Brief regering : Verslag van de informele bijeenkomsten van EU- transportministers op 21 april en op 28-29 april 2026
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1203
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
Hierbij bied ik u, mede namens de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat,
het verslag aan van (1) de extra informele bijeenkomst van EU-transportministers middels
videoconferentie op d.d. 21 april en (2) de informele bijeenkomst van EU-transportministers
d.d. 28–29 april in Nicosia Cyprus.
Ik vertrouw erop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
I. Verslag extra informele bijeenkomst van EU-transportministers middels een videoconferentie
op 21 april 2026 inzake de Energiecrisis in relatie tot de transportsector
De Eurocommissaris voor duurzaam vervoer en toerisme had een extra bijeenkomst ingelast
met alle EU-transportministers om de energiecrisis ten gevolge van het conflict in
het Midden-Oosten te bespreken in relatie tot de transportsector. Er stond geen besluitvorming
op de agenda. Het doel was om te horen hoe de EU-lidstaten ervoor stonden, welke nationale
maatregelen de lidstaten hebben getroffen en op welke vlakken coördinatie van de Europese
Commissie (Hierna: Commissie) gewenst was.
De lidstaten gaven aan dat er geen onmiddellijke brandstoftekorten waren. Wel ligt
er in de EU grote druk op de luchtvaart, zeevaart en het wegvervoer door de stijging
van de brandstofprijzen. De meerderheid van de lidstaten, waaronder Nederland, gaven
aan dat EU-coördinatie gewenst is en dat het belangrijk is dat maatregelen gericht,
tijdelijk en proportioneel zijn. Veel lidstaten, waaronder Nederland, onderstreepten
het belang van een gelijk speelveld binnen de EU en het belang van de verduurzaming
van de transportsector. De decarbonisatie van de transportsector is van belang voor
de weerbaarheid en efficiency van de sector.
De Commissie benoemde dat er op 22 april een energiemaatregelen pakket uitgebracht
zal worden met tijdelijke maatregelen: AcceleratieEU – Energy Union. De mededeling AccelerateEU – Energy Union is bedoeld ter ondersteuning van EU-lidstaten om de economische gevolgen van het
conflict in het Midden-Oosten te beperken. De mededeling bevat aankondigingen van
niet-wetgevende en wetgevende maatregelen die lidstaten op de korte termijn kunnen
nemen om de energieprijzen te verlagen en de energietransitie te versnellen. U ontvangt
hierover een separate kabinetsappreciatie. Verder benadrukte de Commissie het belang
van het versnellen van de verduurzaming middels de e-SAF early movers coalition. Nederland is hierbij aangesloten als kennispartner.
Nederland legde tijdens de videoconferentie de nadruk op het belang van de interne
markt, een gelijk speelveld binnen de EU en dat mogelijke maatregelen tijdelijk en
doelgericht moeten zijn. Nederland benoemde dat er niet terug gevallen moet worden
op protectionistische maatregelen en het hamsteren van brandstoffen door individuele
lidstaten. Het is voor Nederland belangrijk om lange termijn investeringen te blijven
doen op het gebied van duurzame energie en het verduurzamen van de transportsector.
Het is nadrukkelijk niet de bedoeling dat EU-maatregelen leiden tot een hogere vraag
naar brandstoffen.
Op het gebied van luchtvaart heeft Nederland aandacht gevraagd voor de Europese slotverordening
en verheldering omtrent de regels van de Justified Non-Utilisation of Slots (JNUS), zodat er flexibilteit geboden kan worden aan luchtvaartmaatschappijen die vluchten
moeten annuleren in verband met mogelijke brandstoftekorten. Ook riep Nederland op
om te kijken naar tijdelijke maatregelen om anti-tankeringsregels te versoepelen.
Op 20 april jl. bracht het kabinet een Kamerbrief Acties Weerbaarheid Energieschok1 uit met nationale maatregelen ten aanzien van de energiecrisis.
II. Verslag informele bijeenkomst van EU-transportministers d.d. 28–29 april in Nicosia,
Cyprus
Het Cypriotische voorzitterschap organiseerde op 28–29 april de informele bijeenkomst
van EU-transportministers in Nicosia in Cyprus. Tijdens de informele bijeenkomst vond
er geen besluitvorming plaats. Op de bijeenkomst stonden drie onderwerpen ter discussie:
uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de Europese spoorwegen;
uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de maritieme sector,
inclusief de Havenstrategie; en de Lefkosia (Nicosia) verklaring over het bevorderen
van educatie van zeevarenden en het bevorderen van inclusiviteit van vrouwen in de
zeevaartsector. De energiecrisis stond niet op de agenda maar kwam in de openingswoorden
van Eurocommissaris voor duurzaam transport en toerisme Tzitzikostas kort aan de orde.
Energiecrisis
Eurocommissaris Tzitzikostas haalde in zijn openingswoorden de extra informele bijeenkomst
van EU transportministers middels videoconferentie op d.d. 21 april aan. Hij vroeg
aandacht voor de zojuist gepubliceerde mededeling AccelarateEU waarbij het monitoren van kerosine voor de Transportsector van belang is. De Commissie
zal de lidstaten op korte termijn nader informeren over de raakpunten met slots en
passagiersrechten in de luchtvaart. Op dit moment zijn er nog voldoende reserves,
maar mocht het nodig zijn dan zal de Commissie maatregelen voorbereiden. De Commissaris
benadrukte dat er onder burgers en in de sector geen onnodige zorg moet gaan ontstaan.
Ministers benadrukten het belang van nauwe coördinatie op EU niveau om connectiviteit
te waarborgen, de integriteit van de interne markt te behouden en een evenwichtige
respons te waarborgen. In de Kamerbrief2 gepubliceerd op 8 mei jl. staat de kabinetsreactie op de mededeling AccelerateEU.
Sessie 1: Uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de Europese
spoorwegen
Het voorzitterschap agendeerde een discussie over het European Rail Traffic Management System (ERTMS) en de European Union Agency for Railways (ERA). De discussie werd gevoerd aan de hand van de volgende twee vragen: gezien
de aanstaande herziening van de ERA-verordening, hoe kunnen de rol en capaciteit van
ERA verder worden verbeterd? En, hoe kunnen de EU en lidstaten de voorspelbaarheid
en stabiliteit van test-, certificerings- en autorisatieprocedures van ERTMS in voertuigen
of infrastructuur verbeteren?
De Directeur van ERA gaf een presentatie over het werk en ambities om bij te dragen
aan een competitief en veilig spoornetwerk. Hoofddoelstellingen daarbij zijn interoperabiliteit
en efficiency, veiligheid en een modern spoornetwerk. De uitrol van ERTMS gaat wel
gepaard met hoge investeringen en een lange termijnplanning. Barrières voor uitrol
zijn onvoldoende stabiele technische specificaties en complexe autorisatie en goedkeuring
procedures. Op Europees niveau zijn er ook grote stappen gezet en de techniek heeft
zich ontwikkeld. Concurrentie buiten de EU maken die techniek zich ook eigen en kan
een concurrerend aanbod ontwikkelen.
Ministers benadrukten de noodzaak om de efficiëntie en voorspelbaarheid van certificerings-
en autorisatieprocedures te verbeteren, evenals om de uitrol van ERTMS over het hele
netwerk te bevorderen. Nederland merkte op dat de taken van ERA vereenvoudigd en geautomatiseerd
kunnen worden en ook zou de samenwerking tussen ERA en de nationale autoriteiten verbeterd
kunnen worden. Ook riep Nederland op tot Europese coördinatie bij de uitrol van Future Railway Mobile Communication System (FRMCS). Bovendien werd gevraagd om een actieve strategie van de Commissie op het gebied
van Internationale treindiensten voor personenvervoer. Nederland heeft daarbij gepleit
voor een langetermijnvisie op Europees niveau over internationale treindiensten op
het bestaande en reeds geplande spoorweginfrastructuur. Zo'n visie zal helpen investeringen
te sturen voor bestaande en nieuwe spoorweginfrastructuur en capaciteiten te coördineren.
De Eurocommissaris gaf aan dat de Commissie snel komt met een voorstel voor de herziening
van de ERA-verordening. Er moet gewerkt worden aan het harmoniseren en stabiliseren
van de technische standaarden, het focussen van financiële middelen uit de EU begroting
op één geharmoniseerde standaard en het afbouwen van nationale regelgeving waar mogelijk.
De rol van ERA zou versterkt moeten worden bij standaardisatie van ERTMS. Ook zouden
autorisaties en goedkeuringen moeten worden vereenvoudigd met behoud van veiligheid.
ERTMS heeft een aantal grote voordelen op het gebied van veiligheid en efficiënt vervoer
maar enkel standaardisatie van het systeem kan ons in de toekomst verder helpen, aldus
de Eurocommissaris.
Sessie 2: Uitdagingen en strategische prioriteiten voor de toekomst van de maritieme
sector
Het voorzitterschap agendeerde een discussie over de uitdagingen en strategische prioriteiten
voor de toekomst van de maritieme sector. Deze sessie over de Europese havens werd
gevoerd aan de hand van twee discussievragen: «Hoe kunnen de EU en lidstaten de veerkracht
en veiligheid van Europese havens versterken?» en «Hoe kunnen EU- en nationaal niveau
helpen om havens beter te integreren in het TEN-T-netwerk en militaire corridors?».
Het voorzitterschap benadrukte het belang van de havens en het netwerk voor weerbaarheid
van Europa. Concurrentievermogen vraagt om goede TEN-T verbindingen en ontsluiting
van de havens. Het voorzitterschap werkt aan raadsconclusies van de EU Havenstrategie
en de Europese Industriële Maritieme Strategie in de Transportraad van 8 juni.
De ministers onderstreepten het strategische belang ervan voor de handel, energievoorzieningsketens
en veiligheid, en benadrukten de noodzaak om de weerbaarheid te versterken, opkomende
risico's aan te pakken en de verbindingen met binnenlandse transportnetwerken te verbeteren.
Nederland benadrukte het belang van een uniforme aanpak. In het kader van economische
veiligheid ziet Nederland graag de oprichting van een EU werkgroep. Met betrekking
tot de Europese Industriële Maritieme Strategie werd aandacht gevraagd voor het belang
van baggerwerkzaamheden en strategische havenfaciliteiten
De Commissaris gaf aan dat havens zorgen voor een groot aantal banen en dat deze van
groot belang zijn als energie hub, in het netwerk van veiligheid en voor het concurrentievermogen
voor de EU. De EU heeft gecoördineerde actie nodig en de EU levert daarvoor het raamwerk
en enige financiële middelen. Maar lidstaten moeten de financiële middelen en nationale
expertise leveren, stelde hij.
Sessie 3: Ondertekenen Lefkosia verklaring door alle lidstaten
Het voorzitterschap agendeerde een discussie over onderwijs en inclusiviteit in de
zeevaartsector en de ondertekening van de Lefkosia (Nicosia) Declaration on Enhancing Seafarers’ Education and Promoting Women’s inclusivity in
the Shipping Industry door de lidstaten. De Lefkosia verklaring heeft als doel om een veerkrachtige, duurzame
en inclusieve zeevaartsector te bevorderen. In de verklaring zal de nadruk liggen
op het versterken van strategische initiatieven voor investeringen in de opleiding
en training (bijscholing en omscholing) van zeevarenden, zodat zij zich succesvol
kunnen aanpassen aan de groene en digitale transitie, evenals op maatregelen ter bevordering
van een inclusief personeelsbestand, waardoor de participatie van vrouwen in de maritieme
sector verder wordt vergroot.
Tijdens de bespreking kregen de EU-ministers de gelegenheid om van gedachten te wisselen
over belangrijke uitdagingen en prioriteiten met betrekking tot maritieme vaardigheden,
opleiding, arbeidsomstandigheden en gendergelijkheid. Hiermee werd een duidelijke,
gezamenlijke politieke boodschap afgegeven ter ondersteuning van een sociaal duurzame
en toekomstbestendige Europese maritieme sector. Nederland benadrukte dat de zeescheepvaart
een onschatbare rol heeft in onze wereldeconomie. Als maritieme natie verwelkomt Nederland
de focus op investeringen in vaardigheden en opleidingen, evenals maatregelen om een
inclusieve beroepsbevolking te bevorderen die de participatie van vrouwen in de maritieme
sector verder vergroten. Specifiek zet Nederland zich in voor de deelname van vrouwen
en andere ondervertegenwoordigde groepen in de maritieme sector en aan een sociale
dialoog om samenwerking tussen scheepseigenaren en zeevarenden te bevorderen. Nederland
vindt het van het grootste belang om voortdurend het belang van onze zeevarenden te
benadrukken omdat ze een cruciale schakel in de zeevaart zijn. Daarbij moet gewerkt
worden aan het aantrekken van nieuw talent en het creëren van een aantrekkelijke werkomgeving.
Aan de zijlijn van de Raad vond ook een prijsuitreiking plaats voor de winnaars van
de Europese schoolwedstrijd «Het schip van de toekomst – Mijn schip over 60 jaar»,
georganiseerd door de verenigingen van Europese reders.
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat