Brief regering : Uitvoering van de motie van het lid Ellian over gedetineerden met toezichtsmaatregelen of op de GVM-lijst niet afschalen tot er een nieuw beoordelingskader is (Kamerstuk 24587-1103)
24 587 Justitiële Inrichtingen
Nr. 1119
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Op 7 april jongstleden heeft uw Kamer de motie van het lid Ellian (VVD) aangenomen
die de regering verzoekt om het beoordelingskader op basis waarvan gedetineerden worden
aangemerkt als (hoog)risicogedetineerden te herzien en gedetineerden op de GVM-lijst
in de tussenliggende tijd niet af te schalen (Kamerstuk 24 587, nr. 1103). In deze brief beschrijf ik de wijze waarop ik uitvoering geef aan deze motie.
Beoordelingskader (hoog)risicogedetineerden
Per 1 november 2025 is de Penitentiaire beginselenwet (Pbw) aangepast met aanvullende
maatregelen voor het tegengaan van voortgezet crimineel handelen tijdens detentie.
Gelijktijdig is de Regeling, selectie, plaatsing en overplaatsing gedetineerden (Rspog)
met plaatsingscriteria voor de Afdelingen voor Intensief Toezicht (AIT) aangepast
en is de nieuwe circulaire Gedetineerden met een vlucht- en/of maatschappelijk risico
ingevoerd («GVM-circulaire»). Deze regelingen vormen in samenhang het beoordelingskader.
In 2027, twee jaren na inwerkingtreding van de gewijzigde Pbw, zal er een invoeringstoets
worden uitgevoerd van de gewijzigde Pbw. Hierbij zullen ook de Rspog en GVM-circulaire
worden meegenomen.
De GVM-circulaire beschrijft het huidige beleid ten aanzien van signalering, plaatsing
en monitoring van (hoog)risicogedetineerden (zie bijlage 1). Gedetineerden worden
door de selectiefunctionaris geplaatst op de GVM-lijst. Er zijn verschillende groepen
gedetineerden met een GVM-status:
– Hoogrisicogedetineerden: gedetineerden die bij besluit van de selectiefunctionaris
op grond van de Rspog zijn geplaatst in onder meer de terroristenafdeling (TA), een
AIT of de EBI.
– Risicogedetineerden in een normaal of beperkt beveiligde inrichting, die als zodanig
zijn aangemerkt door de selectiefunctionaris. Dit kunnen ook gedetineerden zijn die
daar vanuit hun eigen veiligheid op worden geplaatst zoals kroongetuigen en/of gedetineerden
met een risico slachtoffer te worden van liquidatie, geweld of bedreiging.
Ik zal, in lijn met het eerste deel van de motie, in kaart brengen op welke wijze
een aanpassing van het beoordelingskader (rspog en/of GVM circulaire) vormgegeven
kan worden zodat een deel van hoog risico gedetineerden langer in beperkingen kan
worden gehouden. Ik verwacht dat het proces om tot een aangepast beoordelingskader
te komen ten minste negen maanden maar mogelijk een jaar in beslag zal nemen. Ik zal
uw Kamer hierover in de eerst volgende voortgangsbrief over veiligheid en ondermijning
in detentie nader informeren.
Afschaling van gedetineerden op een GVM-lijst opschorten
De motie verzoekt daarbij om gedetineerden op de GVM-lijst niet af te schalen totdat
het beoordelingskader op basis waarvan gedetineerden op de GVM-lijst worden geplaatst
is herzien. Dit deel van de motie acht ik om juridische redenen niet uitvoerbaar.
Bovendien kleven hieraan ook risico’s voor de orde en veiligheid in de gevangenissen.
Bij een beslissing tot afschalen van de GVM-gedetineerden of EBI en AIT geplaatsten
wordt door DJI, vanuit een oogpunt van veiligheid, grote terughoudendheid betracht
en worden ook de adviezen van de politie en het Openbaar Ministerie betrokken.
Juridische bezwaren
Artikel 2, derde lid, van de Pbw bepaalt dat een gedetineerde aan geen andere beperkingen
wordt onderworpen dan voor het doel van de vrijheidsbeneming, het belang van de handhaving
van de orde of veiligheid noodzakelijk zijn (het beginsel van minimale beperkingen).
Een gedetineerde op de GVM-lijst of een AIT of EBI geplaatste niet afschalen gedurende
bovenstaand proces, zonder dat dit op basis van de thans geldende kaders (wet, regelgeving,
circulaire) kan worden gemotiveerd is hiermee in strijd.
Uit art. 26, derde lid, van de Rspog volgt dat de plaatsing van een gedetineerde op
de EBI en de AIT periodiek (elke twaalf maanden) opnieuw wordt bezien. Uit artikel
26, vijfde lid, van de Rspog volgt dat een gedetineerde die in de EBI verblijft en
nog een strafrestant van slechts anderhalf jaar of minder heeft, uit de EBI wordt
geplaatst tenzij er sprake is van contra-indicaties. Voor gedetineerden verblijvend
op de AIT geldt een soortgelijke bepaling waarbij het strafrestant zes maanden of
minder bedraagt om uit de AIT te worden geplaatst. Voor de gedetineerden verblijvend
op de TA is in artikel 26a van de Rspog opgenomen dat indien de gedetineerde na een
derde deel van de straf een strafrestant heeft van minstens vier maanden en maximaal
een jaar, uitplaatsing mogelijk is, tenzij sprake is van één van de uitsluitingsgronden.
De bepalingen bieden deze gedetineerden de mogelijkheid te werken aan hun re-integratie
door gecontroleerd meer vrijheden toe te kennen, mits de veiligheidsrisico’s dat toelaten.
Als dit deel van de motie wordt uitgevoerd, dan worden gedetineerden niet afgeschaald
in gevallen waarin dat volgens geldende wet- en regelgeving wel dient te geschieden.
Een ingesteld beroep en/of kort geding tegen deze beslissing zal naar verwachting
geen stand houden bij de rechter.
Effect op orde en veiligheid in de inrichtingen
Het categorisch niet afschalen van hoogrisicogedetineerden levert een risico op voor
de orde en veiligheid in de inrichtingen. Het juiste gedrag vertonen telt dan immers
niet meer. Gedetineerden waarvan niet kan worden gemotiveerd dat zij een (hoog)risico
vormen worden voor een langere periode dan noodzakelijk is, geconfronteerd met toezichtsmaatregelen
die het contact met bijvoorbeeld hun sociale netwerk beperken. Dit heeft effect op
het gedrag en het geestelijk welbevinden van gedetineerden en kan leiden tot onwenselijk
gedrag en uitingen van frustratie. Dit schaadt het gezag van de DJI medewerkers en
brengt de orde en veiligheid in de inrichting in het geding.
Kortom, als gedetineerden niet afgeschaald worden in gevallen waarin dat volgens geldende
wet- en regelgeving dient te geschieden betekent dat er in strijd met wet en regelgeving moet worden gehandeld door DJI. Samen met de gesignaleerde veiligheidsrisico’s is
dit voor het kabinet een zwaarwegende reden om de motie deels uit te voeren en te
onderzoeken op welke wijze een aanpassing van de RSPOG of de GVM circulaire vormgegeven
kan worden
Tot slot
Zoals hierboven gemeld, wil ik benadrukken dat zo snel mogelijk in kaart wordt gebracht
op welke wijze een aanpassing van de RSPOG of de GVM circulaire vormgegeven kan worden.
Daarnaast zie ik deze motie als een oproep om naast de noodzakelijke zorgvuldigheid
ook een grote mate van terughoudendheid te betrachten.
De Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid,
K.T. van Bruggen
Bijlage 1
Plaatsing in de EBI of AIT
De Rspog bepaalt welke gedetineerden die voldoen aan de in de regeling opgenomen criteria,
geplaatst worden in de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) of de Afdelingen voor Intensief
Toezicht (AIT).1
De selectiefunctionaris beoordeelt op grond van de beschikbare actuele, concrete en
betrouwbare informatie van interne en externe justitiële autoriteiten2 welk regime passend is om de gedetineerde te plaatsen. De procedure om tot plaatsing
van een gedetineerde in de EBI of een AIT te komen is geregeld in artikel 26 Rspog:
– Het voorgenomen besluit van de selectiefunctionaris om een gedetineerde in de EBI
of een AIT te plaatsen wordt ter advisering voorgelegd aan de selectieadviescommissie
EBI en AIT (lid 1 onder a).
– Dit voorgenomen besluit wordt voorzien van interne en externe justitiële informatie,
zoals een advies van de directeur en een GRIP-rapportage over het vlucht- en/of maatschappelijk
risico of het risico op voortgezet crimineel handelen tijdens detentie.
– De selectiefunctionaris hoort de betrokken gedetineerde alvorens een beslissing omtrent
de plaatsing te nemen (lid 1 onder b).
– Een besluit tot plaatsing in de EBI en AIT geldt voor de duur van twaalf maanden.
– De selectiefunctionaris neemt ambtshalve elke twaalf maanden een besluit over de verlenging
van het verblijf in de EBI of AIT (lid 3).
– De vestigingsdirecteur kan in verband met nieuwe feiten de selectiefunctionaris tussentijds
voorstellen een gedetineerde over of uit te plaatsen (lid 7).
Categorieën risicogedetineerden GVM-circulaire
Op basis van de volgende criteria kan een gedetineerde worden aangemerkt als risicogedetineerde:
a) (risico op) ontvluchting en/of bevrijding van buitenaf;
b) (vermoedens van) voortgezet crimineel handelen vanuit detentie;
c) (risico op) liquidatie, geweld of bedreiging in detentie van of door de gedetineerde;
d) (risico op) verspreiden van extremistisch gedachtegoed;
e) ondermijning van gezag van directie en personeel in de inrichting;
f) ongeoorloofde contacten met slachtoffers en/of nabestaanden, medewerkers in de strafrecht
– of de executieketen dan wel ongeoorloofde contacten met media of zichtbaarheid op
social media;
g) de gedetineerde wordt verdacht van of is veroordeeld voor een strafbaar feit dat heeft
geleid tot grote maatschappelijke verontwaardiging en onrust en een geschokte rechtsorde.
Als de selectiefunctionaris heeft besloten een gedetineerde aan te merken als risicogedetineerde
op één of meer risico-categorieën zoals genoemd onder a t/m g, dan besluit de directeur
van de Penitentiaire inrichting (PI) zelfstandig of (en welke) toezichtsmaatregelen
aan de betreffende gedetineerde wordt of worden opgelegd. Het advies van het ORG is
hierin zwaarwegend.
Het ORG brengt de risico’s vanuit de gedetineerde in kaart en adviseert over welke
toezichtsmaatregelen3 passend zijn. Het doel is om in een vroeg/preventief stadium (mogelijke) risico’s
op voortgezet crimineel handelen vanuit detentie (VCHD) en/of andere veiligheidsaspecten
ten aanzien van gedetineerden te bespreken, zodat vroegtijdig risico’s in kaart kunnen
worden gebracht en (uniforme) maatregelen kunnen worden getroffen.
Risicogedetineerden worden standaard na drie, zes of twaalf maanden opnieuw besproken
en herbeoordeeld in het ORG aan de hand van actuele, concrete en betrouwbare informatie.
De directeur van de inrichting neemt vervolgens het besluit over verlenging en/of
verwijdering (afschalen) van een opgelegde toezichtsmaatregel en/of het opleggen van
een nieuwe toezichtsmaatregel. De gedetineerde blijft echter op de GVM-lijst staan
totdat de selectiefunctionaris heeft beslist tot afschaling van de lijst.
Indieners
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid