Brief regering : Eindfase Herstel- en Veerkrachtplan
21 501-07 Raad voor Economische en Financiële Zaken
Nr. 2187
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
De eindfase van het Herstel- en Veerkrachtplan (HVP) is ingegaan. Uiterlijk eind augustus
2026 moeten alle mijlpalen en doelstellingen zijn behaald. Met deze brief informeer
ik u over de eindfase van het HVP, de voortgang van de hervormingen en investeringen,
een wijzigingsverzoek, de laatste betaalverzoeken en de rapportage over de top 100
eindontvangers.1
Voortgang hervormingen en wijzigingsverzoek
Het HVP bevat een aantal belangrijke hervormingen. Het grootste deel daarvan is gerealiseerd.
De voortgang van vier hervormingen is echter vertraagd. Het betreft de volgende vier
wetgevingsvoorstellen:
– de Wet versterking regie volkshuisvesting (Wet Regie);
– de Wet Verduidelijking beoordeling arbeidsrelaties en rechtsvermoeden (Vbar);
– de Wet Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz);
– en het Ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten.
Inmiddels is duidelijk dat de wetgevingstrajecten van Vbar en de Baz niet op tijd
afgerond kunnen worden. Dit zou betekenen dat, zonder nadere actie, Nederland te maken
krijgt met een forse korting van maximaal ruim € 600 miljoen per niet-behaalde mijlpaal.
Om dit risico te verkleinen, heeft het kabinet de afgelopen maanden in overleg met
de Commissie een wijzigingsvoorstel van het HVP voorbereid.2 Hierin stelt het kabinet voor om de inwerkingtreding van Vbar, zoals opgenomen in
het HVP, te wijzigen naar de inwerkingtreding van de Wet Rechtsvermoeden arbeidsovereenkomst
op basis van uurtarief (Wet Rechtsvermoeden). Het deel van Vbar dat gaat over de verduidelijking
van de beoordeling van arbeidsrelaties (Vba-deel) wordt vervangen door een Kamerbrief.
Hierin wordt ingegaan op het huidige toetsingskader voor de arbeidsrelatie dat in
lijn is gebracht met bestaande jurisprudentie. Daarnaast wordt in het HVP de implementatie
van deze verduidelijking bij de betrokken handhavende instanties aangetoond, bijvoorbeeld
door het afwegingskader van de Belastingdienst.
Daarnaast stelt het kabinet voor om de mijlpalen ten aanzien van de Baz te wijzigen
naar een pakket mijlpalen met daarin de tijdige publicatie en inwerkingtreding van
een deel van de Wet meer zekerheid flexwerkers (Flex) en de uitfasering van de fiscale
oudedagsreserve.3 De laatste toevoeging zorgt ervoor dat het ambitieniveau van het gehele plan op peil
blijft. Tegelijk blijft het kabinet gecommitteerd om ook de Baz, in maart jl. ingediend
bij de Tweede Kamer, door te zetten.
Dit wijzigingsverzoek wordt eind mei formeel ingediend en wordt vervolgens beoordeeld
door de Commissie. Het kabinet heeft vertrouwen in een positieve beoordeling. Met
de wijzigingen blijft het nog steeds mogelijk alle hervormingen tijdig door te voeren
en het HVP succesvol af te ronden. Voorwaarde is wel dat beide Kamers voor het zomerreces
met de betreffende wetsvoorstellen instemmen en dat de wetten uiterlijk 31 augustus
zijn gepubliceerd. Het kabinet verzoekt de Eerste Kamer daarom ook om de Wet Regie,
Wet Rechtsvermoeden en de Wet Flex tijdig te behandelen.4
De Afdeling advisering van de Raad van State heeft op 18 maart 2026 haar advies vastgesteld
over het Ontwerpbesluit procedurele versnellingen elektriciteitsprojecten, dat ook
onderdeel is van het HVP. Het kabinet gaat het advies verwerken en is voornemens het
besluit deze zomer publiceren.
Voortgang investeringen
Naast hervormingen bevat het HVP ook investeringen. De implementatie van de investeringen
verloopt grotendeels voorspoedig (zie bijlage). Enkele investeringen zijn echter vertraagd.
Indien blijkt dat een mijlpaal of doelstelling niet meer haalbaar is, zal het kabinet
een alternatieve investering voorstellen of de middelen toedelen aan een andere investering
uit het HVP. Dit wordt in het wijzigingsverzoek opgenomen. Op deze manier ondervangt
het kabinet de voornaamste uitdagingen die nu in beeld zijn bij de investeringen.
Laatste betaalverzoeken
Nadat het kabinet het wijzigingsverzoek heeft ingediend, is het kabinet voornemens
om het vierde betaalverzoek ter waarde van € 0,7 miljard in juni in te dienen. Vervolgens
moet het vijfde betaalverzoek ter waarde van € 1,7 miljard uiterlijk 30 september
worden ingediend. Dit betaalverzoek mag alleen bewijslast bevatten van voor 31 augustus
2026. De Commissie beoordeelt alle betaalverzoeken voor het einde van het jaar en
keert deze, bij positieve beoordeling, ook voor het einde van het jaar uit aan de
lidstaten.
Top 100 eindontvangers
Volgens de HVF-verordening moeten lidstaten elk half jaar de gegevens van de top 100
grootste eindontvangers van HVP-middelen actualiseren.5 De huidige rangschikking van de top 100 eindontvangers van de Nederlandse HVP-middelen
is bepaald op basis van gerealiseerde overboekingen van HVP-middelen tot en met 1 december
2025. Het kabinet heeft de gegevens van deze honderd grootste eindontvangers in april
op rijksoverheid.nl gepubliceerd.6
Tot slot
Het kabinet streeft ernaar de implementatie van het HVP tot een goed einde te brengen
om zo de gealloceerde € 5,4 miljard aan Europese middelen te ontvangen. Daarbij vertrouw
ik op een goede samenwerking met uw Kamers met het oog op een spoedige behandeling
van de nog te behalen hervormingen.
De Minister van Financiën,
E. Heinen
Indieners
E. Heinen, minister van Financiën