Brief regering : Voortgangsbrief open overheid – mei 2027
32 802 Toepassing van de Wet open overheid
Nr. 143
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Voor vertrouwen in de democratie is het belangrijk dat de overheid open en transparant
is. Toegang tot overheidsinformatie zorgt ervoor dat inwoners kunnen participeren,
de overheid gecontroleerd kan worden en onderzoek mogelijk is. Een goed werkende Wet
open overheid (Woo) is daarvoor noodzakelijk. Het is dan ook positief dat er voor
het eerst sinds jaren een positieve trendbreuk zichtbaar is bij de afhandeling van
Woo-verzoeken. Uit het jaarlijks terugkerende onderzoek van Open State Foundation
(OSF), Instituut Maatschappelijke Innovatie (IMI) en de Universiteit van Amsterdam
(UvA) blijkt dat de behandeltermijn van Woo-verzoeken bij ministeries in 2025 met
ruim 23% is afgenomen ten opzichte van het jaar daarvoor.1 Ook maken bestuursorganen steeds meer informatie actief openbaar; het aantal gepubliceerde
documenten op het zoekportaal van de generieke Woo-voorziening (open.overheid.nl)
is in 2025 met 19,5 procent gestegen tot ruim 640.000. Ik ben blij dat de inspanningen
en investeringen van de afgelopen jaren hebben geleid tot deze resultaten.
Tegelijkertijd moeten we ook erkennen dat we er nog niet zijn. Zo lopen we nog steeds
tegen uitdagingen aan in de uitvoering van de Woo en bij de ontwikkeling van de generieke
Woo-voorziening. Dit kabinet wil deze zaken verder aanpakken. Een beter toepasbare,
efficiëntere en uitvoerbare Woo is daarbij mijn ambitie. Met deze voortgangsbrief
informeer ik uw Kamer over de laatste stand van zaken rondom het dossier open overheid.
De brief over de openbaarmaking van emissiegegevens, die eerder al aan uw Kamer is
toegezegd2, zal voor het commissiedebat Woo op 11 juni aan uw Kamer worden toegestuurd.
Betekenisvolle openbaarheid
In de Woo wordt onderscheid gemaakt tussen openbaarmaking op verzoek (Woo-verzoeken)
en actieve openbaarmaking. Actieve openbaarmaking bestaat uit twee onderdelen: een
(toekomstige) verplichting om zeventien specifieke informatiecategorieën (artikel 3.3)
actief openbaar te maken en een inspanningsverplichting om informatie actief informatie
openbaar te maken (artikel 3.1). Het afgelopen jaar is gewerkt aan een afwegingskader
en een beleidskader om de inspanningsverplichting verder in te kleuren. Mijn uitgangspunt
daarbij is «betekenisvolle openbaarmaking»: het openbaar maken van informatie die
maatschappelijk relevant is voor de samenleving, en niet om het openbaar maken van zoveel mogelijk informatie. De focus daarbij is dat openbaarmaking beter aansluit bij de informatiebehoeften
in de samenleving. Dit betekent dat bestuursorganen bewuster moeten kijken naar welke
informatie zij openbaar maken, wanneer zij dat doen en op welke manier. Niet de hoeveelheid
informatie staat centraal, maar de vraag of de openbaar gemaakte informatie relevant,
vindbaar, begrijpelijk en bruikbaar is voor de beoogde doelgroep. Betekenisvolle openbaarheid
draagt op die manier bij aan controle, participatie, innovatie en een sterkere informatiepositie
van burgers en organisaties. De inzet van «betekenisvolle openbaarheid» is bijvoorbeeld
gericht op onderwerpen die landelijk of lokaal sterk leven in de maatschappij of die
daar een duidelijke impact op hebben.3 Deze elementen worden meegenomen in het beleid.
Deze invulling van de inspanningsverplichting sluit aan bij de adviezen van de Raad
voor het Openbaar Bestuur (ROB) en het ACOI, die ook het begrip betekenisvolle openbaarmaking
gebruiken in hun adviezen over (actieve) openbaarmaking.4 Op deze adviezen zal niet zoals eerder benoemd een inhoudelijke reactie volgen, maar
deze adviezen worden meegenomen in het eerdergenoemde beleidskader «betekenisvolle
openbaarheid» dat dit kwartaal gepresenteerd wordt. Daarnaast zal ik initiatieven
rondom betekenisvolle actieve openbaarheid komend jaar stimuleren door middel van
een communicatiecampagne.
Internationale coalitie betekenisvolle openbaarmaking
Verder is op initiatief van Nederland een internationale coalitie van landen opgezet
die zich inzet voor actieve openbaarmaking van overheidsinformatie. Dit jaar ondersteunt
de coalitie de ontwikkeling van een internationaal erkende standaard: de Good Practice
Principles on Proactive Disclosure van de Organisatie voor Economische Samenwerking
en Ontwikkeling (OESO). Deze standaard bevat goede voorbeelden van betekenisvolle
actieve openbaarheid en dient voor landen zowel als benchmark om voortgang te meten,
als stimulans om beleid en uitvoering te versterken. Ook vindt het kabinet het van
belang om zich internationaal te blijven inzetten voor de democratische waarden van
een open overheid. Bovendien kan Nederland door samenwerking de goede ervaringen van
koploperlanden meenemen in het eigen beleid.
Innovatie
De inzet van kunstmatige intelligentie (hierna: AI) en andere technologische innovaties
moet ervoor zorgen dat ambtenaren beter worden ondersteund in hun werk, dat Woo-verzoeken
sneller worden afgehandeld en dat openbaar gemaakte informatie beter vindbaar is.
De toenmalig Minister van BZK heeft in de brief van 16 februari jl. de inzet van AI-toepassingen
en innovatie beschreven, in relatie tot de uitvoering van de Woo en de verbetering
van de informatiehuishouding.5 Op dit moment werk ik samen met de koepels van medeoverheden aan een innovatieagenda
op deze onderwerpen. Voor de innovatieagenda maken we zoveel mogelijk gebruik van
bestaande innovaties en initiatieven van overheidsorganisaties. De innovatieagenda
heeft als doel om van elkaar te leren, te zorgen voor herbruikbare oplossingen en
werkwijzen te identificeren die overheidsbreed inzetbaar zijn.
Er is inmiddels een overheidsbrede inventarisatie uitgevoerd van lopende innovatieve
initiatieven. Vanuit deze inventarisatie is een aantal kansrijke toepassingen geïdentificeerd
die kunnen bijdragen aan verbetering en versnelling van openbaarheid en de verbetering
van de informatiehuishouding. De komende periode wordt een definitieve lijst van relevante
(AI-)initiatieven vastgesteld en het vervolgtraject verder vormgegeven. Het streven
was deze innovatieagenda voor de zomer af te ronden, dat is helaas niet gelukt. Ik
streef er nu naar de innovatieagenda in de tweede helft van 2026 naar uw Kamer te
sturen.
Amendement
Op 24 maart jl. heeft uw Kamer ingestemd met een amendement van het lid Meulenkamp
(VVD) ten behoeve van een pilot om AI toe te passen in het proces van het verwerken
van Woo-verzoeken om dit proces te versnellen.6 Hier is 1 miljoen euro beschikbaar voor gemaakt. Ik bekijk op dit moment hoe een
dergelijke pilot het beste vormgegeven kan worden, zodat deze zoveel mogelijk bijdraagt
aan een verbeterde afhandeling van Woo-verzoeken en aansluit bij al lopende initiatieven.
Ik zal de uitwerking van het amendement meenemen in de hierboven genoemde Kamerbrief
waarmee de innovatieagenda wordt aangeboden.
Bevordering goede uitvoering/uitvoerbaarheid Woo
Het bevorderen van een goede uitvoering en uitvoerbaarheid van de Woo is belangrijk.
In dat kader zijn verschillende handreikingen opgesteld, bijvoorbeeld voor de implementatie
van de rol van de Woo-contactpersoon, het omgaan met misbruik en de inspanningsverplichting voor actieve openbaarmaking.
Deze handreikingen zijn beschikbaar gemaakt op één centrale vindplaats, waardoor ze
beter vindbaar zijn voor (decentrale) overheden.7 Hiermee doe ik de motie van de leden Van Waveren (NSC) en Buijsse (VVD)8 af, waarin is verzocht om in een handreiking voor decentrale overheden in te gaan
op een aantal elementen die betrekking hebben op de uitvoering van de Woo. De komende
periode zullen nieuwe handreikingen worden toegevoegd, bijvoorbeeld over het optimale
Woo-proces. In de paragrafen hieronder ga ik nader in op een aantal van deze handreikingen.
Misbruik
Het recht op overheidsinformatie is een groot goed. Dat geldt ook voor het recht om
overheidsinformatie op te vragen via een Woo-verzoek. Het is dan ook onacceptabel
als dit belangrijke recht uit de Woo wordt misbruikt. Misbruik van het recht om een
Woo-verzoek te doen leidt tot onnodige inzet van tijd en capaciteit bij overheidsorganisaties.
Dat gaat niet alleen ten koste van de doorloop van andere verzoeken, maar betekent
ook verspilling van publieke middelen. Misbruik van de Woo ondermijnt daarmee het
goed functioneren van en het vertrouwen in het openbaarheidsstelsel.
Op grond van de antimisbruikbepaling (art. 4.6 Woo) kunnen bestuursorganen verzoeken
afwijzen die een ander doel hebben dan het verkrijgen van informatie. Het is aan het
bestuursorgaan om een afweging te maken of deze kan worden ingezet. Om bestuursorganen
te helpen bij het maken van deze afweging is daarom samen met een overheidsbrede werkgroep
een handreiking opgesteld. Zo kan met behulp van indicatoren uit de wet, jurisprudentie
en de praktijk worden bepaald of toepassing van de antimisbruikbepaling passend is.
Optimaal Woo-proces
Op dit moment wordt met een overheidsbrede werkgroep gewerkt aan een zo optimaal mogelijk
Woo-proces. Hierin staat het contact met de verzoeker en diens wens centraal evenals
het doorvoeren van efficiëntere en snellere processen, waardoor we beter en sneller
aan de informatiebehoefte van de verzoeker kunnen voldoen. Daarmee wordt ook tijd
en geld bespaard. De verwachting is dat het concept-optimaal Woo-proces voor de zomer
in internetconsultatie zal gaan. Alle ministeries zullen vervolgens met dit optimale
Woo-proces gaan werken.9
Woo-contactpersoon
Elk bestuursorgaan moet, op grond van artikel 4.7 van de Woo, één of meerdere contactpersonen
aanwijzen voor vragen van inwoners over publieke informatie. De Woo-contactpersoon
zorgt onder andere voor laagdrempelig en klantvriendelijk contact met verzoekers.
De Woo-contactpersoon heeft daarmee een belangrijke rol bij het meer dienstverlenend
en dejuridiserend inrichten van het Woo-proces. De beschikbare handreiking geeft uitleg
over de rol en taken van de Woo-contactpersoon en hoe deze op een goede manier ingevuld
kan worden.
Verplichte actieve openbaarmaking
Op 16 februari 2026 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over een vertraging
in de ontwikkeling van de generieke Woo-voorziening en de start van een onafhankelijk
onderzoek naar de verdere ontwikkeling van de digitale infrastructuur voor actieve
openbaarmaking.10 Ik zet dit onderzoek door en zorg dat dit op korte termijn van start gaat. Het onderzoek
omvat onder meer een technische beoordeling van de architectuur en de kwaliteit van
de gerealiseerde software, evenals een analyse van de governance, organisatie en sturing
rondom de realisatie van de voorziening.
Daarnaast heb ik op 25 maart jl. een advies ontvangen van het Adviescollege Openbaarheid
en Informatiehuishouding (ACOI).11 In het advies wordt geadviseerd de inrichting van de digitale infrastructuur te heroverwegen
en overheidsorganisaties te verplichten om vanaf 2027 alle informatiecategorieën van
de Woo op een eigen website te publiceren. Ook ik vind het van groot belang dat er
zo snel mogelijk meer overheidsinformatie actief openbaar wordt gemaakt en dat die
informatie goed vindbaar is. Ik wil dat zo snel mogelijk realiseren. Ik werk daarom
aan een besluit over de vervolgrichting van de digitale infrastructuur. Voor het commissiedebat
Wet open overheid dat gepland staat op 11 juni a.s. zal ik uw Kamer informeren over
mijn reactie op het ACOI-advies en de vervolgstappen.
Ondertussen gaat de groei van actieve openbaarmaking onverminderd door. Alle departementen
beschikken over toegang tot de generieke Woo-voorziening via het handmatig aanleverloket
en kunnen daarmee documenten publiceren op open.overheid.nl en vele bestuursorganen,
zoals gemeenten en uitvoeringsorganisaties, maken al actief informatie openbaar via
hun eigen platforms en websites. Daarnaast wordt ook verder gewerkt aan de organisatorische
en procesmatige voorbereidingen voor de volgende fasen van actieve openbaarmaking,
zoals het inrichten van werkprocessen en het toepassen van standaarden voor de ontsluiting
van informatie.
Evaluatie Wet elektronische publicaties
Bij invoering van de Wet elektronische publicaties (Wep) is bepaald dat vijf jaar
na de inwerkingtreding (1 juli 2026) een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk aan de Staten-Generaal wordt gezonden. Het verkrijgen
van een compleet beeld van deze effecten kost meer tijd. Ik verwacht de uitkomsten
van de evaluatie voor het einde van het jaar met uw Kamer te kunnen delen.
Evaluatie Wet open overheid en onderzoek uitvoeringslasten
Dit jaar wordt de wetsevaluatie van de Woo uitgevoerd. Deze wordt conform de Woo uiterlijk
vijf jaar na inwerkingtreding van de Woo (1 mei 2027) aan uw Kamer aangeboden. Gelet
op hun kennis, ervaring en onafhankelijke positie, is het Wetenschappelijk Onderzoek-
en Datacentrum (WODC) gevraagd om deze wetevaluatie te begeleiden. Op dit moment werkt
het WODC aan het uitzetten van de opdracht. Doel van de wetsevaluatie is om inzicht
te krijgen in de doeltreffendheid, doelmatigheid en effecten van de Woo in de praktijk.
Dit moet uiteindelijk duidelijkheid bieden over de werking van de Woo binnen het openbaarheidsstelsel
dat we in Nederland kennen.
In de wetsevaluatie zal een integrale analyse van de wet worden gedaan en naar de
verhouding van de verschillende wetsartikelen met elkaar. Hierin worden alle eerder
gedane toezeggingen en moties rondom de evaluatie van de Woo meegenomen en wordt uiteraard
ook gekeken naar al eerder gedane onderzoeken, zoals de Woo-invoeringstoets en het
onderzoek naar de uitvoeringslasten van Woo-verzoeken. Ook adviezen van het ACOI en
andere belangrijke stakeholders zullen daarin worden meegenomen. Ook is er in het
bijzonder aandacht voor de uitwerking van het wettelijke stelsel in de praktijk. Op
basis van deze evaluatie kunnen maatregelen worden genomen om het wettelijk stelsel
en de uitvoerbaarheid van de Woo te verbeteren. Dit moet resulteren in een beter werkend
openbaarheidsstelsel voor de maatschappij.
Onderzoek uitvoeringslasten
Om de bestaande uitvoeringsproblematiek van de Woo aan te kunnen pakken, is kwantitatief
inzicht nodig in de afhandeling van Woo-verzoeken. Vooruitlopend op de wetsevaluatie
is daarom een onderzoek uitgevoerd naar de uitvoeringslasten, kosten en (benodigde)
capaciteit voor de afhandeling van Woo-verzoeken. In totaal hebben meer dan 250 organisaties
vanuit de verschillende bestuurslagen deelgenomen, waaronder (alle) ministeries, gemeenten,
provincies, waterschappen, Hoge Colleges van Staat en uitvoeringsorganisaties. Het
onderzoek is inmiddels afgerond en het rapport heb ik als bijlage aan deze brief toegevoegd.
Het onderzoek laat zien dat er in 2024 ongeveer 25.000 Woo-verzoeken zijn ontvangen
door de organisaties in scope van het onderzoek. De totale kosten voor de afhandeling
van deze Woo-verzoeken bedragen ongeveer 150 miljoen euro per jaar. In 2024 is naar
verwachting circa 1,3 miljoen uur van ambtenaren ingezet voor de behandeling van Woo-verzoeken,
omgerekend is dit ongeveer 955 fte die zich jaarlijks inzet voor de afhandeling van
Woo-verzoeken. Op landelijk niveau vergen de 10% meest complexe Woo-verzoeken circa
30% van de totale tijd die wordt besteed aan de afhandeling van Woo-verzoeken. Het
onderzoek laat ook zien dat er een breed toepasbaar verbeterpotentieel is in de afhandeling
van Woo-verzoeken, bijvoorbeeld door gebruik te maken van goede zoeksoftware en het
vroegtijdig betrekken van de verzoeker bij de afhandeling van het verzoek.
Deze inzichten en aanbevelingen gebruiken we nu al om de afhandeling van Woo-verzoeken
efficiënter en effectiever in te richten, bijvoorbeeld door het mee te nemen in de
ontwikkeling van het optimale Woo-proces. Daarnaast nemen we de uitkomsten mee in
de wetsevaluatie van de Woo.
Tot slot
Zoals ik in mijn inleiding al schreef is een goedwerkende Woo essentieel voor een
weerbare democratie. Ik wil de komende periode dan ook verdere stappen zetten om een
open overheid te realiseren die ten dienste staat van onze inwoners. Dat doe ik graag
samen met uw Kamer, (mede)overheden, journalistiek en maatschappelijke organisaties.
De Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
E. van der Burg
Indieners
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties