Brief regering : Update operationele voorbereidingen Straat van Hormuz
23 432 De situatie in het Midden-Oosten
Nr. 750
BRIEF VAN DE MINISTERS VAN DEFENSIE EN VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 mei 2026
Op 10 april jl. informeerde het kabinet uw Kamer, in overeenstemming met het Toetsingskader
2014, dat het kabinet de wenselijkheid van een eventuele Nederlandse militaire inzet
onderzoekt bij het waarborgen van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz1.
Nederland is nauw betrokken bij de militaire planning van de internationale coalitie
voor een eventuele inzet in de Straat van Hormuz en heeft politieke steun uitgesproken
voor dit initiatief voor een multinationale missie. Nederland brengt de verschillende
mogelijkheden voor een militaire bijdrage in kaart, zodat operationele voorbereidingen
kunnen worden getroffen en tijdige inzet mogelijk is indien daartoe wordt besloten.
Het kabinet heeft nog geen besluit genomen over een eventuele Nederlandse militaire
bijdrage. Desalniettemin is vanuit Defensie een aantal maatregelen genomen om, wanneer
een eventuele inzet in zicht komt, tijdig een bijdrage te kunnen leveren. Met deze
brief informeert het kabinet uw Kamer over de operationele voorbereidingen die hiervoor
tot nu toe zijn getroffen.
In afstemming met de NAVO, vaart eind mei een Nederlandse mijnenjager uit naar de
Middellandse Zee, om vanaf medio juni 2026 een bijdrage te kunnen leveren aan het
daar doorlopend aanwezige NAVO-vlootverband van mijnenbestrijdingsvaartuigen (Standing NATO Mine Countermeasures Group Two; SNMCMG 2). Deze bijdrage valt onder de bestaande Nederlandse inzet ter bescherming
van het NAVO-verdragsgebied. Vanuit de Middellandse Zee kan tijdige inzet van mijnenbestrijdingscapaciteiten
in de Straat van Hormuz mogelijk worden gemaakt, indien dit op een later moment gewenst
is.
Daarnaast zijn er voorbereidingen getroffen om eventueel andere middelen in te kunnen
zetten in de Straat van Hormuz, zoals een gecombineerd search- duik- en explosieven
opruimingsteam (eventueel vanaf een Nederlands ondersteuningsschip). Tevens wordt
bezien of Nederland stafcapaciteit kan leveren aan de internationale coalitie.
Op het moment dat het kabinet besluit over een Nederlandse militaire bijdrage aan
het waarborgen van vrije doorvaart in de Straat van Hormuz, zal uw Kamer conform artikel
100 van de Grondwet nader worden geïnformeerd.
De Minister van Defensie,
D. Yeşilgöz-Zegerius
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
-
Indiener
D. Yeşilgöz-Zegerius, minister van Defensie -
Medeindiener
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken