Brief regering : Inwerkingtreding van de wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta)
36 446 Wijziging van de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs en enige andere wetten in verband met de invoering van regels voor het verlenen van toelating voor het ter beschikking stellen van arbeidskrachten (Wet toelating terbeschikkingstelling van arbeidskrachten)
Nr. 91
BRIEF VAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN WERKGELEGENHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Begin dit jaar heeft uw Kamer een brief ontvangen over de voortgang van de invoering
van de wet toelating terbeschikkingstelling arbeidskrachten (Wtta) bij de Nederlandse
Autoriteit Uitleenmarkt (NAU).1 In die brief is toegezegd uw Kamer voor de zomer te informeren over het tijdpad voor
inwerkingtreding van de Wtta.
De gedeelde urgentie onder sociale partners voor de invoering van het toelatingsstelsel
sterkt mij in de overtuiging dat de Wtta zo snel als verantwoord mogelijk moet worden
ingevoerd. In navolging van de aanbevelingen van Bureau Gateway is de beoogde planning
opnieuw tegen het licht gehouden. Op basis hiervan houd ik vast aan de ingezette koers
van gefaseerde inwerkingtreding van de wet en de start van het toelatingsstelsel per
1 januari 2027. Dit omdat de urgentie van het tegengaan van de misstanden in de uitzendsector
zwaarder weegt dan het geringe profijt van uitstel. Het koninklijk besluit waarmee
de inwerkingtreding wordt geregeld, verwacht ik eind juni te publiceren.
In deze brief neem ik uw Kamer mee in de afwegingen die tot dit besluit hebben geleid.
Ik ga eerst in op de risico’s die verbonden zijn aan de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel
en vervolgens hoe ik die betrokken heb in de afweging over de inwerkingtredingsdatum.
Risico’s
Om de haalbaarheid van de planning te bewaken, is het essentieel om periodiek de risico’s
te toetsen die de inwerkingtreding en uitvoering van het stelsel beïnvloeden, evenals
de voortgang van de genomen beheersmaatregelen. Dit conform het advies van Bureau
Gateway.2 De risico’s zijn in eerdere brieven aan uw Kamer van 12 februari 20263, 24 april 20254 en 23 januari 20255 toegelicht. Hieronder licht ik de belangrijkste risico’s kort toe.
1. Beschikbaarheid informatievoorziening infrastructuur
De infrastructuur (techniek en applicaties) om de informatievoorziening mogelijk te
maken is een randvoorwaarde voor de NAU om de wettelijke taken, zoals afgeven, schorsen
en intrekken van toelatingen, te kunnen uitvoeren. Het zaaksysteem van de NAU is momenteel
in ontwikkeling en wordt gefaseerd in 2026 en 2027 opgeleverd en in gebruik genomen.
De fasering is gebaseerd op de mijlpalen (opening (voor)aanmeldloket, aanvraagloket)
waarop de wettelijke taken van de NAU beginnen. De doorlooptijd is krap. Er zijn op
dit moment echter geen aanwijzingen dat de huidige planning niet wordt gehaald.
2. Operationele gereedheid NAU
De NAU moet aanvragen tijdig en correct verwerken. Dat vraagt om mensen, middelen
en processen die de uitvoeringskwaliteit waarborgen. De inrichting van processen is
mede afhankelijk van het aantal (voor)aanmeldingen, het aantal aanvragen voor een
toelating en ontheffing en het aantal bezwaar- en beroepsprocedures. Om beter inzicht
te krijgen in de omvang van de benodigde mensen, middelen en processen, voert Regioplan
een herijkingsonderzoek uit naar het aantal te verwachten aanvragen. De resultaten
volgen voor deze zomer en deel ik met uw Kamer. Bij de inrichting van de werkprocessen
is de NAU ook afhankelijk van andere partijen in het stelsel. De afstemming hierover
met onder andere Justis, de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst vindt
op dit moment plaats en verloopt constructief. Met name de afgifte van een tijdige
VOG voor Rechtspersonen in een kort tijdsbestek vraagt nadere afspraken tussen de
NAU en Justis.
3. Gegevensuitwisseling met stelselpartijen
De gegevensuitwisseling met stelselpartijen is belangrijk voor de NAU vanwege de informatiepositie
die nodig is om aanvragen te beoordelen. Momenteel werkt de NAU met de stelselpartners,
zoals de Nederlandse Arbeidsinspectie en de Belastingdienst, de samenwerkingsafspraken
en gegevensuitwisseling uit.
4. Inspectiecapaciteit private inspectie-instellingen
Voldoende inspectiecapaciteit is van belang om te waarborgen dat uitleners periodiek
gecontroleerd worden op de naleving van het normenkader Wtta. Op dit moment is nog
onduidelijk of de inspectiecapaciteit toereikend is bij de inwerkingtreding van de
Wtta. De groei van de private inspectiecapaciteit is sterk afhankelijk van de omvang
van de vraag vanuit de markt. Met een definitieve inwerkingtredingsdatum en intensieve
communicatiecampagne verwacht ik dat er beweging komt op deze markt en dat inspectie-instellingen
anticiperen op de verwachte vraag en investeren in groei van capaciteit.6 De NAU voert structureel overleg met inspectie-instellingen die interesse hebben
in Wtta-inspecties over onder meer de benodigde capaciteit.
Afweging
De beschikbaarheid van de infrastructuur voor de informatievoorziening is een essentiële
randvoorwaarde voor de NAU om haar wettelijke taken uit te kunnen voeren en heeft
direct invloed op de inwerkingtredingsdatum. De planning is krap. Uitstel van de Wtta
zou meer tijd bieden voor het opvangen van mogelijke vertragingen in de planning,
maar er zijn vooralsnog geen aanwijzingen dat de planning niet kan worden gehaald.
De geslaagde inwerkingtreding van het toelatingsstelsel is daarnaast afhankelijk van
een aantal kritische succesfactoren: de mate van operationele gereedheid van de NAU,
de tijdige gegevensuitwisseling met stelselpartijen en voldoende inspectiecapaciteit
bij private inspectie-instellingen. Deze elementen hebben impact op de kwaliteit van
de uitvoering van het toelatingsstelsel door de NAU, maar vormen op basis van de huidige
inzichten geen blokkade voor de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari
2027. Uitstel van de inwerkingtreding van het toelatingsstelsel zou eerder een remmend
effect kunnen hebben op de benodigde stappen die, vanuit de markt en andere betrokkenen,
worden gezet op deze onderwerpen. Inwerkingtreding van het toelatingsstelsel per 1 januari
2027 biedt goedwillende werkgevers een eerlijke kans en draagt direct bij aan de bescherming
van kwetsbare arbeidskrachten. Uitstel van de inwerkingtreding van de Wtta weegt daarom
niet op tegen de effecten van een zo snel mogelijke inwerkingtreding.
Daarbij is het volgende van belang. De NAU is volop in ontwikkeling naar een operationele
organisatie en werkt toe naar de situatie waarin alle processen, systemen, mensen
en middelen zo zijn georganiseerd dat de NAU haar wettelijke taken kan uitvoeren conform
de gefaseerde inwerking van het toelatingsstelsel. De invoering van het toelatingsstelsel
is voor alle betrokken partijen een grote en uitdagende operatie. Dat was zo, en zal
de komende tijd zo blijven. Daarbij zullen onvermijdelijk opstartproblemen optreden,
ongeacht de datum van inwerkingtreding. Pas bij de feitelijke start van het toelatingsstelsel
wordt duidelijk hoe de geïdentificeerde risico’s de kwaliteit van de uitvoering daadwerkelijk
beïnvloeden. Het uitgangspunt is uiteraard een kwalitatief goede uitvoering.
De mogelijke invloed van de hierboven genoemde risico’s op de kwaliteit van het toelatingsstelsel,
zoals de wachtrijen als gevolg van onvoldoende inspectiecapaciteit of opschalingsmogelijkheden
bij de NAU, zijn bekend en waar mogelijk worden maatregelen getroffen om die te beheersen.
Ook geldt er overgangsrecht, om te voorkomen dat uitleners door omstandigheden die
buiten hun macht liggen bij de start van het toelatingsstelsel niet kunnen voldoen
aan de Wtta. Uitleners die tijdig een aanvraag indienen, mogen blijven uitlenen zolang
de NAU nog niet over de aanvraag heeft beslist.
Slot
De transitie naar een nieuw stelsel is onlosmakelijk verbonden met een zekere mate
van onzekerheid. Ik zal de risico’s zoals hierboven beschreven en de getroffen beheersmaatregelen
nauwgezet blijven volgen. Daarbij word ik ondersteund door een «health check» van
Bureau Gateway die dit najaar in opvolging van de Gateway review plaatsvindt. Hiermee
vindt een onafhankelijk onderzoek plaats of de invoering op koers ligt. Voor de ontwikkeling
van het zaaksysteem heb ik zoals gebruikelijk een advies gevraagd aan het Adviescollege
ICT-toetsing.
Ik heb vertrouwen in de voorbereidingen die worden getroffen om van de invoering van
het toelatingsstelsel een succes te maken. De beoogde inwerkingtredingsdatum is en
blijft 1 januari 2027. Met de inzet van alle betrokken partijen zie ik deze datum
met vertrouwen tegemoet. Eind 2026 informeer ik uw Kamer nader met een nieuwe Stand
van de invoering NAU. Indien ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, dan stel ik
uw Kamer daarvan eerder op de hoogte.
De Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
J.A. Vijlbrief
Indieners
J.A. Vijlbrief, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid