Brief regering : Beslissing over het toepassen van de projectprocedure voor gaswinning Papekopveld
33 529 Gaswinning
Nr. 1377
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
In 2023 heeft Vermilion Energy Netherlands B.V. (Vermilion) in afstemming met Gasunie
Transport Services B.V. (GTS) bij het ministerie aanvragen ingediend om de rijkscoördinatieregeling
(RCR) toe te passen voor gaswinning uit het Papekopveld en de aanleg van een gastransportleiding1. In antwoord op schriftelijke vragen van het lid Bikker2 hierover heeft mijn voorganger toegezegd uw Kamer te informeren over de beslissing
over het wel of niet van toepassing verklaren van de RCR op dit project (thans: projectprocedure
op grond van de Omgevingswet). Ook is daarbij toegezegd in overleg te treden met de
betrokken overheden3 voordat een beslissing wordt genomen.
Onder de Omgevingswet is het uitgangspunt dat de betrokken gemeenten bevoegd gezag
zijn voor de ruimtelijke inpassing van het initiatief (artikel 2.3, eerste lid). Het
Rijk is echter bevoegd om een projectbesluit vast te stellen, als dat nodig is met
het oog op een nationaal belang en dat belang niet op een doelmatige en doeltreffende
wijze door het provinciebestuur of gemeentebestuur kan worden behartigd (artikel 2.3,
derde lid).
Ter invulling van bovengenoemde toezegging aan uw Kamer heb ik afgelopen periode gesproken
met betrokken wethouders en gedeputeerde4 over de belangen die er spelen bij de aanvragen van Vermilion en GTS en over de rol
van het bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing.
Op 22 april 2026 heb ik op het gemeentehuis in Woerden een gesprek gevoerd met betrokken
wethouders en gedeputeerde over de voor- en nadelen van de scenario’s die mogelijk
zijn voor het bevoegd gezag voor de ruimtelijke inpassing en de daarbij betrokken
belangen van partijen. Ik heb toegelicht dat ik het subsidiariteitsbeginsel een groot
gewicht toeken en dat ik begrip heb voor de wens van de gemeenten om de regie te behouden
over de ruimtelijke inpassing van de initiatieven, en dat ik daar in de basis ook
in mee wil gaan. Daarbij heb ik de verwachting uitgesproken dat de betrokken gemeenten
het proces voor de ruimtelijke inpassing en vergunningverlening op een zorgvuldige
wijze zullen doorlopen.
De gemeenten hebben in eerste instantie aangegeven dat door zelf over de ruimtelijke
inpassing van het initiatief te beslissen, zij in staat zullen zijn de regie te voeren
over het proces. Ook heeft het de voorkeur van de bestuurders dat de betrokken gemeenten,
als decentrale bestuurslaag, de participatie vormgeven. Gelijktijdig werd onderkend
dat zich dilemma’s kunnen voordoen omdat betrokken gemeenteraden en provinciale staten
tegen gaswinning zijn, terwijl een mogelijkheid kan zijn dat uit de procedure volgt
dat gaswinning veilig en verantwoord kan plaatsvinden op deze locatie. In tweede instantie,
na nader overleg, hebben de betrokken gemeenten geconstateerd dat gezien de complexiteit
het uiteindelijk wenselijker is dat het Rijk de rol van het bevoegd gezag voor de
ruimtelijke inpassing op zich neemt. Daarbij is tussen gemeenten en mij afgesproken
dat tijdens het doorlopen van de projectprocedure er overleg en afstemming tussen
de betrokken overheden plaatsvindt.
Ook heb ik gesproken met Vermilion. Vermilion gaf aan dat de beoogde gaswinning uit
het Papekopveld een complex project is dat zich uitstrekt over een vijftal gemeenten
en twee provincies. Vermilion blijft daarom bij haar verzoek dat het Rijk besluit
over de ruimtelijke inpassing door het vaststellen van een projectbesluit en zorgdraagt
voor de coördinatie van de procedure.
Na de betrokken partijen te hebben gehoord, heb ik besloten de aanvragen van Vermilion
en GTS, gezien de complexiteit van dit specifieke project en in het belang van doelmatigheid
en doeltreffendheid, in behandeling te nemen en daarmee de projectprocedure te starten.
Naast de ruimtelijke inpassing zijn nog andere besluiten vereist, waaronder de instemming
met een winningsplan, een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit
en de instemming met het aanleggen van een gastransportleiding door GTS. Hierover
besluit het Rijk. Hierbij benadruk ik dat gaswinning enkel zal plaatsvinden als deze
veilig en verantwoord is voor mens, natuur en milieu.
Mijn beslissing op de aanvragen van Vermilion en GTS sluit verder aan bij de op 16 januari
2026 gemaakte aanvullende afspraken over gaswinning op land in de transitieperiode
en daarmee aan de versnelling en verantwoorde opschaling van de binnenlandse gaswinning
op land en op de Noordzee, en de op 23 april 2026 aangenomen motie van de leden Brekelmans
en Bontenbal om gaswinning uit kleine velden op de Noordzee en land, binnen het bestaande
sectorakkoord, te versnellen5. Hieraan zal ik uitvoering blijven geven in samenwerking met de betrokken partijen
omdat binnenlandse gaswinning bijdraagt aan de leveringszekerheid en het beperken
van de importafhankelijkheid van Nederland. Alle kleine velden dragen daaraan bij.
De inzet van alle overheden is hierbij van belang.
De Staatssecretaris van Klimaat en Groene Groei,
J. de Bat
Indieners
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat