Brief regering : Opvolging in beeld: Periodieke rapportages ministerie van Buitenlandse Zaken vanaf 2024
31 271 Beleidsdoorlichting Buitenlandse Zaken
Nr. 42
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Evaluaties vormen een belangrijke basis voor een lerende overheid. Bereikt beleid
het gewenste effect (doeltreffendheid)? En gaat dat tegen de laagst mogelijke kosten
(doelmatigheid)? Evaluaties verschaffen burgers, bedrijven en uw Kamer inzicht in
de effecten van het gevoerde beleid en daarmee de besteding van publieke middelen.
Deze informatie kan ingezet worden om de kwaliteit van beleid, publieke voorzieningen,
en wetten en regels continu te verbeteren.
Het kabinet vindt het belangrijk om de bevindingen en aanbevelingen van evaluaties
mee te nemen in de (door)ontwikkeling van beleid en uw Kamer hierbij te betrekken.
Deze brief bevat daarom een overzicht van de opvolging van bevindingen en aanbevelingen
van de Periodieke rapportages (de opvolger van beleidsdoorlichtingen) die de afgelopen
twee jaar uitgevoerd zijn binnen mijn departement. Zo blijven de bevindingen en aanbevelingen
onder de aandacht, en kan de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming.
Deze brief geeft invulling aan de acties die in de brief «versterken rijksbrede evaluatiestelsel»
(Kamerstuk 31 865, nr. 267) worden aangekondigd, naar aanleiding van de motie-Van Vroonhoven/Vermeer (19 december
2023; Kamerstuk 36 470, nr. 6).
In de bijlage van deze brief is ook aandacht voor de besparingsvarianten die worden
uitgewerkt in Periodieke rapportages. Dit geeft invulling aan de uitwerking van de
motie-Van Eijk (Kamerstuk 31 865, nr. 295).
Dit jaar stuur ik u de opvolging van de Periodieke rapportages die de afgelopen twee
jaar zijn uitgevoerd. Komende jaren zal ik uw Kamer wederom informeren over deze,
en nieuwe Periodieke rapportages die sindsdien zijn uitgevoerd.
De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en ik hoop dat
deze brief bijdraagt aan het gesprek over beter beleid.
SEA-THEMA: Veiligheid en stabiliteit
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Veiligheid is door de jaren heen een steeds breder gedefinieerd begrip geworden. Voorheen
werd veiligheid (internationaal) vooral vanuit een militair perspectief bezien en
waren conflicten conventioneel van aard. Maar als gevolg van nieuwe (hybride) dreigingen
en ontwikkelingen zijn nieuwe thema’s inmiddels onderdeel geworden van het veiligheidsbeleid,
zoals cyberveiligheid, economische veiligheid en kunstmatige intelligentie. Waar voorheen
vooral statelijke actoren een rol speelden in het buitenlandse veiligheidsbeleid,
gaat er nu ook dreiging uit van niet-statelijke actoren (bijvoorbeeld terrorisme en
internationale criminaliteit).
Veel van deze grensoverschrijdende dreigingen, die Nederland ook kunnen raken, zijn
erg omvangrijk en complex. Dit vraagt om een geïntegreerde aanpak en samenwerking
in internationaal verband. De activiteiten waarmee resultaten op dit vlak worden nagestreefd,
kunnen onderscheiden worden naar drie typen: diplomatieke inzet in internationaal
verband, financiering van beleidsondersteunende programma’s en projecten, en bijdragen
aan militaire missies.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotingsartikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Buitenlandse Zaken begrotingsartikel 2 «Veiligheid en stabiliteit»
Periodieke rapportage over periode 2015 t/m 2022
2024
H5, Artikel 2
€ 266,59 mln.
Toelichting evaluatie: Dit rapport onderzoekt de (voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van
de onder Buitenlandse Zaken artikel 2 «Veiligheid en Stabiliteit» ingezette beleidsinstrumenten
op basis van onderliggende evaluaties.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Breng in de geplande Buitenland en Veiligheidsvisie (BVV) en andere strategieën
de oorzaak-gevolg keten tussen activiteiten en einddoelstellingen beter in kaart
Onderhanden: op dit moment wordt geschreven aan een nieuwe internationale veiligheidsstrategie,
teneinde een beleidsbasis te vormen voor de koers die het kabinet wil aanhouden gedurende
de huidige kabinetsperiode inzake de (veiligheids- en stabiliteits-) omstandigheden
in de wereld. Jaarlijkse uitwerking voor de consequenties hiervan op werkniveau worden
geformuleerd in jaarplannen, opgesteld door beleidsdirecties, diplomatieke posten
en andere relevante actoren zoals andere ministeries. Zij dienen als leidraad voor
de jaarinzet van middelen en instrumenten. Ook geeft de Beleidsbrief een algemeen
kader over het bredere buitenlands beleid. Bij die documenten wordt zoveel als mogelijk
rekening gehouden met deze aanbeveling.
2. Blijf realistische doelstellingen formuleren die binnen de invloedsfeer van Nederland
liggen en zorg voor realistische rapportages over de voortgang.
Onderhanden: zoals beschreven in de beleidsreactie is er op het gebied van missies
en andere inzet tegenwoordig meer aandacht voor het dichten van de kloof tussen de
Nederlandse beleidsambities en de invloedssfeer. Er worden door Buitenlandse Zaken
en Defensie concrete acties ondernomen om doelstellingen zo realistisch mogelijk te
formuleren, zoals het opstellen van een schrijfwijzer die bijdraagt aan heldere formulering
van doelstellingen in artikel 100 brieven. En er wordt voortgegaan met betere en onafhankelijke
monitoring van missies. De beleidsambitie is het beschermen van de Nederlandse belangen,
zoals territoriale veiligheid en het bevorderen van een internationale orde waarin
we onze waarden op het vlak van internationaal recht, democratie, mensenrechten en
accountability (vastgelegd in internationale afspraken)weerspiegeld zien. Rekening
houden met de eigen beperkte invloedssfeer betekent dit dat Nederland altijd werkt
in gezamenlijkheid met anderen. De Nederlandse inzet is het versterken van de NAVO,
EU en het vormen van nieuwe bilaterale en multilaterale coalities in en buiten VN-verband,
om gezamenlijke belangen beter te beschermen. Samen met partners ontwikkelt Nederland
nieuwe instrumenten, standaarden en normen voor een zo sterk mogelijke positie in
de veranderende wereldorde.
Deze inzet geldt onverminderd, met de kanttekening dat de ontwikkelingen op het wereldtoneel
een voorheen ongeziene en onvoorspelbare vlucht hebben genomen en nog blijven nemen.
Het realisme van gisteren is volstrekt anders dan dat van vandaag – laat staan van
morgen. Dit neemt niet weg dat de aanbeveling richtinggevend blijft, al helemaal waar
het rapportages betreft.
3. Directies en departementen moeten gezamenlijk constant aandacht blijven besteden
aan de coherentie van beleid en de wijze waarop daar organisatorisch zo effectief
mogelijk sturing aan wordt gegeven.
Onderhanden: zoals ook gemeld in de beleidsreactie is de interdepartementale coherentie
inmiddels op Ministerieel niveau geborgd door de Nationale Veiligheidsraad (NVR).
De frequentie daarvan is toegenomen. De bijeenkomsten van de NVR worden op hoogambtelijk
niveau (ANVR) voorbereid. Daarnaast vinden ook regelmatig interdepartementale overleggen
plaats, zowel voor landen als voor thema’s. In de hoogambtelijke Stuurgroep Missies
en Operaties coördineren Buitenlandse Zaken, Defensie, Justitie en Veiligheid en BHO
de veiligheidsinzet ter versterking van de internationale rechtsorde. De daaraan voorafgaande
samenwerking op werkniveau met alle relevante actoren garandeert in alle stadia van
besluitvorming een hoge mate van coherentie.
4. In de relatie met andere departementen is het van belang dat Buitenlandse Zaken
duidelijk uitdraagt wat de meerwaarde van Buitenlandse Zaken is en daarbij aansluiting
zoekt bij de belangen van andere departementen.
Onderhanden: de in de beleidsreactie geformuleerde inzet is onverminderd sturend in
beleidsvorming en -uitvoering:
het Ministerie van Buitenlandse Zaken is zich bewust van de eigen rol in de interdepartementale
samenwerking op veiligheid en stabiliteit en zal dat waar nodig uitdragen. Buitenlandse
Zaken is verantwoordelijk voor het versterken van ons veiligheidsfundament in internationaal
verband, waaronder door internationaal optreden in coalities, en voor het voorkomen
van onveiligheid middels internationale afspraken, normen en verdragen. Buitenlandse
Zaken werkt nauw samen met Defensie, onder meer aan collectieve verdediging. Ook draagt
Buitenlandse Zaken samen met Defensie bij aan het bevorderen van de internationale
rechtsorde via missies en operaties, en aanpalende stabilisatie en inzet in de veiligheidssector
vanuit BHO. Vanuit het veiligheidsbelang worden OH-middelen ingezet in drie prioriteitsregio’s
op basis van integrale landensturing. Samen met Justitie en Veiligheid (incl. NCTV)
zorgt Buitenlandse Zaken voor het bestrijden van terrorisme en grensoverschrijdende
criminaliteit. Interdepartementaal wordt samengewerkt aan het verhogen van nationale
weerbaarheid tegen (nieuwe) dreigingen. Buitenlandse Zaken is bovendien verantwoordelijk
voor de aansturing van het postennet.
5. Zoek naar manieren om het personeelsbeleid van Buitenlandse Zaken beter aan te
laten sluiten bij de specialistische kennis die nodig is op verschillende deelterreinen
van veiligheid en stabiliteit. Dit kan bijvoorbeeld door lopende pilots op het gebied
van kennisopbouw en domeinsturing – indien succesvol – te formaliseren en uit te breiden.
Onderhanden: aan deze aanbeveling wordt opvolging gegeven door verdere ontwikkeling
van domeinsturing voor het veiligheidsdomein, het creëren van carrièremogelijkheden
en -paden voor specialisten (kenniscircuits), het deels openstellen van de algemene
opleiding voor specialisten zodat ze organisatiekennis en vaardigheden opbouwen die
nodig zijn in de bilaterale en multilaterale context, het aanbieden van trainingen
en opleidingen om de specialistische kennis up to date te houden, door het aanmoedigen van detacheringen binnen het specifieke werkterrein
bij een externe partij, door het actief stimuleren van uitwisseling binnen de overheid
en met bondgenoten.
Strategische specialistische kennis wordt op het veiligheidsterrein in het bijzonder
vormgeven door de creatie van diverse «kennisfuncties» binnen de Directie Veiligheidsbeleid
van Buitenlandse Zaken.
6. Geef meer aandacht aan monitoring en evaluatie om resultaatgericht werken te versterken.
Het in kaart brengen van de verwachte oorzaak-gevolg keten tussen activiteiten en
doelstellingen is daarvoor essentieel.
Onderhanden: het in de beleidsreactie gestelde is onverkort van kracht: er wordt gewerkt
aan betere en onafhankelijke monitoring van missies. Ook op andere terreinen worden
Monitoring, Evalueren en Leren (MEL) agenda’s opgesteld. De beoogde verbeteringen
gaan in op kwaliteit en kwantiteit van de output, waaronder inhoudelijke samenhang
tussen thema’s en verbeterde wendbaarheid. Zie in aanvulling ook hetgeen genoemd onder
aanbeveling 5. en 7.
7. Geef invulling aan de in deze rapportage genoemde thema’s (NAVO, hybride dreigingen
en economische veiligheid, en staatsopbouw) in de komende strategische evaluatie-agenda
(SEA) en zoek daarvoor – waar relevant – samenwerking met andere betrokken ministeries.
Onderhanden: in de beleidsreactie is reeds ingegaan op de nieuwe inzichtbehoeften,
die de IOB heeft geïdentificeerd, en wanneer ze worden opgenomen in de SEA (in respect.
2025, 2026 of 2027). Daarnaast zal de nieuwe ambtelijke inrichting van de Directie
Veiligheidsbeleid onder andere voorzien in een betere aansluiting bij andere ministeries
en de in de aanbeveling genoemde beleidsterreinen.
SEA-THEMA: Versterkte internationale rechtsorde
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
De algemene doelstelling voor dit thema is het bevorderen van een goed functionerende
internationale rechtsorde, inclusief gastlandbeleid, met een blijvende inzet op mensenrechten
als integraal onderdeel van het buitenlandbeleid. Een sterke internationale rechtsorde
en eerbiediging van mensenrechten maken de wereld stabieler, veiliger, vrijer en welvarender.
Dit vereist goed functionerende internationale instellingen en organisaties met een
breed draagvlak, naleving en waar nodig aanvulling van de internationale wet- en regelgeving
en voortdurende inzet tegen straffeloosheid voor mensenrechtenschendingen en het voorkomen
van deze schendingen. Omdat de mensenrechten het best worden gewaarborgd in goed functionerende
democratieën, zet Nederland zich in om het krimpen van de democratische ruimte wereldwijd
tegen te gaan. De bevordering van mensenrechten is een kernelement van het Nederlands
buitenlandbeleid. De positie van Nederland als gastland voor Internationale Organisaties
(IO’s) en diplomatieke missies, in het bijzonder organisaties met een mandaat op het
gebied van vrede en recht, biedt een goed uitgangspunt voor de bevordering van de
ontwikkeling van internationale rechtsorde. Deze rechtsorde is onlosmakelijk verbonden
met universele mensenrechten.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotingsartikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Versterkte internationale rechtsorde
Periodieke rapportage over periode 2015 t/m 2022
2025
H5, Artikel 1
Voor art 1.1. € 50,34 mln.;
Voor art. 1.2 € 63,50 mln.;
Totaal: € 113,85 mln
(2021)
Toelichting evaluatie: Deze periodieke rapportage (PR) biedt inzicht in de (voorwaarden voor) effectiviteit
en efficiëntie van het gevoerde beleid van artikel 1 «Versterkte internationale rechtsorde»
over de periode 2015–2022 van de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken
(BUITENLANDSE ZAKEN).1 Onder dit begrotingsartikel zijn drie thema’s gespecificeerd
in aparte sub-artikelen:
• Sub-artikel 1.1 betreft de inzet voor goed functionerende internationale instellingen
met een breed draagvlak (hieronder valt de inzet op de internationale rechtsorde);
• Sub-artikel 1.2 omvat de uitgaven voor de bescherming en bevordering van mensenrechten;
• Sub-artikel 1.3 betreft de inzet van het gastlandbeleid voor internationale organisaties.
De PR spitst zich toe op het gevoerde beleid binnen de sub-artikelen 1.1 en 1.2 en
is gebaseerd op recente evaluaties van het beleid voor internationale rechtsorde (2022)
en het mensenrechtenbeleid (2024).
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Verbeter de strategische aansturing van het beleid
Onderhanden:
Zoals in beide beleidsreacties aangegeven, wordt hier opvolging aan gegeven. Recentelijk
bijvoorbeeld in de herstructurering van het decentrale Mensenrechtenfonds.
2. Zorg voor balans tussen het ambitieniveau en de organisatiecapaciteit om beleid
uit te voeren
Onderhanden:
Zoals aangegeven in de kabinetsreactie op de evaluatie van het mensenrechtenbeleid,
raken de bezuinigingen en taakstelling de uitvoering van het beleid op mensenrechten
en de internationale rechtsorde. Het maken van duidelijke keuzes, inclusief een realistische
inzet van de capaciteit, is hierbij telkens het uitgangspunt.
3. Veranker de inspanningen steviger en structureler in het bredere buitenlandbeleid
Onderhanden:
Zoals in de beleidsreacties genoemd, zijn de bescherming en bevordering van de mensenrechten,
de democratische rechtsstaat en de internationale rechtsorde al vele jaren een kernonderdeel
van het brede buitenlands beleid van het Koninkrijk der Nederlanden. N.a.v. de evaluatie
van het mensenrechtenbeleid is er extra aandacht voor zogenaamde mensenrechten mainstreaming in programma’s en beleid.
SEA-THEMA: Effectieve Europese samenwerking
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
De algemene doelstelling is een effectieve Europese samenwerking om de Europese Unie
en haar lidstaten zo vreedzaam, welvarend en sterk mogelijk de toekomst in te loodsen.
Europa is essentieel voor onze welvaart, vrijheid en veiligheid. Een actieve opstelling
van Nederland in het Europese besluitvormingsproces en in de bilaterale relaties met
Europese partners is dan ook in het directe belang van Nederlandse burgers en bedrijven.
Door consequent en constructief optreden kan Nederland zijn invloed binnen de Europese
Unie vergroten. Zo kan Nederland mede vorm geven aan ontwikkelingen in Europa die
direct van invloed zijn op onze economische, sociale en politieke toekomst.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotingsartikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Grip door begrip
Periodieke rapportage over periode 2016 t/m 2023
2025
H5, art. 3
Voor EU afdrachten € 10.392.224;
Voor Europees Ontwikkelingsfonds € 98.094 mln.;
Voor hechtere waardengemeenschap € 34.277 mln.
Voor versterkte NLse positie in EU € 5.117 mln
Totaal:
€ 10,566 miljard mln
Toelichting evaluatie: Het doel van deze Periodieke Rapportage (PR) is inzicht geven in de (voorwaarden
voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van de Nederlandse inzet in de Europese Unie
in 2016–2023 horende bij artikel 3 «Effectieve Europese samenwerking» van de begroting
van Buitenlandse Zaken. Omdat de in december 2024 gepubliceerde IOB-evaluatie van
de Nederlandse invloed in de EU (2016–2023) «Grip door begrip» voldoet aan deze inzichtbehoefte
en een synthese presenteert van veel onderliggend onderzoeks- en evaluatiemateriaal
over het onderwerp, leunt deze PR sterk op deze evaluatie.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Het bewustzijn en de kennis van de EU als vierde bestuurslaag vergroten.
Onderhanden: In de beleidsreactie is het belang van een vergroot bewustzijn en de
kennis van de EU als vierde bestuurslaag onderschreven. Hierbij is gedegen coördinatie
en voldoende EU kennis en ervaring bij Nederlandse ambtenaren van belang.
Op vier manieren probeert het kabinet de EU-kennis binnen de rijksoverheid te versterken.
Ten eerste wordt gewerkt aan versterking van de EU-expertise door het breder beschikbaar
te stellen van bestaande EU-trainingen door Buitenlandse Zaken, nieuw te ontwikkelen
trainingen en door deze een prominentere rol te geven in de opleidingen van ambtenaren.
Daarnaast stelt Buitenlandse Zaken expertise ter beschikking en kunnen departementen
een beroep doen op het postennet om bijvoorbeeld een goed beeld te vormen van het
Europese krachtenveld.
Buitenlandse Zaken zet daarnaast in op het bevorderen van de bewustwording en prioritering
van de EU-dimensie in de dagelijkse werkpraktijk. Als laatste wordt regelmatig op
diverse ambtelijke niveaus besproken wat er nodig is voor een optimale inbreng in
EU-processen.
2. Investeren in netwerken en relaties in eigen land en binnen de EU
Onderhanden:
Het blijft belangrijk dat er geïnvesteerd wordt in de goede banden tussen Nederlanders
bij de EU-instellingen, PVEU en Den Haag. Ook binnenlands zet het kabinet zich in om tijdens Europese
besluitvormingsproces met zoveel mogelijk actoren gezamenlijk tot een gedragen Nederlands
standpunt te komen. Hierbij worden onder meer medeoverheden, uitvoerings- en handhavingsorganisaties
en sociale partners actief betrokken.
3. Inzetten op meer proactieve politieke en ambtelijke sturing
Onderhanden:
De kracht van de Nederlandse EU-inzet en beïnvloeding ligt in een duidelijke afstemming,
zodat Nederland in Brussel steeds met één mond spreekt. Dit vergt zorgvuldige interdepartementale
coördinatie en een goed geëquipeerd ambtelijk apparaat in Den Haag en in Brussel.
Het kabinet zet bij die interdepartementale afstemming in op een coherent afgestemde
EU-strategie waarin alle departementale belangen worden gewogen. Daarbij dient de
uitvoerbaarheid en haalbaarheid van de Nederlandse inzet een continu aandachtspunt
te zijn. Hiernaast is politieke aanwezigheid bij Raadsvergaderingen in Brussel van
groot belang om ook politieke doorzettingsmacht te tonen en een relevant politiek
netwerk op te bouwen ter effectieve beïnvloeding.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Indieners
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.