Brief regering : Jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025 en jaarverslag Kwaliteitscommissie Bibob 2025
31 109 Evaluatie Wet BIBOB
Nr. 39
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS EN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Hierbij bieden wij u, conform artikel 24 van de Wet Bibob, het jaarverslag van het
Landelijk Bureau Bibob (LBB) over het jaar 2025 aan. Het LBB maakt onderdeel uit van
het agentschap Justis. Ook bieden wij het jaarverslag van de Kwaliteitscommissie Bibob
over het jaar 2025 aan.
Jaarverslag Landelijk Bureau Bibob 2025
De Wet Bibob heeft tot doel de integriteit van bestuursorganen en rechtspersonen met
een overheidstaak (hierna tezamen: bestuursorganen) te beschermen door te voorkomen
dat het bestuursorgaan onbewust criminele activiteiten faciliteert. Het LBB heeft
hierbij een belangrijke taak in het op verzoek adviseren van bestuursorganen over
de mate van gevaar dat een beschikking, subsidie, overheidsopdracht of vastgoedtransactie
wordt misbruikt voor criminele doeleinden. Het LBB heeft hiertoe specialistische kennis
in huis en kan uitgebreider onderzoek doen dan bestuursorganen. Het LBB heeft daarnaast
de wettelijke taak om bestuursorganen te informeren over de Wet Bibob en de weigerings-
en intrekkingsgronden. Dit doet het LBB door voorlichting te geven. Tot slot draagt
het LBB zorg voor de werking van het Bibob-register, waarin gevaarsconclusies1 worden geregistreerd en deze kunnen worden opgevraagd door bestuursorganen.
De Wet Bibob beschermt de integriteit van bestuursorganen en rechtspersonen met een
overheidstaak. De wet geeft bestuursorganen een discretionaire bevoegdheid om bij
het aangaan of voortzetten van rechtshandelingen, zoals vergunningverlening, subsidies,
overheidsopdrachten en vastgoedtransacties, de achtergrond van een ondernemer en diens
zakelijke omgeving te (laten) onderzoeken. Doel is te beoordelen of er een risico
bestaat dat de rechtshandeling wordt misbruikt voor criminele doeleinden. De uitkomst
wordt vastgelegd in een gevaarsconclusie. Bij een (ernstig) risico biedt de Wet Bibob
weigerings- en intrekkingsgronden, zodat aanvragen kunnen worden afgewezen of reeds
verleende besluiten kunnen worden teruggedraaid. Daarmee wordt voorkomen dat overheden
onbedoeld criminaliteit faciliteren en wordt de bestuurlijke aanpak van ondermijnende
criminaliteit versterkt. Vrijwel alle Nederlandse gemeenten passen de wet toe. Het
LBB ondersteunt bestuursorganen met proactieve voorlichting, specialistische advisering
en diepgaander onderzoek dan individuele bestuursorganen doorgaans kunnen verrichten,
specifiek gericht op de vraag of een beschikking, subsidie, opdracht of vastgoedtransactie
risico loopt op crimineel misbruik.
Adviezen
Uit de resultaten over het jaar 2025 blijkt dat er een lichte daling is op te merken
in het aantal reguliere adviezen die zijn uitgebracht in vergelijking met het jaar
2024. In 2025 heeft het LBB 187 reguliere adviezen uitgebracht tegenover 200 in 2024.
Daarnaast heeft het LBB 25 aanvullende adviezen2 verstrekt, tegenover 23 in 2024. Er zijn minder adviesaanvragen gedaan door bestuursorganen.
Er werden in 2025 233 adviesaanvragen ontvangen, tegenover 265 in 2024.
Zoals voorgaande jaren heeft het LBB aanbevelingen van de Kwaliteitscommissie benut
om de adviezen te verbeteren: er is onderzocht of en hoe onderzoeksvragen van bestuursorganen
een duidelijke plek in het advies kunnen krijgen en hoe hier explicieter en gerichter
op kan worden ingegaan, zodat de beantwoording inzichtelijker en beter navolgbaar
wordt.
Doorlooptijden
In 2025 zijn 51% van de adviezen uitgebracht binnen de wettelijke adviestermijn van
twaalf weken. Dit is een daling in vergelijking met 2024, toen 79.8% van de adviezen
binnen de wettelijke adviestermijn werden uitgebracht. In het recent naar uw Kamer
toegezonden WODC-rapport «Onderzoek aanpassingen en gebruik van de Wet Bibob sinds
2020»3 wordt de langere doorlooptijden bij het LBB door veel bestuursorganen genoemd als
verbeterpunt dat al langer speelt. In de beleidsreactie is aangegeven dat gesprekken
met het LBB heeft opgeleverd dat dit onder andere komt door de late aanlevering van
informatie door informatieleveranciers, de omvang van de adviesaanvragen en de complexiteit
van de adviesaanvragen.4 Daar waar relevant zal mijn ministerie in gesprek gaan met die informatieleveranciers
waar dit structureel speelt. De daling specifiek ten aanzien van 2024 lijkt daarnaast
te kunnen worden verklaard door een (tijdelijke) personele onderbezetting blijkt uit
gesprekken met het LBB.
In 2025 voerde het LBB diverse inhoudelijke veranderingen door om de doorlooptijden
te verbeteren. Zo is begin 2025 gekozen voor een tijdelijke risicogerichte afbakening,
met focus op (rechts)personen en ondernemingen met verhoogd risico die het bestuursorgaan
zelf niet of slechts beperkt kan onderzoeken. Er loopt op dit moment een evaluatie
van deze tijdelijke maatregel. Deze wordt in 2026 afgerond. Daarnaast doorloopt het
LBB in 2026 met externe begeleiding een traject om processen te stroomlijnen en doorlooptijden
te verkorten.
Evaluatie door bestuursorganen
Na elk (aanvullend) advies stuurt het LBB een evaluatieformulier naar het ontvangende
bestuursorgaan; de feedback wordt gebruikt om dienstverlening en adviezen te verbeteren.
De overstap in 2025 naar een online formulier verhoogde de respons van 11 (2024) naar
64 (2025).
Uit de evaluatieformulieren over 2025 blijkt dat de doorlooptijd significant lager
is beoordeeld dan in voorgaande jaren, direct samenhangend met langere behandeltermijnen
van adviesaanvragen. Ondanks de tijdelijke risicogerichte afbakening door het LBB
worden de adviezen op leesbaarheid, communicatie en volledigheid goed gewaardeerd.
Aandachtspunt is dat informatieleveranciers niet altijd alle beschikbare informatie
delen, wat in enkele gevallen tot ontevredenheid bij bestuursorganen leidt. Het contact
met de onderzoekers van het LBB wordt zeer positief beoordeeld, bestuursorganen waarderen
dat zij, ondanks de langere doorlooptijd, goed op de hoogte zijn gehouden van het
verloop van het onderzoek.
Voorlichting
Het LBB ondersteunt bestuursorganen bij een eerste of hernieuwde adviesaanvraag met
intakegesprekken, verzorgt trainingen en presentaties, en beantwoordt inhoudelijke
vragen per e-mail en telefoon. De vraag naar Bibob-cursussen en andere voorlichting
groeit nationaal sterk. Daarnaast is er in toenemende mate ook vanuit de regeringen
van andere landen interesse in de Nederlandse bestuurlijke aanpak en in het bijzonder
de Wet Bibob.
In 2025 werkte het LBB verder aan een nieuwe visie op voorlichting, gericht op een
uitgebreider aanbod over diverse Bibob-thema’s voor beginnende en gevorderde medewerkers.
De in 2024 ontwikkelde e-learning en (animatie)video’s zijn in 2025 publiek toegankelijk
gemaakt. Met diverse Regionaal Informatie- en Expertise Centra (RIEC’s) en partners
is een nieuwe versie van het Handboek Wet Bibob voorbereid, dat naar verwachting in
het tweede kwartaal van 2026 beschikbaar zal zijn voor overheidsorganisaties.
Bibob-register
Eind 2022 is het Bibob-register in gebruik genomen: bestuursorganen registreren gevaarsconclusies
en kunnen via een informatieverzoek nagaan of elders eerder een gevaarsconclusie is
getrokken. Het register is inmiddels ruim drie jaar in gebruik en wordt steeds belangrijker
in Bibob-onderzoek. Het LBB verwerkte 15.731 inkomende informatieverzoeken in 2024
en 17.067 in 2025. In totaal zijn er 1.075 actieve gebruikersaccounts bij 340 verschillende
bestuursorganen organisaties met een overheidstaak toegang. Inmiddels beschikken 340
verschillende bestuursorganen en organisaties met een overheidstaak samen over in
totaal 1.075 actieve gebruikersaccounts met toegang tot het platform.
Gevaarsconclusies blijven vijf jaar in het Bibob-register; het LBB heeft daarom met
een inhaalslag alle conclusies van de afgelopen vijf jaar geregistreerd. Nu die slag
is afgerond lopen de jaarlijkse registraties weer gelijk met het aantal geconstateerde
gevaarsconclusies. In 2025 registreerde het LBB 347 gevaarsconclusies.
Van alle informatieverzoeken beantwoordde het LBB in 2025 in 16.596 gevallen binnen
twee dagen met een bijbehorend uittreksel. Dit komt neer op 97,2% van de gevallen.
Jaarverslag Kwaliteitscommissie Bibob 2025
Jaarlijks beoordeelt de onafhankelijke Kwaliteitscommissie Bibob de kwaliteit van
Bibob-adviezen. In 2025 zijn 33 reguliere en 5 aanvullende adviezen van het LBB beoordeeld.
Dit jaar is er door de commissie kritischer gekeken naar de opmerkingen en de terugkoppeling
daarop. Hierdoor is het aantal opmerkingen bij beoordeelde adviezen gedaald ten opzichte
van vorig jaar. De commissie geeft inhoudelijke feedback over analyses, interpretatie
en de veranderende toepassing van de wet. Terugkerende thema’s zijn evenwichtige toetsing,
logische opbouw van conclusies en een zelfstandig leesbaar advies. Voor deze punten
doet de commissie gerichte aanbevelingen.
Aanbevelingen over de kwaliteit van de adviezen
Hoewel compact adviseren het streven is, erkent de commissie het spanningsveld met
de benodigde stevige onderbouwing voor weigeringen. Adviezen zijn nu soms te gedetailleerd
wat betreft de commissie, maar het LBB moet in dialoog met bestuursorganen blijven
om de juiste balans tussen volledigheid en doelmatigheid te vinden.
De commissie herhaalt haar voorkeur voor het opnemen van een samenvatting in het advies
bij omvangrijke dossiers. Zij ziet dit als een taak van het LBB, niet van de afnemer.
Aanbevelingen over de procedurele kant van de adviezen
De commissie complimenteert het LBB met de vooruitgang op procedurele punten, zoals
de toegankelijke documentatie van contacten met bestuursorganen. De commissie spreekt
verder haar waardering uit voor het vernieuwde evaluatieproces. Door op twee vaste
momenten digitaal feedback te vragen en rappels te sturen, zijn de respons en het
inzicht in de bruikbaarheid van de adviezen aanzienlijk verbeterd.
Ten aanzien van de doorlooptijden blijft de commissie echter kritisch: in 34 van de
38 gevallen werd de wettelijke termijn overschreden. Hoewel de communicatie hierover
met bestuursorganen is verbeterd, benadrukt de commissie het belang van tijdige advisering.
Algemene aanbevelingen
De commissie is kritisch over de gewijzigde Regeling Bibob-formulieren, waarin het
opvragen van het BSN van derden is geschrapt naar aanleiding van het advies van de
Autoriteit Persoonsgegevens. Hoewel het klopt dat bestuursorganen hierdoor niet langer
bepaalde (gesloten) bronnen op basis van het BSN kunnen raadplegen, blijven deze gegevens
via andere beschikbare persoonsgegevens wel toegankelijk.
De commissie adviseert daarnaast de internationale informatie-uitwisseling te optimaliseren,
aangezien medewerking vanuit het buitenland momenteel tekortschiet. Zij verzoekt het
LBB hierover in gesprek te gaan met de verantwoordelijke beleidsdirectie van het Ministerie
van Justitie en Veiligheid. De commissie adviseert daarbij te onderzoeken of de liaisonofficier
of het Openbaar Ministerie een faciliterende rol kan spelen bij het informeel bespoedigen
van dergelijke verzoeken. Ons ministerie is al op breed terrein bezig om de internationale
informatie-uitwisseling proberen te verbeteren. Dit punt wordt daarin meegenomen.
Uit de beoordeelde adviezen blijkt verder dat informatieverstrekkers niet altijd tijdig
reageren, ondanks hun wettelijke plicht. De commissie adviseert de vertragingen door
het uitblijven van informatie van partners nader te onderzoeken. De inzet van relatiebeheerders
aan de kant van het LBB lijkt effect te sorteren en dient daarom te worden voortgezet.
Het LBB agendeert dit onderwerp structureel in het periodieke overleg met informatieverstrekkers
en werkt in samenwerking met partners aan het verbeteren van de voorspelbaarheid en
tijdigheid van de informatievoorziening.
De commissie adviseert het LBB ook om eerder met bestuursorganen in gesprek te gaan
over de achtergrond van een adviesaanvraag. Door tijdens de intake scherper te focussen
op de nut en noodzaak, kan het LBB beter voorlichten en maatwerk leveren. Dit voorkomt
onnodige advisering in gevallen waarin de noodzaak ontbreekt, wat de efficiëntie van
het proces ten goede komt.
De commissie spreekt haar zorgen uit over een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak
van de Raad van State van 22 januari 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:214). Zij vraagt het LBB
de jurisprudentie nauwgezet te monitoren en hierover, indien nodig, het gesprek aan
te gaan met de bestuursorganen. Ons ministerie neemt de zorgen serieus, volgt de (jurisprudentiële)
ontwikkelingen nauwlettend, beoordeelt zorgvuldig de gevolgen voor bestuursorganen
en beslist over passende maatregelen zodra daarover meer duidelijk is.
De commissie herkent de knelpunten uit het WODC-rapport, met name het gebrek aan een
eenduidige werkwijze en de trage informatielevering door partners. Zoals aangegeven
in de beleidsreactie op het WODC-rapport gaat ons ministerie hierover in gesprek met
de informatieleveranciers bij wie dit probleem structureel speelt. Ook onderschrijft
de commissie de aanbevelingen uit het WODC-rapport. Zoals de aanbeveling dat het LBB
zelf diepgaander financieel onderzoek moet gaan verrichten bij adviesaanvragen. In
2026 zal de commissie met het LBB in gesprek gaan over de opvolging van het WODC-rapport.
Daarnaast gaat het LBB in 2026 een traject in waarin efficiënter werken het uitgangspunt
is en waarvan het bekijken wanneer een onderzoek afdoende is afgerond onderdeel uitmaakt.
Ten aanzien van de andere aanbevelingen van de commissie heeft het LBB aangegeven
dat het hiervan kennis heeft genomen en dat intern zal worden besproken wat met de
aanbevelingen wordt gedaan.
Kwaliteitsverbetering staat bij ons hoog in het vaandel. Daarom blijven wij in nauw
overleg met het LBB om te verkennen hoe en in welke mate de aanbevelingen kunnen worden
geïmplementeerd.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Indieners
-
Indiener
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid