Brief regering : Uitkomst Ministeriële vergadering Raad van Europa van 14-15 mei 2026 over voortgang Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne
36 045 Situatie in Oekraïne
Nr. 294
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 15 mei 2026
Bij brieven van 28 oktober 20251 en daaropvolgende schriftelijk overleg op 27 januari 20262 informeerde mijn voorganger en de voormalig Minister van Justitie en Veiligheid uw
Kamer over het kabinetsbesluit om in Nederland gastlandschap aan te bieden voor de
initiële fase van het Speciaal Tribunaal voor het Misdrijf Agressie tegen Oekraïne
(Agressietribunaal). Met deze brief informeer ik uw Kamer over nieuwe ontwikkelingen.
In voorbereiding op de ministeriële vergadering van de Raad van Europa op 14–15 mei
2026 in Moldavië, informeerde ik uw Kamer in mijn brief van 10 april 2026 en schriftelijk
overleg op 7 mei3 over de kabinetsinzet op geagendeerde onderwerpen, waaronder gerechtigheid voor Oekraïne.
Als opvolging daarvan en vooruitlopend op een meer uitgebreide verslaglegging van
de uitkomsten van de ministeriële vergadering, informeer ik uw Kamer, mede namens
de Minister van Justitie en Veiligheid, dat tijdens de vergadering de resolutie betreffende
de Enlarged Partial Agreement inzake het Management Comité voor het Agressietribunaal is aangenomen en ondertekend
door 34 lidstaten, waaronder Nederland, alsmede de Europese Unie, Australië en Costa
Rica.4 Hiermee wordt opnieuw het politieke signaal afgegeven dat de Russische agressie tegen
Oekraïne niet onbestraft kan blijven en wordt een belangrijke stap gezet richting
de verwezenlijking van het Agressietribunaal.
Het kabinet verwelkomt deze stap en werkt voortvarend samen met het zogenaamde Advance Team van de Raad van Europa aan de uitwerking van opties en bijbehorende financiële kostenplaatjes
voor een mogelijk Nederlands gastlandschap voor de operationele fase van het tribunaal.
Het kabinet verwacht hierover op afzienbare termijn een besluit te kunnen nemen.
De Nederlandse delegatie heeft in de ministeriële vergadering de lidstaten van de
Raad van Europa meegedeeld, dat in opvolging van het eerder gecommuniceerde gastlandaanbod
voor de initiële fase (het zogenaamde skelettribunaal) inmiddels een locatie is geïdentificeerd
in de internationale zone van Den Haag, die veelbelovend en geschikt lijkt, in lijn
met het voorziene tijdspad van de Raad van Europa. Met het oog op nog een aantal uit
te werken veiligheidsgerelateerde, juridische en financiële vraagstukken zal de precieze
locatie op een later tijdstip, waarschijnlijk na de zomer, bekend worden gemaakt.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
T.B.W. Berendsen
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken