Brief regering : Voortgangsrapportage EU Asiel en Migratiepact
19 637 Vreemdelingenbeleid
32 317
JBZ-Raad
Nr. 3557
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ASIEL EN MIGRATIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 19 mei 2026
Met nog enkele weken te gaan tot inwerkingtreding van het Europese Asiel- en Migratiepact
(hierna: het Pact), publiceerde de Europese Commissie (hierna: Commissie) op 8 mei
jl. haar derde voortgangsrapportage over de implementatie van het Pact. In de voortgangsrapportage
schetst de Commissie de stand van zaken ten aanzien van de implementatie in alle lidstaten.
De Commissie concludeert dat er aanzienlijke vooruitgang is geboekt bij de implementatie
van het Pact. Veel lidstaten liggen op schema met het aanpassen van nationale wetgeving,
de invoering van screening- en grensprocedures, het opzetten van onafhankelijke monitoringsmechanismen
en het realiseren van voldoende opvangcapaciteit. Ook zijn stappen gezet om achterstanden
in asielprocedures te verminderen, te voorzien in rechtsbijstand, overdrachten tussen
lidstaten te verbeteren en solidariteitsmaatregelen verder te operationaliseren. Er
is echter nog werk te doen.
De belangrijkste EU-brede aandachtspunten zijn het tijdig afronden van nationale wetgeving,
de invoering van het nieuwe Eurodac-systeem en het realiseren van voldoende capaciteit
voor screening en de asielgrensprocedure, inclusief maatregelen om ontduiking en secundaire
migratie tegen te gaan. Onderdeel hiervan is het versterken van terugkeersamenwerking
met derde landen. Specifiek op de asielgrensprocedure organiseert de Commissie in
samenwerking met EUAA en Frontex workshops om te komen tot effectieve en tijdige implementatie
in alle lidstaten. Andere aandachtspunten zijn het realiseren van voldoende opvangcapaciteit,
het aanpakken van achterstanden, tijdige invoering van nieuwe rechtswaarborgen en
de verdere uitvoering van het solidariteitsmechanisme.
De Commissie roept alle lidstaten op hun inspanningen voor een tijdige implementatie
van het Pact verder te intensiveren, in nauwe samenwerking met relevante stakeholders
en met gebruikmaking van beschikbare Europese en nationale middelen.
Op solidariteit en Dublin benadrukt de Commissie het belang van een goede operationele
samenwerking tussen lidstaten, waaronder actieve medewerking aan overdrachten, het
beschikken over voldoende capaciteit en personeel en het tijdig maken van de noodzakelijke
praktische en logistieke afspraken. Daarnaast zal de Commissie in juli in oktober
beoordelen of er in lidstaten sprake is van systemische tekortkomingen ten aanzien
van het functioneren van Dublin. Indien dergelijke tekortkomingen worden vastgesteld,
kunnen andere lidstaten worden vrijgesteld van hun solidariteitsbijdragen aan deze
lidstaten. Tegelijkertijd blijft de Commissie inzetten op een evenwichtige verdeling
en verdere operationalisering van de solidariteitspool. Daarbij onderstreept de Commissie
dat een effectief functionerend solidariteitsmechanisme een essentiële voorwaarde
vormt voor het goed functioneren van het Pact en dat alle lidstaten gehouden zijn
hieraan bij te dragen.
Ook staat de Commissie stil in het rapport bij de flankerende maatregelen die zijn
genomen om het Pact verder te versterken, waaronder de overeenkomst op de eerste EU-lijst
van veilige landen van herkomst en het veilig derde land concept, en extra EU-financiering
ter ondersteuning van de uitvoering van het Pact en de opvang van ontheemden uit Oekraïne.
Ook zijn onderhandelingen over de Terugkeerverordening, als laatste onderdeel van
het Pact, momenteel in triloog.
Ten aanzien van Nederland is de Commissie over het algemeen positief. Aandachtspunten
voor Nederland zijn het voorzien in voldoende opvangcapaciteit, tijdige aanname van
nationale wetgeving en het wegwerken van achterstanden in de keten. Deze aandachtspunten
zijn voor Nederland niet nieuw en werden ook benoemd in de eerdere voortgangsrapportages
van de Commissie. Verder benoemt de Commissie dat Nederland net als andere lidstaten
uitdagingen heeft bij het testen van Eurodac en stelt dat de verwachting is dat Nederland
tijdig openstaande aandachtspunten bij de implementatie van Eurodac geadresseerd zal
hebben.
Kabinetsappreciatie
Het succes van het Pact staat of valt met een goede implementatie. Het kabinet verwelkomt
daarom de uitgebreide rapportage van de voortgang door de Commissie in alle lidstaten.
De implementatie van het Pact is een grote opgave. Voor alle lidstaten zijn er nog
openstaande punten en het vergt dan ook dat er goed zicht is op waar aandachtspunten
zijn en een gesprek over hoe deze zo snel en goed mogelijk geadresseerd kunnen worden.
Nederland heeft daarom ook stelselmatig aangedrongen op goede monitoring door de Commissie.
De volledige implementatie van het Pact blijft in aanloop naar 12 juni, alsook daarna
een belangrijk aandachtspunt van het kabinet, met name ook op de versterking van de
buitengrenzen, waaronder de implementatie van Eurodac, asielgrensprocedure en screening.
Het kabinet zal er daarom op blijven inzetten dat knelpunten op politiek niveau worden
besproken en geadresseerd. De voortgangsrapportage van de Commissie moet de leidraad
zijn aan de hand waarvan concrete acties worden uitgezet om deze uitdagingen zo snel
mogelijk te adresseren. Daarnaast blijft het kabinet zich inzetten voor een werkend
Dublinsysteem. Het kabinet kijkt daarom uit naar het rapport van de Commissie over
het functioneren van Dublin in juli en zal zich blijven inzetten voor een werkend
Dublinsysteem, zowel in bilaterale contacten als in JBZ-verband.
Het kabinet onderschrijft het beeld van de Commissie dat Nederland nog steeds op schema
ligt met de implementatie van het Pact. De punten die de Commissie aanstipt over Nederland
zijn bij het kabinet bekend. De Uitvoeringswet ligt momenteel voor in de Eerste Kamer.
Op het punt van opvangcapaciteit en vermindering van de druk op asielketen zet het
kabinet in op het creëren van een stabiel opvanglandschap, onder andere door uitvoering
te geven aan de spreidingswet. Hiermee is het de bedoeling om op termijn voldoende
reguliere opvangplekken te realiseren en noodopvangplekken af te schalen. Ten aanzien
van het plan van aanpak om naast het bijhouden van de aanvragen onder het Pact de
openstaande aanvragen te behandelen, heb ik uw Kamer vorige week bij het commissiedebat
laten weten dat dit binnen 3 weken aan uw Kamer zal worden aangeboden. Ten aanzien
van Eurodac kan er vertraging ontstaan indien technische problemen niet tijdig worden
geadresseerd. Dit geldt ook voor andere lidstaten. Momenteel wordt er gezamenlijk
met alle lidstaten en het agentschap eu-LISA gewerkt aan een oplossing. Onder voorbehoud
daarvan is de verwachting is dat Nederland tijdig gereed zal zijn.
De Minister van Asiel en Migratie,
G. van den Brink
Indieners
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie