Brief regering : Afspraken over Caribisch Nederland op het terrein van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
36 800 XV Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (XV) voor het jaar 2026
36 800
IV
Vaststelling van de begrotingsstaten van Koninkrijksrelaties (IV) en het BES-fonds
(H) voor het jaar 2026
Nr. 112
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 26 mei 2026
Bij het wetgevingsoverleg over de Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie
van SZW op 18 mei 2026 heb ik naar aanleiding van een vraag van het lid van uw Kamer
mevr. C.M. van Brenk (50PLUS) toegezegd in een korte brief in te gaan op de geldende
afspraken met Caribisch Nederland op het terrein van mijn ministerie. Met deze brief
voldoe ik aan deze toezegging.
Voor de vermelding van de relevante afspraken neem ik de staatskundige transitie als
startpunt. Kort vóór dit moment zijn afspraken gemaakt met de openbare lichamen over
met name de taakverdeling tussen het Rijk en de openbare lichamen, de niveaus van
wettelijk minimumloon en uitkeringen, stapsgewijze verhoging van de leeftijd voor
het ouderdomspensioen AOV naar 65 jaar, en de inzet op arbeidsbemiddeling en re-integratietrajecten.
Deze afspraken zijn nadien daadwerkelijk geëffectueerd in wetgeving en beleid. Op
het punt van de taakverdeling houdt dat in dat SZW (via de lokale RCN-unit SZW) zelf
uitvoering geeft aan de socialezekerheidswetten (zoals de AOV, de arbeidsongeschiktheidswetten
en de onderstand) en verantwoordelijk is voor de afgifte van tewerkstellings- en ontslagvergunningen,
en voor de arbeidsinspectie.
Ten aanzien van de niveaus van het minimumloon en de minimumuitkeringen is vanaf 1 januari
2014 een beweging gestart om te streven naar beleidsmatige verhoging. Naar aanleiding
van het rapport «Een waardig bestaan» van de Commissie sociaal minimum Caribisch Nederland
is de aanpak geïntensiveerd, waarbij het minimumloon en de minimumuitkeringen fors
zijn verhoogd. Ik verwijs hiervoor naar de Kamerbrieven van 2 februari 20241 en 6 december 20242.
Voor de doorontwikkeling van het wettelijk stelsel gold na 10 oktober 2010 aanvankelijk
een periode van vijf jaar legislatieve rust. Vervolgens was het per 2016 invoeren
van de Wet kinderbijslagvoorziening BES een betekenisvolle stap. Belangrijke initiatieven
die daarop zijn gevolgd, zijn onder meer de nieuwe Wet kinderopvang BES en de Wijzigingswet
SZW-wetten BES 2024.
Voor de stand van zaken van de lopende wetgevingsagenda verwijs ik naar het wetgevingsoverzicht,
dat uw Kamer bij brief van 15 december 2025 is toegezonden3.
In dit rijksbrede wetgevingsoverzicht zijn voor SZW de volgende onderwerpen benoemd:
– Invoering structurele regeling dubbele kinderbijslag intensieve zorg
– Invoering van een werkloosheidsvoorziening
– Doorontwikkeling van het verlofstelsel conform de Wijzigingswet SZW-wetten BES 2024
– Modernisering van het arbeidsongeschiktheidsstelsel conform de Wijzigingswet SZW-wetten
BES 2024
– Technische wijzigingen van de AOV BES en AWW BES conform de Wijzigingswet SZW-wetten
BES 2024 en aanpassingen in de onderstand
– Invoering nadere regelgeving behorend bij de Wet kinderopvang BES
– Het realiseren van een verlofregeling voor de werknemer die begeleider bij medische
uitzending is
– Modernisering van de arbeidsomstandighedenwetgeving
– Het realiseren van medegelding van fundamentele ILO-verdragen
Op het terrein van het arbeidsrecht lag er bovendien de afspraak om de verschillen
tussen Europees Nederland en Caribisch Nederland in kaart te brengen. Met het u bij
brief van 3 november 20254 toegezonden rapport «Arbeidsrecht Caribisch Nederland» is aan deze toezegging voldaan,
waarmee er een goede basis ligt voor het gesprek met de partijen op Bonaire, Sint
Eustatius en Saba over de toekomst van het arbeidsrecht. Een overeenkomstige afspraak
is gemaakt over het opstellen van een vergelijkend overzicht van de sociale zekerheid,
die intussen eveneens met de partijen in Caribisch Nederland is gedeeld.
Bovendien kan voor de lopende afspraken op het terrein van mijn ministerie de brief
van de toenmalige Staatssecretaris van SZW van 21 november 20255 nog steeds als richtinggevend worden beschouwd. Deze brief geeft de stand van zaken
van de beleidsontwikkeling op de prioritaire onderwerpen die Caribisch Nederland aangaan
goed weer en zal volgens planning eind dit jaar een update krijgen.
Vanzelfsprekend is daarnaast de afspraak in het coalitieakkoord over het toepassen
van het principe van «comply or explain» van belang. Dit houdt in dat nieuw beleid
en regelgeving in beginsel tevens van toepassing zijn op Caribisch Nederland, tenzij
sprake is van zwaarwegende en deugdelijk gemotiveerde redenen om hiervan af te wijken.
Nieuw beleid voor Caribisch Nederland kan dus ook door de toepassing van dit principe
van «comply or explain» zijn ingegeven.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid