Brief regering : A-brief ‘Midlife update (MLU) Boxer’
27 830 Materieelprojecten
Nr. 487
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN DEFENSIE
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Het pantserwielvoertuig Boxer is sinds 2013 in verschillende uitvoeringen in gebruik
bij de Koninklijke Landmacht. De Boxer vormt een belangrijk onderdeel van hun gepantserde
mobiliteit, met name bij de 13e middelzware brigade. In 2024 is uw Kamer geïnformeerd over de eindevaluatie van de
aanschaf van de Boxer.1 Het project is succesvol; de Boxer voldoet aan de eisen en het project bleef binnen
het budget. Weliswaar is de oorspronkelijke planning van het project uit 2006 niet
gehaald, maar dat heeft geen ingrijpende gevolgen gehad voor de operationele gereedheid.
De nauwe samenwerking met Duitsland heeft voordelen opgeleverd, zoals het delen van
ontwikkelkosten en een gedeelde sterke kennisbasis. De Boxer wordt inmiddels regelmatig
operationeel ingezet, waaronder bij de enhanced Forward Presence van de NAVO in Litouwen.
Om te garanderen dat de Boxer ook in de toekomst effectief kan worden ingezet, zijn
aanpassingen nodig. Met deze brief informeer ik u over de behoeftestelling van het
project «Midlife update (MLU) Boxer», dat tot doel heeft dit voertuig toekomstbestendig
te maken en de technische en operationele levensduur te verlengen.2
Naast een technische update verbetert Defensie de zelfbescherming van de Boxer door
de aanschaf van een op afstand bedienbaar wapenstation (Remote Controlled Weapon Station, RCWS), dat ook dient als verdedigingscapaciteit tegen drones (Counter-Unmanned Aerial Systems, C-UAS). Bovendien omvat de MLU een oplossing voor onderdelen die niet meer worden
gemaakt (obsolescence).
Behoefte
Een groot deel van de Boxervloot – bij Defensie ingestroomd in de periode 2013–2018
– nadert het einde van de functionele levensduur en kampt met obsolescence-problematiek. Het is van belang dat deze wapensystemen tot het einde van de levensduur
operationeel relevant en technisch inzetbaar blijven. Om de technische levensduur
te verlengen, zal Defensie samen met de Duitse leverancier ARTEC vaststellen welke
maatregelen voor dit deel van de Boxervloot nodig zijn.3 Dit betreft bijvoorbeeld welke (reserve-)onderdelen nodig zijn en welk onderhoud
noodzakelijk is.
Recente conflicten laten een toenemend gebruik en dreiging van kleine en relatief
goedkope drones zien. Pantservoertuigen zijn kwetsbaar voor deze wapens. De huidige
Boxer-configuraties zijn niet toegerust om zelfstandig met dergelijke dreigingen om
te gaan waardoor een upgrade van de zelfbescherming nodig is. Een RCWS met C-UAS capaciteit geeft de bemanning
de mogelijkheid om drones actief te bestrijden. De aanschaf en integratie van deze
RCWS is daarom onderdeel van deze MLU.
Daarnaast vinden nog kleine aanpassingen plaats, zoals de voorbereiding op de nieuwe
IT-middelen van programma «Foxtrot»4 en de voertuigmodule van het project «Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS)»5. Ook maakt de integratie van zuurstofconcentratoren in de Boxer ambulance-uitvoering
onderdeel uit van deze MLU. Hierdoor wordt de zuurstofvoorziening vergroot voor de
behandeling van gewonden.
Uitwerking
Internationale samenwerking en interoperabiliteit
Nederland maakt deel uit van de internationale Boxer-gebruikersgroep en wisselt op
regelmatige basis gegevens uit met onder andere Australië, Duitsland, Litouwen en
het Verenigd Koninkrijk.
De ontwikkeling en initiële aanschaf van de voertuigen is uitgevoerd in nauwe samenwerking
met Duitsland. De Nederlandse Boxers bereiken echter eerder dan de Duitse Boxer-vloot
het einde van de technische levensduur, waardoor Defensie alleen de MLU uitvoert.
Dit komt onder meer omdat Duitsland eerder technische aanpassingen heeft uitgevoerd
en over andere varianten beschikt. Niettemin zoekt Defensie bij de MLU actief de samenwerking
met deze partnerlanden op om ervaringen te delen en zoveel mogelijk dezelfde configuratie
te behouden.
Verwerving en industriële aspecten
Het intellectueel eigendom en de technische kennis van de Boxer liggen bij de leverancier
ARTEC. Omdat alle subsystemen goed met elkaar moeten samenwerken, worden alle wijzigingen
aan de Boxer via ARTEC gecontracteerd. De verwervingsmodaliteiten worden in het vervolg
van het project uitgewerkt.
Bij elke behoeftestelling in het materieelproces beziet Defensie in nauwe samenwerking
met het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) hoe de Nederlandse industrie
optimaal een rol kan spelen. Dat is nodig voor het voortzettingsvermogen van onze
krijgsmacht en het internationaal positioneren van onze industrie. Ook bij de MLU
van de Boxer zetten Defensie en EZK actief in op deze betrokkenheid. Momenteel verkennen
EZK en Defensie met de leverancier hoe de Nederlandse defensie-industrie wordt betrokken.
Uitgangspunt is dat in ieder geval de Nederlandse industrie die was betrokken bij
de productie van de huidige Boxer-vloot ook een rol in de MLU krijgt. Daarnaast zullen
andere samenwerkingen worden verkend. Dit zal in de komende periode met de leverancier
worden geconcretiseerd.
Gerelateerde projecten
Dit project heeft een relatie met het programma «Foxtrot». Met Foxtrot realiseert
Defensie de modernisering en vervanging van tactische communicatiemiddelen en de daaraan
verbonden IT-infrastructuur. Met Foxtrot schaft Defensie onder andere radio’s aan
die worden gebruikt in de Boxer. Met de MLU wordt de Boxer voorbereid op de nieuwe
Foxtrot-middelen. Ook de voertuigmodule van het project »VOSS» wordt geïntegreerd.
Doeltreffendheid en doelmatigheid
Met de uitvoering van dit project geeft Defensie, onder verwijzing naar art. 3.1 van
de Comptabiliteitswet 2016, invulling aan doeltreffendheid en doelmatigheid.
– Doeltreffendheid: Defensie garandeert met deze MLU de toekomstbestendigheid van deze essentiële capaciteit
voor de uitvoering van hoofdtaak 1. Tevens vergroot het de veiligheid van onze militairen
en de effectiviteit van het optreden. Hiermee houdt Defensie de Boxer operationeel
relevant, toekomstbestendig en technisch inzetbaar.
– Doelmatigheid: een MLU is doelmatiger dan de aanschaf van nieuwe voertuigen. Met de MLU van de Boxer
blijft Defensie gebruik maken van hetzelfde systeem als andere landen, wat zorgt voor
internationale standaardisatie en interoperabiliteit. Geen MLU uitvoeren zou betekenen
dat de voertuigen sneller het eind van hun functionele levensduur naderen en daarnaast
is meer uitval te verwachten door obsolete (deel-)systemen. Met de MLU blijven ook
de instandhoudingskosten van het systeem beheersbaar.
Financiën
Met dit project is een bedrag gemoeid tussen de DMP-grenzen van € 250 miljoen en € 1
miljard (prijspeil 2026). Deze investering is reeds verwerkt ten laste van het investeringsbudget
van Defensie. De bijgaande commercieel vertrouwelijke brief bevat nadere financiële
informatie6.
Planning en vooruitblik
De uitvoering van deze MLU is beperkt risicovol omdat Defensie vertrouwd is met dit
wapensysteem. De tekortkomingen en de oplossingen hiervoor zijn bij de leverancier
grotendeels bekend en beschikbaar. De aanpassingen kunnen alleen door de oorspronkelijke
leverancier worden uitgevoerd, omdat alleen deze beschikt over de daarvoor benodigde
technische kennis.
Gezien het beperkte risico en het ontbreken van alternatieven ben ik, ondanks dat
het projectvolume meer dan € 250 miljoen bedraagt, voornemens het Commando Materieel
en IT (COMMIT) te mandateren het project uit te voeren.7 Met mandatering kan Defensie snel overgaan tot een offerteaanvraag en kan het project
spoedig aanvangen. Uw Kamer wordt via de begroting van het Defensiematerieelbegrotingsfonds
(DMF) en het Defensie Projectenoverzicht (DPO) over de voortgang van dit project geïnformeerd.
De Staatssecretaris van Defensie,
D.G. Boswijk
Indieners
D.G. Boswijk, staatssecretaris van Defensie