Brief regering : Kabinetsreactie op het advies van het Nationaal Burgerberaad Klimaat
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
Nr. 1564
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN KLIMAAT EN GROENE GROEI, VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES,
VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR EN VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
EN VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 29 mei 2026
Nederland heeft een lange traditie van er samen uitkomen. Soms pakken we dat groots
aan. Denk aan de bouw van de Deltawerken of ons sterke sociale stelsel. Soms is het
juist heel klein. Zoals samen de buurttuin mooier maken of een duurzaamheidsplan maken
binnen je eigen vve. Want hoewel we allemaal verschillen van elkaar, is er ook veel
wat ons bindt. We willen een Nederland waar bestaanszekerheid én keuzevrijheid is.
Een land waar een bloeiende economie en zorg voor onze aarde hand in hand gaan. Dat
kan alleen als we gebruik maken van alle goede ideeën die Nederlanders te bieden hebben.
Zodat plannen niet alleen goed zijn op papier, maar ook in de praktijk. Daarom heeft
het kabinet – in samenwerking met de Tweede Kamer – besloten een bijzonder democratisch
experiment aan te gaan. Voor de eerste keer sinds 2006 is er een nationaal burgerberaad
georganiseerd in Nederland.
Op 18 januari 2025 kwamen 175 mensen samen voor de allereerste bijeenkomst van het
Nationaal Burgerberaad Klimaat (hierna: burgerberaad). Samen vormen ze een representatieve
afspiegeling van Nederland: van jong tot oud, uit stad en dorp, met verschillende
achtergronden en uiteenlopende meningen over het klimaatbeleid. In zeven weekenden
hebben zij een antwoord gezocht op de vraag hoe we als Nederland kunnen eten, spullen
gebruiken en reizen op een manier die beter is voor het klimaat. Op 1 december 2025
hebben zij hun advies aangeboden aan de Tweede Kamer en het kabinet.
Een zorgvuldig advies verdient ook een zorgvuldig antwoord. Het kabinet heeft bij
de start van het burgerberaad aangegeven om binnen zes maanden na overhandiging van
het advies te reageren1. In deze brief – en de bijlagen -geeft het kabinet een reactie. We geven per aanbeveling
van het burgerberaad aan wat we wel en wat we niet overnemen. Ook geven we aan over
welke aanbevelingen later nog een beslissing genomen moet worden. Verder gaan we in
deze Kamerbrief in op het instrument burgerberaad en hoe we nu verder gaan. Omdat
het advies van het burgerberaad gaat om eten, reizen en spullen gebruiken, ondertekenen
wij – de Minister van Klimaat en Groene Groei, de Minister van Binnenlandse Zaken
en Koninkrijksrelatie, de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
en de Minister en Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat – deze brief gezamenlijk.
Omdat het advies aanbevelingen bevat over ruimtelijke ordening en het onderwijs, geven
wij deze reactie mede namens de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
en de Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie.
Wat gaat het kabinet doen
We beginnen gelukkig niet bij nul. De afgelopen jaren heeft Nederland al plannen gemaakt
voor een duurzame samenleving in 20502. We werken aan het halen van de klimaatdoelen en aan de verduurzaming van ons energiesysteem
en de mobiliteitssector. Dat is niet alleen goed voor het klimaat; het maakt Nederland
ook onafhankelijker en schoner. We gaan aan de slag met een sterke en toekomstbestendige
agrarische sector en het structureel verbeteren van de natuur. Hiervoor nemen we maatregelen
om de veeteelt, land- en tuinbouw te verduurzamen. En we nemen regie op de ruimtelijke
ordening, want alleen door duidelijke keuzes maken we Nederland klaar voor de toekomst.3 Veel voorstellen van het burgerberaad sluiten hier mooi bij aan of zijn een waardevolle
toevoeging voor nieuw beleid. Daarbij kijkt het kabinet voor de uitvoering van de
aanbevelingen van het burgerberaad over grenzen heen. Waar we gezamenlijk met andere
Europese landen kunnen optrekken, doen we dat.
We nemen de helft van de voorstellen van het burgerberaad over. Met ongeveer een kwart
van de voorstellen gaan we nog aan de slag en op zoek naar mogelijkheden.
Een paar voorbeelden van de stappen die het kabinet meteen zet:
We maken elektrisch rijden toegankelijker. Bijvoorbeeld met een subsidie in de vorm
van een inruilregeling om je oude benzine- of dieselauto in te ruilen voor een tweedehands
elektrische auto. Ook zetten we stappen in de verduurzaming van het spoor. We maken
het kopen van duurzame producten makkelijker en reparaties toegankelijker: er komt
een Europees duurzaamheidslabel voor producten en we gaan onderzoeken hoe we de kosten
van reparatie kunnen verlagen voor burgers. Daarvoor kijken we naar de Uitgebreide
Producentenverantwoordelijkheid (UPV). Om meer reparaties te stimuleren, implementeert
het kabinet de Europese reparatierichtlijn Right to Repair. Ook willen we stappen zetten om voedselverspilling tegen te gaan: door duidelijke
houdbaarheidsicoontjes op voedsel en door te verkennen hoe we binnen de EU de regels
voor het bewaren van voedsel kunnen aanpassen. Met het ontwikkelen van een lobbyregister
zet dit kabinet een extra stap in eerlijke belangenafweging.
Er is ook een aantal voorstellen van het burgerberaad waar later een beslissing over
genomen moet worden. Omdat er bijvoorbeeld nog een besluit over de financiën genomen
moet worden of omdat de uitvoering afhankelijk is van een andere (internationale)
beslissing. Een voorbeeld: de inzet van het kabinet is om voor de zomer in de Ministeriële
Taskforce Landbouw, Natuur en Stikstof te besluiten of meer geld beschikbaar wordt
gesteld voor boeren die een overstap willen maken naar een duurzame(re) vorm van landbouw.
Als er over een voorstel later een keuze gemaakt moet worden, geven we het aan en
geven we een tijdspad mee. Zo is het overzichtelijk wanneer er een besluit genomen
wordt of een volgende stap gezet wordt. Met deze voorstellen gaat het kabinet aan
de slag en op zoek naar mogelijkheden. Er zijn ook voorstellen die het kabinet niet
overneemt. Bijvoorbeeld omdat er praktische bezwaren zijn of internationale afspraken
waar we ons aan moeten houden. Een voorbeeld: het burgerberaad stelt een heffing voor
op geïmporteerd recyclaat van buiten Europa. Het invoeren van een soortgelijke heffing
is in strijd met de regels van de Wereldhandelsorganisatie en kan daarom niet worden
toegepast. Per aanbeveling geven we aan waarom we iets niet gaan doen en of we wellicht
alternatieven zien.
In de bijlage vindt u de volledige inhoudelijke reactie op de aanbevelingen. Hier
gaat het kabinet ook in op de rode draden die het burgerberaad heeft opgeschreven
en op de tien niet-aangenomen aanbevelingen van het burgerberaad. Het kabinet heeft
daarnaast TNO gevraagd te kijken naar de rechtvaardigheidsaspecten en de gedragseffectiviteit
van de maatregelen die het kabinet wel en niet neemt. U vindt de rapporten van TNO
in de bijlage.
Het instrument burgerberaad
De basis van onze democratie is dat iedere stem telt, wat je achtergrond, kennis of
vaardigheid ook is. Dit is ook het uitgangspunt van het burgerberaad. Voor Nederland
was dit tegelijkertijd een vernieuwende manier om burgers te betrekken bij beleid
dat invloed heeft op ons dagelijks leven. We willen van dit democratisch instrument
leren. Daarom hebben we het burgerberaad laten evalueren door onderzoekers van de
Radboud Universiteit, De Haagse Hogeschool en Tilburg University. Tot nu toe zijn
drie deelrapportages van dit onderzoek afgerond. Deze gaan over de voorbereiding,
de opzet en het verloop van het burgerberaad. Het najaar wordt het laatste deel opgeleverd
met daarin een reflectie op de opvolging en wat dit betekent voor de samenleving.
Het hele onderzoek zal in september met uw Kamer gedeeld worden. Voorafgaand aan het
burgerberaad hebben het kabinet en de Kamer 10 randvoorwaarden opgesteld waar een
burgerberaad aan moet voldoen4. In het onderzoek is gekeken naar deze randvoorwaarden en of het gelukt is om deze
in de praktijk uit te voeren. De onderzoekers stellen vast dat de projectorganisatie
erin is geslaagd een zeer diverse groep burgers op constructieve wijze met elkaar
in gesprek te laten gaan en breed gedragen aanbevelingen te laten doen. Daarnaast
schrijven ze dat het proces zorgvuldig en inclusief is verlopen en dat deelname heeft
geleid tot meer begrip voor andere opvattingen. Dit is een waardevolle democratische
opbrengst.
Ook het burgerberaad zelf heeft zijn voortgang steeds gedeeld, daarbij lessen vastgelegd
en deze nu ook verzameld in een procesverslag5. Al die inzichten vormen een goede basis om verder het gesprek over te voeren. De
lessen, opbrengsten zijn behulpzaam voor de toekomstige inzet van het burgerberaad
als democratisch instrument. In een aparte bijlage geeft het kabinet een eerste reflectie
over het burgerberaad als instrument.
Hoe nu verder
Het kabinet vindt het belangrijk open te communiceren met de deelnemers van het burgerberaad
en de samenleving over de opvolging van de aanbevelingen. Bij de start van het burgerberaad
is het kabinet een «motiveringsplicht» aangegaan6. Dit betekent dat we hebben afgesproken op elke individuele aanbeveling van het burgerberaad
een beargumenteerde reactie te geven. Dat is de kabinetsreactie die nu voor u ligt.
Tijdens de hele duur van het burgerberaad is de Tweede Kamer betrokken geweest. De
volgende stap is aan hen. In een debat zullen het kabinet en de Tweede Kamer het advies
van het burgerberaad en de reactie van het kabinet bespreken (de «besprekingsplicht»7).
Daarnaast hebben we afgesproken met de deelnemers van het burgerberaad dat er een
jaar na de overhandiging van het advies een slotbijeenkomst komt8. Dit is het moment waarop het kabinet samen met de deelnemers terugkijkt op wat het
kabinet heeft gedaan met het advies van het burgerberaad. Om voor iedereen in Nederland
inzichtelijk te maken hoe het staat met de opvolging van de adviezen van het burgerberaad
zal het kabinet de komende twee jaar in de jaarlijkse Klimaat- en energienota in september
een update geven. Deze update zullen we ook delen op het dashboard klimaatbeleid9.
Afsluitend willen wij graag namens het hele kabinet onze dank uitspreken aan de deelnemers
van het burgerberaad en aan alle mensen die hard hebben gewerkt om dit mogelijk te
maken. Het burgerberaad is Nederland in het klein: een plek waar mensen er samen uitkomen.
Ondanks dat ze hele verschillende opvattingen hebben. De deelnemers hebben laten zien
dat we verschillen kunnen overbruggen en tot een advies kunnen komen voor de toekomst
van Nederland.
Door goed naar elkaar te luisteren. En door te kijken naar wat ons bindt, niet naar
wat ons verdeelt.
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
S. van Veldhoven-van der Meer
De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
P.E. ma
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
A.W.H. Bertram
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede ondertekenaar
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Mede ondertekenaar
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat