Inbreng verslag schriftelijk overleg : Inbreng verslag van een schriftelijk overleg over o.a. de geannoteerde Agenda formele Telecomraad van 9 juni 2026 (Kamerstuk 21501- 33-1202)
2026D25848 Inbreng verslag van een schriftelijk overleg
Binnen de vaste commissie voor Digitale Zaken hebben enkele fracties de behoefte om
enkele vragen en opmerkingen voor te leggen aan de Staatssecretaris van Economische
Zaken en Klimaat over de brieven d.d. 28 mei «Verslag informele Telecomraad 29-30 april
2026» (Kamerstuk 21 501-33-1204), d.d. 21 mei 2026 «Geannoteerde agenda Telecomraad (Formeel, d.d. 9 juni 2026)» (Kamerstuk 21501-33-1202), d.d. 15 mei 2026 «Akkoord Omnibus AI» (Kamerstuk 22 112-4343), d.d. 8 april 2026 «Non-paper Digitale Omnibus – AVG» (Kamerstuk 22 112-4304).
De voorzitter van de commissie,
Dekker
Adjunct-griffier van de commissie,
Muller
Inhoudsopgave
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de GL-PvdA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
II Antwoord/reactie van de bewindspersoon
I Vragen en opmerkingen vanuit de fracties
Vragen en opmerkingen van de leden van de D66-fractie
De leden van de D66-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de geannoteerde
agenda van de Telecomraad van 9 juni 2026. Deze leden onderschrijven het belang van
een sterke Europese digitale positie en achten het noodzakelijk dat Nederland en Europa
meer regie nemen op digitale infrastructuur, cloudvoorzieningen en artificiële intelligentie
(AI). Juist in geopolitiek onzekere tijden moet worden voorkomen dat strategische
afhankelijkheden ontstaan die de digitale weerbaarheid, concurrentiekracht en democratische
rechtsorde onder druk zetten.
Zij spreken in dat verband hun waardering uit voor het besluit van het kabinet om
de overname van Solvinity tegen te houden. De leden van de D66-fractie zien daarin
een belangrijk signaal dat digitale soevereiniteit en regie op kritieke digitale infrastructuur
serieus worden genomen. Tegelijkertijd constateren deze leden dat de discussie over
Europese technologische soevereiniteit concreter kan zijn, onder meer via het aangekondigde
EU Tech Soevereiniteitspakket. Zij lezen dat het kabinet openstaat voor voorkeursbeleid
voor Europese aanbieders binnen kritieke sectoren. De leden van de D66-fractie onderschrijven
het belang van het verminderen van risicovolle strategische afhankelijkheden en vragen
het kabinet nader toe te lichten welke criteria hierbij richtinggevend zouden kunnen
zijn, hoe deze in de praktijk toepasbaar zijn en hoe dit zich volgens het kabinet
verhoudt tot bestaande aanbestedingsprocedures.
Voorts lezen deze leden dat het kabinet wil inzetten op een Europese aanpak gericht
op de gehele digitale keten. Hoewel deze ambitie steun verdient, achten zij het van
belang dat binnen deze inzet duidelijke prioriteiten worden gesteld. In hoeverre is
daarvan momenteel sprake? De leden van de D66-fractie vragen het kabinet voorts of
het onderschrijft dat versterking van digitale soevereiniteit in het bijzonder vraagt
om inzet op de cloud en toegang tot kritieke grondstoffen. In dat verband vragen deze
leden ook hoe het kabinet de ontwikkeling van een duidelijke Europese definitie van
een soevereine cloud beziet.
Ten aanzien van de Omnibus Digitaal lezen zij dat het kabinet van mening is dat vereenvoudiging
van regelgeving niet ten koste mag gaan van het niveau van bescherming van grondrechten.
De leden van de D66-fractie onderschrijven die lijn. Deze leden roepen het kabinet
op zich in de verdere onderhandelingen te blijven inzetten voor behoud van privacybescherming
en de Kamer te blijven informeren over de Nederlandse inzet en de voortgang. Zij lezen
daarnaast dat er een akkoord is bereikt op de Omnibus AI. De leden van de D66-fractie
achten het tot slot van zeer groot belang dat in de Omnibus AI een verbod op seksuele
deepfakes is opgenomen.
Deze leden zijn daarnaast van mening dat nieuwe AI voorafgaand aan brede inzet beter
getest zou moeten worden. Zij constateren dat bij nieuwe AI nog te vaak sprake is
van een «eerst lanceren, daarna corrigeren»-benadering. De leden van de D66-fractie
vragen hoe het kabinet hiernaar kijkt. Daarnaast vragen deze leden of het kabinet
bereid is in Europees verband te verkennen hoe AI voorafgaand aan marktintroductie
kan worden getest.
Voorts constateren deze leden dat Europese regelgeving voor digitale diensten (Digital
Services Act) al mogelijkheden biedt voor onderzoekers om toegang te krijgen tot informatie
over algoritmes, terwijl een vergelijkbare transparantieverplichting in de AI Act
ontbreekt. Zij achten het van belang dat inzicht bestaat in de werking van AI-systemen,
bekende aandachtspunten en de wijze waarop ontwikkelaars daarmee omgaan. Hoe kijkt
het kabinet aan tegen een Europese transparantienorm voor AI? En is het kabinet bereid
zich hiervoor in Europees verband in te zetten?
Ten aanzien van de European Business Wallets zijn de leden van de D66-fractie zeer
positief. Deze leden onderschrijven de kansen die wallets bieden voor veilige, privacyvriendelijke
en grensoverschrijdende digitale dienstverlening, waarbij gebruikers meer regie krijgen
over hun gegevens en minder persoonsgegevens hoeven te delen. Zij zien kansen voor
ondernemers, onder meer door vermindering van administratieve lasten. De leden van
de D66-fractie zijn daarom benieuwd hoe het staat met de Nederlandse uitrol van de
wallets. Worden al vergunningen afgegeven zodat aanbieders daadwerkelijk wallets op
de markt kunnen brengen? En acht het kabinet Nederland op schema om tijdig aan de
Europese verplichtingen te voldoen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de VVD-fractie
De leden van de VVD-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda en overige
stukken voor de formele Telecomraad van 9 juni 2026. Deze leden hebben hierbij nog
enkele vragen en opmerkingen.
De leden van de VVD-fractie staan voor een sterke economie. Economische groei is belangrijk.
Zonder groei kunnen we namelijk niet onze voorzieningen blijven betalen zoals we deze
nu kennen. Zonder groei kunnen we ook steeds minder goed onze belangen op het internationale
podium verdedigen, omdat we steeds meer irrelevant zijn. Economische groei vereist
dat we goede digitale infrastructuur hebben. Deze leden zijn daarom blij dat er werk
wordt gemaakt van de opbouw van een sterke Europese digitale infrastructuur. Zij vragen
hoe de Staatssecretaris concreet optimale aansluiting wil zoeken bij AI-gigafabrieken
van andere EU-landen, nu Nederland geen publiek geld beschikbaar stelt voor de bouw
van een AI-gigafabriek. De leden van de VVD-fractie wijzen daarbij op recent onderzoek
van PwC dat uitwijst dat één procent meer data-intensiteit samenhangt met 0,13 procentpunt
hogere economische groei in het jaar erna.1
Daarnaast lezen deze leden dat het kabinet openstaat voor een gericht en proportioneel
EU-voorkeursprincipe in specifieke kritieke sectoren wanneer andere instrumenten onvoldoende
effectief blijken. Hoewel zij de noodzaak om strategische afhankelijkheden af te bouwen
en onze digitale weerbaarheid te versterken zeer goed begrijpen, vinden de leden van
de VVD-fractie tegelijkertijd dat ervoor opgepast moet worden dat dit niet doorslaat
in protectionisme waar uiteindelijk het Nederlandse bedrijfsleven de rekening voor
betaalt. Deze leden vragen hoe de Staatssecretaris hiernaar kijkt. Tevens vragen zij
op welke kritieke sectoren dit concreet betrekking heeft.
Dit spanningsveld zien we terugkomen in een recent artikel van de Volkskrant over
satellietfrequenties.2 De EU wil Europese telecombedrijven voortrekken, wordt gesteld. Hoe zou volgens het
kabinet moeten worden omgegaan met een situatie waarin Europese partijen «falen»,
waar de expert in het artikel voor waarschuwt?
De leden van de VVD-fractie hebben daarnaast kennisgenomen van het voornemen om tijdens
de Telecomraad een algemene oriëntatie aan te nemen over het voorstel voor de European
Business Wallets (EBW). Deze leden zijn benieuwd naar de ontwikkeling van deze wallets.
Wat is de actuele stand van zaken van dit voorstel? En hoe zorgt het kabinet ervoor
dat het Nederlandse bedrijfsleven optimaal is geëquipeerd om te profiteren van dit
voorstel?
Vragen en opmerkingen van de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie hebben kennisgenomen van de geannoteerde agenda,
de update over de Omnibus AI en de Omnibus Digitaal, en de non-paper. Deze leden hebben
hierover vragen en opmerkingen.
Zij waarderen dat er uitgebreid wordt stilgestaan bij digitale autonomie, specifiek
gericht op de afhankelijkheid van Big Tech binnen de overheid. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
zijn benieuwd op basis van welke inzichten en onderzoeken naar de digitale afhankelijkheden
van EU-lidstaten deze discussie wordt gevoerd. Zijn er actuele cijfers over hoe afhankelijk
Europa is? Kan de Staatssecretaris deze stukken met de Kamer delen? Bovendien de vraag
aan de Staatssecretaris om expliciet te benoemen wie het «klein aantal buitenlandse
spelers» zijn waar Nederland en Europa afhankelijk zijn geworden. Kan de Staatssecretaris
een actueel overzicht geven van hoe groot de afhankelijkheid van deze bedrijven is
binnen belangrijke strategische sectoren, met name de overheid?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van enorm belang dat de inkoop-
en aanbestedingsregels dusdanig worden aangepast, dat vendor lock-in kan worden voorkomen. Deze leden vragen hoe het kabinet en de EU-lidstaten waar zij
mee in overleg gaan kijken naar de rol van de Rijksoverheid om als marktmeester op
te treden. Is dit het uitgangspunt bij meer EU-lidstaten? Welke lidstaten slagen er
al in om via inkoop en aanbestedingen een nieuwe markt te creëren voor binnenlandse
of Europese IT-leveranciers? Welke lessen leert Nederland hier van? Zij ontvangen
graag concrete voorbeelden van succesvolle benaderingen van andere EU-lidstaten die
er in slagen om digitaal autonoom te worden. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
zijn ook benieuwd hoe groot de digitale afhankelijkheden van Nederland zijn ten opzichte
van andere lidstaten. Hoe doen wij het in vergelijking met andere landen? Hoe verklaart
de Staatssecretaris de positie van Nederland in deze vergelijking?
Deze leden vragen de Staatssecretaris om uit te leggen onder welke voorwaarden een
EU-voorkeursprincipe «gericht» en «proportioneel» is. Volgens hen is het een doel
op zich om minder diensten van niet-Europese grootmachten af te nemen. Deelt de Staatssecretaris
deze mening? Hoe brengt zij dat in bij deze beleidsdiscussie? Ook vragen de leden
van de GroenLinks-PvdA-fractie om een duidelijkere uitleg over wat de Staatssecretaris
bedoelt met het belang van «behoud van innovatie, open handelsrelaties met gelijkgezinde
partners en zorgvuldige impactanalyse van oorsprongsmaatregelen.» Kan de Staatssecretaris
per genoemde punt ingaan op de zorgen die zij heeft? Hoe zou een EU-voorkeursprincipe
deze punten kunnen bemoeilijken? Graag een concrete uitleg.
Deze leden kijken net als de Staatssecretaris uit naar de EU Tech Sovereignty Package. Zij vragen de Staatssecretaris om helder te schetsen welke onderdelen dit beleidspakket
bevat. Zijn er onderdelen waarvan nog onduidelijk is of ze uiteindelijk in het pakket
belanden? Wat is de inzet van de Staatssecretaris voor dit pakket, welke onderdelen
en concrete maatregelen zijn volgens de Staatssecretaris cruciaal om hierin op te
nemen? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het van groot belang dat de
Tech Sovereignty Package stevige maatregelen bevat die de digitale autonomie bewezen effectief vergroten.
Deze leden hopen dat er concrete, afrekenbare doelen worden opgenomen over het vergroten
van het aandeel autonome digitale diensten dat Europese overheden en bedrijven afnemen.
Hierbij is van groot belang dat er middelen worden vrijgemaakt om publieke investeringen
te kunnen doen in de digitale infrastructuur. Verwacht de Staatssecretaris dat er
nieuwe middelen vrijkomen als gevolg van het pakket? Zo ja, om hoeveel geld gaat het
ongeveer? Zo niet, hoe denkt de Staatssecretaris dat zij zonder middelen om te investeren
de doelen voor digitale autonomie kan verwezenlijken?
Zij zijn benieuwd naar het Digital Commons European Digital Infrastructure Consortium
(EDIC). De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen de Staatssecretaris om expliciet
te maken wat de rol van het EDIC is. Welke specifieke kennis en expertise levert Nederland
aan dit consortium? Hoe faciliteert EDIC de afbouw van digitale afhankelijkheden?
Deze leden vragen om een onderbouwing over de resultaten die het EDIC boekt op dit
gebied.
Zij zijn benieuwd naar de rol van Europa en Nederland in de International Telecommunication
Union (ITU). Zij kunnen zich voorstellen dat de belangen van VN-landen op dit gebied
flink uiteen kunnen lopen. Hoe treedt de EU eensgezind op binnen dit gremium? Zijn
er grote verschillen tussen accenten en belangen van EU-lidstaten, en hoe groot zijn
die verschillen in vergelijking met de andere internationale machten die hier bij
betrokken zijn? De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen wat de belangrijkste
inzet van de EU en Nederland is bij de onderhandelingen voor de conferentie in 2026.
Daarbij vragen deze leden ook wat de Staatssecretaris bedoelt met de «internationale
druk om het aandachtsgebied van ITU uit te breiden.» Om wat voor uitbreiding zou dit
gaan? Zij vragen de Staatssecretaris ook op welke deelgebieden samenwerking met ITU
volgens haar kan bijdragen aan een waardevolle digitale transformatie. Hoe gaat de
Staatssecretaris dit uitdragen bij de Telecomraad? Op welke gebieden is ITU volgens
de Staatssecretaris niet van meerwaarde? Tot slot vragen de leden welke landen een
duidelijke strategie hebben om «middels ITU-standaarden hun invloed in het wereldwijde
digitale domein te vergroten.» Welke landen doelt de Staatssecretaris op, en hoe ziet
de strategie er in de praktijk uit? Welke zorgen heeft het kabinet over de bescherming
van mensenrechten en «een duurzame en mensgerichte aanpak» bij die strategie?
De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vinden het essentieel dat Europese bandbreedte
van satellietfrequenties wordt behouden voor strategische Europese en nationale doeleinden.
Deze leden hebben hier eerder zorgen over geuit via de Kamervragen van de leden Kathmann
en Nordkamp.3 Heeft de Staatssecretaris, sinds de beantwoording van de vragen, nog relevante ontwikkelingen
of aanvulling op de antwoorden te melden? Volgens de leden is het «meewegen» van Europese
soevereiniteit bij het nieuwe besluit over de frequentievergunningen niet genoeg.
Zij zijn van mening dat Europese soevereiniteit het uitgangspunt moet zijn van dit
besluit. Wat vindt de Staatssecretaris op dit punt?
Tot slot hebben de leden van de GroenLinks-PvdA-fractie vragen over de Omnibus AI
en de Omnibus Digitaal. Ten eerste vragen deze leden of het realistisch is dat er
eind juni een Raadsakkoord is bereikt over de Omnibus Digitaal. Krijgt de Kamer nog
een moment om zich uit te spreken over het bereikte akkoord en de positie van de Staatssecretaris
mede te bepalen of beïnvloeden? Voor hen weegt de positie van de Kamer bij het behandelen
van Omnibusvoorstellen zwaar. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie ontvangen dan
ook graag meer informatie over de ontwikkelingen in het krachtenveld rondom de Omnibus
Digitaal. Kan de Staatssecretaris duidelijker uitleggen wat zij met deze constatering
bedoelt? Deze leden herhalen ook, nogmaals, het belang van impact assessments bij
de Omnibussen. Zij vinden «politiek belang» en zwakke reden om wetgeving versneld
en zonder onderbouwing ingrijpend te wijzigen. De leden van de GroenLinks-PvdA-fractie
vragen de Staatssecretaris om alsnog aan te dringen op het uitvoeren van een (beperkte)
impact assessment door de Europese Commissie, zodat de gevolgen van de Omnibussen
te overzien is. Als de Commissie hier niet toe is bereid, ziet de Staatssecretaris
dan mogelijkheden om met een consortium van lidstaten een onafhankelijke assessment
of wetenschapstoets uit te voeren? Is de Staatssecretaris bereid om dit te verkennen
bij de Telecomraad?
Deze leden zijn blij met het verzet tegen de aanpassingen aan de definities binnen
de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Zij steunen de inzet van het kabinet
om deze aanpassing te schrappen. Ook brengen zij in dat het recht van inzage mogelijk
onderhevig is aan een nieuw precedent, geschept door de Rechtbank Amsterdam. De leden
Kathmann en Dassen hebben hier vragen over gesteld op 17 april 2026.4 Kan de Staatssecretaris alvast een korte reactie geven op de uitspraak, vooruitlopend
op de formele beantwoording? Is zij bereid om de mogelijke consequenties die de uitspraak
heeft voor de interpretatie en handhaving van het inzagerecht bij de Telecomraad ter
sprake te brengen?
Vragen en opmerkingen van de leden van de CDA-fractie
De leden van de CDA-fractie hebben met belangstelling kennisgenomen van de stukken
voor de formele Telecomraad van 9 juni 2026 en hebben daarover de volgende vragen
en opmerkingen.
Deze leden vinden het belangrijk dat de diverse verboden op schadelijke AI toepassingen
die gelden sinds februari 2025 op basis van de EU AI Act, intact blijven en juichen
de uitbreiding van het verbod op uitkleedapps toe. Zij vragen of er nog andere uitbreidingen
(of beschermende randvoorwaarden) zullen volgen. Dit alles vraagt ook om AI geletterdheid
binnen organisaties en de eerder besproken registratieplicht. De leden van de CDA-fractie
vragen hoe deze twee zaken (AI geletterdheid en registratieplicht) nu zijn geborgd
en welke inbreng Nederland levert in de Telecomraad van 9 juni.
Deze leden lezen dat het kabinet vereenvoudiging van digitale regelgeving steunt,
maar tegelijk serieuze zorgen heeft over AVG-wijzigingen die het niveau van gegevensbescherming
wezenlijk kunnen verminderen zonder dat daar echte lastenverlichting tegenover staat.
Zij vragen welke onderdelen van de voorgestelde AVG-wijzigingen voor het kabinet nog
steeds het meest problematisch zijn en op welke punten Nederland in de Raad concreet
inzet op schrappen of aanpassen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet
voorkomt dat vereenvoudiging in de praktijk juist leidt tot meer juridische onduidelijkheid
voor burgers, ondernemers en toezichthouders. In het bijzonder vragen deze leden hoe
het kabinet aankijkt tegen de wijziging van de definitie van persoonsgegevens en de
bevoegdheid van de Commissie om via uitvoeringshandelingen te specificeren wanneer
gegevens voldoende gepseudonimiseerd zijn. Zij vragen of er samen met gelijkgestemde
landen kan worden opgetrokken om tot een gedragen visie te komen hierop, ook als het
gaat om het «gerechtvaardigd belang» als grondslag voor gebruik van gegevens in AI
en de uitzonderingsgrond voor residuele data (hoe deze wordt afgebakend en toegepast).
De leden van de CDA-fractie hebben kennisgenomen van het bereikte akkoord over de
Omnibus AI. Deze leden lezen dat het kabinet eerder kritisch was op het verplaatsen
van onderdelen van Annex I van de AI-verordening naar sectorale wetgeving, omdat dit
tot onduidelijkheid, vertraging en lacunes in toetsing zou kunnen leiden. Zij vragen
hoe het kabinet beoordeelt of de overeengekomen waarborgen rond de Machinerichtlijn
voldoende zijn om dat in de praktijk te voorkomen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie
welke onderdelen van de Omnibus AI volgens het kabinet nog nadere uitleg of uitvoeringsrichtsnoeren
vergen. Verder lezen deze leden dat aan het akkoord een verbod is toegevoegd op AI-systemen
die seksuele deepfakes of materiaal van seksueel kindermisbruik kunnen genereren.
Zij vragen hoe het kabinet de uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid van deze belangrijke
verbodsbepaling beoordeelt en hoe de Nederlandse uitvoeringspraktijk in staat kan
worden gesteld om deze verbodsbepaling effectief te handhaven.
De leden van de CDA-fractie lezen dat tijdens de Telecomraad een beleidsdebat plaatsvindt
over technologische soevereiniteit van de overheid. Deze leden vragen wat het kabinet
concreet verstaat onder een «gericht en proportioneel EU-voorkeursprincipe», voor
welke kritieke sectoren of diensten dit volgens het kabinet in beeld is, en welke
criteria Nederland wil hanteren om te bepalen wanneer sprake is van een risicovolle
strategische afhankelijkheid. Ook vragen zij wat het kabinet precies verstaat onder
een «soevereine cloud», en hoe wordt voorkomen dat Europese digitale autonomie in
de praktijk vooral op papier bestaat terwijl feitelijke controle elders ligt. Daarnaast
vragen de leden van de CDA-fractie hoe het kabinet wil borgen dat bij deze lijn ook
ruimte blijft voor Nederlandse en Europese mkb-bedrijven en scale-ups.
Deze leden nemen kennis van het beleidsdebat over satellietconnectiviteit. Zij vragen
hoe het kabinet Europese soevereiniteit en strategische weerbaarheid precies wil meewegen
bij de toekomstige herverdeling van het satellietspectrum, in het bijzonder in de
2 GHz-band voor mobiele satelliettoepassingen. Ook vragen de leden van de CDA-fractie
hoe het kabinet de balans beoordeelt tussen strategische autonomie, marktwerking en
leveringszekerheid.
Vragen en opmerkingen van de leden van de BBB-fractie
De leden van de BBB-fractie hebben met interesse kennisgenomen van de stukken voor
de formele Telecomraad van 9 juni aanstaande. Deze leden hebben daarover twee vragen.
Zij vragen allereerst hoe de Staatssecretaris kijkt naar het interview van ASML CEO
Fouquet met Politico van 22 mei waarin hij zijn zorgen uitspreekt over concurrentiekracht
in Europa, ook na de AI Omnibus. Welke acties voorziet de Staatssecretaris na de omnibus
en welke rol ziet zij voor Nederland weggelegd qua voortouw?
Ten tweede vragen de leden van de BBB-fractie of de Staatssecretaris kan reageren
op de brief van vele Europese en internationale ondernemersorganisaties getiteld «Joint
Industry Statement: EU Member States and Policymakers Must Not Undermine the Ambition
of the EU Digital Omnibus»5 en of zij hierbij kan ingaan op de vier specifieke inhoudelijke punten die zij aandragen
en tot slot op het bredere punt dat zorgvuldigheid over snelheid moet gaan en dat
niet overhaast tot een compromis overgegaan moet worden.
II Antwoord/reactie van de bewindspersoon
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
R.J. Dekker, voorzitter van de vaste commissie voor Digitale Zaken -
Mede ondertekenaar
S.R. Muller, adjunct-griffier
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.