesvoorwaarden uit en stelt inhoudelijke
eisen aan de plannen. Van regio’s wordt verwacht dat zij inzichtelijk maken welke
acute zorgfuncties waar beschikbaar moeten zijn, welke rol zij vervullen binnen het
regionale aanbod en welke transformaties op het gebied van differentiatie, concentratie
en spreiding van acute zorg hieruit voortvloeien. In het Aanvullend Zorg-, en Welzijnakkoord
(AZWA)(Kamerstuk 31 765, nr. 943) is al afgesproken dat bestaande regio- en plannen van het Regionaal Overleg Acute
Zorgketen (ROAZ-plannen) in 2026 worden aangevuld met de gevolgen voor het regionale
zorgaanbod van lopende Integraal Zorgakkoord-trajecten (zoals concentratie en spreiding)
en andere transformatietrajecten in de medisch-specialistische zorg.
Regionale keuzes over acute zorg raken inwoners direct. Daarom is transparantie over
de aanleiding, de gevolgen en de alternatieven noodzakelijk. De inbreng van inwoners
en patiënten moet herkenbaar worden meegenomen in regionale planvorming.
Voor het opstellen van regionale plannen en het maken van keuzes in de regio over
de inrichting van de acute zorg is het van belang dat er transparantie is over het
aanbod en de kwaliteit van zorg. Daarnaast is het noodzakelijk dat zorgaanbieders
en zorgverzekeraars beschikken over voldoende, uniforme en concrete informatie over
bijvoorbeeld zorggebruik, capaciteit, doorstroom, uitstroom, uitkomstinformatie en
beschikbaarheid. Het kabinet zet zich in om hier meer inzicht in te krijgen.
Zorgverzekeraars hebben een belangrijke rol bij het realiseren van een passend regionaal
zorglandschap. Het kabinet verwacht van zorgverzekeraars dat zij sterker sturen op
de beschikbaarheid van passende zorg. De zorgplicht van zorgverzekeraars ziet niet
alleen op de beschikbaarheid van zorg vandaag, maar ook op de vraag of passende zorg
in de toekomst beschikbaar blijft. Het kabinet werkt daarom aan verduidelijking van
de zorgplicht van zorgverzekeraars, inclusief hun rol bij transformaties in de regio.
Voor acute zorg is daarbij van belang dat zorgverzekeraars niet alleen individueel,
maar ook gelijkgericht handelen wanneer regionale transformaties daarom vragen. Voor
transformaties in het zorglandschap is het onwenselijk dat de ene zorgverzekeraar
een regionale koers ondersteunt, terwijl een andere zorgverzekeraar daarvan afwijkt
of onvoldoende bijdraagt. Het kabinet verkent daarom welke randvoorwaarden nodig zijn
om te bevorderen dat zorgverzekeraars bij transformaties gelijkgericht handelen en
dat investeringen in passende acute zorg niet worden belemmerd door vrijblijvendheid
of meeliftgedrag.
Doorontwikkeling passende budgetbekostiging
In lijn met de motie van het lid Vermeer, vindt het kabinet dat binnen de budgetbekostiging
ruimte moet zijn voor goede acute zorg die past, een passend regionaal aanbod van
acute zorg en zekerheid dat SEH-zorg beschikbaar is.6De eerste stap in budgetbekostiging SEH per 2027 is daarvoor van belang, maar nog
beperkt.
De stap per 2027 heeft een beperkte afbakening en houdt nog onvoldoende rekening met
verschillen tussen SEH’s. Voor de langere termijn is een budget nodig dat beter aansluit
op de verschillende functies die een SEH vervult in het regionale aanbod van acute
zorg, de bijbehorende kwaliteitseisen, het aantal patiënten dat op de SEH komt en
de middelen die nodig zijn om die functie beschikbaar te houden.
Kwaliteit van zorg is altijd de basis. Differentiatie in kwaliteitseisen is hierbij
van belang, want niet iedere locatie hoeft dezelfde acute zorgfunctie te vervullen.
Een passend budget moet ruimte bieden om onderscheid te maken naar functie, faciliteiten,
omvang, capaciteitsinzet, openingstijden, samenhang met andere acute functies en de
wijze waarop een voorziening onderdeel is van het regionale basisaanbod van acute
zorg. Hierbij worden eventuele gevolgen voor het eigen risico voor de patiënt als
aandachtspunt meegenomen.
Omdat de inhoudelijke, bestuurlijke en juridische doorontwikkeling van het zorglandschap
tijd vraagt, zet het kabinet de komende tijd betekenisvolle stappen die de volgende
fase naar een passende budgetbekostiging voorbereiden.
Allereerst is inzicht nodig in de brede variatie van SEH’s. De NZa wordt gevraagd
onder andere de kostenstructuur, capaciteitsinzet en schaalgrootte tussen de verschillende
SEH’s nader in kaart te brengen. Daarbij gaat het onder meer om vaste beschikbaarheidskosten,
personele inzet, samenhang met diagnostiek en ondersteunende functies. Deze analyse
is nodig om te bepalen welke kosten samenhangen met de beschikbaarheid van acute zorg
en welke variatie tussen SEH’s relevant is voor de bekostiging.
Daarnaast wordt de NZa gevraagd te onderzoeken of, en zo ja hoe, een gedifferentieerd
aanbod in het acute zorglandschap een plek kan krijgen in een passende budgetbekostiging.
Daarmee kan ruimte ontstaan voor acute zorgfuncties die niet de volledige functie
van een klassieke SEH vervullen, maar binnen een regionaal aanbod van acute zorg wel
bijdragen aan bereikbaarheid, eerste beoordeling, diagnostiek, behandeling of doorstroom
van patiënten. Dit is van belang voor regio’s waar een andere inrichting van acute
zorg passender kan zijn dan het volledig in stand houden van die klassieke SEH-functie.
Een dergelijke afbakening kan perspectief bieden aan bestaande aanbieders en regio’s
die willen toegroeien naar een meer passende inrichting van acute zorg. Partijen zullen
betrokken worden bij de opdrachten.
Er wordt onderzocht wat de doorontwikkeling van de bekostiging betekent voor een adequate
vormgeving van het inkoopproces. Daar hoort ook bij welke informatie beschikbaar moet
zijn ter ondersteuning van dit inkoopproces en wat dat mogelijk betekent voor wet-
en regelgeving.
Planning
De planning van de acties is hieronder weergegeven. De planning is indicatief. De
ontwikkelroute vraagt nadere uitwerking met betrokken partijen en is mede afhankelijk
van de uitvoerbaarheid van NZa-onderzoeken, de doorontwikkeling van kwaliteitsnormen
en de voorbereiding van wetgeving. Voor onderdelen die wettelijke verankering vragen,
sluit het kabinet aan bij de bredere wetgeving voor een passend zorglandschap en de
beschikbaarheid van passende zorg, zoals aangekondigd in de beleidsbrief VWS van 24 april
jl.7 Het kabinet zal de Kamer over de verdere uitwerking van deze wetgeving afzonderlijk
informeren.
Periode
Hoofdmijlpaal
Q2 2026
Doorontwikkeling kwaliteitsnormen.
Q3 2026
Opdracht aan de NZa met betrekking tot differentiatie, afbakening en randvoorwaarden.
Q4 2026
Regio- en ROAZ-plannen worden aangevuld.
1 januari 2027
Invoering eerste stap budgetbekostiging SEH.
Q3 2027
Resultaten onderzoek NZa beschikbaar.
Q4 2027
Besluitvorming over vervolgstap in budgetbekostiging per 1 januari 2029.
Q4 2027
Wetsvoorstellen Passend zorglandschap en Beschikbaarheid passende zorg naar de Tweede
Kamer.
Tot slot
Met de invoering van budgetbekostiging per 2027 wordt een belangrijke eerste stap
gezet in het toekomstbestendig maken van de acute zorg. De ontwikkelroute passende
acute zorg in de regio zorgt ervoor dat deze eerste stap in de budgetbekostiging zorgvuldig
en stapsgewijs wordt doorontwikkeld, waarbij de inrichting van het acute zorglandschap
leidend is voor een beter passende budgetbekostiging. Het kabinet zet zich in om zo
snel mogelijk volgend op de inhoud, ook stappen te zetten in de budgetbekostiging.
Dat betekent dat het kabineternaar streeft in Q4 2027 een besluit te nemen over de
vervolgstap in budgetbekostiging per 1 januari 2029.
De invoering van budgetbekostiging is en blijft een gezamenlijke opgave en vraagt
de nodige inzet van zowel zorgaanbieders als van zorgverzekeraars. Het kabinet dankt
alle partijen voor de geleverde inspanningen en doet een beroep op deze partijen om
gezamenlijk in goed constructief overleg aan de slag te blijven om te zorgen dat de
invoering goed verloopt. Samen werken we aan een toegankelijke en passende acute zorg
voor alle patiënten.
Het kabinet zal de Kamer blijven informeren over de verdere uitwerking en voortgang
van de verschillende acties binnen de ontwikkelroute.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
BIJLAGE 1 ONDERZOEK NAAR ADMINISTRATIEVE LASTEN
De NZa heeft in haar tweede deeladvies8 beschreven wat de effecten zijn op de administratieve lasten van zorgaanbieders en
zorgverzekeraars bij invoering van budgetbekostiging van de SEH. Samenvattend stellen
zij dat de administratieve lasten toenemen. De NZa heeft een kwalitatieve beschrijving
gegeven van de administratieve lasten. Om deze beschrijving ook te kunnen kwantificeren,
is hier aanvullend onderzoek naar gedaan door Sira Consulting (verder: Sira). De landelijke
methodiek die zij hanteren is vastgelegd in het Handboek meting regeldruk9 van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). Sira heeft voor het onderzoek
zes ziekenhuizen en vier zorgverzekeraars geïnterviewd. Ook hebben zij met de NZa
en de NVSHA gesproken. De conclusies die zij trekken in hun onderzoek zijn:
• Voor zorgverleners zijn er geen eenmalige en geen structurele regeldrukkosten.
• De eenmalige regeldrukkosten voor de ziekenhuizen zijn tussen de € 6.600 en € 19.700
per ziekenhuis en voor zorgverzekeraars tussen de € 126.200 en € 148.400 per zorgverzekeraar.
• De structurele regeldrukkosten komen elk jaar uit op tussen de € 2.200 tot € 4.900
per ziekenhuis en € 8.100 voor de gemiddelde zorgverzekeraar.
Deze uitkomsten bevestigen het beeld dat de regeldrukkosten met name eenmalig zijn
en in veel mindere mate structureel van aard. In bijlage 2 is het volledige rapport
van Sira opgenomen.
Het kabinet vindt dat de voordelen van de invoering van budgetbekostiging opwegen
tegen de eenmalige en geringe structurele regeldrukkosten voor ziekenhuizen en zorgverzekeraars.
Daarbij vindt het kabinet het belangrijk de conclusie te benadrukken dat er voor zorgverleners
geen administratieve lasten zijn.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.