Brief regering : Voorbereiding instelling Staatscommissie Zorg
36 800 XVI Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI) voor het jaar 2026
Nr. 197
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
In het coalitieakkoord 2026–2030 is opgenomen dat er een staatscommissie ingesteld
gaat worden die voor de langere termijn meer aanbevelingen zal doen voor hervormingen
voor een financieel houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing
en personeelskrapte. Eerder is tijdens de begrotingsbehandeling VWS 2025 op 24 oktober
2024 de motie Krul c.s. ingediend en aangenomen over het treffen van voorbereidingen
voor een staatscommissie voor advisering over een toekomstbestendige en weerbare inrichting
van het Nederlandse zorgstelsel.1 Middels deze brief informeer ik de Kamer, mede namens de Minister van Langdurige
Zorg, Jeugd en Sport, over hoe het kabinet hier invulling aan geeft.
Om toegankelijke, kwalitatief goede en betaalbare zorg te garanderen moeten we de
zorg hervormen. Op korte termijn neemt het kabinet maatregelen om het zorgstelsel
te versterken. Deze zijn beschreven in de beleidsbrief die de Kamer eind april heeft
ontvangen.2 Met deze maatregelen werkt het kabinet aan een samenleving waarin het voorkomen van
ziekte en eenzaamheid voorop staat, mensen worden aangesproken op de eigen verantwoordelijkheid,
gewerkt wordt aan welzijn en er altijd goede zorg is voor wie dat nodig heeft. De
afspraken in het coalitieakkoord 2026–2030, het aanvullend zorg- en welzijnsakkoord
en het hoofdlijnenakkoord ouderenzorg dragen daaraan bij. De Staatscommissie Zorg
zal voor de langere termijn aanbevelingen doen over meer hervormingen voor een financieel
houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte.
Het kabinet benadrukt richting alle betrokkenen in de zorgsector dat de voorbereiding
en instelling van de staatscommissie niet betekent dat het op korte termijn doorvoeren
van de noodzakelijke maatregelen ter versterking van ons zorgstelsel, zoals beschreven
in de beleidsbrief en opgenomen in de akkoorden, wordt vertraagd. Deze maatregelen
gaan onverminderd door. De commissie zal met aanbevelingen komen voor de langere termijn.
Uitwerking opdracht staatscommissie
Het kabinet is voornemens om langs de hieronder geschetste lijnen de opdracht voor
de staatscommissie uit te werken. Daar zullen de belanghebbende veldpartijen bij betrokken
worden. Het streven is om de opdracht in het derde kwartaal van 2026 te laten neerslaan
in een instellingsbesluit.
Het is belangrijk om vanuit een brede blik op wat we met volksgezondheid, welzijn,
zorg en ondersteuning willen en kunnen bereiken, in de context van de uitdagingen
voor de samenleving, economie en andere publieke sectoren, te adviseren over het zorgstelsel
in brede zin. Dit sluit aan bij de strekking van de motie Krul c.s. over het treffen
van voorbereidingen voor een staatscommissie voor advisering over een toekomstbestendige
en weerbare inrichting van het Nederlandse zorgstelsel en het belang van een financieel
houdbaar zorgstelsel als antwoord op de toekomstige vergrijzing en personeelskrapte
zoals opgenomen in het coalitieakkoord. De volgende kernvragen zijn daarbij in ieder
geval relevant:
i. Welke keuzes zijn er in breder maatschappelijk perspectief nodig om het dienen
van de publieke waarden en doelen op de lange termijn haalbaar te laten zijn?
Door demografische ontwikkelingen en ontwikkelingen op de arbeidsmarkt kan er spanning
ontstaan bij het borgen van publieke waarden als solidariteit, toegankelijkheid, kwaliteit
en betaalbaarheid. Dat dwingt tot het maken van keuzes in een breder maatschappelijk
perspectief. In dat kader is het van belang om stil te staan bij hoe volksgezondheid,
welzijn, zorg en ondersteuning zich onderling tot elkaar verhouden, en tot andere
domeinen zoals onderwijs en huisvesting. En hoe in bredere zin via overheidsbeleid,
waaronder de gezonde leef- en voedselomgeving en welzijn, kan worden ingezet op het
bevorderen van de gezondheid en het voorkomen van ziekte. Tot slot welke prioritering
er nodig is binnen (het recht op) de collectief gefinancierde zorg. Hieronder vallen
ook de balans tussen wat burgers en werkgevers bijdragen, de balans tussen wat mensen
voor zichzelf en hun naasten kunnen betekenen en wat burgers mogen verwachten van
zorgverleners en de overheid.
ii. Welke aanpassingen van het stelsel van volksgezondheid, welzijn, zorg en ondersteuning
in brede zin zijn nodig om de publieke waarden en doelen daadwerkelijk te realiseren
en het stelsel toekomstbestendig en weerbaar te maken?
Daarbij is het onder andere van belang om stil te staan bij hoe het aanbod van zorg
en ondersteuning geordend moet worden, wat de rol van de verschillende overheidspartijen
moet zijn, hoe de financiële prikkels in het stelsel zo ingericht kunnen worden dat
de schaarse mensen en middelen zo goed mogelijk worden ingezet, welke organisatie
de zorg en ondersteuning moet inkopen en onder welke voorwaarden, en wat de rol van
concurrentie bij de inkoop moet zijn. Ook is het van belang om aandacht te hebben
voor hoe keuzes over de allocatie van mensen en middelen moeten worden gemaakt, binnen
het domein van de zorg en ondersteuning, en tussen de verschillende domeinen, waaronder
het domein van de publieke gezondheid in het kader van (medische) preventie. Tot slot
is het van belang om na te denken over wat er nodig is om het zorgstelsel meer flexibel
te maken, zodat ook de uitdagingen die zich in de toekomst voordoen effectief en daadkrachtig
kunnen worden opgelost en dat beter kan worden ingespeeld op mogelijke crisissituaties.
Het is belangrijk om bovenstaande vragen integraal te bezien en aan de hand van een
aantal scenario’s met concrete aanbevelingen te komen voor een toekomstbestendige
en weerbare inrichting van het zorgstelsel in Nederland. Met een brede blik op volksgezondheid,
welzijn, zorg en ondersteuning, de economie en andere publieke sectoren. Daarbij is
het van belang om eventuele afruilen tussen de publieke waarden en doelen zichtbaar
te maken. De aanbevelingen moeten handelingsperspectief bieden om gewenste veranderingen
daadwerkelijk door te voeren in het beleid en de praktijk. De commissie kan daarbij
voortbouwen op verschillende rapporten en inzichten uit binnen- en buitenland, waaronder
die van de Staatscommissie Demografische Ontwikkelingen 2050.3
Samenstelling staatscommissie
Op grond van wet- en regelgeving is een staatscommissie onafhankelijk en bestaat deze
uit een voorzitter en overige leden. Een staatscommissie wordt ondersteund door een
secretariaat voor de duur dat de commissie actief is. Gezien de reikwijdte van de
motie en opdracht is het wenselijk om een staatscommissie in te stellen met een diverse
en gevarieerde samenstelling. Die variatie zal worden gezocht in leden met uiteenlopende
achtergronden. Het is van belang dat zowel kennis van volksgezondheid, welzijn, zorg
en ondersteuning op landelijk en lokaal niveau vertegenwoordigd is. En dat er personen
met heel andere achtergronden in de commissie komen die de zorgsector een frisse blik
van buiten kunnen bieden. Tot slot is het relevant dat zowel de wetenschap als praktijk
vertegenwoordigd zijn, en dat politiek-bestuurlijke ervaring zijn plaats krijgt in
de commissie.
Vervolgproces
Zoals beschreven is het kabinet voornemens om de opdracht voor de staatscommissie
de komende periode uit te werken en in het derde kwartaal van 2026 te laten neerslaan
in een instellingsbesluit. Daarbij wordt uitgegaan van een looptijd van 1,5 à 2 jaar.
De verwachte kosten voor de nader uit te werken opdracht en looptijd zullen, kijkend
naar andere recente staatscommissies, in totaal circa 2 miljoen euro bedragen. Hiervoor
is dekking gevonden in de VWS-begroting. Het streven is om de staatscommissie zo snel
mogelijk aan de slag te laten gaan. Parallel zullen daarom ook potentiële leden van
de commissie geselecteerd worden en zal het secretariaat samengesteld worden. Uiteraard
zal het kabinet de Kamer hierover nader informeren.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport