Brief regering : Reactie op de motie Van Eijk c.s. over binnen de verdere implementatie van de Wmebv hoge prioriteit geven aan de digitale bezwaarfase (Kamerstuk 36812-80)
36 812 Wijziging van enkele belastingwetten en enige andere wetten (Belastingplan 2026)
Nr. 125
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Op 25 november 2025 is een motie van lid Van Eijk c.s. aangenomen, waarin het kabinet
wordt verzocht om bij de ingroei naar het volledig voldoen aan de Wet modernisering
elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmebv) hoge prioriteit toe te kennen aan de bezwaarfase.1 In de motie wordt verzocht de Kamer bij de Voorjaarsnota te informeren over de voortgang
en stappen die worden gezet om volledig digitaal bezwaar zo spoedig mogelijk te realiseren.
In deze brief geef ik uitvoering aan deze motie.
Huidige stand van zaken
Voor de inkomensheffingen (IH) kunnen burgers op dit moment via de Online Bezwaarvoorziening
bezwaar maken. Dit loopt via Mijn Belastingdienst en via de website van de Belastingdienst.
Daarnaast kunnen ondernemingen voor de btw en vennootschapsbelasting (Vpb) online
bezwaar maken, via Mijn Belastingdienst Zakelijk. Fiscaal dienstverleners kunnen via
hun eigen software (System to System) bezwaar indienen voor hun klanten voor de IH,
Vpb en Omzetbelasting (OB). Dit zijn de belastingmiddelen waarvoor de meeste bezwaren
worden ingediend.
Ter illustratie: de IH, Vpb en OB vertegenwoordigden in 2025 circa 86% van het totaal
aantal bezwaren dat in een jaar door de Belastingdienst wordt ontvangen. Voor de IH
is ook gemonitord in hoeverre ook daadwerkelijk digitaal bezwaar werd in gediend.
In 2025 was dit 30%. Met het oog op de doelstellingen van digitalisering en verduurzaming
zie ik, met de indieners van de motie, het nut van het spoedig digitaliseren van het
bezwaarproces, en het uitdragen van de mogelijkheden hiervan richting de maatschappij.
Ingroei naar Wmebv
De Belastingdienst maakt het indienen van bezwaar toegankelijker en gebruiksvriendelijker.
Hiervoor is het programma herontwerp bezwaarproces opgezet. Er wordt gewerkt aan een
nieuw bezwaar-behandelsysteem, het generieke bezwaarproces (GBP). In dit nieuwe systeem vormt het toegankelijk
en gebruiksvriendelijker maken van het indienen van digitaal bezwaar een belangrijke
pijler. Het is de bedoeling om in de komende jaren vrijwel alle belastingmiddelen
aan te laten sluiten op dit nieuwe systeem, en daarbij ook in te regelen dat digitaal
bezwaar mogelijk is. Er is voor gekozen om dit jaar al de bezwaren invordering in
dit systeem op te nemen, met daarbij hopelijk ook de mogelijkheid om digitaal bezwaar
te maken. Daarmee wordt al een grote stap gezet.
De volgorde van aansluiting van de overige middelen op dit systeem staat nog niet
geheel vast, maar wordt bepaald met inachtneming van de beschikbare personele- en
IV-capaciteit. Het is van groot belang dat de Belastingdienst de tijd krijgt om dit
nieuwe systeem robuust en zorgvuldig op te bouwen. Wettelijk is de Belastingdienst
verplicht om voor alle belastingmiddelen per 1 januari 2030 digitaal bezwaar mogelijk
te maken, en ik zie zoals gezegd het belang om dit snel te regelen. Ik vind het echter
net zo belangrijk dat de Belastingdienst de tijd krijgt om het nieuwe systeem robuust
en zorgvuldig op te bouwen. Daarom zie ik op dit moment geen ruimte om een eerdere
datum te noemen dan de wettelijke termijn van 1 januari 2030.
Conclusie
Gelet op bovenstaande concludeer ik dat het digitaliseren van bezwaar hoge prioriteit
heeft bij het ingroeien naar het volledig voldoen aan de Wmebv. Voor de in omvang
van het aantal bezwaren grootste belastingmiddelen is het al mogelijk om digitaal
bezwaar in te dienen, en in de loop van 2026 komt daar naar verwachting het invorderingsproces
bij. Ik onderschrijf het belang van het digitaliseren van alle bezwaarprocessen, maar
ik constateer ook dat dit robuust en zorgvuldig moet gebeuren. De Belastingdienst
zal voor de wettelijke termijn van 1 januari 2030 voor alle belastingmiddelen digitaal
bezwaar mogelijk maken. Ik vertrouw erop hiermee aan het verzoek van uw Kamer te hebben
voldaan.
De Staatssecretaris van Financiën,
E. Eerenberg
Indieners
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën