Brief regering : Kabinetsappreciatie op de motie van het lid Van Baarle over tijdens komende Raden pleiten voor EU-sancties tegen Ben-Gvir (Kamerstuk 21501-02-3412)
21 501-02 Raad Algemene Zaken en Raad Buitenlandse Zaken
Nr. 3418
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Middels deze brief informeer ik u over de kabinetsappreciatie van de motie-Van Baarle
(Kamerstuk 21 501–02, nr. 3412), die het kabinet verzoekt de regering om tijdens aankomende Raden te bepleiten EU-sancties
tegen Ben-Gvir te treffen.
Zoals uw Kamer bekend, acht het kabinet het gedrag van de Israëlische Minister van
Nationale Veiligheid rondom de detentie van Flotilla-demonstranten ontoelaatbaar.
Nederland heeft de extremistische Israëlische Ministers Ben-Gvir en Smotrich vanwege
hun extremistische uitspraken en oproepen tot geweld reeds in juli 2025 persona non
grata verklaard en hen als ongewenste vreemdeling in het Schengen Informatiesysteem
(SIS) gesignaleerd. Op dat moment bleef Europees draagvlak uit om tegen deze Ministers
EU-sancties aan te nemen.
Het sanctioneren van Minister Ben-Gvir ligt in Brussel opnieuw voor, hetgeen dit kabinet
steunt. Het kabinet zal daarbij ook onderstrepen dat Nederland ook voorstander is
van sancties tegen Minister Smotrich. Het kabinet geeft bovengenoemde motie dan ook
de appreciatie oordeel Kamer.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken