Brief regering : Voortgang Versterkte Aanpak Online inzake extremistische en terroristische content
29 754 Terrorismebestrijding
Nr. 780
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
De fysieke wereld en het online domein zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, waarbij
de online wereld een steeds grotere rol inneemt in onze samenleving. Dit geldt in
het bijzonder voor de belevingswereld van jongeren. De online verbondenheid brengt
kansen met zich mee, leidt tot innovatie en faciliteert kennisuitwisseling. Het creëert
echter ook doorlopend nieuwe mogelijkheden voor terroristische en extremistische groeperingen
en individuen om propaganda te verspreiden, kwetsbare individuen – met name jongeren
– te rekruteren en aan te sporen tot geweld in de fysieke wereld.1 Het meest recente Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) benadrukt opnieuw de
zorgen rondom de toenemende online radicalisering en waarschuwt voor de gevaren van
onder andere jihadistische en rechts-terroristische propaganda. Ook nemen de zorgen
omtrent het online nihilistisch extremisme toe,2 met name gezien de (zeer) jonge slachtoffers.
Het kabinet blijft zich onverminderd inzetten om online radicalisering, extremisme
en terrorisme aan te pakken en effectief te reageren op nieuwe ontwikkelingen. De
laatste jaren zijn veel stappen gezet in de doorontwikkeling van de Versterkte Aanpak
Online (VAO).3 Met oog op de toenemende en veranderende online dreiging zijn in het coalitieakkoord
initiatieven opgenomen die (kunnen) bijdragen aan de aanpak van online radicalisering,
extremisme en terrorisme, waaronder een verbod op verslavende, polariserende en democratie-ondermijnende
algoritmen. Ook presenteerde de Europese Commissie onlangs de nieuwe EU Contra-terrorisme
(EU-CT) agenda, waarin specifiek aandacht is voor de online dimensie en aanvullende
maatregelen om online radicalisering tegen te gaan.4
In deze brief informeer ik u, mede namens de Staatssecretaris Digitale Economie en
Soevereiniteit en de Minister van Werk en Participatie, over de voortgang van de VAO.
Hiermee geef ik gehoor aan de toezegging uw Kamer dit voorjaar hierover te informeren.
De inzet wordt in deze brief geschetst aan de hand van een viertal actielijnen, te
weten:
1. Preventie en bewustwording
2. Normeren en signaleren
3. Reguleren en handhaven
4. Kennis en onderzoek
Binnen deze actielijnen komen inhoudelijk de vier pijlers die in eerdere brieven zijn
aangehouden terug: 1) de dialoog met de internetsector; 2) het wettelijk instrumentarium;
3) de lokale aanpak; en 4) de Europese en internationale inzet.
1. Preventie en bewustwording
Idealiter wordt voorkomen dat individuen in contact komen met extremistische en terroristische
content en daardoor radicaliseren. Hoewel de drijfveren uiteenlopen, vertonen kwaadwillenden
die het internet inzetten om schade aan te richten vaak vergelijkbare werkwijzen en
technieken, en richten zij zich met name op kinderen en kwetsbare jongeren. Het is
van belang het bewustzijn ten aanzien van deze online gevaren te vergroten en dat
de jongeren zelf, maar ook hun omgeving, bekend zijn met hun handelingsperspectief.
Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om terroristische content te melden bij de Autoriteit
online Terroristisch en Kinderpornografisch Materiaal (ATKM) ter verwijdering.5 Ter vergroting van de bekendheid van dit Meldpunt start de ATKM deze zomer een publiekscampagne.
Ook is het belangrijk dat jongeren met elkaar in gesprek gaan over hun online gedrag,
waaronder het bekijken of delen van bepaalde content. Vanuit de lokale aanpak wordt
er door gemeenten, ondersteund door Versterkingsgelden vanuit het Rijk, al langer
ingezet op het bespreekbaar maken van extremistische verhaallijnen die jongeren online
tegen kunnen komen. Dit met als doel om hun weerbaarheid hiertegen te vergroten. Ook
zijn er projecten waarin aandacht is voor de rol van ouders en hoe zij in gesprek
kunnen met hun kinderen over de online leefwereld en de gevaren die hierbinnen schuil
kunnen gaan. In aanvulling op deze doorlopende inzet, wordt door de Nationaal Coördinator
Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) een nadere verkenning uitgevoerd naar een
gemeenschappelijke communicatieaanpak over online gevaren in samenwerking met verschillende
partners. Daarnaast organiseren de ATKM en NCTV in samenwerking met het Platform voor
Informatie Samenleving (ECP) in juni 2026 een evenement over online radicalisering
van jongeren (onder de noemer van herkennen, begrijpen en handelen). In de eerste
bijeenkomst staat het perspectief van jongeren centraal en wordt in een interactieve
setting bekeken hoe jongeren online content tot zich nemen en interpreteren. De inzichten
uit deze sessie vormen de basis voor een tweede bijeenkomst waarin experts, beleidsmakers
en professionals bespreken hoe signalering en handelingsperspectieven in de praktijk
kunnen worden versterkt.
Kennis van interventiemogelijkheden bij gemeentes is een belangrijke stap om online
radicalisering te voorkomen. In diverse regio’s ontbreken vaak nog kennis en handelingsperspectieven
over het structureel betrekken van het online domein bij lokale preventie. Daarom
is al eerder aan de hand van gesprekken met gemeenten en de VNG het verdiepingsdossier
«online radicalisering» ontwikkeld voor gemeenten en lokale professionals.6 Ook zijn medio 2025 afspraken gemaakt met de Expertise-unit Sociale Stabiliteit (ESS)
van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) om de kennis van gemeenten
op het gebied van preventie van (online) radicalisering te verbeteren. In 2026 zet
de ESS, met steun van de NCTV, verder in op het vergroten van bewustwording en kennis
over online radicalisering onder gemeenten, professionals, ouders en jongeren. De
ESS doet dit als aanvulling op haar bestaande preventieve inzet op lokaal niveau.
Ook kunnen gemeenten contact opnemen met hun lokaal adviseurs van de NCTV voor advies
over hoe zij het online domein in hun lokale aanpak kunnen integreren.
Digitale weerbaarheid
Het vergroten van de digitale weerbaarheid is eveneens een essentieel onderdeel van
preventie en bewustwording. Het Ministerie van SZW zet zich via lokale overheden en
(jeugd)professionals in voor kennisontwikkeling en het versterken van handelingsperspectief
ten aanzien van de preventie van (online) radicalisering.7 Daarnaast stimuleert SZW het gebruik van effectieve interventies en bewustwordingscampagnes,
waarover uw Kamer op 2 maart jl. reeds is geïnformeerd.8 Samen met de Minister van Werk en Participatie ga ik dit jaar in gesprek met andere
departementen, het veld en jongeren zelf, over het verbeteren van de preventieve inzet.
Naast digitale weerbaarheid is er hierin ook aandacht voor bredere thema’s die bijdragen
aan preventie, zoals mentale gezondheid, burgerschap en het voorkomen van discriminatie.
Onderdeel hiervan is een bijeenkomst dit najaar met (praktijk-)experts uit de diverse
domeinen, waaronder het sociaal, onderwijs- en veiligheidsdomein. Het doel van deze
bijeenkomst is het versterken van de onderlinge verbinding en het vertrouwen tussen
domeinen, en het uitwisselen van werkwijzen en expertise.
Naast bewustwording over online radicalisering, is bewustwording over acceptabele
normen en waarden online belangrijk. Daarom lanceert de Staatssecretaris van Digitale
Economie en Soevereiniteit dialoogplatform
www.praatmeemetdeoverheid.nl om het online publiek debat te sterken. Deze zomer start een eerste hybride landelijke
dialoog over online discriminatie dat gebruik maakt van dit platform en fysieke locaties
verspreid door het land. Deze dialoog moet bewustwording creëren over hoe polarisatie,
racisme en discriminatie bijdragen aan een voedingsbodem voor radicalisering, extremisme
en terrorisme, en inzicht bieden in het maatschappelijk sentiment over de verantwoordelijkheden
van de overheid en de platforms in het veiliger maken van de online wereld.
Samenwerking online platformen
Met platformen wordt ingezet op preventie en bewustwording. Zoals aangekondigd in
de voortgangsbrief van december jl. is in samenwerking met Meta de ReDirect pilot
in januari 2026 gestart. Deze pilot is in eerste instantie kleinschalig uitgerold
op Instagram.9 Met behulp van de ReDirect methode worden gebruikers die zoeken naar terroristische
online content omgeleid naar het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE). Tot op heden
is het aantal omleidingen relatief beperkt. In de zomer van dit jaar wordt de pilot
uitgebreid naar Threads en Facebook, waarna in het najaar van 2026 zal worden bezien
of een eventuele uitbreiding en/of verlenging van dit initiatief opportuun is.10 Ik zal uw Kamer hierover informeren in de volgende voortgangsbrief over de VAO.
De afgelopen periode zijn er mogelijkheden onderzocht om soortgelijke pilots op te
zetten. Momenteel worden twee sporen uitgewerkt. Het eerste spoor betreft een pilot
die, vergelijkbaar met de ReDirect-methode, wordt opgezet op een ander sociaal mediaplatform
dat veel wordt gebruikt in Nederland. Het tweede spoor richt zich op een project op
een online gamingplatform. In een volgende Kamerbrief in het najaar zal ik u informeren
over de voortgang van deze sporen.
Ook op Europees en internationaal niveau zet Nederland voortdurend actief in op het
stimuleren van samenwerking op het gebied van preventie.11 Eind 2026 levert de Europese Commissie een stappenplan op dat lidstaten kan helpen
in het opzetten van een effectieve strategie tegen online extremisme en terrorisme.
2. Normeren en signaleren
De normerende en signalerende actielijn komt tot uitdrukking in onder andere de dialoog
met de platformen. Ik blijf in gesprek met online platformen om de online dreiging
onder de aandacht te brengen, mijn zorgen over online radicalisering, extremisme en
terrorisme te uiten en de platformen normerend aan te spreken op hun verantwoordelijkheid
voor het creëren van een veilige online omgeving.12 In lijn met de uitspraak van mijn ambtsvoorganger tijdens de begrotingsbehandeling
van JenV (29 januari jl.)13 heb ik ook het ministeriële EU Internet Forum op 4 maart jl., aangegrepen om de verantwoordelijkheid
van deze platformen te benadrukken en de grote zorgen te uiten.14
Dit jaar is tevens gestart met de doorontwikkeling van de dialoog met platformen op
nationaal niveau. Ik ben van plan mijn gesprekken met zowel de sociale media- als
gamingplatformen voort te zetten, alsook uit te breiden naar de AI-sector. Ook ben
ik voornemens in het najaar een bijeenkomst te organiseren met de door Nederlandse
jongeren meest gebruikte sociale media- en gamingplatformen om mijn zorgen te delen
en mogelijkheden voor betere samenwerking te verkennen.
Minimumleeftijd sociale media met leeftijdsverificatie
Het kabinet kijkt in bredere zin of digitale diensten voldoende veilig zijn voor kinderen
en jongeren. In het kader van de strategie «Kinderrechten in de digitale wereld» brengt
het kabinet onder meer middels Kinderrechten Impact Assessments (KIAs) een breed spectrum
aan risico’s van digitale diensten voor kinderen en jongeren in kaart. In het coalitieakkoord
is de ambitie opgenomen te komen tot een handhaafbare Europese minimumleeftijd van
15 jaar voor sociale media zolang deze onvoldoende veilig zijn. Verschillende (EU-)landen
onderzoeken een minimumleeftijd voor sociale media of bereiden hiervoor nationale
wetgeving voor.
De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit zal, zoals is toegezegd tijdens
het Wetgevingsoverleg Digitale Zaken van 2 maart jl., uw Kamer informeren over de
stand van zaken van de Europese aanpak voor een Europese minimumleeftijd voor sociale
media. De Staatssecretaris heeft daarnaast de Universiteit van Amsterdam opdracht
gegeven in beeld te brengen wat de meest passende juridische inrichting van een Europese
minimumleeftijd voor sociale media is. De resultaten worden uiterlijk voor de zomer
gepubliceerd. Tegelijkertijd wordt zicht gehouden op ontwikkelingen in andere (EU
lid-)staten op dit vlak en uitgekeken naar de aanbevelingen van het onafhankelijk
expertpanel onder leiding van de voorzitter van de Europese Commissie over een Europese
minimumleeftijd en bescherming van kinderen online. Parallel verkent de Staatssecretaris
of en hoe leeftijdsverificatie het beste kan worden vormgegeven, in Nederland. Hierbij
is uiteraard oog voor zowel de effectiviteit van de maatregel als de mogelijke gevolgen
voor de privacy en andere grondrechten van gebruikers van sociale media, met name
kinderen en jongeren. Bij deze verkenning wordt rekening gehouden met de Europese
kaders en publieke waarden als toegankelijkheid, proportionaliteit, transparantie
en handhaafbaarheid. Deze verkenning zal naar verwachting voor de zomer zijn afgerond,
waarna Uw Kamer hierover wordt geïnformeerd.
3. Reguleren en handhaven
De ontwikkelingen op het gebied van online radicalisering, extremisme en terrorisme
onderstrepen het belang om naast het preventie en signaleren, ook het wettelijk instrumentarium
(en de bijkomende handhavingsbevoegdheden) effectief in te zetten. Met de Verordening
Terroristische Online-Inhoud (TOI-verordening) en de Digital Services Act (DSA) beschikt
de EU over concrete instrumenten om bepaalde illegale online inhoud aan te pakken.
De handhaving van de TOI-verordening is in Nederland belegd bij de ATKM, en het toezicht
op in Nederland gevestigde platformen binnen de reikwijdte van de DSA bij de Autoriteit
Consument & Markt. Het toezicht op de zeer grote online platforms (very large online
platforms, VLOPs) onder de DSA ligt primair bij de Europese Commissie.
De DSA
De DSA beoogt bij te dragen aan een veilige, voorspelbare en betrouwbare onlineomgeving,
waarin de verspreiding van illegale inhoud wordt aangepakt. De DSA legt online platformen
diverse verplichtingen op om gebruikers en hun grondrechten te beschermen. De aangewezen
VLOPs zijn bovendien verplicht om de zogenoemde systeemrisico’s van hun dienst te
identificeren en te mitigeren. De verspreiding van terroristische en extremistische
content kan zo’n risico vormen.
In oktober 2025 publiceerde de Europese Commissie de definitieve richtsnoeren ter
bescherming van minderjarigen online, overeenkomstig artikel 28 van de DSA.15 Eind 2025 is een fiche opgesteld door de werkgroep Beoordeling Nieuwe Commissie voorstellen
(BNC), waarover de toenmalige Minister van Buitenlandse Zaken uw Kamer heeft geïnformeerd
op 14 november 2025.16 Op korte termijn zal de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit
de beantwoording van de door uw Kamer gestelde vragen hierover aan u toezenden.
In 2027 is de evaluatie van de DSA door de Europese Commissie voorzien. In dat jaar
zal ook de Nederlandse Uitvoeringswet digitaledienstenverordening worden geëvalueerd.
De Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit coördineert dit namens Nederland
en zal bij de ministeries, toezichthouders en maatschappelijke organisaties inventariseren
wat hun ervaringen zijn en welke wijzigingen van de DSA zij eventueel nodig en wenselijk
achten. Dit zal worden meegenomen bij het bepalen van de Nederlandse inzet op EU-niveau.
Ook ik zal hieraan bijdragen en, waar nodig, pleiten voor aanscherpingen van de DSA,
daarbij rekening houdend met het feit dat het nog relatief jonge wetgeving betreft.
Zo worden de mogelijkheden om de invoering van een zorgplicht wederom te agenderen
onderzocht,17 teneinde online platformen beter aan te kunnen spreken op hun verantwoordelijkheid
in het tegengaan van online radicalisering. Naast (de evaluatie van) de DSA, komt
momenteel de Digital Fairness Act (DFA) tot stand en wordt de Audiovisuele Media Services
Directive (AVSMD) herzien. Beide wettelijke instrumenten dragen bij aan een veiligere
online omgeving.
Non-paper
In het kader van de ontwikkeling van een nieuwe EU CT-Agenda riep de Europese Commissie
lidstaten op om aanvullende voorstellen te doen voor het bestrijden van de online
dreiging. Samen met Duitsland en Frankrijk heeft Nederland het non-paper «Countering
together: Fighting Online Radicalisation, Violent Extremism and Terrorism» opgesteld.18 Naar aanleiding van het non-paper is in de nieuwe EU CT-Agenda expliciet verwezen
naar de mogelijkheid om een dergelijke gedragscode te ontwikkelen. De komende periode
blijf ik mij inzetten om de Europese Commissie aan te sporen de voorstellen uit het
non-paper om te zetten in concrete stappen, zoals bepleit tijdens de JBZ-Raad van
5 maart jl., waar Frankrijk, Duitsland, Spanje, Finland, Zweden en België hun steun
voor het non-paper uitspraken.
Het gezamenlijk optrekken om de negatieve invloed van online platformen tegen te gaan
sluit ook aan bij de doelstelling uit het coalitieakkoord om verslavende, polariserende,
en democratie-ondermijnende algoritmen aan te pakken. Hoe aan deze doelstelling invulling
kan worden gegeven, wordt momenteel onderzocht door de Minister van Binnenlandse Zaken
en de Staatssecretaris van Digitale Economie en Soevereiniteit
De Autoriteit online Terroristische en Kinderpornografisch Materiaal
De ATKM is in Nederland bevoegd tot het uitvaardigen van verwijderbevelen op terroristische
content en draagt actief bij aan een uniforme toepassing van de TOI-verordening in
samenwerking met nationale, Europese en internationale partners.19 De ATKM hanteert een multistakeholdersaanpak. Er zijn 1 op 1 gesprekken met verschillende
partners en er is tevens aandacht voor het gezamenlijk reflecteren met meerdere betrokken
partners en deskundigen. De ATKM blijft leidend binnen het zogeheten «taxonomy project»,
waar in samenspraak met bevoegde Europese autoriteiten indicatoren zijn geïdentificeerd
voor evident terroristische online inhoud.20 De ATKM neemt in 2026 zitting in het (wisselende) bestuur van het Global Online Safety
Regulators Network (GOSRN), een internationaal netwerk dat wereldwijde normen voor
internettoezicht bevordert en de onderlinge samenhang tussen toezichthouders versterkt.
(Uitvoeringswet) Verordening Terroristische Online Inhoud
Momenteel wordt de Uitvoeringswet geëvalueerd conform de wettelijke verplichting om
binnen drie jaar na inwerkingtreding een evaluatie aan uw Kamer te presenteren.21 De evaluatie omvat onder meer de juridische reikwijdte van verwijderbevelen en de
mogelijkheden voor de inzet van verwijderverzoeken. Het eindrapport zal in het najaar
van 2026 aan uw Kamer worden aangeboden.
In aanvulling op de aandacht voor de mogelijke inzet van verwijderverzoeken in deze
evaluatie, loopt er een beleidsverkenning naar verwijderverzoeken als toevoeging op
verwijderbevelen vanuit de ATKM. Hierbij zijn de ATKM, de Nationale Politie, en Europol
betrokken. Er is sprake van een toename van (gewelddadig) extremistische content waarbij
duiding van het terroristisch karakter moeizaam is en daarom niet altijd binnen de
reikwijdte van de ATKM valt. Uw Kamer en diverse partners hebben aangegeven dat er
behoefte is aan aanvullende mogelijkheden om dergelijke content te laten verwijderen.
Op dit moment worden de juridische en operationele mogelijkheden en implicaties hiervan
in kaart gebracht. Hierover zal ik uw Kamer in de volgende voortgangsbrief informeren.
Tot slot zou de ambitie uit het coalitieakkoord om onderzoek te doen naar het verbieden
en verwijderen van content die misdrijven toont, mogelijkheden kunnen bieden in de
aanpak van gewelddadige extremistische content. De komende periode wordt bekeken op
welke wijze deze ambitie kan worden uitgewerkt.
Werkbare definitie (gewelddadig) extremistische content
Ter uitvoering van de motie van het lid Michon-Derkzen om te komen tot een werkbare
definitie van extremistische content, hebben er gesprekken plaatsgevonden met relevante
ketenpartners.22 Zij hebben het beeld bevestigd dat er een brede behoefte is aan verduidelijking ten
aanzien van de afbakening van «extremistische content», maar dat er ook aanzienlijke
uitdagingen zijn om tot een eenduidige, werkbare definitie te kunnen komen, op nationaal
en EU-niveau. Dit komt mede door de verschillende taken en bevoegdheden die de betrokken
organisaties of instanties hebben. Tot op heden is het uitgangspunt dat het de voorkeur
geniet om aansluiting te zoeken bij de definitie van extremisme die in de Nationale
Extremisme Strategie gehanteerd wordt.23 Aanvullend wordt onderzocht hoe de definitie verder kan worden afgebakend in lijn
met de behoeften van onze partners, en of een eventuele inkadering tot «gewelddadig
extremistische content» wenselijk dan wel noodzakelijk is. Het gesprek met ketenpartners
krijgt verder vervolg. Ook op Europees niveau span ik mij in om een werkbare definitie
van extremistische content als onderwerp op de agenda te plaatsen. Eind 2026 zal ik
uw Kamer nader informeren over deze inspanningen op nationaal en Europees niveau.
Controle digitale gegevensdragers
De rechter heeft de mogelijkheid om aan verdachten en veroordeelden een bijzondere
voorwaarde op te leggen die een gedraging van de verdachte of veroordeelde betreft.
Deze bijzondere voorwaarde kan ingevuld worden met bijv. een (sociale) mediaverbod
en meewerken aan een controle van digitale gegevensdragers. In de praktijk zien we
dat de rechter (ook) overgaat tot oplegging van een dergelijke gedragsbeïnvloedende
voorwaarde aan terrorismeverdachten en -veroordeelden, bijv. in het kader van de schorsing
van de voorlopige hechtenis.24 Van een (sociale) mediaverbod gaat een signalerende werking uit. Om risicogedrag
en recidive te voorkomen en gedragsverandering te stimuleren, is effectieve handhaving
ook van belang. Een inventarisatie in dit verband heeft opgeleverd dat de reclassering
een tool en werkwijze heeft ontwikkeld om te controleren of een justitiabele zich
houdt aan de bijzondere voorwaarde «vermijden digitale omgevingen seksueel kindermisbruik».25 Ik ga met de reclassering in gesprek over mogelijkheden om een vergelijkbare methodiek
voor controle te ontwikkelen inzake online terrorisme en (gewelddadig) extremisme
delicten. Ik streef ernaar om uw Kamer hierover eind dit jaar nader te informeren.
4. Kennis en onderzoek
De ontwikkelingen rondom extremisme en terrorisme, de online wereld en nieuwe technologieën
vragen om het vergroten van kennis. Zoals in eerdere Kamerbrieven vermeld, verwacht
ik medio dit jaar de resultaten uit het WODC-onderzoek naar extremisme op gamingplatformen
met uw Kamer te delen middels een beleidsreactie. Verder publiceerde het Den Haag
Centrum voor Strategische Studies (HCSS) onlangs (10 maart jl.) een rapport over het
COM-netwerk.26 Middels een kabinetsreactie die ik op 22 mei jl. met uw Kamer heb gedeeld, bent u
nader geïnformeerd hierover.
Afsluiting
De afgelopen jaren is een sterk fundament gelegd om – online – radicalisering, extremisme
en terrorisme tegen te gaan. De online wereld verandert echter snel en vereist continu
nieuwe antwoorden voor deze problematiek. Door in te zetten op preventie, signalering
normering, regulering en handhaving, en het vergroten van onze kennis, bestendig ik
onze aanpak om online terrorisme en extremisme te bestrijden, online radicalisering
te voorkomen en online veiligheid te vergroten, met specifieke aandacht voor kinderen
en jongeren. De bescherming van fundamentele grondrechten, zoals het recht op vrijheid
van meningsuiting en informatie, blijft van belang. In het najaar van 2026 zal ik
uw Kamer informeren over de verdere ontwikkelingen in de aanpak van online radicalisering,
extremisme en terrorisme.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Indieners
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid