Brief regering : Verbetering van de programmatische vaccinatiezorg voor volwassenen
32 793 Preventief gezondheidsbeleid
Nr. 888
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 20 mei 2026
Met deze brief informeert het kabinet de Kamer over de voornemens voor het verbeteren
van de programmatische vaccinatiezorg voor volwassenen en de stand van zaken daarvan.
Aanleiding
Vaccinatiezorg voor volwassenen is belangrijk om ziekte, ziekenhuisopnames en sterfte
door infectieziekten te voorkomen, met name onder ouderen en medische risicogroepen.
Vaccinatie draagt bij aan het beperken van druk op de zorg en het versterken van de
weerbaarheid tegen uitbraken van infectieziekten. Het is daarom van belang dat volwassenen
op een laagdrempelige en begrijpelijke manier toegang hebben tot vaccinaties, informatie
en advies.
De huidige inrichting van de programmatische vaccinatiezorg voor volwassenen in Nederland
is echter versnipperd en onvoldoende toekomstbestendig.1 Volwassenen kunnen voor verschillende programmatische vaccinaties terecht bij verschillende
uitvoerders: voor griep- en pneumokokkenvaccinaties bij de huisarts en voor COVID-19-vaccinaties
bij de GGD. Deze verdeling is voor burgers niet altijd logisch en maakt het onduidelijk
waar men terecht kan voor vaccinaties, informatie of advies. Tegelijkertijd functioneert
de huidige individuele vaccinatiezorg, met een belangrijke rol voor huisartsen en
GGD’en, in de praktijk over het algemeen goed.
De aanleiding voor herinrichting ligt vooral in de uitbreiding en toenemende complexiteit
van de vaccinatiezorg voor volwassenen in de afgelopen jaren. Met de toevoeging van
COVID-19-vaccinaties, nieuwe adviezen rondom griepvaccinatie met verschillende vaccintypen
en de introductie van nieuwe vaccinaties zoals de gordelroosvaccinatie, is behoefte
ontstaan aan een meer samenhangende en toekomstbestendige inrichting. Daarnaast zijn
taken en verantwoordelijkheden ten aanzien van de vaccinatieprogramma’s niet eenduidig
juridisch belegd en bestaan er verschillende financieringsstructuren. Ook de informatievoorziening
kent knelpunten: vaccinaties worden in verschillende systemen geregistreerd en gegevensuitwisseling
is beperkt. Dit bemoeilijkt monitoring, evaluatie en het gericht uitnodigen van mensen
die in aanmerking komen voor vaccinatie. Het huidige stelsel maakt het bovendien lastig
om nieuwe vaccinaties toe te voegen of bestaande programma’s aan te passen. De introductie
van nieuwe vaccinaties, zoals de gordelroosvaccinatie, vraagt dan ook om een meer
samenhangende inrichting. Ten slotte is het systeem beperkt flexibel en opschaalbaar,
terwijl pandemische dreigingen en dalende vaccinatiegraden juist vragen om een wendbare
inrichting van de vaccinatiezorg.
Wenselijke situatie
Tegen deze achtergrond en in lijn met de eerder gedeelde visie op vaccinatiezorg 0–100+
jaar2, werkt het kabinet toe naar een toegankelijke, vanzelfsprekende en toekomstbestendige
inrichting van de uitvoering van de programmatische vaccinatieprogramma’s voor volwassenen.
In deze gewenste situatie is er één samenhangende uitvoeringsstructuur, waarin burgers
eenvoudig weten waar zij terecht kunnen voor vaccinaties, informatie en advies. Vaccinaties
zijn laagdrempelig toegankelijk en worden waar mogelijk gecombineerd aangeboden, zodat
mensen meerdere vaccinaties in één bezoek kunnen ontvangen. Daarnaast maakt deze inrichting
het mogelijk om nieuwe vaccinaties en wijzigingen in bestaande programma’s sneller
en doelmatiger te implementeren en, indien nodig, snel op te schalen. In deze wenselijke
situatie vervullen de GGD’en de rol van gecommitteerde uitvoerder, onder centrale
regie van het RIVM. De GGD’en kunnen daarbij samenwerken met andere partijen, zoals
huisartsen, zorginstellingen en apothekers. Deze partijen kunnen mogelijk een rol
spelen bij het indiceren, uitnodigen, informeren en vaccineren van doelgroepen. Deze
samenwerking draagt bij aan toegankelijkheid, benut bestaande zorgrelaties en zorgt
voor voldoende capaciteit.
Stand van zaken
In 2025 is een gezamenlijk traject van het Ministerie van VWS en het RIVM gestart
om te komen tot een toekomstbestendige inrichting van de programmatische vaccinatiezorg
voor volwassenen. In dit traject zijn gesprekken gevoerd met betrokken partijen in
het veld, waaronder GGD’en, huisartsen, apothekers en andere stakeholders, om inzicht
te krijgen in de huidige praktijk. Deze inzichten vormen de basis voor de verdere
uitwerking van de gewenste richting. De komende periode wordt de wenselijke situatie
nader uitgewerkt langs twee samenhangende sporen: het in kaart brengen van de nodige
randvoorwaarden (o.a. juridische en financieel) en het uitwerken – met betrokken uitvoerders
en andere stakeholders – van de mogelijke uitvoering in de praktijk.
Vervolgstappen
Om te verkennen hoe een passende inrichting eruit kan zien en op welke wijze deze
mogelijk kan worden vormgegeven, wordt in de komende periode door het RIVM en het
Ministerie van VWS langs beide sporen verder gewerkt aan de volgende activiteiten:
• Het uitwerken van de randvoorwaarden voor de nieuwe inrichting, waaronder governance,
juridische inbedding, financiering en een toekomstbestendige digitale infrastructuur
voor registratie en gegevensuitwisseling;
• Het faciliteren van het, waar mogelijk, gelijktijdig aanbieden van vaccinaties (bijvoorbeeld
COVID-19 en griep) op één locatie, zodat burgers eenvoudiger toegang hebben en meerdere
vaccinaties in één bezoek kunnen ontvangen;
• Het uitwerken van scenario’s voor de (mogelijke) inrichting van de programmatische
vaccinatiezorg in de praktijk, waarbij het volledige vaccinatieproces wordt bezien
(van indiceren en uitnodigen tot vaccineren en registreren);
• Het onderzoeken van specifieke vraagstukken, waaronder (1) een mogelijke rol van apothekers
bij aspecten van het vaccinatieproces en (2) de wijze waarop indicatie en selectie
van medische risicogroepen in de toekomst georganiseerd kan worden;
• Het verkennen en waar mogelijk uitvoeren van proeftuinen om te leren ten behoeve van
de inrichting van de wenselijke situatie;
• Het opstellen van een routekaart voor de transitie van de huidige situatie naar de
gewenste inrichting, inclusief benodigde stappen, afhankelijkheden en beslismomenten.
Bij deze verdere uitwerking wordt aandacht besteed aan de uitvoerbaarheid van de voorgestelde
inrichting in de praktijk, aan heldere samenwerking en rolverdeling tussen betrokken
partijen en aan het borgen van voldoende capaciteit binnen de beschikbare middelen.
Hierbij is het uitgangspunt dat de impact op lopende programma’s en reguliere werkzaamheden
zo beperkt mogelijk is. Ook wordt de samenhang bewaakt met lopende trajecten, zoals
de implementatie van de gordelroosvaccinatie en eventuele aanpassingen in bestaande
vaccinatieprogramma’s.
Bij de uitwerking worden GGD’en, huisartsen, apothekers en andere stakeholders betrokken.
De eerste resultaten van het traject om de programmatische vaccinatiezorg voor volwassenen
vorm te geven worden in het najaar van 2026 verwacht en zullen richting geven aan
verdere besluitvorming. Op basis daarvan zal worden bezien hoe en wanneer implementatie
kan plaatsvinden.
Het kabinet zal de Kamer aan het einde van 2026 nader informeren over de voortgang
en de eerste uitkomsten van deze uitwerking.
De Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,
S.T.M. Hermans
Indieners
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport