Brief regering : RAM-spreadsheets op basis van nationaliteit of postcode
31 066 Belastingdienst
Nr. 1538
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 18 mei 2026
In het commissiedebat Belastingdienst van 19 maart 2026 werd stilgestaan bij het Risico
Analyse Model (RAM) en in het bijzonder bij het onderzoek dat de Belastingdienst heeft
verricht naar gevonden RAM-spreadsheets op basis van nationaliteit of postcode. Dit
onderzoek stuurde mijn ambtsvoorganger aan uw Kamer op 27 januari 2026.1
Ik sprak de bereidheid uit om ambtenaren van mijn departement een technische briefing
te laten verzorgen over dit onderzoek. Uw Kamer heeft besloten daar geen gebruik van
te maken. Derhalve beantwoord ik, voorafgaand het tweeminutendebat, de door uw leden
gestelde vragen in deze brief.
Voorafgaand de beantwoording, hecht ik eraan te melden dat reeds uitgebreider onderzoek
is gedaan naar de specifieke RAM-spreadsheets dan is toegezegd. Zo zijn RAM-spreadsheets
waar twijfel over bestond of die binnen de scope vielen in het onderzoek opgenomen
en zijn waar dat relevant leek, ook andere middelen dan de inkomstenheffing onderzocht.
Gezien het tijdsverloop en de gebrekkige vastlegging rondom RAM, wil ik ervoor waken
dat de verwachting ontstaat dat meer of ander onderzoek naar de reeds onderzochte
lijsten, andere uitkomsten oplevert.
De Autoriteit Persoonsgegevens meldt in haar reactie op het onderzoek van de Belastingdienst
naar RAM-spreadsheets dat de Belastingdienst ook andere effecten dan financieel nadeel
had moeten onderzoeken, omdat die ook kunnen bijdragen aan ongelijke behandeling.
Waarom is alleen gekeken naar «financieel nadelig effect» en niet naar mogelijke andere
effecten?
Mijn ambtsvoorganger heeft in zijn brief van 6 maart 20252 toegezegd dat onderzoek wordt gedaan naar 14 aangetroffen RAM-spreadsheets op basis
van nationaliteit. Hij zegde toe dat onderzocht wordt of personen zijn geselecteerd
op voor het (fiscaal) toezicht relevante en objectief gerechtvaardigde gronden en
dat hiervoor de methode gebruikt wordt die ontwikkeld is om de Wet compensatie wegens
selectie aan de poort uit te voeren. Hiermee kan vastgesteld worden of sprake is geweest
van (on)gelijke behandeling van personen bij de selectie van aangiften inkomstenheffing
voor onderzoek en of zij hierdoor onterecht een financieel nadeel hebben ondervonden.
In een later stadium zijn op basis van motie Ergin onder andere RAM-spreadsheets op
basis van postcode aan dit onderzoek toegevoegd.
Mijn voorganger deed deze toezegging omwille van de uitvoerbaarheid. De Belastingdienst
heeft ervaring met deze specifieke methodiek opgedaan en kan zich daarbij zoveel mogelijk
baseren op de fiscale dossiers van belastingplichtigen. In dergelijke dossiers is
informatie veelal gestructureerd vastgelegd. Dit is belangrijk, omdat KPMG in haar
onderzoek naar RAM reeds constateerde dat de archivering rond RAM niet op orde was,
waardoor veel informatie niet meer beschikbaar is. Daarnaast betreft het spreadsheets
die vanaf 1998 tot en met 2018 konden zijn opgesteld, dat is in de meeste gevallen
een (te) lang tijdsverloop om te kunnen achterhalen waarvoor en met welk proces een
bepaalde RAM-spreadsheet is opgesteld en welke gevolgen dat mogelijk heeft gehad.
Tot slot bestond er enige druk om het onderzoek binnen een afzienbare tijd op te leveren.
Door het onderzoek afgebakend te houden, kon het onderzoek binnen circa driekwart
jaar opgeleverd worden. Door specifiek te kijken naar financiële benadeling door een
discriminatoire selectie of behandeling heeft het onderzoek zich gericht op een effect
waar herstel mogelijk en geboden is.
Waarom is er in het onderzoek van de Belastingdienst naar RAM-spreadsheets op basis
van nationaliteit of postcode niet gekeken naar indirecte discriminatie, extra vragenbrieven
en intensief toezicht?
Er is gekeken naar indirecte discriminatie door de RAM-spreadsheets met een selectie
op postcode hierop te beoordelen en te analyseren met diverse controle-variabelen,
zoals of sprake is van een oververtegenwoordiging van een bepaalde nationaliteit.
Indien er een risico bestond op indirecte discriminatie door het gebruik van postcode,
is voor personen die in deze RAM-spreadsheets waren opgenomen en waarbij in de relevante
periode een correctie in de inkomstenbelasting heeft plaatsgevonden, beoordeeld of
een objectieve en gerechtvaardigde reden was voor de selectie van de aangifte voor
onderzoek. Daarmee is dus gekeken of deze personen hierdoor onterecht een financieel
nadeel hebben ervaren in de heffing in de inkomstenbelasting.
Vragenbrieven zijn inderdaad niet als afzonderlijk effect onderzocht. Hierbij is aangesloten
bij het herstelbeleid rondom de Fraude Signaleringsvoorziening (FSV). Daarbij is sprake
van een relevant nadelig gevolg wanneer een registratie in FSV daadwerkelijk heeft
geleid tot financiële schade of disproportionele behandeling. Veel gebeurtenissen,
zoals het ontvangen van een vragenbrief, passen binnen het – door burgers te verwachten
– reguliere toezichtproces en kunnen (ook) onderdeel zijn van normale controlehandelingen.
Verder is de impact vaak beperkt als een vragenbrief niet heeft geleid tot het afwijken
van de ingediende aangifte inkomstenheffing. Ook geldt dat in de praktijk opvallende
aangiften eerst worden opgevolgd door een vragenbrief, voordat wordt besloten of afgeweken
moet worden van de aangifte. Omdat bij alle aangiften die zijn onderzocht is afgeweken
van de aangifte inkomstenheffing en deze personen dus te maken hebben gehad met een
vragenbrief, is het afzonderlijk bezien van gevallen met alleen een vragenbrief die
uiteindelijk niet tot het afwijken van de aangifte hebben geleid van beperkte toegevoegde
waarde. Om die reden is, in lijn met de eerdere afwegingen bij FSV en gegeven de mogelijkheden
van het onderzoek, besloten dit aspect niet verder te onderzoeken.
Intensief toezicht is niet als afzonderlijk effect onderzocht. Als intensief toezicht
heeft geleid tot het afwijkend vaststellen van de aangifte inkomstenheffing van een
persoon, is dit in het onderzoek betrokken door te beoordelen of de selectie van de
aangifte voor controle correct heeft plaatsgevonden.
Waarom is slechts een deel van de lijsten op basis van postcode onderzocht? Motie Ergin riep de regering op om RAM-spreadsheets op basis van postcode te onderzoeken.
Hiervoor kwalificeerden 51 RAM-spreadsheets.
– In 6 spreadsheets werden gegevens opgevraagd aan de hand van een 4 cijferige en 2 letterige
postcode. Naar deze spreadsheets is vervolgonderzoek verricht.
– In 5 spreadsheets werd geselecteerd op één adres. Deze spreadsheets zijn niet nader
onderzocht, omdat het onaannemelijk is dat een dergelijke selectie kan leiden tot
een schending van het grondrecht op gelijke behandeling. Er is geen sprake van selectie
op een bepaalde wijk of bepaalde groep personen en er zal een specifieke aanleiding
voor bestaan die buiten RAM bekend was.
– In 40 spreadsheets was postcode aanwezig, maar werd hier niet in RAM op geselecteerd.
Er werd een selectie buiten RAM gemaakt, die vervolgens in RAM is geplaatst. Hier
zijn controle-variabelen toegepast om te beoordelen of er kans bestond op indirecte
discriminatie. Naar 14 spreadsheets is vervolgens vervolgonderzoek verricht.
In het onderzoek3 van de Belastingdienst wordt dit uitgebreid toegelicht op pagina’s 18 tot en met
20.
In de volgende paragraaf licht ik toe dat er een zoekslag loopt naar andere RAM-spreadsheets
en dat besluitvorming over wat daar mee gedaan moet worden na afronding van die zoekslag
plaatsvindt. Indien RAM-spreadsheets met postcode daar anders onderzocht worden dan
in het reeds afgeronde onderzoek, dan ben ik bereid de reeds onderzochte RAM-spreadsheets
met postcode aan dat nieuwe onderzoek toe te voegen.
Welke onderzoeken lopen er allemaal en wanneer kan daar meer over verteld worden?
Op dit moment is de zoekslag naar RAM-spreadsheets in uitvoering. Met dit onderzoek
wordt gezorgd dat RAM-spreadsheets binnen de Belastingdienst en Douane niet (meer)
gebruikt kunnen worden. Gezamenlijke en persoonlijke werkomgevingen van medewerkers
worden hiervoor doorzocht en aangetroffen RAM-spreadsheets worden veiliggesteld. Het
onderzoek naar de omgevingen van de Belastingdienst en Douane is nagenoeg afgerond.
Ik heb recent besloten de werkomgevingen van Toeslagen aan deze zoekslag toe te voegen
wegens de bevindingen bij de Belastingdienst, alhoewel uit het KPMG onderzoek van
begin 2025 niet bleek dat RAM binnen Toeslagen werd gebruikt. Hiervan moet de zoekslag
nog starten. Ook wordt de zoekslag naar RAM-spreadsheets uitgebreid naar de datakluis
waarover ik uw Kamer recent informeerde.
Ik verwacht uw Kamer dit najaar te informeren over de dan bekende resultaten van de
totale zoekslag. Dan meld ik u ook wat ik voornemens ben om met de gevonden RAM-spreadsheets
te doen. Dit is afhankelijk van eventuele aanwijzingen dat sprake kan zijn van een
verhoogde kans op ongelijke behandeling, de beschikbaarheid en kwaliteit van de informatie
bij deze RAM-spreadsheets en de omvang van aangetroffen bestanden in de zoekslag.
Daarnaast kan het zijn dat in onderzoek naar andere lijsten, zoals het onderzoek dat
plaatsvindt naar lijsten met risicosignalen die ten tijde van het programma Herstellen,
Verbeteren, Borgen (HVB) zijn geïnventariseerd4, een dergelijke lijst destijds met behulp van RAM is opgesteld. Dat betekent dat
op die wijze ook RAM-spreadsheets nader bekeken worden, zij het in de context van
het beoordelingskader dat voor die specifieke lijsten geldt.
Tot slot informeer ik u in de stand-van-zakenbrief Belastingdienst van het najaar
over nog resterende andere toezeggingen in het kader van RAM. Dit betreft de verbetering
van het convenantenbeheer van de Belastingdienst (gegevensverstrekking aan andere
partijen) en het weer volledig in gebruik nemen van de monitor fiscaal dienstverleners
door de Belastingdienst.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën