Brief regering : Strategische Agenda Verkeersveiligheid Rijkswegen (SAVeR)
29 398 Maatregelen verkeersveiligheid
Nr. 1222
BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 mei 2026
Verkeersveiligheid is één van de prioriteiten van het Ministerie van IenW, zoals u
hebt kunnen lezen in de beleidsbrief die 24 april jl. naar de Kamer is verstuurd1. In 2025 kwamen 759 mensen om in het verkeer, fors meer dan het jaar ervoor. We hebben
de ambitie om de stijgende trend aan verkeersslachtoffers te breken. Het Ministerie
van IenW is systeemverantwoordelijk voor de verkeersveiligheid in Nederland en als
wegbeheerder ook verantwoordelijk voor de verkeersveiligheid op rijkswegen. Uit cijfers
over de afgelopen jaren blijkt dat er jaarlijks tussen de 70 en 80 verkeersdoden vallen
op rijkswegen. De maatschappelijke kosten van verkeersongevallen op rijkswegen lopen
naar schatting op tot € 1,95 miljard per jaar2. De ontwikkeling van het aantal verkeersslachtoffers – zowel op landelijke schaal
als specifiek op rijkswegen – laat zien dat inzet nodig blijft. De drukte op het wegennet
neemt verder toe, terwijl de beschikbare middelen beperkt zijn. Hoewel risico’s in
het verkeer nooit volledig uit te sluiten zijn, kunnen de risico’s met gerichte maatregelen
worden teruggebracht. In deze brief ga ik specifiek in op het verbeteren van de verkeersveiligheid
op rijkswegen.
Naar een structurele verbetering van de verkeersveiligheid op rijkswegen
Met de Strategische Agenda Verkeersveiligheid Rijkswegen (SAVeR) zet het Ministerie
van IenW een volgende stap in het structureel verbeteren van de verkeersveiligheid
op de rijkswegen. Daarmee geven we eveneens invulling aan verplichtingen vanuit de
Europese richtlijn Road Infrastructure Safety Management (RISM-II). De Tweede Kamer
is in december jl. geïnformeerd over de verkeersveiligheidsbeoordeling voor de rijkswegen
die in dat kader is opgesteld3. De SAVeR vormt het strategisch kader waarin de uitkomsten van de verkeersveiligheidsbeoordeling
worden benut en vertaald naar vervolgacties. Deze beoordeling is de basis om, binnen
de mogelijkheden die we hebben, te werken aan een structurele verbetering van de verkeersveiligheid
op rijkswegen.
Beoordeling en prioritering van risico’s op rijkswegen
In de SAVeR zijn op basis van onder andere de verkeersveiligheidsbeoordeling de grootste
risico’s op rijkswegen integraal in beeld gebracht, beoordeeld en geprioriteerd. Ook
zijn de rijkswegen ingedeeld in verschillende risicoklassen en zijn risicofactoren
die verspreid over het netwerk voorkomen in de infrastructuur, het gedrag en het voertuig
geprioriteerd.
Bij verkeersgedrag spelen hoge rijsnelheden, afleiding en alcohol- en drugsgebruik
relatief vaak een rol bij het ontstaan van ernstige ongevallen. In de infrastructuur
komen de grootste risico’s voort uit acht dominante wegkenmerken, waaronder onvoldoende
vergevingsgezinde berminrichting en het ontbreken van rijrichtingsscheiding. Een deel
van de slachtoffers is vermijdbaar als de weginrichting en verkeerssituaties meer
herkenbaar, voorspelbaar en vergevingsgezind zijn. Voor voertuigen liggen de uitdagingen
op het gebied van het functioneren en gebruiken van rijhulpsystemen.
Vervolgstappen naar een samenhangende aanpak
Gezien deze samenhangende risicofactoren is een aanpak nodig waarbij infrastructuur
voorspelbaar is ingericht en menselijke fouten zo goed mogelijk opvangt, verkeersgedrag
minder risicovol wordt en ondersteunende voertuigsystemen zo goed mogelijk worden
gebruikt en kunnen functioneren voor de verkeersveiligheid. Dat vraagt niet alleen
om inspanning van de wegbeheerder, maar nadrukkelijk ook van de weggebruiker. Daarom
zetten we in op een aanpak langs vier pijlers:
1. structureel en gericht werken aan een veilige weginrichting,
2. bevorderen van veilig verkeersgedrag op rijkswegen,
3. stimuleren van veilig gebruik van rijhulpsystemen in voertuigen en
4. het blijven ontwikkelen en benutten van data als basis voor afwegingen over (nieuw)
beleid.
Dit jaar wordt het verbeterpotentieel van maatregelen op de grootste risico’s en risicolocaties
nader uitgewerkt. Daarbij wordt gekeken naar doeltreffendheid, kosteneffectiviteit
en uitvoerbaarheid over de pijlers infrastructuur, gedrag en voertuig. Binnen de beschikbare
middelen voor infrastructurele maatregelen op rijks-N-wegen is geen ruimte voor aanvullende
maatregelen. Voor infrastructurele maatregelen wordt, zoals verwoord in het Coalitieakkoord,
onderhoud waar mogelijk gekoppeld aan verbeteringen in verkeersveiligheid, regionale
bereikbaarheid en doorstroming. Een afweging over in te zetten infrastructurele verkeersveiligheidsmaatregelen
wordt gemaakt in samenhang met de verdere uitwerking van het Toekomstperspectief Hoofdwegennet.
Het Toekomstperspectief fungeert als visie op het hoofdwegennet en stuurt op de kwaliteit
van de hoofdwegen. De Kamer wordt in het najaar van 2026 geïnformeerd over het Toekomstperspectief
Hoofdwegennet.
Met het in beeld brengen van het verbeterpotentieel van maatregelen op de grootste
risico’s en risicolocaties geven we invulling aan de motie Bikkers c.s., waarmee de
regering is verzocht de grootste verkeersveiligheidsrisico’s en risicolocaties op
de rijkswegen inzichtelijk te maken en om in 2027 een maatregelenpakket met kostenindicatie
in beeld te brengen4.
Ik streef ernaar om de Kamer voor de zomer van 2027 over de uitkomsten van deze vervolgstap
te informeren. De omvangrijke instandhoudingsopgave op het rijkswegennet en de beperkte
financiële ruimte maken het noodzakelijk om hierin scherpe en slimme keuzes te maken,
zoals recentelijk ook geschetst in de Kamerbrief over de prioritering op het Mobiliteitsfonds
en Deltafonds5 en de Beleidsbrief Infrastructuur en Waterstaat6.
De lopende inzet op verkeersveiligheid op rijkswegen wordt daarbij onverminderd voortgezet.
Ik informeer de Kamer met de volgende MIRT-brief over de verkeersveiligheidsaanpak
rijks-N-wegen, waaronder de aangepaste aanpak voor de N36 op basis van het extra budget
dat met de Voorjaarsnota 2025 beschikbaar is gekomen. Ook werk ik aan de uitwerking
van de motie Van der Plas-Stoffer7, waarmee de regering is verzocht extra budget in te zetten voor de aanpak van de
N50 Kampen-Ramspol.
Tot slot
Met de SAVeR legt het kabinet het fundament voor een structurele verbetering van de
verkeersveiligheid op rijkswegen. Dit fundament helpt ons om de komende jaren scherpe
en slimme keuzes te maken en de inzet te richten daar waar het veiligheidsrendement
het grootst is. De SAVeR is daarmee geen eindproduct, maar een startschot voor een
structurele en samenhangende aanpak. Daarover blijft het kabinet de komende jaren
graag met de Kamer in gesprek.
De Minister van Infrastructuur en Waterstaat,
V.P.G. Karremans
Indieners
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat