Brief regering : Opvolging in beeld - Periodieke rapportages ministerie van Buitenlandse Zaken vanaf 2024 (BHOS-begroting)
34 124 Beleidsdoorlichting Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking
Nr. 39
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE HANDEL EN ONTWIKKELINGSSAMENWERKING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
Evaluaties vormen een belangrijke basis voor een lerende overheid. Bereikt beleid
het gewenste effect (doeltreffendheid)? En gaat dat tegen de laagst mogelijke kosten
(doelmatigheid)? Evaluaties verschaffen burgers, bedrijven en uw Kamer inzicht in
de effecten van het gevoerde beleid en daarmee de besteding van publieke middelen.
Deze informatie kan ingezet worden om de kwaliteit van beleid, publieke voorzieningen,
en wetten en regels continue te verbeteren.
Ik vind het belangrijk om de bevindingen en aanbevelingen van evaluaties mee te nemen
in de (door)ontwikkeling van beleid en uw Kamer hierbij te betrekken. Vorig jaar informeerde
mijn voorgangster hierover voor het eerst. Deze brief bevat daarom een overzicht van
de opvolging van bevindingen en aanbevelingen van de Periodieke rapportages (de opvolger
van beleidsdoorlichtingen) die de afgelopen twee jaar zijn uitgevoerd binnen mijn
departement. Zo blijven de bevindingen en aanbevelingen onder de aandacht, en kan
de voortgang meegenomen worden in beleidsdiscussies en besluitvorming. Deze brief
geeft invulling aan de acties die in de brief Versterking rijksbrede evaluatiestelsel
(Kamerstuk 31 865, nr. 267) worden aangekondigd, naar aanleiding van de motie-Van Vroonhoven/Vermeer (19 december
2023; Kamerstuk 36 470, nr. 6).
In de bijlage van deze brief is ook aandacht voor de besparingsvarianten die worden
uitgewerkt in Periodieke rapportages. Dit geeft invulling aan de uitwerking van de
motie-Van Eijk (Kamerstuk 31 865, nr. 295).
Dit jaar stuur ik u de opvolging van de Periodieke rapportages die de afgelopen twee
jaar zijn uitgevoerd. Komende jaren zal ik uw Kamer wederom informeren over deze,
en nieuwe Periodieke rapportages die sindsdien zijn uitgevoerd.
De Kamer vervult zelf ook een belangrijke rol in het evaluatiestelsel en ik hoop dat
deze brief bijdraagt aan het gesprek over beter beleid.
SEA-THEMA: Duurzame ontwikkeling, voedselzekerheid, water en klimaat
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
De Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp werkt aan ontwikkeling om,
in ontwikkelingslanden, armoede te verminderen en weerbaarheid te vergroten. Specifiek
zet de Minister hierbij in op het verbeteren van kleinschalige voedselproductie en
het verminderen van ondervoeding (BHOS artikel 2.1); het verbeteren van waterbeheer,
drinkwater en sanitatie (BHOS artikel 2.2); het verbeteren van toegang tot schone
energie, bos- en grondstoffenbeheer (BHOS artikel 2.3).
Het beleid op deze onderwerpen staat beschreven in verschillende, (sub)thema-specifieke,
strategieën zoals de internationale klimaatstrategie (IKS); de gemene deler van deze
strategieën is het gebruik van natuurlijke hulpbronnen en ecosystemen. Ongeacht het
inhoudelijke onderwerp, werkt de Minister onder dit thema steeds aan duurzame toegang
tot basisvoorzieningen zoals WASH, schone energie en een voedzaam dieet enerzijds
en aan duurzame productie van die basisvoorzieningen, inclusief de bescherming van
(bron-)ecosystemen als stroomgebieden, bossen en landbouwgronden, anderzijds. De beleidsdoelstellingen
die de Minister hanteert zijn gekoppeld aan de Sustainable Development Goals (SDG's
– 2, 6, 7, 13, 15) en, net als de SDG's, geformuleerd tot 2030.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings-artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage internationaal klimaatbeleid 2016–2022.
Een goed klimaat voor ontwikkeling
Periodieke rapportage over periode 2016 t/m 2022
2024
H17, artikel 2
€ 795 mln. totale publieke klimaat-financiering
(incl. IDA, IBRD, IFC)
Toelichting evaluatie: Deze Periodieke rapportage evalueert het Nederlandse klimaatbeleid binnen ontwikkelingssamenwerking
voor de periode 2016 tot en met 2021 met updates voor 2022. Hoofdvraag bij het onderzoek
was: Hoe heeft het Nederlandse internationale klimaatbeleid ontwikkelingslanden ondersteund?
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Besteed gerichte aandacht aan kwetsbare groepen en klimaatrisico’s, met analyses
en M&E
Afgerond: het kabinet heeft verschillende aanvullende maatregelen genomen zoals:
• een verplichte meer expliciete analyse en beoordeling van programma's, vooraf en
achteraf, op klimaatrelevantie en doelgroepbereik;
• een instructie binnen het ministerie waarin de door IOB aanbevolen klimaatlens van
de OESO is doorvertaald naar de projectcyclus. Van partnerorganisaties wordt verwacht
dat zij een klimaatrisicoanalyse uitvoeren en zij kunnen daarbij ondersteund worden.
• de ontwikkeling van een e-training over klimaatrelevantie voor beleidsmedewerkers
en versterking expertise op een aantal ambassades.
Het kabinet heeft verder gevolg gegeven aan zijn voornemen om de vraag naar explicietere
klimaatrisico- en kwetsbaarheidsanalyses en verbeterde monitoring van kwetsbare groepen
nog nadrukkelijker op te nemen in de kaderinstructies voor onze onderhandelingen binnen
internationale financiële instellingen (IFIs).
2. Ontwikkel geïntegreerde langetermijnstrategieën op water en voedsel
Onderhanden: Het kabinet deelt het belang van geïntegreerde langetermijnstrategieën.
Water en Voedselzekerheid worden ook genoemd in de beleidsbrief Buitenlandse Zaken
2026 (Kamerstuk 36 800, nr. 103).
IOB gaf aan dat bij watermanagement er goede voorbeelden zijn voor een langetermijnstrategie
en hoe klimaat hierin verweven is. Voor voedselzekerheid is de inzet van het kabinet
om aan te sluiten bij nationale integrale voedselstrategieën, die landen ontwikkelen
in het kader van de VN Food Systems Summit van 2022, om voedselsystemen toekomstbestendig te maken. Omgaan met klimaatverandering
is hier expliciet onderdeel van, zo wordt klimaatadaptatie een steeds groter onderdeel
van de inzet op voedselzekerheid. Nederland ondersteunt het tot stand komen van deze
plannen en zal, waar mogelijk, de Nederlandse inzet op voedselzekerheid hiermee in
lijn brengen.
3. Richt je op achtergestelde groepen en op een rechtvaardige transitie.
Afgerond: het kabinet neemt nota van de IOB-conclusie dat Nederland zich moet blijven
richten op toegang tot hernieuwbare energie voor arme en achtergestelde groepen in
lage inkomenslanden en regio’s. In lijn met de beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk
36 180, nr. 133) wordt de inzet op kleinschalige hernieuwbare energie vanuit het budget voor klimaat
sinds 2025 verminderd, ook financieel. De huidige inzet via fondsen en programma’s
zal in de komende jaren aflopen. Het in 2022 verhoogde doel om tenminste 100 miljoen
mensen te bereiken met toegang tot hernieuwbare energie tot in de periode 2015–2030
is daarmee niet langer haalbaar. Het kabinet verwacht het oorspronkelijke doel van
50 miljoen bereikte mensen wel te halen.
In de brief van 20 februari 2025 (Kamerstuk 31 793, nr. 279) met de reactie op verzoek over het effect van de bezuinigingen op de Internationale
Klimaatstrategie is aangegeven dat in het licht van de bezuinigingen het kabinet niet
voornemens is aanvullende middelen vrij te maken voor het schade- en verliesfonds.
Onderhanden: in het bestuur van, en de dialoog met, financiële instellingen, fondsen
en programma’s en uitvoerende organisaties wordt ingezet op mobilisatie van klimaatfinanciering,
zonder de armste en meest kwetsbare doelgroepen uit het oog te verliezen.
4. Maak zoveel mogelijk private investeringen mogelijk en focus op additionaliteit
Afgerond: naar aanleiding van de deelstudie klimaatfinanciering in de evaluatie naar
klimaatfinanciering (Kamerstuk 32 813, nr. 811) had Nederland zich al met succes ingespannen voor nieuwe regels voor Private Sector
Vehikels die onder meer voor schrijven dat de betreffende programma’s worden getoetst
op zowel financiële additionaliteit als ontwikkelingsadditionaliteit. Naar aanleiding
van de evaluatie naar klimaatfinanciering (Kamerstuk 32 813, nr. 811) is het ministerie ook doorgegaan met het stimuleren van zoveel mogelijk private
investeringen conform genoemde aanbeveling van IOB. In 2025 is de mobilisatie verder
gegroeid, hierover wordt gerapporteerd in het HGIS-verslag 2025.
5. Verbeter de coherentie van het beleid: met ambitieuzer binnenlands beleid en verduurzaming
van de consumptie.
Onderhanden: het kabinet omarmt de IOB-aanbeveling om producenten en productielanden
te ondersteunen om ontbossing te voorkomen en diplomatie in te zetten om ook niet-EU
consumptielanden te bewegen tot het verduurzamen van waardeketens. Binnen deze aanpak
wordt bijvoorbeeld ingezet op de totstandkoming van de EU ontbossingsverordening (EUDR).
In lijn met de IOB-aanbevelingen wordt tevens ingezet op flankerend beleid, om te
voorkomen dat kleine producenten worden uitgesloten uit toeleveringsketens. Ook is
het terugbrengen van de Nederlandse land-, water- en klimaatvoetafdruk onderdeel van
het actieplan beleidscoherentie voor ontwikkeling. In het Nationaal Biodiversiteitsplan
dat op 25 maart 2025 met de Kamer is gedeeld (Kamerstuk 26 407, nr. 155) staat de inzet op het verkleinen van de voetafdruk en de inzet op effectievere overheidsuitgaven
beschreven.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings- artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Coherentie van het Nederlandse beleid en de effecten op voedselzekerheid, water en
klimaat in ontwikkelings-landen, 2016–2023.
Synergie in ontwikkeling
Periodieke rapportage over periode 2016
t/m 2023
2024
H17, Artikel 2
Voedselzekerheid € 388,41 mln
Water € 201,68 mln
Klimaat € 307,06 mln
totaal € 897 mln
Toelichting evaluatie: Nederland ondersteunt voedselzekerheid, waterbeheer, en klimaatactie
in ontwikkelingslanden. De evaluatie onderzocht de resultaten en hoe deze zijn beïnvloed
door coherentie: de samenhang tussen verschillende thema’s en verschillende actoren,
tussen kortetermijnprojecten en langetermijnstrategieën, en tussen activiteiten op
verschillende schaalniveaus.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Ondersteun nationale langetermijn-strategiëen van partnerlanden
Onderhanden: In met name de stabiele landen zijn de eigen nationale langetermijn strategieën
– national pathways voor voedselzekerheid, en waterstrategieën – een belangrijk kader. In 2025 heeft
het kabinet voor partnerlanden nieuwe meerjarenlandenstrategieën (MLS) opgesteld.
Daarbinnen wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij het beleid en bij robuuste
plannen van de betreffende landen. Ook vermindering van de lange-termijn negatieve
gevolgen van klimaatverandering is hierbij een belangrijk aandachtspunt.
2. Zet beleidsdialoog voort en ondersteun de institutionele capaciteit van partnerlanden
Onderhanden: zie hierboven. MLS-en zijn in 2025 in dialoog met partnerlanden opgesteld
en zullen de komende jaren daarna samen met/in dialoog met partnerorganisaties in
die landen worden uitgevoerd. Ambassades spelen hierbij een belangrijke rol. Het kabinet
ondersteunt interventies die als specifieke doel hebben om institutionele capaciteit
te versterken. Daarnaast is ook «lokaal-geleide ontwikkeling» een mechanisme om institutionele
capaciteit van partnerlanden te versterken.
3. Maak langetermijnafspraken voor programma’s
Onderhanden: de intensivering van de inzet van het kabinet op voedselzekerheid en
water vergroot de ruimte voor langetermijnafspraken in met name stabiele landen. Een
deel van de voedselzekerheid- en water- programma’s heeft al een horizon van 6 tot
10 jaar. Met het nieuwe beleid kan dit aandeel verder groeien. Dit komt voorspelbaarheid
van de hulp ten goede, bestendigt partnerschappen, creëert ruimte voor synergie, vermindert
transactiekosten en vergroot impact. Waar opportuun, zal het kabinet langetermijnprogramma’s
combineren met kortetermijninterventies. Die combinatie doet recht aan de lange adem
die nodig is voor ontwikkelingsprocessen, terwijl kortetermijnresultaten ook waardevol
zijn om lange-termijnprogrammering bij te sturen.
4. Werk vanuit een geïntegreerde systeembenadering aan een gedifferentieerde aanpak
Onderhanden: zowel voor de voedselsysteembenadering als voor het geïntegreerd waterbeheer
werkt het kabinet waar mogelijk vanuit een geïntegreerde systeembenadering, met aandacht
voor directe impact op mensen en randvoorwaarden (informatie, beleid, regelgeving,
instituties, financiering, enz.) om impact te bestendigen. In de MLS wordt dit uitgewerkt.
Hierbij differentieert het kabinet, afhankelijk van de context in een land of regio.
Soms wordt intensiever samengewerkt met publieke partners, soms met private of maatschappelijke
organisaties. De politieke situatie, specifieke doelgroepen waar het beleid zich op
richt, of focus op specifieke Nederlandse belangen zullen dergelijke keuzes mede bepalen.
Maatwerk is een hierbij sleutelbegrip.
5. Vergroot de rol van ambassades
Onderhanden: het kabinet beoogt de capaciteit op ambassades effectief en efficiënt
in te zetten, ook ten behoeve van coherente realisatie van beleidsdoelen op voedselzekerheid
en water. De taakstelling voor het postennetwerk en de veiligheidssituatie in partnerlanden
beperken de mate waarin ambassades een grotere rol kunnen spelen. In stabiele landen
zijn die beperkingen minder groot dan in conflictlanden, en de eerste groep landen
biedt dan ook het meeste perspectief op dit punt. Het gaat om maatwerk. In 2025 is
dit in MLS-en uitgewerkt die vanaf 2026 worden uitgevoerd.
6. Verschuif de nadruk bij monitoring en evaluatie van project- naar programmaniveau
Onderhanden: ook bij deze aanbeveling geldt dat het perspectief voor programmatische
evaluatie beter is in stabiele landen met goede randvoorwaarden voor langetermijnprogrammering
dan in conflictlanden. Waar opportuun zullen in de MLS-en initiatieven tot dit soort
evaluaties worden opgenomen.
7. Ontwikkel coherent beleid dat productie, consumptie en milieudoelstellingen met
elkaar verbindt
Onderhanden: zoals al aangegeven in de beleidsreactie op de Periodieke rapportage
zal het kabinet op verschillende kanalen blijven inzetten: EU-handelsverdragen, voedselsysteembenadering,
en interdepartementale coördinatie via onder andere de Monitor Brede Welvaart en de
Nationale SDG-rapportage.
SEA-THEMA: Sociale vooruitgang
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Het Nederlandse beleid onder het thema Sociale vooruitgang beoogt menselijke ontplooiing
en het bevorderen van sociale gelijkheid en inclusieve ontwikkeling. Er zijn vier
subthema’s:
– Subthema Mondiale gezondheid en seksuele en reproductieve gezondheid en rechten:
het versterken van gezondheidssystemen en verbeteren van toegang tot basisgezondheidszorg
en Seksuele en Reproductieve Gezondheid en Rechten (SRGR);
– Subthema Vrouwenrechten en gendergelijkheid: het bevorderen van vrouwenrechten en
gendergelijkheid;
– Subthema Maatschappelijk middenveld: versterking van het maatschappelijk middenveld
en bevordering en bescherming van de politieke ruimte voor maatschappelijke organisaties;
– Subthema Onderwijs: versterken van het onderwijs en daarmee bijdragen aan het vergroten
van kansen en perspectieven voor jongeren.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings- artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage van Nederlandse steun aan Sociale Vooruitgang.
Complexe routes naar blijvende sociale verandering
Periodieke rapportage over periode 2018
t/m 2024
2025
H17, Artikel 3
€ 543 mln voor Mondiale gezondheid/SRGR; € 49 voor Vrouwenrechten en gendergelijkheid;
€ 227 mln voor maatschappelijk middenveld;
€ 17 mln voor Onderwijs.
Totaal: € 835 mln
Toelichting evaluatie: Deze Periodieke rapportage evalueert de het Nederlandse sociale
ontwikkelingsbeleid in de periode 2018 t/m 2024. De rapportage richt zich op vier
thema’s: mondiale gezondheid en
seksuele en reproductieve gezondheid en rechten (SRGR); vrouwenrechten en gendergelijkheid;
maatschappelijk middenveld en onderwijs.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Zet het principe van gecoördineerde en voorspelbare financiering van Nederland
op het gebied van mondiale gezondheid en SRGR voort, met een focus op ondersteuning
van nationale overheden en systemen
Onderhanden: op basis van de Mondiale Gezondheidsstrategie 2023–2030 zet Nederland
zich in voor een toekomstbestendige mondiale gezondheidsarchitectuur. Het versterken
van nationale gezondheidssystemen blijft daarom onderdeel van de Nederlandse inzet.
In lijn met de aanbeveling zal het kabinet blijven inzetten op een combinatie van
ongeoormerkte, flexibele en meerjarige financiering van multilaterale organisaties
en grote fondsen en ondersteuning van (lokale) maatschappelijke organisaties.
2. Zorg voor betrouwbare en verantwoorde partnerschappen met zowel multilaterale en
internationale organisaties als met ngo’s/CSO’s
Onderhanden: met multilaterale organisaties en maatschappelijke organisaties worden
geregeld beleidsdialogen gehouden en Nederland speelt samen met gelijkgezinde donoren
een actieve rol in bestuursorganen van mondiale gezondheidsfondsen als GAVI en Global
Fund.
Het kabinet onderschrijft de aanbeveling van IOB om in onze samenwerking met maatschappelijke
organisaties grote, complexe partnerschappen te vermijden. Daarom wordt onder andere
in het beleidskader Focus (2026–2030) geen consortia van maatschappelijke organisaties
met veel tussenlagen gefinancierd.1 Op deze manier wordt de beheerslast van programma’s voor Buitenlandse Zaken en partnerorganisaties
verminderd.
De aanbeveling om duurzaamheids- en exit-strategieën standaard onderdeel te maken
van programmavoorstellen is meegenomen in de criteria voor de beoordeling van programmavoorstellen
onder het beleidskader Focus.
3. Ontwikkel realistische beleidskaders en programma’s binnen de invloedssfeer van
Nederland
Onderhanden: bij het opstellen van het beleidskader Focus is ingezet op versimpeling
van de monitoring en evaluatie met focus op directe haalbare resultaten.
4. Betrek lokale organisaties en doelgroepen vanaf de ontwerpfase bij programma’s,
zodat de doelstellingen van het programma aansluiten bij behoeften van de doelgroepen
Onderhanden: lokaal eigenaarschap is binnen het beleidskader Focus centraal gesteld.
Een belangrijk beoordelingscriterium op basis waarvan partners worden geselecteerd,
is de mate waarin de aanvrager een heldere visie en aanpak presenteert voor het stimuleren
van lokaal eigenaarschap.
Tijdens een inceptiefase werken de partners die middels dit kader financiering ontvangen
hun programma’s verder uit met lokale organisaties.
In deze programma’s is conform de IOB-aanbeveling ruimte voor zowel pleitbezorging
als dienstverlening.
5. Blijf voortbouwen op de goede resultaten en praktijken van lokaal geleide interventies
Onderhanden: geleerde lessen met betrekking tot lokaal geleide interventies zijn meegenomen
in de uitwerking van het subsidiebeleidskader Focus.
Zo wordt het FemFocus budget – net als bij Leading From the South – via een support
partner die uitsluitend financiering en capaciteitsversterking verstrekt, besteed
aan zuidelijke organisaties.
6. Definieer duidelijke doelstellingen op het gebied van gelijkheid, en operationaliseer
en monitor ze.
Onderhanden: conform de kabinetsreactie werkt het kabinet aan een structurele toepassing
van de OESO-DAC gendermarker, onder andere via toepassing van genderanalyses en formulering
van genderspecifieke doelstelling binnen de activiteitencyclus.
X Noot
1
Zie Kamerbrief over het beleidskader voor samenwerking met maatschappelijke organisaties
in ontwikkelingshulp 2026–2030 (Kamerstuk 31 865, nr. 282) d.d. 27 juni 2025.
SEA-THEMA: Vrede, veiligheid en duurzame ontwikkeling
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Het beleid op dit thema beoogt in landen met minder sterke overheden en kwetsbare
samenlevingen bij te dragen aan stabiliteit en aan een maatschappelijke orde die is
gebaseerd op recht en democratische waarden. De belangen van burgers en van kwetsbare
en gemarginaliseerde groepen nemen daarin een belangrijke plaats in. Inspanningen
richten zich op het helpen aanpakken van structurele onderliggende oorzaken van instabiliteit
en conflict, op het bevorderen van basisvoorwaarden voor een menswaardig bestaan en
op weerbaarheid en veerkracht van mensen en hun gemeenschappen. Dit draagt eraan bij
dat mensen die door conflict, uitsluiting en rechteloosheid kwetsbaar zijn of door
een humanitaire crisissituatie in nood verkeren, in veiligheid en waardigheid kunnen
(over)leven en perspectief hebben. Het draagt ook bij aan internationale stabiliteit.
Dit beleidsthema heeft drie sub-thema’s: humanitaire hulp, opvang en bescherming in
de regio (en migratiesamenwerking), en bevordering van veiligheid en rechtsorde.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings- artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Vrede, Veiligheid en duurzame ontwikkeling.
Periodieke rapportage over periode 2015
t/m 2023
2025
H17, Artikel 4
€ 638 mln humanitaire hulp;
€ 267 mln Opvang in de regio en migratiesamenwerking;
€ 209 mln Veiligheid en Rechtsstaatontwikkeling.
Totaal: € 1.114 mln
Toelichting evaluatie: Tussen 2015 en 2023 richtte artikel 4 van de begroting voor
Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking (BHOS) zich op vrede, veiligheid
en duurzame ontwikkeling. Deze periodieke rapportage biedt inzicht in de (voorwaarden
voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van de beleidsinstrumenten en uitgaven.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Het ministerie moet doorgaan met het verstrekken van voorspelbare, meerjarige en
ongeoormerkte financiering aan humanitaire organisaties. Deze benadering is bewezen
doeltreffend en doelmatig.
Onderhanden: het kabinet blijft investeren en pleiten voor meerjarige, vrijwillige
partnerschappen omdat daarmee de hulp zo tijdig en efficiënt mogelijk wordt geleverd.
Meer dan de helft van het budget voor humanitaire hulp wordt verstrekt via voorspelbare,
meerjarige en ongeoormerkte financiering aan humanitaire organisaties.
2. Nederland moet de vaak te ambitieuze overkoepelende beleidsdoelstellingen van het
opereren in fragiele en door conflict getroffen gebieden heroverwegen. Daarnaast dienen
de overkoepelende doelstellingen vertaald te worden naar concrete, realistische landspecifieke
doelstellingen die binnen de Nederlandse invloedssfeer
liggen.
Onderhanden: conform de beleidsbrieven (beleidsbrief Ontwikkelingshulp (Kamerstuk
36 180, nr. 133) en beleidsbrief Buitenlandse Zaken 2026 (Kamerstuk 36 800, nr. 103)) en de IOB evaluatie heeft het kabinet het beleid op het gebied van veiligheid en
stabiliteit meer gefocust op landen die belangrijk zijn voor Nederland.
We werken momenteel in drie nabuurregio’s, zijnde West-Afrika (inclusief de Sahel);
de Hoorn van Afrika en het Midden-Oosten en Noord-Afrika (de MENA-regio). Er zijn
overkoepelende doelstellingen voor deze regio’s opgesteld, die zijn vertaald in meerjarige
landenstrategieën.
Er is hierbij goed gekeken naar de toegevoegde waarde en aansluiting op de inzet van
andere donoren.
3. De coherentie van het BHOS-artikel 4 beleid moet worden verbeterd en het ministerie
moet doorgaan met het adresseren van fragmentatie.
Onderhanden: om fragmentatie tegen te gaan is het totaal aantal activiteiten in fragiele
landen sterk teruggedrongen en wordt nog verder gecentraliseerd.
Om de coherentie te verbeteren zijn nieuwe beleidstheorieën en een aansluitend resultatenkader
opgesteld.
De resultaten hierin zijn zo geformuleerd dat we beter kunnen inspelen op lokale,
steeds veranderde contexten.
Ook vindt regulier overleg met andere departementen plaats om de OS-inzet in fragiele
landen beter af te stemmen op bijvoorbeeld de inzet van de Ministeries van Defensie
en V&J.
Het ministerie moet de ambities met betrekking tot lokalisering in de praktijk gaan
brengen
Onderhanden: het kabinet blijft zich inspannen om meer samen te werken met lokale
(hulp)organisaties, in plaats van met internationaal opererende ngo’s. Lokaal werken
is een expliciet resultaatgebied in het onder 3. genoemde resultatenkader. Ook maakt
het standaard deel uit van de beleidsdialoog met partners en worden resultaten op
lokalisatie meegenomen in de monitoring en evaluaties.
SEA-THEMA: Multilaterale samenwerking en overige inzet
Overkoepelende toelichting SEA-thema:
Nederland zet in op multilaterale samenwerking om mondiale uitdagingen zoals extreme
armoede, klimaatverandering en migratie aan te pakken. Onder artikel 5.1 BHOS gaat
het merendeel van de middelen naar VN-organisaties en regionale ontwikkelingsbanken
die ongeoormerkte bijdragen ontvangen om hun brede mandaat flexibel uit te voeren.
Titel onderzoek
Type onderzoek
Jaar afronding
Begrotings- artikel(en)
Budgettaire grondslag (laatste evaluatiejaar)
Periodieke rapportage Multilaterale samenwerking
Mondiale uitdagingen, gezamenlijke oplossingen
Periodieke rapportage over periode 2017
t/m 2023
2025
H17, Artikel 5.1
€ 86,4 mln Regionale ontwikkelingsbanken
€ 73,4 mln VN-organisaties
€ 14,3 mln Overig
Totaal:
€ 174 mln
Toelichting evaluatie: Deze periodieke rapportage richt zich op de vraag welke inzichten
er beschikbaar zijn over (de voorwaarden voor) doeltreffendheid en doelmatigheid van
multilaterale organisaties die tussen 2017 en 2023 ongeoormerkte financiering van
Nederland hebben ontvangen? Wat zegt dit over de Nederlandse inzet op het gebied van
multilaterale samenwerking ten behoeve van de Nederlandse BHOS-doelstellingen en welke
lessen kunnen hieruit getrokken worden voor huidig en toekomstig beleid? Deze PR laat
zien hoe de vier grootste ontvangers – UNICEF, UNDP, de Afrikaanse Ontwikkelingsbank
(AfDB) en de Aziatische Ontwikkelingsbank (AsDB) – bijdragen aan de BHOS-doelstellingen
en welke rol ongeoormerkte financiering daarbij speelt.
Aanbevelingen/bevindingen:
Toelichting status opvolging:
1. Versterk de rijksbrede afstemming van de multilaterale inzet
Onderhanden: het belang van rijksbrede afstemming wordt onderkend, en is integraal
onderdeel van de uitvoering van het Beleidskader Mondiaal Multilaterisme dat in 2023
werd vastgesteld. Hierbij wordt ook meer gebruik gemaakt van kaderinstructies.
2. Bewaak de omvang van het thematische mandaat van multilaterale organisaties
Onderhanden: het bewaken van het thematische mandaat vindt plaats via de kiesgroepen
(bij multilaterale banken) en bestuursraden. Dit betreft onder meer het meesturen
op de strategische plannen en overige besluiten. Bij de hervormingen wordt ook ingezet
op het beschermen van mandaten op thema’s als gender en klimaat.
3. Spoor multilaterale organisaties aan om goed bestuur in partnerlanden structureler
te versterken
Onderhanden: goed bestuur is een belangrijke factor voor effectieve ontwikkeling.
We ondersteunen multilaterale organisaties in het verbeteren hiervan. Daarnaast draagt
Nederland ook bij aan specifieke instrumenten die bijdragen aan betere capaciteit
en aan het maatschappelijk middenveld.
4. Spreek multilaterale organisaties via executive boards en werkgroepen aan op het
belang van het versterken van hun onafhankelijke evaluatieafdelingen
Onderhanden: Nederland dringt bij alle organisaties aan op een goede kwaliteit van
de interne evaluatie. Daarnaast was Nederland in 2025 als voorzitter van de Multilateral Performance Network (MOPAN) betrokken bij het versterken van de toetsing van multilaterale organisaties.
5. Blijf inzetten op de systematiek van meerjarige financiering om voorspelbaarheid
en doelmatigheid te versterken en stimuleer andere donoren dit eveneens te doen
Onderhanden: Nederland blijft inzetten op meerjarige financiering en tijdige betaling,
en zal ook anderen aansporen om dit te realiseren.
6. Zet in op gerichte institutionele hervormingen bij multilaterale organisaties op
cruciale aspecten van doelmatigheid waar zij soms onvoldoende presteerden
Onderhanden: via MOPAN assessments worden multilaterale organisatie getoetst waar
verbeteringen nodig zijn. Dit doen we in multidonorverband. De conclusies en aanbevelingen
worden gebruikt om via boards en kiesgroepen verbeteringen na te streven.
7. Verbeter de informatievoorziening over Nederlandse verdienkansen én behaalde verdiensten
in het kader van multilaterale samenwerking
Onderhanden: meerdere initiatieven zijn ondernomen om de koppeling tussen de inzet
van multilaterale organisaties en Nederlandse verdienkansen te vergroten, onder meer
gericht op IFAD en de Afrikaanse ontwikkelingsbank.
8. Voer vervolgonderzoek uit om de doeltreffendheid en doelmatigheid van multilaterale
samenwerking verder te verbeteren
Onderhanden: Nederland maakt zo veel mogelijk gebruik van bestaande onderzoeken en
evaluaties. Het beleidskader Mondiaal Multilateralisme is onderworpen aan een tussentijdse
review in 2026 om voortgang en relevantie hiervan te toetsen.
De Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking,
S.W. Sjoerdsma
Indieners
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking