Brief regering : De inzet omtrent de inbreukprocedure-Vogelrichtlijn voor wat betreft de grutto
33 576 Natuurbeleid
Nr. 482
BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, VISSERIJ, VOEDSELZEKERHEID EN NATUUR
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 11 mei 2026
Naar aanleiding van het verzoek van de vaste Kamercommissie voor Landbouw, Visserij,
Voedselzekerheid en Natuur (brief d.d. 26 maart 2026, kenmerk 2026D14040) over mijn inzet omtrent de inbreukprocedure-Vogelrichtlijn voor wat betreft de grutto,
bericht ik u het volgende.
Ten aanzien van de eerste vraag kan ik uw Kamer verzekeren dat ik in mijn aanpak onverminderd
voortbouw op de acht aanvullende maatregelen zoals beschreven in de brief van 25 maart
2025 (Kamerstuk 33 576, nr. 441). Een belangrijk middel om de noodzakelijke maatregelen voor de grutto met voorrang,
in samenhang, versneld en geborgd uit te voeren, is het Aanvalsplan Grutto. Momenteel
wordt gewerkt aan een afsprakenkader tussen het Rijk en verschillende provincies voor
de realisatie van dit Aanvalsplan, naar aanleiding van de in december vastgestelde
intentieverklaring.
Ten aanzien van de vraag over financiële middelen: voor agrarisch natuurbeheer is
vanaf 2026 structureel € 200 miljoen per jaar extra beschikbaar gesteld. Tot 2025
werd ongeveer de helft van het budget voor Agrarisch natuur- en landschapsbeheer besteed
aan weidevogelbeheer. Het vorig kabinet heeft aangegeven dat de extra middelen uit
het Startpakket voor Agrarisch Natuurbeheer met prioriteit in worden gezet in leefgebieden
voor de grutto, en in gebieden rond stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Ook voor
dit kabinet is het uitgangspunt dat we voldoende geld vrijmaken voor zwaar beheer
waarmee we de grutto helpen en doen wat nodig is in het licht van de Europese inbreukprocedure.
Ik heb inmiddels afspraken gemaakt met provincies dat vanaf 2027 bij het uitbreiden
en verzwaren van het Agrarisch natuur- en landschapsbeheer de nadruk ligt op deze
twee prioriteiten.
Voor een verdeling van extra middelen uit het Startpakket heb ik samen met provincies
een commissie ingesteld, die nog voor de zomer met een advies komt. Hiermee kunnen
we het aantal hectaren voor de grutto waar agrarisch natuur- en landschapsbeheer op
wordt toegepast flink vergroten. Daarnaast worden de investeringsgelden voor de aanleg
van zwaar beheer de eerstkomende jaren uitgebreid. Bovendien zal bij de nadere invulling
van de € 20 miljard tot en met 2035 uit het coalitieakkoord zorgvuldig worden bezien
hoeveel aanvullende inzet wenselijk is. Het is mijn overtuiging dat hiermee vooralsnog
voldoende middelen beschikbaar zijn voor de grutto.
In antwoord op de derde vraag kan ik uw Kamer meedelen dat de reactie van Nederland
op het Met Redenen Omkleed Advies ter sprake is gekomen tijdens het kennismakingsgesprek
met Eurocommissaris Roswall. Ik kan daar vanwege de vertrouwelijkheid van de procedure
verder geen mededelingen over doen. De inzet is echter helder: een effectief weidevogelbeleid.
In dat kader bezie ik ook de uitkomsten van een onderzoek, dat momenteel wordt uitgevoerd,
gericht op de impact van de status van Vogelrichtlijngebied op de agrarische bedrijfsvoering,
omdat er 25 gebieden sinds vorig jaar zijn aangewezen voor de grutto waar (in meer
of mindere mate) het beheer voor de grutto wordt uitgevoerd door agrariërs.
De Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J. van Essen
Indieners
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur