Brief regering : Verzamelbrief moties en toezeggingen inzake extremisme en terrorisme
29 754 Terrorismebestrijding
29 279
Rechtsstaat en Rechtsorde
30 821
Nationale Veiligheid
Nr. 779
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 mei 2026
Aanleiding
Met deze Kamerbrief informeer ik uw Kamer over enkele openstaande moties en een toezegging
inzake extremisme en terrorisme en moties ingediend tijdens de debatten over de geweldsincidenten
Amsterdam en over het verloop van de anti-immigratiedemonstratie in Den Haag. Hieronder
zal ik achtereenvolgens ingaan op de motie van de leden Rooderkerk (D66) en Van Campen
(VVD) inzake het rapporteren over vrouwenhaat en LHBTQI+-haat, een toezegging ten
aanzien van dierenrechtenextremisme, de motie van het lid Van der Plas (c.s.) die
verzoekt om salafistische moskeeën en instellingen te sluiten die de vernietiging
van het Joodse volk en Israël prediken, de motie van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA)
die vraagt het Landelijk Steunpunt Extremisme (LSE) onder de aandacht te brengen,
de motie van het lid van der Werf (D66) die vraagt te waarborgen dat de generieke
korting van gemeenten geen afbreuk doet aan de effectiviteit van de lokale aanpak
radicalisering, de motie van het lid De Vos (FvD) inzake het aanmerken van Antifa
als terroristische organisatie en de motie van het lid Eerdmans (JA21) inzake het
lekken van informatie omtrent het verloop van de anti-immigratiedemonstratie in Den
Haag.
Rapporteren over vrouwenhaat en LHBTQI+-haat
De leden Rooderkerk (D66) en Van Campen (VVD) hebben een motie ingediend met het verzoek
aan de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) om jaarlijks
apart te rapporteren over vrouwenhaat en LHBTQI+-haat.1 De NCTV rapporteert over fenomenen en trends wanneer de lat van (gewelddadig) extremisme
of terrorisme wordt gehaald en zal dit dus ook doen wanneer dit het geval is bij vrouwenhaat
en LHBTQI+-haat. Zo is in het Dreigingsbeeld Terrorisme Nederland (DTN) van december
2025 vermeld dat bepaalde thema’s een verbindende invloed hebben op extremisten, zoals
vrouwenhaat en afkeer van de LHBTQI+ gemeenschap.2 De NCTV kijkt voortdurend naar alle ontwikkelingen met betrekking tot extremisme
en terrorisme en heeft hierbij ook bijzondere aandacht voor vrouwenhaat en LHBTQI+-haat.
Indien er sprake is van (gewelddadig) extremisme of terrorisme, zal de NCTV hier in
het DTN apart over rapporteren. Daarnaast vraagt de motie om na te gaan of er uitingen
van vrouwenhaat en LHBTQI+-haat zijn die aanleiding geven tot het aanmerken van deze
vormen van haat in Nederland als extremistische ideologie. Aan dit verzoek wordt reeds
voldaan, omdat de NCTV aandacht besteedt aan alle ontwikkelingen in de dreiging. Daarbij
is ook aandacht voor vrouwenhaat en LHBTQI+-haat.
De overheid moet alles op alles zetten om vrouwenhaat en LHBTQI+-haat te bestrijden.
Vrouwenhaat en LHBTQI+-haat kunnen in sommige gevallen onderliggende motieven zijn
voor uitingen van geweld tegen deze specifieke groepen of individuen. In onder meer
de Emancipatienota van de voormalig Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
het plan van aanpak «Stop femicide!» van de voormalig Staatssecretaris van Volksgezondheid,
Welzijn en Sport, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap en de voormalig
Minister voor Rechtsbescherming en het plan van aanpak tegen online discriminatie
onder leiding van de voormalig Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
worden deze onderliggende motieven van geweld meegenomen en wordt er ingezet op preventie,
zicht op dreigend geweld, interventies en hulpverlening voor zowel slachtoffers als
plegers, onderzoek en monitoring.3
Dierenrechtenextremisme
Ook als het gaat om dierenrechtenactivisme geldt dat de NCTV hierover rapporteert
indien dit overgaat in (gewelddadig) extremisme of terrorisme. In het Commissiedebat
Terrorisme en Extremisme van september 2025 is uw Kamer toegezegd hier nader over
te informeren.4 Het huidige beeld is dat vrijwel geen gewelddadige acties door dierenrechtenextremisten
in Nederland hebben plaatsgevonden. Tegelijkertijd is een aantal verschillende incidenten
van dat jaar nog in onderzoek, die mogelijk een nuance vormen op dit beeld. Uiteraard
kan ik mij goed voorstellen dat deze incidenten grote impact hebben op betrokkenen
en de gehele branche. Deze zorgen hebben de voormalig Minister van Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur, de NCTV en mijn voorganger besproken met de Land- en Tuinbouw
Organisatie Nederland (LTO) en Vee & Logistiek. Naast het lopende strafrechtelijke
onderzoek, neemt het kabinet deze zorgen mee en blijft de NCTV de ontwikkelingen rond
dit fenomeen volgen. Als bepaalde acties of gedragingen de lat van extremisme of terrorisme
halen, dan kunnen personen ook worden opgenomen in de lokale persoonsgerichte aanpak
radicalisering. De persoonsgerichte aanpak radicalisering betreft maatregelen en/of
interventies genomen onder regie van gemeenten die door het bestuur, de strafrechtelijke
instanties of door maatschappelijke instellingen kunnen worden getroffen om (verdere)
radicalisering tegen te gaan.
Motie ingediend tijdens het debat over geweldsincidenten Amsterdam
De motie van het lid Van der Plas (c.s.) verzoekt om salafistische moskeeën en instellingen
te sluiten die de vernietiging van het Joodse volk en Israël prediken.5 Het kabinet staat voor een open en vrije samenleving waarin tolerantie en openheid
centraal staan. Er is ruimte voor verschillende opvattingen en religieuze stromingen,
maar dit mag nooit een vrijbrief zijn voor onverdraagzaamheid, of het verspreiden
en aanzetten tot haat of geweld. Dat er mensen zijn in Nederland die te maken hebben
met haat, intimidatie, uitsluiting en geweld vanwege hun religie, is onacceptabel.
In onze samenleving is geen plek voor racisme en discriminatie en hier moet – in aanvulling
op de Strategie Bestrijding Antisemitisme 2024 – 2030 – streng tegen worden opgetreden.
Hiervoor kent het kabinet verschillende maatregelen. Daar waar sprake is van strafbare
feiten, zoals het aanzetten tot haat en/of geweld, discriminatie, opruiing, intimidatie
of vandalisme, is strafrechtelijk optreden mogelijk door politie en het Openbaar Ministerie.
Het sluiten van panden, zoals een religieus gebouw, is – indien proportioneel en noodzakelijk
– voorbehouden aan het (lokaal) bevoegd gezag.
Advieslijn Landelijk Steunpunt Extremisme
Van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) is een motie aangenomen die verzoekt er zorg
voor te dragen dat de bekendheid van de hulp- en advieslijn van het LSE toeneemt.6 Het LSE heeft professionals in dienst die kennis en expertise hebben over extremisme
en radicalisering en is één van de organisaties die zich inzet voor het tegengaan
van (online) radicalisering van jongeren. Er wordt onder meer veelvuldig gebruik gemaakt
van de chatfunctie van het LSE door jongeren. Ik geef gehoor aan de motie door aandacht
te besteden aan het LSE via communicatie door de NCTV, regiobijeenkomsten7 en in de training voor GGZ-professionals van het Rijksopleidingsinstituut tegengaan
Radicalisering (ROR). Daarnaast werkt het LSE aan het verbeteren van haar eigen vindbaarheid
via zoekmachines en is begin dit jaar de pilot met de Redirect methode van start gegaan.
Deze pilot geleid gebruikers op zoek naar extremistische content (op de Meta-platformen)
door naar de hulp- en advieslijn van het LSE, waardoor de toestroom wordt bevorderd
en de bekendheid ervan zal toenemen. Wat betreft online radicaliseringsprocessen,
hebben zowel de online aspecten als de jonge doelgroep die in aanraking komt met extreme
content mijn bijzondere aandacht. In mijn brief over de Versterkte Aanpak Online heeft
mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over de verschillende lopende acties.8
Waarborgen effectiviteit lokale aanpak radicalisering
Een van de pijlers van de aanpak van radicalisering is de lokale aanpak, waaronder
de persoonsgerichte aanpak. De aanpak omvat het geheel aan expertise, netwerk, en
preventieve- en persoonsgerichte maatregelen, om radicalisering vroegtijdig in de
kiem te smoren en extremistisch en terroristisch geweld te voorkomen. Zo kunnen bij
signalen van radicalisering lokale casusoverleggen worden georganiseerd onder regie
van gemeenten. Hierin stemmen lokale partners gezamenlijk af welke gerichte maatregelen
en interventies op een persoon nodig zijn. De motie Van der Werf (D66) verzoekt mij
te waarborgen dat de generieke korting van 10% voor gemeenten geen afbreuk doet aan
de effectiviteit van de lokale aanpak radicalisering en gemeenten voldoende capaciteit
behouden om radicalisering effectief te signaleren en voorkomen.9 Gelet op het belang van deze lokale aanpak spant het Rijk zich op verschillende manieren
in om gemeenten hierin te ondersteunen. Daarvoor hebben we het ROR, het LSE, de Expertise
unit Sociale Stabiliteit (ESS) van het Ministerie van SZW en de lokaal adviseurs van
de NCTV om met gemeenten mee te denken over de lokale aanpak. In het contact tussen
de lokaal adviseurs en gemeenten is ook aandacht voor de besteding van de Versterkingsgelden
en de gevolgen van de generieke korting voortkomend uit het Hoofdlijnenakkoord van
kabinet Schoof. Er zijn op dit moment geen signalen dat de effectiviteit van de aanpak
verminderd is, wel blijven gemeenten benadrukken dat de Versterkingsgelden essentieel
zijn voor de lokale aanpak. De uitvoering van de motie is hiermee onderdeel geworden
van staand beleid en ik beschouw hiermee de motie als afgedaan.
Moties ten aanzien van het aanmerken van Antifa als terroristische organisatie
Uw Kamer heeft op 18 september 2025 de motie van het lid De Vos (FvD) c.s. aangenomen
die verzoekt «Antifa» in Nederland als terroristische organisatie aan te merken.10 Het kabinet beschikt op dit moment niet over feitelijke informatie die voldoende
onderbouwing vormt voor de stelling dat «Antifa» een gecentraliseerde (terroristische)
organisatie is. De motie kan daarom niet worden uitgevoerd. Hieronder licht ik, mede
namens de Minister van Buitenlandse Zaken, dit besluit nader toe.
De beoordeling of in strafrechtelijke zin sprake is van een terroristische organisatie
is in een strafzaak voorbehouden aan de rechter. Het moet kortgezegd gaan om een samenwerkingsverband,
met een zekere duurzaamheid en structuur, tussen de verdachte en ten minste één andere
persoon, waarbij het oogmerk van dat samenwerkingsverband is gericht op het plegen
van (specifieke) misdrijven die zijn opgesomd in artikel 83 Wetboek van Strafrecht
(Sr) en die zijn begaan met het in artikel 83a Sr omschreven terroristisch oogmerk.
Dit wordt op basis van feiten en omstandigheden door de rechter beoordeeld.
Daarnaast kan de Minister van Buitenlandse Zaken bij voldoende aanwijzingen van betrokkenheid bij terroristische activiteiten, in overeenstemming met de Minister
van Financiën en de Minister van Justitie en Veiligheid, deze personen of organisaties
op de nationale sanctielijst terrorisme plaatsen. Voldoende aanwijzingen zijn onder
meer: de instelling van een onderzoek of vervolging door een bevoegde instantie wegens
een terroristische activiteit of poging daartoe, of de deelname aan- of het vergemakkelijken
van een dergelijke activiteit, met name door financiering; een veroordeling door de
rechter voor voorgenoemde feiten; een ambtsbericht van de AIVD dat geloofwaardige
indicaties bevat van betrokkenheid van een persoon of organisatie bij een terroristische
activiteit of poging daartoe. Op internationaal niveau kunnen de Verenigde Naties
en de Europese Unie sancties opleggen aan personen, groepen en entiteiten die betrokken
zijn bij terroristische daden. Hier zijn strenge voorwaarden aan verbonden.11 Over de huidige mogelijkheden en de verkenning naar aanvullende mogelijkheden tot
het verbieden van organisaties die extremisme en terrorisme bevorderen is uw Kamer
door middel van een brief op 15 mei 2025 en 19 maart jl. geïnformeerd.12
Ten aanzien van «Antifa» hebben geen van de bevoegde instanties informatie waaruit
volgt dat er sprake is van een gecentraliseerde (terroristische) organisatie en is
plaatsing op de nationale sanctielijst terrorisme niet mogelijk. Mocht er in de omstandigheden
iets veranderen, wordt uw Kamer opnieuw geïnformeerd.
In algemene zin wil het kabinet een «bestuurlijk model» invoeren en daarom gaat het
kabinet onderzoeken of met concrete en duidelijke gronden op basis waarvan organisaties,
die een bedreiging vormen voor onze democratische rechtsorde door banden te hebben
met terroristische organisaties, door extremisme en terrorisme te bevorderen en door
geweld te verheerlijken, in een zo vroeg mogelijk stadium verboden kunnen worden.
Motie ingediend tijdens het debat over het verloop van de anti-immigratiedemonstratie
in Den Haag
De motie Eerdmans is opgevolgd door het doen van een melding bij de Rijksrecherche.13
Tot slot
Wanneer sprake is van extremisme en terrorisme zal het kabinet altijd streng optreden
binnen de hiervoor bestaande wettelijke kaders. Nederland kent hiervoor een brede
aanpak van terrorisme en extremisme waarmee het kabinet zich, in samenwerking met
de betrokken veiligheidspartners, blijvend inzet voor de bescherming van de democratische
rechtsorde en de nationale veiligheid.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid