Brief regering : Geannoteerde Agenda formele Telecomraad van 9 juni 2026
21 501-33 Raad voor Vervoer, Telecommunicatie en Energie
Nr. 1202
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 21 mei 2026
Op 9 juni 2026 vindt de formele Telecomraad plaats in Luxemburg. Ik zal aan deze Raad
deelnemen. In deze brief vindt u de geannoteerde agenda met daarin een beschrijving
van de discussiepunten en de Nederlandse inzet op deze onderwerpen.
De Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat,
W.J.M. Aerdts
Beleidsdebat Technologische Soevereiniteit van de Overheid
Op de agenda van de Telecomraad staat een beleidsdebat over technologische soevereiniteit
van de overheid. Dit onderwerp is voor het kabinet prioritair en een uitwisseling
hierover op de Telecomraad is dan ook tijdig in het licht van de politieke en publieke
aandacht die het heeft gekregen. Nederland en Europa zijn namelijk voor cruciale digitale
infrastructuur sterk afhankelijk geworden van een klein aantal buitenlandse spelers.
Voor het kabinet staat voorop dat de digitale overheid betrouwbaar, toegankelijk,
efficiënt en weerbaar is. Digitale soevereiniteit vormt daarbij het uitgangspunt.
Hiervoor moeten we blijven inzetten op sterke Europese digitale infrastructuur en
het doelgericht afbouwen van risicovolle strategische afhankelijkheden op het gebied
van kritieke cloud en andere systemen. Daarnaast zet het kabinet in op gestandaardiseerde
en meer centrale digitale inkoop en aanbestedingen, waarbij security-by-design, zero-trust,
open source, soevereiniteit en ketenveiligheid leidende principes zijn. Ook wil het
kabinet dat de overheid haar marktmacht benut om veilige standaarden af te dwingen,
rijksbrede minimumeisen voor cybersecurity te hanteren en bijdraagt aan de verdere
ontwikkeling van het Nederlandse en Europese digitale technologie ecosysteem. In dat
kader staat het kabinet open voor een gericht en proportioneel EU-voorkeursprincipe
in specifieke kritieke sectoren, wanneer andere instrumenten onvoldoende effectief
blijken. Daarbij benadrukt Nederland het belang van behoud van innovatie, open handelsrelaties
met gelijkgezinde partners en zorgvuldige impactanalyse van oorsprongsmaatregelen.
Het kabinet beziet de discussie over soevereiniteit binnen de overheid nadrukkelijk
in het bredere belang van het versterken van onze digitale weerbaarheid. Daarbij kijkt
het kabinet uit naar het aanstaande EU Tech Sovereignty Package van de Europese Commissie. Dat is een belangrijke kans om een coherent antwoord te
formuleren op risicovolle strategische afhankelijkheden in digitale technologieën.
In aanloop daar naartoe heeft het kabinet een non-paper opgesteld1. Deze kabinetsinzet voor technologische soevereiniteit zal ik tijdens de aankomende
Telecomraad uitdragen.
Verder benadrukt het kabinet de noodzaak van ondersteuning van het Digital Commons
European Digital Infrastructure Consortium (EDIC), waarbij zowel nationale als EU-autoriteiten
een essentiële voorbeeldrol te vervullen hebben. Nederland is momenteel voorzitter
van deze EDIC, waaraan verder Frankrijk, Duitsland, Italië en Luxemburg reeds deelnemen.
De EDIC kan bij uitstek faciliterend zijn in het realiseren van gezamenlijke grensoverschrijdende
digitale oplossingen die lidstaten (en daarmee de EU in zijn geheel) daadwerkelijk
digitaal soevereiner maken.
Beleidsdebat ITU
De International Telecommunication Union (ITU) is het gespecialiseerde VN-agentschap
voor informatie- en communicatietechnologie. Afspraken die in de ITU worden gemaakt,
vormen een belangrijk fundament van onze digitale economie. Ze zorgen voor het goed
en efficiënt functioneren van onze digitale (internationale) netwerken en zijn van
groot belang voor ons bedrijfsleven. Een keer per vier jaar vindt de ITU Plenipotentiary Conference plaats. Dit is de hoogste besluitvormende conferentie van de ITU en het bepaalt in
belangrijke mate de onderwerpen waar de ITU-beleidsadviezen en standaarden voor ontwikkelt.
Deze conferentie staat gepland voor november 2026 in Qatar.
Een belangrijk instrument binnen ITU zijn resoluties. Over deze resoluties wordt tijdens
de ITU Plenipotentiary Conference onderhandeld. De tekstvoorstellen en onderhandelingsinzet wordt gezamenlijk door
de EU-lidstaten voorbereid, in nauwe samenwerking met de Europese Commissie. Die inhoudelijke
voorbereiding voor de conferentie vindt op dit moment plaats.
De samenwerking met de Europese partners verloopt voorspoedig en er is veel aandacht
voor het geopolitieke speelveld. De wereldwijd toegenomen digitalisering en de maatschappelijke
en economische impact die hiermee gepaard gaat, zorgt voor internationale druk om
het aandachtsgebied van ITU uit te breiden. Samenwerking tussen EU en ITU biedt in
de ogen van het kabinet belangrijke kansen om de wereldwijde digitale transformatie
vorm te geven, met daarin voldoende waarborgen voor de bescherming van fundamentele
rechten. Samen met onze Europese partners zal er een heldere afweging moeten worden
gemaakt over de deelgebieden waarin samenwerking met ITU kan bijdragen aan een inclusieve,
veilige en toekomstbestendige digitale transformatie. Het kabinet zal dit uitdragen
tijdens de aankomende Telecomraad.
De toegenomen geopolitieke spanningen hebben een duidelijke weerslag op de samenwerking
binnen ITU. Een aantal landen volgt een duidelijke strategie om middels ITU-standaarden
hun invloed in het wereldwijde digitale domein te vergroten. Hierbij is niet altijd
voldoende aandacht voor het beschermen en versterken fundamentele rechten of een duurzame
en mensgerichte aanpak. De ITU speelt een belangrijke rol in de digitale transformatie,
maar bij veel onderwerpen is er geen sprake van een exclusief mandaat. Het onderbrengen
van bepaalde thema’s bij de ITU vraagt daarmee om een goede en gedegen afweging ten
aanzien van effectiviteit en risico’s. Nederland werkt actief samen met Europese en
gelijkstemde landen zodat we een gecoördineerde inzet uitdragen, waarbij het beschermen
en versterken fundamentele rechten en mensgerichte aanpak centraal staat.
Beleidsdebat Satelliet Connectiviteit
Het Cypriotisch voorzitterschap heeft een beleidsdebat geagendeerd voor de Telecomraad
over de soevereiniteit en het concurrentievermogen van satellietconnectiviteit. Het
kabinet ziet het toenemende belang in de EU van satellietconnectiviteit voor de weerbaarheid
van het bredere connectiviteitsecosysteem.
Het belang van satellietcommunicatie is dat het kan bijdragen als terugvaloptie bij
calamiteiten en ontsluiting van slecht bereikbare plekken. Dit laatste speelt in Nederland,
anders dan in andere Europese landen, minder een rol vanwege een goede dekking door
vaste en mobiele netwerken. Daarnaast speelt satellietcommunicatie een rol in de nationale
veiligheid, zoals waar defensie gebruik maakt van communicatiesatellieten. Vanwege
deze belangen en schuivende geopolitieke panelen is het goed om stil te staan bij
strategische afhankelijkheden die spelen bij satellietcommunicatie en het belang van
EU-soevereiniteit.
Naar verwachting gaat de discussie tijdens het lunchdebat ook over het gebruik van
twee keer 30 megahertz in de 2 gigahertzband die op dit moment in de EU is bestemd
voor mobiele satelliettoepassingen. De Europese Commissie is van plan om deze band
opnieuw onder satellietoperators te verdelen na mei 2027. Een aantal lidstaten heeft
opgeroepen om hier snel een besluit over te nemen omdat de huidige vergunningen volgend
jaar aflopen en het belang Europese soevereiniteit hierin mee te wegen. Het kabinet
steunt die oproep en zal dit uitdragen tijdens de aankomende Telecomraad.
Algemene Oriëntatie European Business Wallets
Het Cypriotische voorzitterschap is voornemens tijdens de Telecomraad een algemene
oriëntatie aan te nemen over het voorstel voor de European Business Wallets (EBW).
Op 19 november 2025 heeft de Commissie hiervoor een voorstel (EBW-verordening) gepresenteerd
als onderdeel van het Digital Package. Dit voorstel beoogt een geharmoniseerd, grensoverschrijdend
digitaal stelsel te creëren waarmee organisaties, bedrijven en overheden elkaar kunnen
identificeren, authentiseren en onderling veilig gegevens en documenten kunnen uitwisselen.
Het hoofddoel van de voorgestelde verordening is structurele lastenverlichting door
interne-marktbelemmeringen weg te nemen en het realiseren van snellere administratieve
processen in zowel B2B (business-to-business) als B2G (business-to-government) relaties.
Het voorstel bouwt grotendeels voort op de technische en juridische infrastructuur
van de recent herziene eIDAS-verordening, waarin onder meer European Digital Identity
(EUDI) wallets voor natuurlijke personen en nieuwe vertrouwensdiensten werden geïntroduceerd.
Zoals aan uw Kamer gemeld in het BNC-fiche2, steunt Nederland de doelstelling van de verordening om lastenverlichting voor bedrijven
te realiseren, in te zetten op veilige elektronische gegevensuitwisseling en publieke
dienstverlening aan bedrijven.
Nederland kan de algemene oriëntatie steunen. De verordening bouwt voort op het in
de eIDAS-verordening geïntroduceerde stelsel van vertrouwensdiensten en zorgt ervoor
dat bedrijven op een veilige, betrouwbare en gebruiksvriendelijke wijze transacties
digitaal kunnen verrichten in zowel het private als het publieke domein.
Voortgang onderhandelingen digitale omnibussen
Middels deze brief informeer ik uw Kamer conform de informatie-afspraken nader over
de ontwikkelingen op de Omnibus Digitaal. Op 6 mei jl. is er een akkoord bereikt op
de Omnibus AI. Hierover heb ik uw Kamer per brief geïnformeerd. Het Cypriotische voorzitterschap
heeft aangekondigd ernaar te streven eind juni een Raadsakkoord op de Omnibus Digitaal
te bereiken.
Het kabinet blijft er in de onderhandelingen op inzetten dat de voorgestelde wijzigingen
aan digitale wetgeving geen afbreuk doen aan het niveau van bescherming van grondrechten.
Het krachtenveld rondom de Omnibus Digitaal is nog in ontwikkeling. Er kan nog niet
definitief worden geconcludeerd dat er voor specifieke voorgestelde wijzigingen voldoende
of onvoldoende steun is. Wel zijn er positieve signalen met betrekking tot het krachtenveld
omtrent de belangrijkste zorgpunten van het kabinet.
Voor wat betreft de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) zijn er meerdere
lidstaten die net als het kabinet bepleiten dat de wijzigingen geen afbreuk mogen
doen aan het niveau van gegevensbescherming. Meerdere lidstaten zetten in op het schrappen
van de wijziging van de definitie van persoonsgegevens en de gecreëerde bevoegdheid
voor de Europese Commissie om via een uitvoeringshandeling te specificeren wanneer
gegevens voldoende gepseudonimiseerd zijn. De voorgestelde wijziging aan de definitie
van persoonsgegevens zou ook met name voor kleine ondernemers de complexiteit van
het naleven van de AVG verhogen en dus niet effectief de regeldruk verlagen.
Ook zijn er meerdere lidstaten die steunen dat de nieuwe definitie van wetenschappelijk
onderzoek en de voorgestelde wijzigingen aan het recht op inzage, van artikel 22 van
de AVG met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens voor geautomatiseerde
besluitvorming en de meldplicht bij inbreuk in verband met persoonsgegevens in lijn
worden gebracht met de gezamenlijke opinies van het Europees Comité voor Gegevensbescherming
(EDPB) en de Europese Toezichthouder voor Gegevensbescherming (EDPS). Voor wat betreft
het Europees meldpunt voor incidentmeldingen lijkt een meerderheid van de lidstaten
de Nederlandse inzet, zoals bepleit in het met uw Kamer gedeelde non-paper3, te steunen, waarbij de bestaande nationale meldstructuren behouden blijven. Daarmee
zou de voorgestelde wijziging ook niet meer afdoen aan de rol van nationale toezichthouders
bij het afhandelen van (cyber)incidenten.
Tot slot lijken ook meerdere lidstaten te steunen dat in lijn met de kabinetsinzet
bepaalde onderdelen van de Platform-to-Business (P2B)-verordening in stand blijven,
zodat ondernemers die zakendoen op platforms op hetzelfde niveau beschermd blijven.
De onderhandelingen zijn echter nog gaande. Het kabinet volgt de verdere onderhandelingen
van deze voorstellen en zal aandacht blijven vragen voor subsidiariteit, proportionaliteit,
uitvoerbaarheid en de bescherming van nationale veiligheidsbelangen.
Indieners
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.