Brief regering : Ambities landelijk sekswerkbeleid
34 193 Evaluatie Wet regulering prostitutie en bestrijding misstanden seksbranche
Nr. 21
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE EN VEILIGHEID
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 13 mei 2026
Met deze brief informeer ik uw Kamer over de ambities van het kabinet ten aanzien
van sekswerkbeleid, zoals toegezegd tijdens het commissiedebat mensenhandel en prostitutie
van 11 september 2024, en de samenhang daarvan met het wetsvoorstel regulering sekswerk
(hierna: Wrs).1 Ik stuur uw Kamer deze brief mede namens de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
gelet op zijn betrokkenheid bij de versterking van de positie van sekswerkers.
Ambities sekswerkbeleid
Sekswerk is in Nederland een legaal beroep. Er bestaan veel verschillende soorten
sekswerk en de beroepsgroep sekswerkers is veelzijdig. Er zijn verschillende redenen
voor sekswerkers om dit werk uit te voeren: uit economische overwegingen, passie,
zorgzaamheid (bijvoorbeeld in geval van sekszorg), flexibiliteit of andere redenen.
Sekswerkers dienen hun werk te kunnen uitvoeren zonder stigma, met de bijbehorende
rechten en plichten zoals die ook gelden voor andere beroepsgroepen in Nederland.
Indien geen sprake is van een vrijwillige keuze voor dit beroep, is geen sprake meer
van sekswerk maar van seksuele uitbuiting en dus mensenhandel. Seksuele uitbuiting
is één van de meest schrijnende vormen van criminaliteit. Het doet grove afbreuk aan
de waardigheid en (lichamelijke) integriteit van mensen. Mensenhandel komt in veel
verschillende arbeidssectoren voor, niet alleen in de sekswerkbranche. Volgens de
Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen worden de meeste
meldingen van mogelijke slachtoffers van mensenhandel echter gedaan in de sekswerkbranche.2De ernst van het misdrijf en het verborgen karakter van mensenhandel maakt dat in
deze sector maatregelen nodig zijn om het zicht op de sekswerkbranche te vergroten,
met het doel om uitbuiting te voorkomen.Daarom neemt dit kabinet maatregelen om de
sekswerkbranche veilig en gezond te houden, in lijn met de opgaven zoals geformuleerd
in het coalitieakkoord 2026–2030.
De kabinetsaanpak steunt op drie pijlers: het stellen van regels voor een veilige
sekswerkbranche, het ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving, en het
versterken van de sociale en juridische positie van sekswerkers en het bieden van
perspectief. Daarin is het treffen van een balans tussen enerzijds het beschermen
van kwetsbare personen in de sekswerkbranche en anderzijds het oog hebben voor het
zelfbeschikkingsrecht van sekswerkers en het versterken van hun sociale en juridische
positie cruciaal. Ik ben ervan overtuigd dat een goede samenwerking met sekswerkers
daaraan bijdraagt. Daar waar het gaat om mensenhandel, wordt hard opgetreden. Ik verwijs
in dat kader naar de brief over de voortgang van het Actieplan programma Samen tegen
Mensenhandel, die op 15 december 2025 naar uw Kamer is gestuurd.3
Regels voor een veilige sekswerkbranche
Een veilige sekswerkbranche gaat samen met duidelijke randvoorwaarden. Sekswerkers
kunnen dan bewust en vrijwillig kiezen voor het uitoefenen van hun werk met kennis
over risico’s, rechten en plichten. Jeugdige prostituees4 kiezen mogelijk niet geheel bewust en vrijwillig voor dit beroep en zijn kwetsbaar
voor geweld. Daarbij dienen faciliteerders die misbruik maken van (kwetsbare, vaak
illegaal in Nederland werkende) sekswerkers, door het tegen woekerprijzen aanbieden
van kamers en woningen, het plaatsen van sekswerkadvertenties, of het bieden van andere
diensten, te worden aangepakt. Het is dan ook nodig barrières op te werpen om dergelijke
activiteiten door (netwerken van) exploitanten of faciliteerders tegen te gaan.
Omdat bij een niet-vrijwillige keuze voor het beroep direct het zelfbeschikkingsrecht
en de lichamelijke integriteit van de betrokkene wordt geraakt, weegt het tegengaan
van dit risico zwaarder dan de vrijheid voor jongvolwassenen om te kiezen voor dit
beroep. Daarom wordt de minimumleeftijd voor prostitutie wettelijk verhoogd naar 21
jaar. Hiermee wordt getracht te voorkomen dat jongvolwassen personen in de sekswerkbranche
worden blootgesteld aan mogelijke misstanden die in deze branche kunnen bestaan.
Ik onderzoek daarnaast de mogelijkheden om malafide faciliteerders in de (illegale)
sekswerkbranche strafrechtelijk te kunnen vervolgen. Met dat doel ga ik in gesprek
met betrokken partijen, waaronder het Openbaar Ministerie, gemeenten en sekswerkers
om een passende juridische vormgeving van het «pooierverbod» te onderzoeken. Daarbij
kijk ik ook naar ervaringen uit de praktijk, zoals de faciliteerdersaanpak van de
gemeente Amsterdam. Over de uitkomsten van dit onderzoek wordt uw Kamer na de zomer
nader geïnformeerd. Dan zal de Kamer ook worden geïnformeerd over de laatste stand
van zaken en de planning voor het wetgevingstraject voor het invoeren van een minimumleeftijd.
Verder zet ik mij in om misstanden die plaatsvinden via sekswerkadvertentieplatforms
tegen te gaan. In navolging op het mensenhandel Fieldlab Tulpafslag en het vervolg
van Fieldlab Pinata, en de toezegging in de beantwoording op Kamervragen van de leden
Boomsma (destijds NSC) en Bikker (CU), ben ik in gesprek met onder meer de politie,
het Openbaar Ministerie en de G4-gemeenten om te bezien hoe we deze misstanden kunnen
tegengaan. Ook advertentieplatforms worden in dat kader gewezen op hun verantwoordelijkheid.5 Recent hebben gesprekken tussen het Openbaar Ministerie en een aantal advertentieplatforms
plaatsgevonden. Naar aanleiding hiervan zijn inmiddels aanpassingen doorgevoerd op
onder meer de websites kinky.nl en sexjobs.nl om de identiteitscontrole van adverteerders
aan te scherpen. Sinds 1 april 2026 vindt op alle nieuwe advertenties een identiteitscheck
plaats waarmee onder meer de leeftijd en de nationaliteit wordt gecontroleerd van
degene die een advertentie plaatst. Verdere (samenwerkings)mogelijkheden om misstanden
te voorkomen worden verkend.
Ondersteunen van gemeenten bij toezicht en handhaving
Sekswerkers dienen hun werk vrij en veilig te kunnen uitoefenen. Tijdens controles
treffen gemeenten en politie echter met regelmaat personen aan die in kwetsbare omstandigheden
werken. Gemeenten en politie hebben daarin een belangrijke rol, waarin zij voldoende
geëquipeerd moeten zijn om mogelijke misstanden te kunnen tegengaan en de branche
veilig en gezond te houden door middel van bestuurlijk toezicht.
Om gemeenten beter in staat te stellen het toezicht en handhaving op de sector uit
te voeren wordt op zeer korte termijn het Wetsvoorstel gemeentelijk toezicht seksbedrijven
(Wgts) ingediend bij uw Kamer. Dit wetsvoorstel regelt onder meer dat gemeenten gegevens
van sekswerkers kunnen verwerken ten behoeve van de naleving van vergunningsvoorschriften
door exploitanten, het toezicht daarop en de handhaving daarvan. Logischerwijze heeft
dit niet alleen betrekking op de controle van exploitanten met een vergunning, maar
juist ook op exploitanten die zonder vergunning werken en door de omstandigheden die
worden aangetroffen ook niet in aanmerking zouden komen voor een vergunning. Met de
Wgts wordt artikel 151a van de Gemeentewet aangepast. Ter verbetering en professionalisering
van het lokale en regionale toezicht op deze branche is daarnaast in 2025 door de
VNG in samenwerking met onder meer gemeenten, politie, het CCV en de Sekswerkalliantie
Destigmatisering (SWAD) de landelijke leidraad «Professionaliseren toezicht op de
sekswerkbranche» ontwikkeld. De leidraad is breed verspreid onder gemeenten en Regionale
Informatie- en Expertisecentra (RIEC’s) en streeft naar een steviger fundament en
verbeterde samenwerking in het toezicht op de sekswerkbranche.
Versterken van sociale en juridische positie sekswerkers en het bieden van perspectief
Sekswerkers lopen door stigma tegen problemen aan die hen belemmeren in het uitvoeren
van hun werk en in het dagelijks leven, zoals een verminderde toegang tot zorg of
politie; uitsluiting van essentiële diensten zoals hypotheken of bankrekeningen; negatieve
bejegening door familie, vrienden of derden en psychologische klachten door een negatief
zelfbeeld.6 Het stigma op sekswerk heeft een negatieve impact op de sociale positie van sekswerkers
waardoor ze kwetsbaar zijn voor geweld en uitbuiting, blijkt uit onderzoek van Aidsfonds
– Soa Aids Nederland en PROUD uit 2018. Sekswerkers moeten hun werk veilig en zonder
stigma kunnen uitvoeren, met de bijbehorende rechten en plichten zoals die ook gelden
voor andere beroepsgroepen in Nederland. Hier blijven we ons kabinetsbreed voor inzetten.
Op 10 november 2023 is door de voormalig Staatssecretaris van het Ministerie van Justitie
en Veiligheid (hierna: JenV) en de voormalig Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid
(hierna SZW) de Aanpak versterking sociale en juridische positie sekswerkers (vanaf
nu: de Aanpak) aan uw Kamer verstuurd.7 Het doel van deze aanpak was om tot diverse initiatieven en oplossingsrichtingen
te komen waarmee de sociale en juridische positie van sekswerkers wordt versterkt.
De Aanpak is tot stand gekomen in samenwerking met onder meer sekswerkers, de SWAD,
belangenverenigingen, Soa Aids Nederland, hulpverleners en het Ministerie van Financiën
en de Belastingdienst. In de afgelopen jaren zijn resultaten behaald naar aanleiding
van de inzet op de Aanpak op vijf thema’s: zakelijke dienstverlening, zorg, politie,
gemeenten en communicatie en media. Over de voortgang en resultaten op de verschillende
thema’s is uw Kamer op 18 november 2024 geïnformeerd.8 Een groot aantal concrete oplossingsrichtingen binnen de Aanpak is uitgevoerd en
geborgd. Om deze reden is eind 2025 geconstateerd dat het juiste moment is aangebroken
om de Aanpak af te ronden.
Het afronden van de Aanpak betekent niet dat blijvende inzet op de versterking van
de sociale en juridische positie van sekswerkers niet meer nodig is. In februari 2026
is door JenV en SZW een bijeenkomst georganiseerd met betrokkenen, waaronder de SWAD,
Soa Aids Nederland, de Vereniging Nederlandse Gemeenten en politie. Tijdens deze bijeenkomst
is stilgestaan bij behaalde resultaten, maar ook is onderkend dat sommige knelpunten
niet zijn opgelost. Op een aantal thema’s wordt momenteel bezien wat vervolgstappen
zijn. Dit geldt bijvoorbeeld ten aanzien van het thema zakelijke dienstverlening,
waaronder ook de opting-in regeling met voorwaardenpakket. Door JenV, SZW en de genoemde
partijen is tijdens de bijeenkomst een intentieverklaring getekend waarin is uitgesproken
om het onderwerp blijvend aandacht te geven. Dit sluit aan bij de opgave in het coalitieakkoord,
waarin het voornemen om de rechtspositie van sekswerkers te versterken ook tot uitdrukking
komt. De komende periode bespreek ik met de betrokken partijen hoe verder vervolg
wordt gegeven aan het versterken van de rechtspositie van sekswerkers. Om inzicht
te krijgen in de uitvoering van de acties binnen de Aanpak en de mate waarin dit volgens
sekswerkers en professionals bijdraagt aan de versterking van de positie van sekswerkers,
zal het WODC in de loop van dit jaar starten met een evaluatie van de Aanpak. Naar
verwachting worden de resultaten hiervan in 2027 opgeleverd, waarna uw Kamer wordt
geïnformeerd over de resultaten.
Het bieden van ondersteuning en perspectief aan sekswerkers die willen stoppen met
het werk is en blijft een prioriteit van dit kabinet. Sekswerkers kunnen belemmeringen
ervaren, zoals het niet kunnen vinden van een nieuwe baan vanwege een gat in het cv
of moeite hebben met het aanpassen aan een nieuw inkomsten- en uitgavenpatroon. De
inzet op dit vlak sluit aan bij de motie van het lid Van Dijk c.s., die verzoekt de
zichtbaarheid van uitstaporganisaties te bevorderen en in het prostitutiebeleid voorrang
te geven aan uitstapprogramma’s.9 Op de recent herziene website sekswerkgoedgeregeld.nl zijn de verschillende uitstaporganisaties
inmiddels vindbaar voor sekswerkers en andere betrokkenen. Middels de Decentralisatie
Uitkering Uitstapprogramma’s Prostituees (DUUP) blijven structurele middelen beschikbaar
voor gemeenten om uitstapprogramma’s te financieren. Met het amendement Van Dijk c.s.
zijn deze middelen voor dit jaar incidenteel verhoogd tot 6.500.000 euro.10 Ter uitvoering van de motie Bikker c.s., waarin wordt verzocht om betere sturingsmogelijkheden
ten aanzien van de DUUP-gelden, wordt aangesloten bij de wijziging van de Financiële-verhoudingswet.11 Hiermee worden decentralisatieuitkeringen vervangen door zogeheten bijzondere-fondsuitkeringen
en kan informatie worden opgevraagd bij gemeenten over de besteding ervan, om te kijken
of de doelen bereikt worden.
Wetsvoorstel regulering sekswerk
Begin 2021 is het wetsvoorstel regulering sekswerk (Wrs) ter behandeling aan de Tweede
Kamer verstuurd. Naar aanleiding van het coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV
is in 2023 een nota van wijziging op het wetsvoorstel in consultatie gebracht. De
Wrs voorziet onder meer in een landelijke vergunningplicht en registratieplicht voor
zowel prostituees vanaf 21 jaar als voor seksbedrijven. Tijdens de plenaire behandeling
van het wetsvoorstel Modernisering en uitbreiding strafbaarstelling mensenhandel op
5 juni 2025 heeft het lid Ceder een motie ingediend waarmee de regering wordt verzocht
om zo snel als mogelijk de nota van wijziging bij de Wrs naar de Kamer te sturen.12
Verschillende instanties en betrokkenen hebben op de Wrs kritische adviezen uitgebracht,
waaronder de sekswerkbranche, zorgprofessionals, de Autoriteit Persoonsgegevens, de
Raad van State en mensenrechtenorganisaties. Gelet op de prioriteiten van dit kabinet
en indachtig de eerder uitgebrachte reacties op het wetsvoorstel wordt de Wrs niet
doorgezet. Dit kabinet kiest ervoor zich te richten op maatregelen die gericht en
effectief een verschil kunnen maken.
Op 20 mei 2026 spreek ik met de commissie Justitie en Veiligheid over het sekswerkbeleid
in de context van het commissiedebat mensenhandel en prostitutie. Hierin kan ik de
ambities van dit kabinet verder toelichten. Ik houd uw Kamer op de hoogte van verdere
ontwikkelingen in de uitvoering van het sekswerkbeleid.
De Minister van Justitie en Veiligheid, D.M. van Weel
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid