Brief regering : Voortgang Schoolmaaltijden, vrijwillige ouderbijdrage, kernindicatoren kansengelijkheid en meerjarige landelijke monitor School en Omgeving (2022-2025)
36 800 VIII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (VIII) voor het jaar 2026
Nr. 153
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2026
Met deze brief informeer ik u over de uitputting van het beschikbare budget voor Schoolmaaltijden
en de toezegging uit het digitaliseringsdebat van 9 april jl. over de vrijwillige
ouderbijdrage. Daarnaast gaat deze brief in op uitvoering van de motie van het lid
Haage over sectoroverstijgende kernindicatoren voor kansengelijkheid. Tot slot wordt
met deze brief de meerjarige landelijke monitor School & Omgeving aangeboden.
Beëindigen zomer- en winterpakketten Schoolmaaltijden
Het programma Schoolmaaltijden streeft naar zoveel mogelijk leerlingen op school met
een goed gevulde maag. Een gevulde maag is namelijk een randvoorwaarde om goed te
kunnen leren. Het Jeugdeducatiefonds en het Nederlandse Rode Kruis organiseren het
programma Schoolmaaltijden in opdracht van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur &
Wetenschap. Scholen waarvan minstens 30% van hun leerlingen uit een huishouden komt
met een laag inkomen kunnen zich aanmelden. Inmiddels sluiten steeds meer scholen
zich aan bij het programma Schoolmaaltijden. Op dit moment bereiken we 2.482 scholen.
Dit betekent dat we 411.000 leerlingen kunnen ondersteunen met eten op school. Daardoor
kunnen deze leerlingen zich beter concentreren en de aangeboden lesstof beter tot
zich nemen.
Dat is een mooi resultaat. Tegelijkertijd zorgt dit er wel voor dat de grens van het
beschikbare bedrag van € 135 miljoen per jaar sneller wordt bereikt. Bij de Voorjaarsnota
2026 is er eenmalig € 19,1 miljoen toegevoegd aan het budget voor Schoolmaaltijden
in 2027.1 Inmiddels is duidelijk geworden dat deze eenmalige verhoging van het budget nodig
is om zowel het aantal aanvragen als de harder stijgende gemiddelde prijzen te kunnen
dekken.
Het kabinet vindt het belangrijk om de beschikbare middelen zoveel mogelijk in te
zetten voor maaltijden op school voor die leerlingen die dat het hardste nodig hebben.
De consequentie daarvan is dat er minder middelen beschikbaar zijn voor extra’s die
eerder wel mogelijk waren. Dit houdt in dat we stoppen met de mogelijkheid om via
het Jeugdeducatiefonds leerlingen zomer- en winterpakketten mee te geven in de zomer-
en Kerstvakanties.
Toezegging vrijwillige ouderbijdrage
In het commissiedebat «digitalisering, leermiddelen en ondersteuningsstructuur in
het funderend onderwijs» van 9 april jl. is toegezegd dat de Tweede Kamer een reactie
krijgt op de brief van het Jeugdeducatiefonds van 7 april jl.2 waarin ook wordt ingegaan op de verschillen in vrijwillige ouderbijdragen tussen
scholen.3
Het Jeugdeducatiefonds vraagt onder meer aandacht voor de dalende inkomsten uit de
vrijwillige ouderbijdrage op scholen en de verschillen die er tussen scholen ontstaan,
als gevolg de wetswijziging rondom de vrijwillige ouderbijdrage uit 2021.4 De evaluatie van deze wet is in februari met uw Kamer gedeeld. Hieruit volgt dat
er op scholen met een welvarende populatie een hoger bedrag aan ouderbijdrage wordt
opgehaald dan op scholen met een minder welvarende populatie. Deze verschillen hebben
gevolgen voor de extra activiteiten die op scholen kunnen worden georganiseerd.
In 2024 zijn er verschillende scenario’s voor de ouderbijdrage uitgewerkt5, waaronder het afschaffen van de ouderbijdrage. Hieruit bleek dat dit niet kan zonder
maatregelen zoals het ophogen van de bekostiging om te voorkomen dat het aanbod van
extra activiteiten op scholen verschraalt. Hier is geen dekking voor op de OCW-begroting.
Wel kunnen scholen, schoolbesturen of gemeenten een bovenschools fonds opzetten waarin
de ouderbijdrage gelijkmatiger wordt verdeeld. In februari is een handreiking met
praktische tips voor het opzetten van een dergelijk fonds met uw Kamer gedeeld.6 Uit de Schoolkostenmonitor werd duidelijk dat er tussen onderwijsrichtingen grote
verschillen bestaan in gemiddeld gevraagde vrijwillige ouderbijdrage. Hoewel deze
verschillen opvallend te noemen zijn, staat het scholen vrij om de hoogte van de ouderbijdrage
te bepalen. Wel benadrukken we dat scholen zich moeten houden aan de regels, namelijk
dat de ouderbijdrage vrijwillig is en dat leerlingen niet mogen worden uitgesloten
van extra activiteiten.
Kernindicatoren kansengelijkheid
Het doel van de motie7 van het lid Haage is om door middel van het afspreken van een aantal sectoroverstijgende
kernindicatoren de ontwikkelingen omtrent kansengelijkheid voor langere tijd te volgen.
In het Dashboard kansengelijkheid en segregatie8 brengen we sinds de zomer van 2025 met kernindicatoren in beeld of er structurele
verschillen in onderwijsloopbanen zijn tussen groepen leerlingen en studenten. Dit
dashboard is openbaar en biedt inzichten op landelijk en regionaal niveau. Het aantal
indicatoren over de gehele onderwijsloopbaan is beperkt gehouden, wat aansluit bij
de motie die vraagt om een set kernindicatoren. Om een sectoroverstijgend beeld te
krijgen, is er eenduidigheid gecreëerd in de indicatoren en achtergrondkenmerken.
Voor meer uitgebreide sectorspecifieke data zijn overige bronnen te raadplegen, zoals
de Monitor Doorstroomtoetsen9 en de Werkagenda MBO, waarvan de meest recente rapportage afgelopen december is verschenen.10
Een set kernindicatoren is ontoereikend om maatregelen goed te kunnen evalueren. Het
blijft daarom van belang dat beleidsmaatregelen separaat geëvalueerd worden. Voorbeelden
van evaluaties zijn: de evaluatie van het landelijk kader studentenwelzijn (hbo en
wo) en de evaluaties van het programma School & Omgeving en Schoolmaaltijden.
Meerjarige landelijke monitor School & Omgeving (2022–2025)
Van augustus 2023 tot en met december 2025 zijn met de landelijke monitor van het
programma School & Omgeving de uitvoering en ervaren effecten van het programma in
kaart gebracht. Het programma School & Omgeving zet in op het aanbieden van extra
schooltijd naast het reguliere onderwijs, om te bevorderen dat leerlingen zich ook
naast het standaard lesaanbod kunnen ontwikkelen door middel van sport, cultuur of
activiteiten voor cognitieve en sociale ontwikkeling. School & Omgeving richt zich
specifiek op de scholen met relatief de meeste leerlingen met een hoog risico op onderwijsachterstanden.
Het onderzoek constateert dat de ervaren effecten binnen scholen veelal positief zijn.
Zo worden verbeteringen gesignaleerd bij leerlingen in welbevinden, sociaal-emotionele
vaardigheden en wereldkennis. Ook ziet ongeveer de helft van de scholen een positieve
ontwikkeling op het gebied van taalvaardigheid en executieve functies, zoals plannen,
van leerlingen. Volgens de onderzoekers heeft het programma een positieve invloed
op de samenwerking tussen school, gemeente en andere partners in de wijk, iets dat
belangrijk is voor een stimulerende ondersteuningsstructuur. Dit laatste blijkt doordat
de meerderheid van de samenwerkingen in deze coalities zijn ontstaan door het programma.
Uit het onderzoek blijkt ook dat eisen voor kwaliteit steeds meer worden vastgelegd
in schriftelijke kwaliteitsplannen, waardoor de aandacht voor kwaliteit, monitoring,
evaluatie en verbetering systematischer wordt. Scholen ervaren ook knelpunten. Zo
kan de beschikbaarheid van aanbieders een probleem zijn evenals logistieke uitdagingen
zoals ruimtegebrek. Ook het tijdelijke karakter van de regeling wordt genoemd als
knelpunt. Ten aanzien van dat laatste worden stappen gezet: zoals eerder met uw Kamer
gecommuniceerd11, wordt vanaf 2029 structurele financiering van onder meer het programma School &
Omgeving via een aanvullende bekostigingsregeling geregeld.
De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
J.Z.C.M. Tielen
Indieners
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap