Brief regering : Schriftelijke beantwoording openstaande vragen gesteld tijdens het commissiedebat Verdienvermogen van Nederland van 9 april 2026
32 637 Bedrijfslevenbeleid
Nr. 760
BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN KLIMAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 mei 2026
Op 9 april heeft een Commissiedebat plaatsgevonden over het Verdienvermogen van Nederland.
Tijdens dit debat is de beantwoording van enkele vragen niet aan de orde gekomen als
gevolg van tijdgebrek. Zoals toegezegd, stuur ik u hierbij de antwoorden op de onbeantwoorde
vragen van de blokjes 1) strategische autonomie en 2) overig.
1. Strategische autonomie
D66
Vraag:
Kan de Minister nader toelichten wat concreet nodig is om de ambities uit de halfgeleidersvisie
te realiseren? In de begeleidende brief kan worden gelezen dat er meer nodig is op
Europees en nationaal niveau. Kan de Minister uitleggen waar er dan meer nodig is
(financiering, prioritering en/of uitvoering)? En kan de Minister aangeven op welke
wijze en op basis van welke stukken het gesprek met de Kamer hierover zal plaatsvinden,
en of hierover nog een nadere (aanvullende) brief wordt gestuurd? Komt er nog een
andere begeleidende brief met daarin een deel over die financiering, uitvoering en
prioritering, of doen we het puur op basis van de visie van de Semicon Board?
Antwoord:
• De ambities uit de Semicon Visie 2035, die in nauwe samenwerking met het veld tot
stand zijn gekomen, vormen het startpunt om voor de halfgeleiderindustrie de vertaalslag
te maken naar concrete projecten.
• We gaan aan de slag, maar niet alles kan hierbij tegelijk. De meest urgente projecten
zullen als eerste worden opgepakt. Hierbij zijn privaat financieel commitment en impact
essentieel. Wat er precies nodig is om deze projecten te realiseren zal van project
tot project verschillen.
• De komende weken zal het Kabinet in afstemming met het veld tot een prioritering van
projecten in een shortlist komen. De projecten op deze shortlist zullen vervolgens
nader uitgewerkt worden tot concrete projectplannen waarop het benodigde commitment
kan worden afgegeven.
• Zodra er samen met het veld een gedeeld beeld is gevormd over welke initiatieven op
korte termijn het meest urgent en kansrijk zijn en wat er nodig is om deze ambities
te kunnen verzilveren, zal ik dit aan uw Kamer mededelen en met u het gesprek aangaan
over hoe we dit kunnen realiseren.
• Tegelijkertijd gaan we vanzelfsprekend door met de uitvoering van al lopende trajecten,
zoals de IPCEI AST, Beethoven en het Versterkingsplan van Microchiptalent.
D66
Vraag:
Heeft de Minister scenario’s doorgerekend waarin private investeringen in onze sleuteltechnologieën
onder druk komen, en welke rol ziet zij voor de overheid om te voorkomen dat een tijdelijke
crisis structurele schade aanricht?
Antwoord:
• Er zijn geen scenario’s doorgerekend.
• Het kabinet herkent de problematiek en heeft de Taskforce Toekomstige Welvaart en
Vestigingsklimaat in het leven geroepen.
• Vanuit deze Taskforce wil de overheid samen met stakeholders zes hoogtechnologische
markten stimuleren waarin de geprioriteerde sleuteltechnologieën uit de Nationale
Technologiestrategie worden toegepast.
• Mogelijke interventies zitten op het vlak van aantrekken en faciliteren van investeringen,
maar ook op randvoorwaarden die belangrijk zijn om deze markten te laten floreren
– wat het weer interessanter maakt voor investeerders.
VVD
Vraag:
Recent hebben wij in dit huis nog een debat gevoerd over de gevolgen van de oorlog
in het Midden-Oosten voor onze economie. Daarin heeft de Minister toegezegd voor de
zomer te komen met een aantal plannen, ook over het behalen van die 1,5%. Mijn vraag
is in hoeverre er nu ook wordt gekeken naar onderwerpen als economische veiligheid
en strategische autonomie?
Antwoord:
• Het kabinet bevestigt dat in de plannen over het versterken van de economie, bijvoorbeeld
via de Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat, onderwerpen als economische
veiligheid, weerbaarheid en strategische autonomie een prominente rol zullen spelen.
VVD
Vraag:
Wie is concreet verantwoordelijk («owner») voor het oplossen van knelpunten die over
meerdere ministeries verspreid liggen (zoals cao’s, medewerkersparticipatie en loondoorbetaling
bij ziekte), en op welke termijn worden deze aangepakt?
Antwoord:
– De genoemde knelpunten vallen onder de verantwoordelijkheid van verschillende bewindspersonen,
waaronder Sociale Zaken en Werkgelegenheid (arbeidsmarkt en loondoorbetaling bij ziekte),
Financiën en Economische Zaken en Klimaat (medewerkersparticipatie). Als coördinerend
bewindspersoon voor de Ministeriële Taskforce Toekomstige Welvaart en Vestigingsklimaat
bewaak ik de samenhang en voortgang op deze onderwerpen. Het is de ambitie om hier
in de komende tijd, ook in het kader van de Taskforce, veel vaart achter te zetten.
De ambitie is om de fiscale regeling voor medewerkersparticipatie bij startups en
scale-ups 1 januari 2027 in te laten gaan.
2. Overig:
JA21
Vraag:
Het kabinet is niet voornemens iets te veranderen aan de mogelijkheid om, wanneer
de opvolging niet direct door een nazaat kan plaatsvinden, een andere opvolger aan
te wijzen terwijl men gebruik kan blijven maken van de BOR. Ik zou graag wat meer
zekerheid willen horen voor die sector?
Antwoord:
• Het kabinet vindt de bedrijfsopvolgingsregeling in de schenk- en erfbelasting (BOR)
een belangrijke regeling. Daarom is de BOR ook opgenomen als voorbeeld in het coalitieakkoord
van een regeling die niet wordt aangepast en zo bijdraagt aan stabiel beleid en stabiele
belastingen. De BOR geldt ook voor schenking of vererving buiten de familiesfeer.
Ook overdracht aan niet-familieleden is mogelijk binnen de voorwaarden die voor iedereen
gelden ongeacht de familieband.
BBB
Vraag:
Voor investeringen in een AI-gigafabriek is geen geld beschikbaar op de EZ-begroting.
Ook Europees geld kunnen we niet als hefboom gebruiken, omdat we zelf niets gereserveerd
hebben. Wat gaat de Minister daaraan doen bij de volgende miljoenennota?
Antwoord:
• Zoals in de recente Kamerbrief van 31 maart1 door de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit is aangegeven, moeten
alle lidstaten op korte termijn aangeven zich formeel te committeren. In die brief
is aangegeven dat voor de AI-gigafabrieken nu geen publieke middelen beschikbaar zijn.
Tevens is aangegeven dat het kabinet, in lijn met het rapport-Wennink, voorstander
is van AI-gigafabrieken die volledig door de markt worden gefinancierd. De overheid
heeft daarbij een taak om de randvoorwaarden daarvoor te versterken.
CDA
Vraag:
Kan de Minister toezeggen alles op alles te zetten om wel in 2026 de IKC-regeling
te openen? En is het echt geen mogelijkheid om de envelop voor de elektriciteitsprijs
verder naar voren te halen? 2028 is echt te ver weg.
Antwoord:
• De IKC gaat open in 2026. Bedrijven kunnen hun aanvraag indienen in Q3.
• De IKC en verduurzaming van de (energie-intensieve) industrie vallen onder de verantwoordelijkheid
van mijn collega’s van Klimaat en Groene Groei.
• Het kabinet begrijpt het verzoek om de middelen uit de envelop eerder in te zetten.
Tegelijkertijd is het wel van belang dat deze middelen doelmatig worden besteed. Het
kabinet acht het mogelijk om in 2027 een doelmatige besteding te vinden en onderzoekt
daarom op dit moment of het mogelijk is om de financiële reeks een jaar naar voren
te halen, zoals ook recentelijk toegezegd door de Minister van Financiën tijdens het
debat over maatregelen van het kabinet inzake de hoge energie-en brandstofprijzen
(d.d. 22 april).
De Minister van Economische Zaken en Klimaat,
H.G. Herbert
Indieners
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat