Brief regering : Ramingen Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) tot en met 2031
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1122
BRIEF VAN DE MINISTER EN STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2026
In deze jaarlijkse Kamerbrief gaan wij, mede namens de Minister van Asiel en Migratie,
in op de werking van het PMJ-model en de ramingen tot en met 2031. Elk jaar stelt
het Ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) in het kader van de begrotingsvoorbereiding
de zogeheten PMJ-ramingen op die uit het Prognosemodel Justitiële Ketens (PMJ) volgen.
Onderdeel van de PMJ-ramingen zijn ook de capaciteitsramingen voor vreemdelingenbewaring
(DJI). Deze capaciteitsraming heeft betrekking op de AenM-begroting.
Werking van het Prognosemodel Justitiële Ketens
Het PMJ raamt de ontwikkeling van de capaciteitsbehoefte in de strafrechtelijke, civielrechtelijke
en bestuursrechtelijke keten. Ook kan met het PMJ inzichtelijk worden gemaakt wat
de te verwachten gevolgen zijn van ontwikkelingen bij de ene ketenpartner voor de
andere ketenpartners in de justitiële keten. De PMJ-ramingen worden opgesteld in aantallen
producten, zoals aantallen rechtszaken, aantallen toevoegingen voor de rechtsbijstand
en de behoefte aan (cel)capaciteit. Het PMJ is een ketenmodel op macroniveau, gebaseerd
op een analyse van historische reeksen en exogene factoren.
Ontwikkelingen in de samenleving die geheel of grotendeels buiten de invloedssfeer
van JenV liggen zijn het startpunt voor het PMJ. Dergelijke ontwikkelingen kunnen
gevolgen hebben voor het ontstaan van criminaliteit en rechtsproblemen en daarmee
voor het beroep op de justitiële ketens. De ontwikkelingen kunnen grofweg in vier
categorieën worden ingedeeld, namelijk demografische, economische, maatschappelijke
en overige ontwikkelingen. Hierbij valt te denken aan de mogelijke gevolgen van ontwikkelingen
in sociale cohesie, maatschappelijke ongelijkheid, botsing van culturen en welvaart.
Zo worden de veranderende trends in de maatschappij in beeld gebracht en meegenomen
in het PMJ-model. Het PMJ beschrijft de kwantitatieve verbanden tussen deze ontwikkelingen
en de criminaliteit of het beroep op rechtshulp en rechtspraak. Ook brengt het PMJ
de samenhang tussen de ontwikkelingen in criminaliteit en het beroep op rechtshulp
en rechtspraak en de ontwikkelingen in de rest van de justitiële ketens in beeld.
De PMJ-ramingen bestaan uit twee delen. Het eerste deel betreft de capaciteitsbehoefte
in de ketens bij ongewijzigd beleid, de zogeheten «beleidsneutrale raming», opgesteld
door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) in samenwerking met de
Raad voor de Rechtspraak (Rvdr). Dit gebeurt middels een econometrisch model, waarbij
gebruik gemaakt wordt van gevonden statistische verbanden tussen de externe demografische,
economische, maatschappelijke en overige ontwikkelingen vanuit data van onder andere
het CPB en CBS en ontwikkelingen in de verschillende ketens. Het tweede deel van de
PMJ-ramingen betreft de kwantitatieve effecten van nieuwe wet- en regelgeving evenals
andere voorgestelde (beleids-) maatregelen die naar verwachting invloed hebben op
de capaciteitsbehoefte. Dit gebeurt door alle ketenpartners in afstemming met elkaar
en ten dele met het WODC. Het gaat om zaken die invloed hebben op de capaciteit, oftewel
die zorgen dat de behoefte aan een product meer of minder wordt (de kwantiteit). Als
beleidsaanpassingen invloed hebben op de capaciteitsbehoefte worden de PMJ-ramingen
bijgesteld.
Uitkomsten PMJ-ramingen tot en met 2031
De geraamde capaciteitsbehoeftes in de drie ketens zijn als bijlagen bij deze brief
gevoegd. In bijlage 1 zijn de PMJ-capaciteitsramingen tot en met 2031 opgenomen. Het
cahier van het WODC en de Rvdr met hierin de beleidsneutrale ramingen vindt u in bijlage
2. Het cahier is ook op de website van het WODC gepubliceerd.1 Ten opzichte van de PMJ-ramingen van vorig jaar zijn er in de beleidsneutrale ramingen
drie reeksen toegevoegd voor Slachtofferhulp Nederland (SHN): «Informeren via offline
kanalen; chats» (deze reeks is opgenomen in de bestaande reeks «Informatie en advies
(offline)»), «Informeren via online kanalen: community» en «Informeren via online
kanalen: video's» (de laatste twee reeksen zijn toegevoegd aan de bestaande reeks
«Online dienstverlening». Daarnaast is de wijziging van de voorwaardelijke invrijheidsstelling
(vi-regeling) verwerkt in de beleidsneutrale ramingen.
Beleidsneutrale ramingen
Opsporing, vervolging en berechting van misdrijven
Het aantal geregistreerde misdrijven neemt naar verwachting toe met 0,9% per jaar
in de periode 2025–2031. Aangezien de bevolking in dezelfde periode naar verwachting
groeit met 0,4%, zal de geregistreerde criminaliteit per hoofd van de bevolking naar
verwachting stijgen met 0,5%. Het aantal geregistreerde verdachten stijgt met minder
dan 1% per jaar in deze periode. Het aantal ondervonden delicten door slachtoffers
neemt naar verwachting toe met gemiddeld 3% per jaar in de periode 2025–2031. De instroom
van rechtbankzaken bij het Openbaar Ministerie (OM) neemt naar verwachting met minder
dan 1% per jaar toe in de periode 2025–2031. Het verwachte aantal beslissingen (incl.
dagvaardingen) van het OM zal ook met minder dan 1% per jaar toenemen. Het aantal
schuldigverklaringen van de zittende magistratuur (ZM) zal naar schatting gelijk blijven
in deze periode. Voor verdachten zal het aantal reguliere straftoevoegingen naar verwachting
met minder dan 1% per jaar toenemen in de periode 2025–2031. Het verwachte aantal
ambtshalve straftoevoegingen zal ongeveer gelijk blijven.
Tenuitvoerlegging
De capaciteitsbehoefte van het gevangeniswezen neemt volgens de raming van het model
toe met gemiddeld 2% per jaar in de periode 2025–2031 omdat verwacht wordt dat zowel
het aantal verdachten in voorlopige hechtenis als de gemiddelde duur van de voorlopige
hechtenis zullen toenemen. Ook wordt verwacht dat het aantal opgelegde vrijheidsstraffen
zal stijgen, maar dat de gemiddelde duur van de opgelegde vrijheidsstraffen zal dalen.
Omdat de verwachte toename in het aantal groter is dan de verwachte afname van de
gemiddelde duur, zullen opgelegde vrijheidsstraffen naar verwachting een opwaarts
effect hebben op de capaciteitsbehoefte van het gevangeniswezen. De capaciteitsbehoefte
van de forensisch psychiatrische centra (FPC’s) stijgt naar verwachting met 2% per
jaar omdat de verwachte instroom en bezetting van ter beschikking gestelden zullen
toenemen. De capaciteitsbehoefte vreemdelingenbewaring zal naar schatting nagenoeg
gelijk blijven in de periode 2025–2031.
Jeugd
Het aantal Halt-verwijzingen blijft in deze beleidsneutrale raming naar verwachting
gelijk in de periode 2025–2031. De capaciteitsbehoefte van de justitiële jeugdinrichtingen
neemt naar verwachting toe met ruim 1% per jaar omdat verwacht wordt dat zowel het
aantal maatregelen tot plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel),
het aantal jeugddetenties en het aantal minderjarige verdachten in voorlopige hechtenis
zullen toenemen. De verwachte gemiddelde duur van jeugddetenties en de verwachte gemiddelde
duur van de voorlopige hechtenis blijven vrijwel gelijk in de periode 2025–2031.
Civiele en bestuursrechtspraak
De instroom van dagvaardingen bij de sector civiel van de rechtbanken neemt naar schatting
toe met ruim 1% per jaar in de periode 2025–2031. De instroom van verzoekschriften
in handelszaken zal naar verwachting met ongeveer 2% per jaar toenemen, terwijl voor
familiezaken een stijging van gemiddeld 1% per jaar wordt verwacht. De instroom van
dagvaardingen bij de sector kanton van de rechtbanken zal naar verwachting toenemen
met minder dan 2% per jaar terwijl de instroom van verzoekschriften bij de sector
kanton zal toenemen met minder dan 1% per jaar. De instroom van voorlopige voorzieningen
zal afnemen met minder dan 2% per jaar. De instroom van belastingzaken in eerste aanleg
neemt naar verwachting toe met gemiddeld 2% per jaar in de periode 2025–2031. De verwachte
instroom van overige bestuurszaken zal toenemen met gemiddeld 1% per jaar. Zowel het
aantal civiele toevoegingen (excl. asiel- en vreemdelingenzaken, incl. mediation en
ambtshalve Wvggz/Wzd) als het aantal bestuursrechtelijke toevoegingen (incl. ambtshalve
vreemdelingenbewaring, mediation en vreemdelingenzaken) blijven naar verwachting nagenoeg
gelijk in de periode 2025–2031.
De Minister van Justitie en Veiligheid,
D.M. van Weel
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Indieners
-
Indiener
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Medeindiener
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid