Brief regering : Geannoteerde agenda bijeenkomst NAVO-ministers van Defensie van 18 juni 2026
28 676 NAVO
Nr. 560
BRIEF VAN DE MINISTER VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 28 mei 2026
Op 18 juni 2026 komen de NAVO-ministers van Defensie bijeen in Brussel voor de Defence Ministers Meeting (DMM), de Nuclear Planning Group (NPG) en de Ukraine Defence Contact Group (UDCG). In deze brief informeer ik uw Kamer over de Nederlandse inzet.
De exacte agenda’s voor deze bijeenkomsten zijn op het moment van schrijven nog niet
bekend. De DMM zal in het teken staan van de voorbereidingen op de NAVO-top in Ankara
van 7 en 8 juli 2026. Naar verwachting zal de focus liggen op de versterking van de
afschrikking en verdediging, verbetering van lastenverdeling, verhoging van de defensie-uitgaven,
de defensie-industrie en steun aan Oekraïne. Tijdens de UDCG zal worden gesproken
over de voortzetting van de steun aan Oekraïne. In de NPG spreken de Ministers van
Defensie jaarlijks over het nucleaire beleid van de NAVO. Daarnaast informeer ik u
in deze brief over de nieuwe rol van het Duits/Nederlandse Legerkorps (1 German/Netherlands Corps – 1GNC). Tot slot wordt uw Kamer geïnformeerd over de verlenging van de Patriot-inzet
in Polen.
Afschrikking en verdediging
Verdere versterking van de NAVO afschrikking en verdediging is een blijvende prioriteit
binnen de NAVO. Dit is van groot belang wegens de agressie richting het bondgenootschap,
en de voortdurende agressieoorlog van Rusland in Oekraïne. Een belangrijke voorwaarde
voor sterke afschrikking en verdediging is het nakomen van de afspraken die bondgenoten
hebben gemaakt tijdens de vorige top in Den Haag, om defensie-uitgaven te verhogen
tot 3,5% in 2035. Deze verhoogde defensie-uitgaven dragen bij aan een eerlijkere lastenverdeling
binnen het bondgenootschap. Het kabinet zet in op ambitieuze stappen voor een sterker
Europa binnen de NAVO. Nederland zet onder andere in op het gezamenlijk ontwikkelen
van militaire capaciteiten, het versterken van de defensie-industrie en het wegnemen
van de juridische en administratieve belemmeringen voor de krijgsmacht. Samenwerking
met bondgenoten is hiervoor van cruciaal belang.
Tijdens de DMM zullen de bondgenoten ook spreken over de ontwikkeling van nieuwe militaire
plannen voor Integrated Air and Missile Defense (IAMD), die tijdens de NAVO-top ter besluitvorming voorliggen. Vanwege operationele
veiligheid en NAVO-richtlijnen kan ik hierover verder geen informatie delen.
Lastenverdeling
Bondgenoten zullen tijdens de DMM spreken over de voortgang van de tijdens de top
in Den Haag gemaakte afspraak ter verhoging van de defensie- en defensiegerelateerde
uitgaven naar 5% van het bbp in 2035, waarvan 3,5% voor defensie-uitgaven ten behoeve
van de invulling van de NAVO capaciteitsdoelstellingen en 1,5% voor bredere defensie-
en veiligheidsgerelateerde uitgaven.
Het kabinet zal tijdens de DMM onderstrepen dat Nederland is gecommitteerd aan een
ambitieus en duidelijk groeipad om in 2035 aan de 5% van het bbp te voldoen, en andere
bondgenoten oproepen om in aanloop naar de top in Ankara duidelijk voortgang te laten
zien. Het kabinet zet in op een structurele groei van het defensiebudget naar 2,8%
in 2030 en 3,5% van het bbp in 2035.
Deze maand heeft Defensie zoals gebruikelijk via het Annual Strategic Level Report (SLR) aan de NAVO gerapporteerd over de defensie-uitgaven, voortgang in capaciteitsontwikkeling
en deelname aan missies & operaties. Conform de nationale berekenwijze komt Nederland
in deze rapportage in 2026 uit op 2,01% exclusief steun aan Oekraïne en op 2,26% inclusief
steun aan Oekraïne.1 De volledige rapportage vindt u in de vertrouwelijke bijlage.
Daarnaast heeft Nederland dit jaar voor het eerst gerapporteerd over de bredere veiligheids-en
defensie gerelateerde uitgaven. Om deze uitgaven in kaart te brengen is onder coördinatie
van het Ministerie van Justitie en Veiligheid in afstemming met Defensie en Buitenlandse
Zaken met alle departementen onderzocht welke uitgaven volgens de NAVO-definitie kunnen
worden toegerekend aan de 1,5%-norm. Dit onderzoek telt op tot 17,45 miljard euro
en tot een percentage van 1,4% conform de Nederlandse berekenwijze. Onder bredere
veiligheids- en defensie-gerelateerde uitgaven vallen uitgaven die bijdragen aan de
weerbaarheid van de maatschappij en uitgaven die bijdragen aan de ondersteuning van
de krijgsmacht. Dit behelst bijvoorbeeld uitgaven aan maatschappelijke weerbaarheid,
de politie, douane, inzet op het voorkomen en beheersen van veiligheidsdreigingen
middels diplomatie, coalitievorming en gerichte financiering, aanleggen van strategische
voorraden, infrastructuur, weerbare zorg, crisisbeheersing en rampenbestrijding en
uitgaven ten behoeve van opvang van grote groepen mensen ten tijde van crises.
Tevens is op 1 januari 2026 in Nederland de Wet financiële defensieverplichtingen
(Wfd) in werking getreden, waarmee de regering verplicht wordt jaarlijks minimaal
2% van het bbp uit te geven aan Defensie. Het kabinet is voornemens ook de 3,5% NAVO-norm
wettelijk vast te leggen. Hiermee zorgen we voor lange termijn financiële zekerheid
voor de krijgsmacht en de defensie-industrie.
Defensie-industrie
Om dreigingen het hoofd te bieden en de capaciteitsdoelstellingen van het bondgenootschap
tijdig te realiseren dient de defensie-industriële basis structureel en zo snel mogelijk
te worden versterkt.
Om dit mogelijk te maken zet Nederland in op nauwe samenwerking tussen NAVO-bondgenoten
en EU-lidstaten en gezamenlijke inkoop. Door de vraag naar specifieke capaciteiten
te bundelen, kunnen bondgenoten grotere productievolumes realiseren, leveringszekerheid
vergroten en de industrie meer voorspelbaarheid bieden. Hiermee verschuift de nadruk
van onderlinge concurrentie tussen landen naar een meer gecoördineerde en collectieve
aanpak binnen het bondgenootschap.
Het kabinet ziet dat naast investeringen in conventioneel materieel, voorraden en
productielijnen het belang van innovatie steeds groter wordt en moedigt dit aan. Een
nieuwe generatie innovatieve en niet-traditionele bedrijven speelt hierbij een steeds
belangrijkere rol. Deze ondernemingen ontwikkelen vaak met private financiering nieuwe
technologische oplossingen en zijn in staat sneller te innoveren dan traditionele
defensieleveranciers.
De versterking en opschaling van de defensie-industrie, inclusief de rol van innovatie
en nieuwe technologieën, zal op de agenda staan van de NAVO-top in Ankara. Hierbij
zal specifiek aandacht uitgaan naar het vergroten van de industriële productiecapaciteit,
het versnellen van innovatie-adoptie en het versterken van de langdurige ondersteuning
aan Oekraïne.
Steun aan Oekraïne
Tijdens de DMM zal Oekraïne aan bod komen in een bijeenkomst van de NAVO-Oekraïne
Raad waar bondgenoten met de Oekraïense Minister van Defensie Fedorov in gesprek zullen
gaan over de aanhoudende Russische agressie tegen Oekraïne. Daarnaast zal de UDCG
bijeen komen en marge van de DMM. In deze bijeenkomsten zal Oekraïne de laatste stand
van zaken en de meest urgente militaire behoeften toelichten. In de bijeenkomsten
zal tevens stil worden gestaan bij de voortzetting van bilaterale militaire steun.
Voortdurende steun van Oekraïne is van essentieel belang, niet alleen voor de Oekraïense
territoriale verdediging, maar ook voor de bredere Europese veiligheid. Het kabinet
zal Nederlandse militaire steun aan Oekraïne onverminderd voortzetten. Daarbij biedt
samenwerking met Oekraïne steeds meer kansen voor de Nederlandse krijgsmacht en defensie-industrie
om te leren van Oekraïense ervaringen en innovaties. Het kabinet zal zich blijven
inzetten om de internationale steun aan Oekraïne te verhogen. Hierbij zal Nederland
in het bijzonder aandacht vragen voor het belang van gelijke lastenverdeling zodat
Oekraïne in een zo sterk mogelijk onderhandelingspositie kan worden gebracht en een
voortdurend signaal van Euro-Atlantische vastberadenheid wordt afgegeven. Nederland
zal onderstrepen dat bilaterale militaire steun noodzakelijk blijft in aanvulling
op de Ukraine Support Loan (USL). Nederland steunt het gebruik van USL voor materieel dat enkel door derde landen
zoals de VS kan worden geleverd, bijvoorbeeld Patriot luchtverdedigingsmunitie.
Om Oekraïne op korte termijn van benodigd Amerikaans materieel te voorzien zal Nederland
internationale partners aansporen financieel bij te blijven dragen aan het Prioritised Ukraine Requirements List (PURL) initiatief. Nederland heeft in totaal € 750 miljoen aan toegezegd aan PURL.
Daarbij zal Nederland ook aandacht vragen voor het intensiveren van de defensie-industriële
samenwerking met Oekraïne om ook op de lange termijn effectieve steun te leveren en
tevens zelf de Europese industrie te kunnen versterken. Nederland beziet voortdurend
de mogelijkheden om de steun aan Oekraïne voort te zetten, zowel bilateraal als in
samenwerking met andere partners. Een gezamenlijke inzet vormt de meest effectieve
manier om Oekraïne te steunen.
1GNC
Het 1st German/Netherlands Corps (1GNC), dat in 1995 werd opgericht, is een hoofdkwartier dat zowel in vredestijd
als in een crisis- of oorlogssituatie een internationale troepenmacht van ongeveer
50.000 militairen kan aansturen. Dit behelst zowel het aansturen van de daadwerkelijke
verdediging in crisis- en oorlogstijd als oefenactiviteiten in voorbereiding daarop
met als doel het versterken van de collectieve afschrikking. Nederland en Duitsland
voeren samen (afwisselend) het commando over 1GNC. Inmiddels zijn er nog 14 andere
NAVO-bondgenoten die een personele bijdrage aan het hoofdkwartier leveren.
In 2023 is op de NAVO-top in Vilnius het nieuwe NATO Force Model (NFM) geïntroduceerd om gereedstaande eenheden en hoofdkwartieren tijdig te kunnen
activeren. Nederland is door de NAVO gevraagd om binnen het NFM, samen met Duitsland,
1GNC als tactisch hoofdkwartier voor de regionale plannen in de Baltische staten aan
te bieden.2 Op deze manier dragen Duitsland en Nederland bij aan het versterken van de oostflank
van het NAVO-verdragsgebied in het kader van deterrence and defence en werken we samen met onze bondgenoten in de Baltische staten aan het versterken
van de afschrikking en verdediging.
De afgelopen tijd heeft 1GNC zich op deze nieuwe taak voorbereid. Medio dit jaar wordt
de rol in de regionale plannen van het hoofdkwartier door de NAVO geformaliseerd.
1GNC krijgt vanaf dat moment een aansturende rol bij de verdediging aan de oostflank
van het NAVO-verdragsgebied en het aansturen van (oefen)activiteiten in voorbereiding
daarop, zowel in vredestijd als in crisis- of oorlogstijd. Dit houdt in dat een deel
van de taken die momenteel nog bij Multinational Corps North-East (MNC-NE)3 liggen, medio 2026 door 1GNC overgenomen worden. Deze taken zijn de command & control (C2) over de aanwezige NAVO-eenheden die in Estland en Letland gestationeerd zijn.
Duitsland en Nederland zijn zeer toegewijd aan de NAVO en de bescherming van NAVO-bondgenoten.
De nieuwe rol van 1GNC onderstreept dat. Het Nederlands-Duitse commitment ten aanzien
van 1GNC draagt bij aan een zelfstandiger Europa binnen de NAVO, conform afspraken
die gemaakt zijn op de NAVO-top van vorig jaar in Den Haag. Ook wordt de goede samenwerking
met Duitsland en de andere deelnemende landen door de nieuwe taak van 1GNC verder
versterkt.
Verdere details ten aanzien van 1GNC kunnen in openbare communicatie zeer beperkt
worden gedeeld; in een vertrouwelijke technische briefing kan nadere toelichting worden
gegeven.
Verlenging van de Nederlandse Patriot inzet in Polen
Tevens maak ik via deze brief van de gelegenheid gebruik om uw Kamer te informeren
over de verlenging van de Nederlandse Patriot-inzet voor maximaal zes maanden ter
beveiliging van het logistieke centrum van NATO Security Assistance and Training for Ukraine (NSATU) in Polen. Deze inzet, in het kader van hoofdtaak 1, draagt bij aan de militair-strategische
doelstelling om Rusland af te schrikken en het NAVO-verdragsgebied te verdedigen.
Nederland levert sinds december 2025 een bijdrage aan NSATU met een Air Missile Defence Taskforce (AMDTF). Deze bijdrage loopt tot begin juni en bestaat uit een geïntegreerde eenheid
van drie verschillende capaciteiten. Deze capaciteiten bestaan uit de Patriot (luchtafweersysteem),
NASAMS (luchtraketafweersysteem) en anti-dronesystemen.
Op verzoek van NAVO en Polen wordt de Patriot-inzet verlengd. De verlenging van maximaal
zes maanden heeft betrekking op de Patriot-inzet inclusief benodigde ondersteuning.
Het benodigde personeel wordt voornamelijk geleverd door het Defensie Grondgebonden
Luchtverdedigingscommando en personele ondersteuning van Duitsland.
De NASAMS en anti-dronesystemen worden teruggehaald naar Nederland. Deze inzet wordt
gefinancierd vanuit artikel 1 Inzet van de Defensiebegroting.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
Ondertekenaars
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.