Brief regering : Oprichting Stichting CariFoodFund
36 800 IV Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds (H) voor het jaar 2026
Nr. 60
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Het vergroten van voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk is geen
luxe, maar een noodzaak. De huidige afhankelijkheid van import maakt de eilanden kwetsbaar,
terwijl kansen voor lokale productie en ondernemerschap nog onvoldoende worden benut.
Daarom heeft het kabinet uw Kamer in februari jl. geïnformeerd over het voornemen
tot oprichting van de stichting CariFoodFund, met als doel de voedselzekerheid in
de Caribische delen van het Koninkrijk te versterken. Ook de Algemene Rekenkamer wijst
in haar onderzoek naar strategische voorraden op Bonaire, Sint Eustatius en Saba op
het belang hiervan.1
Na de voorhangprocedure is er geen reactie van de Staten-Generaal ontvangen. Dit betekent
dat de stichting kan worden opgericht.2Dit zal naar verwachting voorafgaand aan het zomerreces gebeuren. De oprichting is
een belangrijke stap in het versterken van de beschikbare voedselvoorziening op de
eilanden. Ondernemers op de Caribische delen van het Koninkrijk kunnen straks leningen
aanvragen voor projecten die bijdragen aan het vergroten van de voedselzekerheid op
Aruba, Curaçao, Sint Maarten, Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zoals benoemd in de
Beleidsbrief Koninkrijksrelaties, wordt er zo gewerkt aan het versterken van economische
weerbaarheid3, terwijl er tegelijkertijd kansen worden geboden voor startende en ervaren ondernemers
binnen de agri-sector om bij te dragen aan de voedselzekerheid van hun eiland.
Concreet is voorstel het om de voedselzekerheid op de zes Caribische eilanden in het
Koninkrijk te vergroten, middels inzet op twee pijlers.
De eerste pijler richt zich op het stimuleren van ondernemerschap, door middel van
het oprichten van stichting CFF. Deze stichting zal een revolverend fonds opzetten
waarin door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (hierna: BZK)
18 mln. euro aan kapitaal wordt gestort in de stichting.
De tweede pijler bestaat uit directe subsidies en bijdragen aan lokale overheden,
gericht op het ondersteunen van (beleids)initiatieven op het gebied van voedselzekerheid.
Voor deze pijler is 6 mln. euro gereserveerd vanuit het Ministerie van BZK. Uitgangspunt
hierbij is dat de middelen effectief worden ingezet ten gunste van de initiatieven
voor het versterken van het voedselsysteem, waaronder lokale voedselproductie.
De oprichting van de stichting ziet enkel op de eerste pijler. Deze brief zal om die
reden ingaan op de oprichting van stichting CariFoodFund.
Met deze brief ga ik daarnaast verder ik in op drie onderwerpen:
• Carifoodfund: achtergrond, doelstelling en governance;
• Nulmeting stand van zaken voedselzekerheid PRIVA;
• Vervolgstappen
CariFoodFund: governance en doelstelling
Governance CariFoodFund
De stichting wordt opgericht met één directeur/bestuurder en een Raad van Toezicht
met minimaal 3 leden. De stichting zal na oprichting de werving van de andere medewerkers
in gang zetten. Ik verwacht dat de stichting op korte termijn kan starten met de werkzaamheden.
De stichting is onafhankelijk, wat betekent dat zij zelfstandig zal opereren op basis
van samenwerkingsafspraken met het Ministerie van BZK. Deze afspraken worden vastgelegd
in een convenant. De financiële afspraken zijn vastgelegd in de statuten en worden
bekrachtigd door een notaris.
Doelstelling
Tijdens het debat Bestaanszekerheid op 23 april jl. werd er gevraagd naar de nadere
invulling van het voedselzekerheidsfonds. Naast de reeds omschreven doelstellig in
de Kamerbrief van februari jl.4, acht ik het van belang dat het fonds ruimte biedt aan zowel bestaande kleinschalige
ondernemers als nieuwe initiatieven. Dat betekent dat er allereerst goed aangesloten
moet worden bij de schaal en de grootte van de zes eilanden en het fonds rekening
moet houden met de huidige kleinschalige ondernemers. Tegelijkertijd is het, mede
met het oog op het revolverende karakter van het fonds, van belang dat er ook ruimte
is voor grotere en meer kapitaalkrachtige initiatieven die kunnen bijdragen aan een
gezond financieel rendement en daarmee aan de continuïteit van het fonds op de langere
termijn. Ik beschouw hiermee dan ook de toezegging als afgedaan.5
Het revolverende aspect van het fonds wordt gestimuleerd door samen te werken met
private financiers, zoals banken en pensioenfondsen. Hierdoor wordt het beschikbare
budget vergroot en tegelijkertijd gezorgd voor een innovatieve en langdurige inzet
van de middelen. Financiële instellingen op zowel de Caribische delen van het Koninkrijk
als in Europees Nederland kunnen investeren in het fonds via leningen.
Denk hierbij aan de werkwijze van het Nationaal Restauratiefonds, waarbij door een
combinatie van publieke middelen met private financiering rente- en aflossingsstromen
opnieuw kunnen worden ingezet voor nieuwe projecten investeringen.
Hiermee worden ondernemerschap en private initiatieven die bijdragen het versterken
van het voedselsysteem, zoals voedselproductie, op de eilanden gestimuleerd.
Nulmeting stand van zaken voedselzekerheid PRIVA
Om de doelmatigheid van stichting CariFoodFund en de bijdragen vanuit de publieke
pijler te monitoren, is er voor het eerst een nulmeting uitgevoerd naar de stand van
de voedselzekerheid in de Caribische delen van het Koninkrijk. Dit is enerzijds een
belangrijke stap om een objectief overzicht te krijgen in de voedselproductie, maar
ook om inzicht te krijgen in de diversiteit van productie, de distributiekanalen en
voorraden in de keten. Het rapport van onderzoeksbureau PRIVA is als bijlage toegevoegd
bij deze brief.
In de nulmeting is de lokale voedsel productie per eiland geïnventariseerd, de bijdrage
van deze productie aan de voedselvoorziening en binnen welke fysieke randvoorwaarden
deze productie plaatsvindt. Tegelijkertijd signaleert PRIVA dat de informatie over
commerciële producenten nog beperkt is. Soms is niet alle data in detail beschikbaar
om productie nauwkeurig te kunnen volgen of worden producten opgeleverd door informele
productie. Ook laten de eilanden geen uniform productieprofiel zien, de resultaten
lopen dan ook uiteen. Om die reden zijn de datasets ook voorafgaand aan de vaststelling
van het onderzoek gedeeld met de eilanden en is deze input verwerkt. In samenspraak,
en met dank aan de input van de eilanden, is er een goede start gemaakt naar de stand
van de voedselzekerheid. Er ligt een mooie uitdaging voor de zes eilanden, de stichting
en de betrokken departementen om in gezamenlijkheid deze data verder te actualiseren,
te concretiseren en/of uit te breiden. De data zullen op reguliere momenten geactualiseerd
worden en gedeeld met uw Kamer.
Conform motie Ceder6 en Ceder-Vermeer7 zal ik Bonaire actief blijven ondersteunen bij het verhogen van de voedselproductie.
Momenteel is de zelfvoorziening op Bonaire gemeten op 8,25%. De stichting zal middels
het fonds investeringen voor lokale ondernemers mogelijk maken. Daarnaast wordt € 0,75
miljoen beschikbaar gesteld aan het openbaar lichaam Bonaire voor randvoorwaardelijke
initiatieven, denk bijvoorbeeld infrastructuur, die nodig zijn voor voedselzekerheid.
De mogelijkheden om importzekerheid verder te versterken worden meegenomen in de economische
ontwikkelstrategieën voor Bonaire.
Daarnaast verkennen zowel Aruba, Curaçao en Bonaire, als Sint Maarten, Sint Eustatius
en Saba gezamenlijk verdere samenwerking op het gebied van import- en alternatieve
handelsroutes. Uw Kamer wordt middels Kamerbrieven over voedselzekerheid periodiek
geïnformeerd over de voortgang op het verhogen van de voedselproductie. Hiermee beschouw
ik beide moties dan ook als afgedaan.
Vervolgstappen
Ten slotte organiseert de gezamenlijke koepelorganisatie Dutch Caribbean Agriculture, Livestock & Fisheries Alliance (DCALFA), eind mei op Sint Maarten opnieuw een werkconferentie over voedselzekerheid.
Tijdens deze conferentie wordt onder meer gesproken over regionale samenwerking, handel
en logistiek, geopolitieke ontwikkelingen en de verdere uitwerking van stichting CariFoodFund.
Ik kijk ernaar uit om samen met de zes eilanden, de stichting CariFoodFund en betrokken
departementen verder te werken aan het versterken van voedselzekerheid in de Caribische
delen van het Koninkrijk.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties