Brief regering : Reactie op het advies ‘Nederland van het stikstofslot; vrijwillig van vee naar vezelteelt’
32 813 Kabinetsaanpak Klimaatbeleid
30 252
Toekomstvisie agrarische sector
32 852
Grondstoffenvoorzieningszekerheid
Nr. 1561
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
De Speciaal Regeringsvertegenwoordiger Circulaire Economie (SRCE), Steven van Eijck,
presenteerde op 13 juli 2025 een plan met de titel «Nederland van het stikstofslot:
vrijwillig van vee- naar vezelteelt.» Hierbij geef ik mede namens de Minister van
Klimaat en Groene Groei (KGG) een schriftelijke reactie op het advies. Daarmee geef
ik invulling aan de toezegging die de ambtsvoorganger van de Minister van KGG aan
de vaste commissie voor Klimaat en Groene Groei heeft gedaan in het Notaoverleg over
de Klimaat- & Energieverkenning (KEV) op 2 oktober 2025.
Allereerst wil ik Steven van Eijck en alle partijen die aan het plan hebben gewerkt,
waaronder ook verschillende initiatiefnemers uit de agrarische sector, graag hartelijk
danken voor hun advies, dat ik als bijlage bij deze brief meestuur.
De kern van het plan is om in te zetten op vrijwillige beëindiging en/of functiewijziging
van veehouderijbedrijven en de landbouwgronden die hierdoor beschikbaar komen in te
zetten voor vezelteelt. Het rapport focust daarbij met name op de teelt van meerjarige
«Miscanthus»-soorten zoals olifantengras en mammoetsgras. Volgens het plan creëert dit een alternatief
verdienmodel voor boeren en wordt het aanbod van biobased materialen die kunnen worden
ingezet in de bouw, infrastructuur en industrie vergroot. Daarnaast draagt het bij
aan het behalen van nationale en Europese doelen op het gebied van circulariteit en
klimaat.
Een inzet op vrijwillige beëindiging en op het bieden van ondersteuning bij omschakeling
naar andere landbouwvormen is onderdeel van de aanpak van zowel het huidige als het
vorige kabinet om de stikstofproblematiek op te lossen en de landbouwsector toekomstbestendig
te maken. Het stimuleren van vezelteelt sluit ook aan bij (beoogd) kabinetsbeleid,
bijvoorbeeld de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB, gestart in 2023), de aangekondigde
Biogrondstoffenstrategie en meer overkoepelend de kabinetsambitie van een volledig
circulaire economie in 2050.
Zoals in het coalitieakkoord is opgenomen werkt het kabinet aan de uitvoering en concrete
opschaling van circulaire oplossingen in de praktijk, bijvoorbeeld door als overheid
launching customer te zijn, een gelijk speelveld te creëren en door knelpunten weg te nemen. Dat ziet
ook toe op de toepassing van vezelteelten.
Op de langere termijn biedt Miscanthus kansen voor diverse materiaaltoepassingen, waaronder als bitumenvervanger, maar ook
hoogwaardiger als supplement of vervanger van kunststof. De toepassing van vezelteelten
kan verder bijdragen aan verbeterde zelfvoorzienendheid van ons land op het gebied
van biogrondstoffen, met verder toepassingen in de bouw, of bijvoorbeeld als vervanger
van veen in groeimedia (zoals potgrond en substraten).
Vezelteelten kunnen een interessante optie zijn in de omschakeling naar grondgebonden
extensieve landbouw rondom Natura2000-gebieden maar ook elders. Er zijn echter ook
andere mogelijkheden en ruimtevragende ontwikkelingen. Binnen de Taskforce Landbouw,
Natuur en Stikstof worden de contouren van het kabinetsbeleid en bijbehorende instrumentarium
verder uitgewerkt. Het is uiteindelijk aan agrarisch ondernemers, ondersteund door
Rijk en provincies, om keuzes te maken over de toekomst van hun bedrijf.
Het kabinet ziet kortom de potentie van het plan zowel in het licht van de landbouw,
natuur- en stikstofopgave als in het licht van de circulaire economie ambities. Tegelijkertijd
is er een aantal aspecten die zorgvuldige weging vragen. Ten eerste is er aandacht
nodig voor de potentiële ruimtelijke ontwikkeling van de beoogde teelt van vezels
met andere ontwikkelingen, het effect van opschaling van vezelteelt op natuur en biodiversiteit.
Ten tweede is weging nodig op de kosteneffectiviteit van inzet op vezelteelten als
bijdrage aan de oplossing voor het stikstofprobleem. Het plan vraagt immers om een
behoorlijke additionele overheidssteun, die zal moeten worden afgewogen tegen andere
manieren om doelen te realiseren. Ten derde de noodzaak van een stabiele vraag naar
vezels en rentabiliteit. De ervaring bij de Nationale Aanpak Biobased Bouwen (NABB)
leert dat boeren bereid zijn dan met nieuwe gewassen aan de gang te gaan. Hierbij
is het ook nodig om de verwerkingscapaciteit van vezelgewassen in Nederland te vergroten.
Dit is een punt van aandacht onder de NABB waarvoor via het Nationaal Groenfonds o.a.
de Regeling Stimulering Vezelteelt voor verwerkers open is gesteld. In (regionale)
samenwerkingsprojecten, zoals Vezelvallei in oostelijk Nederland, maakt men ook al
stappen op dit vlak, LVVN stimuleert het gebruik van de daar ontwikkelde methodiek
voor afzetzekerheid in de keten in meer regio’s. Over de genoemde aandachtspunten
zal het kabinet zelf, maar ook met de indieners, nader spreken.
Het is waardevol dat (coalities van) maatschappelijke partijen, overheden, bedrijfsleven
en kennisinstellingen voorstellen doen die kunnen bijdragen aan de realisatie van
maatschappelijke opgaven. In de verdere uitwerking van zowel het landbouw- als het
circulariteitsbeleid zullen we dit plan, net als een aantal andere plannen, dan ook
zeker betrekken.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselkwaliteit en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur