Brief regering : Voortgangsrapportage Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (VRO/CN)
36 800 XXII Vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening (XXII) voor het jaar 2026
Nr. 46
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING EN RUIMTELIJKE ORDENING
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Hierbij bied ik u aan, ook namens de Bestuurscolleges van Sint Eustatius en Saba,
de derde Voortgangsrapportage Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
(VRO/CN)1. Deze voortgangsrapportage laat zien hoe we in 2025 hebben samengewerkt aan de uitvoering
van de Beleidsagenda VRO/CN. De agenda heeft als doel om in de periode 2023–2026 verbetering
te brengen in de volkshuisvestelijke situatie in Caribisch Nederland en geeft richting
aan de ruimtelijke ontwikkeling.
De looptijd van de Beleidsagenda VRO/CN is in overleg met de Bestuurscolleges van
Bonaire, Sint Eustatius en Saba met een jaar verlengd tot 1 januari 2027. Dit besluit
is genomen, omdat veel maatregelen nog volop in uitvoering zijn. In 2025 is daarom
gekozen om de uitvoering verder te versterken in plaats van een nieuwe beleidsagenda
op te stellen. De resultaten van het afgelopen jaar leest u in deze Voortgangsrapportage.
In 2026 gaan het Ministerie van VRO en de Openbare Lichamen Bonaire, Sint Eustatius
en Saba een geactualiseerde versie van de gezamenlijke Beleidsagenda voor de periode
2027–2030 maken. De lijnen uit de huidige Beleidsagenda en afspraken tussen het Ministerie
van VRO en de Openbare Lichamen zullen daarin worden voortgezet. In de nieuwe beleidsagenda
wordt extra rekening gehouden met beschikbare kennis, financiële middelen en uitvoeringskracht.
Ook de bevolkingsprognose voor de eilanden tot 2050 speelt een belangrijke rol bij
nieuwe beleidsvoornemens2.
Bij deze voortgangsrapportage ontvangt u ook de eindevaluatie van de pilot Hypotheekgarantie
Bonaire (HGB). Deze evaluatie laat zien dat de HGB nog niet het beoogde effect heeft
gehad. De evaluatie laat zien hoe de regeling tóch meer mensen kan bereiken. Dat wil
ik mogelijk maken en daarom wordt de pilot met drie jaar verlengd. Dit heeft geen
budgettaire gevolgen en is in lijn met de overwegingen die bij de start van de pilot
zijn toegelicht in het toetsingskader risicoregelingen en de daarop volgende aanbevelingen
in de evaluatie om de pilot verder te verbeteren3. Parallel hieraan wordt verkend of er andere passende instrumenten en maatregelen
mogelijk zijn die de toegang tot eigenwoningbezit in Caribisch Nederland kunnen verbeteren.
Met deze aanbiedingsbrief kom ik tot slot drie toezeggingen na:
Met betrekking tot de toezegging aan het lid White (GL-PvdA) om de Voortgangsrapportage
Beleidsagenda Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening voor Caribisch Nederland versneld
toe te zenden4, kan ik u melden dat ik met het aanbieden van de Voortgangsrapportage Beleidsagenda
Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening 2025 invulling aan dit verzoek geef.
Naar aanleiding van het verzoek van het lid White (GL-PvdA) om te bezien welke regelingen
voor kopers die in Europees Nederland beschikbaar zijn, ook zouden kunnen worden ingevoerd
voor Caribisch Nederland5, merk ik op dat de eind- evaluatie van de pilot HGB ook ingaat op de waarde van Europees-Nederlandse
regelingen voor kopers in Caribisch Nederland. De conclusie is dat regelingen zoals
startersleningen, KoopGarant en KoopStart, beperkt aansluiten bij de woningmarkten
in Caribisch Nederland. Daarom is het zinvoller om te werken aan beter passende instrumenten
die de toegang tot eigenwoningbezit kunnen vergroten.
Voor wat betreft het verzoek van het lid Meulenkamp (VVD) om in gesprek te gaan met
de Bestuurscolleges van de BES-eilanden en de bouwers van flexwoningen om de mogelijkheden
te onderzoeken voor de bouw van orkaanbestendige flexwoningen op de BES-eilanden,
zodat het woningtekort spoedig teruggedrongen kan worden6, kan ik het volgende aangeven: Helaas vormen orkaanbestendige flexwoningen nu geen
oplossing voor het snel terugdringen van het woningtekort. Hiervoor zijn voor de eilanden
specifiek ontworpen flexwoningen nodig en die zijn niet rendabel te maken. Flexwoningen
moeten voldoen aan specifieke eisen voor vervoer, assemblage en netspanning op de
eilanden (110 Volt en Amerikaanse stekkers). Ze moeten bovendien bestand zijn tegen
zon en zout en diep kunnen worden verankerd. Omdat de woningen niet lokaal geproduceerd
kunnen worden, zijn de transportkosten hoog. De kleine aantallen benodigde woningen
maakt investering in ontwerp, vervoer en bouw helaas onrendabel.
De Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening,
E. Boekholt-O’Sullivan
Indieners
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening